gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

Apalachee

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Eén van de belangrijkere stammen van Florida. Zij leefden in het gebied ten noorden van de Baai die nu hun naar draagt, vanaf ongeveer Pensacola tot aan de Ocilla rivier in het oosten. De belangrijkste dorpen lagen rond het huidige Tallahassee en St. Marks. Zij waren van de Muskogean- taalfamilie en taalkundig meer verwant aan de Choctaw, dan aan de Creek. Hun belangrijkste verwanten waren waarschijnlijk de Hitchiti en Alabama.
Hun naam is van onduidelijke afkomst, maar men vermoed dat het afstamt van het Choctaw A’palachi “belangrijke mensen aan de andere kant” .
Populatie:
Mooney(1928) schat hun aantla op 7000 in 1650, een cijfer dat wat ruim lijkt. Gouverneur Salazar schat hen na een missietelling  in 1675 op 6130 terwijl de Spanjaarden hen in 1676 op 5000 schatten. Ten tijden van de veldslag met Moore, waren er zo’n 2000. Bij een telling van Zuid Carolina in 1715, schatten zij de 4 Apalachee dorpen op 275 mannen en 638 leden. Toen de Mobile Apalachee kort daarna teruggebracht werden tot 100 mensen moet de gehele stam in 1715 zo’n 1000 leden hebben gehad. Tegen het jaar 1758 zijn er nog slechts zo’n 100 en in 1814 meld Sibley nog 14 mannen in de Louisiana band, dus een totaal van zo’n 50. Morse’s schatting in 1817 van 150 leden is waarschijnlijk te hoog.
De Apalachee werden bezocht door de expedities van Narvaez in 1528 en DeSoto in 1539, waarvan die laatste het gebied tot zijn uitvalsbasis maakte in de winter, ondanks diverse aanvallen en vijandelijkheden. wat wijst op overvloedige voedselbronnen en dergelijke. De groep van Narvaez werd ook constant aangevallen de vijandelijke krijgers in de buurt en dus werden zij gedwongen zich terug te trekken naar een kustplaatsje Aute genaamd. De stam, deed aan landbouw, ontwikkelde zich goed en was welvarend, daarnaast stonden zij bekend als zeer goede krijgers, bij de omliggende stammen, iets waarvan ook de eerste Spaanse avonturiers iets meekregen. Zij verzetten zich steeds tegen de Spaanse overheersing tot na het jaar 1600, maar uiteindelijk gaven ook zij zich gewonnen en werden onderworpen en bekeerd. De Apalachee vroegen zelf om een missiepost, maar in de eerste instantie was er weinig belangstelling vanuit de priesters. Pas in in 1633 begon men werkelijk met het missiewerk zodat er tegen het jaar 1647, 7 kerken waren en 8 van hun belangrijkste Chiefs gedoopt waren. Dat jaar brak er echter een opstand uit onder de Apalachee en werden de kerken verbrand en werden er drie missionarissen gedood. De expeditie die op pad werd gestuurd om de opstandige aan te pakken werd echter teruggedreven en kort daarna stortte de beweging ineen, waarschijnlijk na een Contrarevolutie binnen de stam. Hierna bekeerden de meeste stamleden zich tot het baptisme en waren er verder geen problemen tussen hen en de Spanjaarden. In 1655 hadden zij 8 grote dorpen, elk met een Franciscaner missiepost, naast een aantal kleinere nederzettingen en telden als stam tussen de 6000 en 8000 leden. Hun welvaart duurde tot zeker 1700, toen zij begonnen te lijden onder de constante rooftochten en plunderingen van de wilde Creek stammen uit het Noorden. In 1702 werd een grote warparty van de Apalachee verslagen door de Creek, die geholpen werden door enkele Engelse handelaren.  De Creek in het noorden waren erg Engels georiënteerd, terwijl de Apalachee Spaans gericht waren. Deze aanvallen bereikten een “hoogtepunt”  in het jaar 1703-1704. In dat jaar trok er een krachtige expeditie, onder leiding van Governeur Moore van Carolina, het land van de Apalachee binnen. Bij zich had hij een leger van blanken, aangevuld met zo’n 100 bewapende wilde Indianen van verschillende stammen. Het leger verwoestte de dorpen en missieposten en de bijbehorende akkers. De Spaanse garnizoen commandant werd vermoord en meer dan 200 Apalachee krijgers. Maar liefst 1400 stamleden werden gevangen genomen en tot slavernij gedwongen. Een andere expeditie, een jaar later, viel het naastliggende gebied aan en maakte de vernietiging compleet. De overgebleven Apalachee zochten hun onderkomen bij andere stammen en vluchtten naar de Fransen voor bescherming(Mobile). Uiteindelijk werd een deel van de gedeporteerde  Apalachee, door de overheid van Carolina,  ondergebracht in een nederzetting  aan de Savannah rivier, later een nederzetting die Palachoocla heet, maar uiteindelijk gingen zij op in de Creek. Diegene die de bescherming van de Fransen zochten bij mobile, staken uiteindelijk de Mississippi over naar Louisiana op het moment dat Florida aan de Engelsen werd verkocht in 1763. Zij behielden hun naam en identiteit tot aan 1804 en leefden er nog 14 families aan de Bayou waterval. De belangrijkste Apalachee dorpen en nederzettingen waren:
Apalachee (1528-39 en lag het bij het huidige  Tallahassee) Avavalla
Ivitachuco
San Marcos
San Juan
Santa Cruz
San Luis (1718)
Soledad (1718)(Hodge)
Volgens Swanton:
Aute, (8 or 9 dagen reizen vanaf de belangrijkste nederzettingen en waarschijn ten zuidwesten hiervan.)
 Ayubale, 77 leagues van St. Augustine.
Bacica, waarschijnlijk bij het huidige Wacissa River.
Bacuqua,
Calahuchi, Ten noorden van de belangrijste groep dorpen, niet zeker Apalachee.
Cupayca, locatie onzeker; de naam is in het  Timucua.
Ibitachuco, 75 leagues van St. Augustine.
Iniahica, close to the main group of towns, possibly the Timucua name for one of the others given, since hica is the Timucua word for "town."
Ochete, on the coast 8 leagues south of Iniahica.
Ocuia, 84 leagues van St. Augustine.
Ospalaga, 86 leagues vanSt. Augustine.
Patali, 87 leagues van St. Augustine.
Talimali, 88 leagues van St. Augustine en waarschijnlijk identiek aan Iniahica.
Talpatqui,

Tomoli, 87 leagues van St. Augustine.
Uzela, op of bij Ocilla River.
Yapalaga, bij de belangrijkste groep dorpen
Ychutafun, aan de Apalachicola River.
Yecambi, 90 leagues van St. Augustine.