gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Assiniboin

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

De Assiniboin was een Plains stam die in het noorden van de Great Plains leefde.
De naam Assiniboin betekend zoveel als” hij kookt door te roosteren” of “ hij kookt met behulp van stenen”. De Assiniboin worden tot de Sioux gerekend en maakte van oorsprong deel uit van de Yanktonai. De afscheiding van de moederstam heeft waarschijnlijk al plaats gevonden, voordat zij in aanraking kwamen met de eerste blanken.
Er is een klein accent verschil in taal tussen de Assiniboin en de Yanktonai.

assiniboin tumb


In de relations van 1658, worden ze in de omgeving van het Alimibeg Meer geplaatst, tussen het Superior meer en de Hudson baai.
Op de kaart van Jeffrey’s van 1762, worden ze aangeduid in de buurt van het Nipigon meer en op de kaart van L”Isle uit 1703 bij het Rainy meer.
Nadat zij zich van hun moederstam hadden afgescheiden, trokken zij naar het noorden en sloten zij zich bij de Cree aan. Waarschijnlijk streken zij in de eerste instantie neer in de buurt van het Winnipeg meer, waar zij al rond 1670 woonden en voorkomen op de kaart van Lahontan uit 1691. Chauvignerie(1736) plaatst hen in dezelfde omgeving.
Dobbs (1744) geeft aan dat er een divisie van de Assiniboin iets ten Noordwesten van het Winnipeg Meer leefde en een andere divisie direct ten westen van een niet nader benoemd meer ten noorden van het Winnipeg meer.
Deze divisies noemde hij de Assiniboin van the Medocs en de Assiniboin van the Woods.
In 1775 vond Henry de stam verspreid langs de rivieren de Saskatchewan en Assiniboin.
Hayden omschrijft het gebied dat zij in 1862 bestrijken als volgt: “ de Noordelijke Assiniboin trekken rond in een gebied dat loopt van de westelijke oevers van de Saskatchewan en Assiniboin rivieren. Het gebied strekt zich ten westen uit tot aan de Woody Mountains, noordelijk en westelijk langs sommige kleine uitlopen van de Rocky Mountains ten oosten van Missouri en naar de oevers van de kleine meren tot op de Plains in de omgeving. Zij hebben zo’n 250 of 300 lodges.

assiniboin stam

Assiniboin tipi

Tot het jaar 1838 bestond de stam uit zo’n 1.000 tot 1200 lodges, handelend langs de Missouri tot een epidemie van pokken het volk reduceerden tot zo’n 400 lodges. Ook waren zij omgeven van vijandelijke stammen, die constant oorlog met hen voerden, met als gevolg dat hun aantallen afnamen. Vanaf de tijd dat ze zich afsplitsten van hun moederstam en zich aansloten bij de Cree, tot aan het moment dat ze onder de controle van de blanken kwamen, waren zij constant verwikkeld in een oorlog met de Dakota. Omdat ze op de Plains leefden, rondtrekkend door het gebied, kwamen zij ook vaak in vijandelijke aanraking met de andere stammen in het gebied.

Qua uiterlijk verschilden de Assiniboin niet veel van de Sioux. De mannen droegen hun haar op verschillende manieren;het werd zelden geknipt en men droeg het in staarten of lokken. Soms werd er extra haar toegevoegd zodat de lokken langer waren.
Hun tenten, manier van kleden en gebruiken zijn dezelfde als die van de Plains Cree, maar het kamp van de Assiniboin was netter en zij waren zeer vriendelijk voor de handelaren.
Polygamie was gewoon bij de Assiniboin.
De bizon was hun belangrijkste voedselbron en van het vlees en vet van de bizon maakten zij pemmican, die zij vervolgens weer met de blanken ruilden voor drank, tabak, kruit,messen etc. Wanneer er iemand in de winter overleed, terwijl de stam ver weg was van hun begraafplaats, werd het lichaam van de overledene meegenomen in een soort van kist. Dit om te voorkomen dat beesten aan het lijk zouden kunnen komen. Eenmaal aangekomen bij de begraafplaats, werd het lichaam zittend in een vrij ondiepe kuil geplaatst. De kuil werd met bast bedekt met daaroverheen takken,. Tot slot werd het geheel afgedekt met aarde.

De namen van de bands en divisies, gegeven door verschillende schrijvers wisselen flink als gevolg hun losse organisatiestructuur en het feit dat ze constant rond trokken.

In 1805 benoemde Lewis en Clark de volgende divisies: Menatopa (Otaopabinè of Maximilian), Gens de Feuilles [for filles] (Itscheabinè), Big Devils (Watopachnato), Oseegah, en een andere naam die niet bekend is.

Maximilian benoemd de stammen als volgt:

 

(1) Itscheabinè (gens des filles);

(2) Jatonabinè (gens des roches);

(3) Otopachgnato (gens du large);

(4) Otaopabinè (gens des canots);

(5) Tschantoga (gens des bois);

(6) Watopachnato (gens de l'age);

(7) Tanintauei (gens des osayes);

(8) Chabin (gens des montagnes).

Porter schat in 1829 het aantal Assiniboin op 8.000, Drake op 10.000 voor de epidemie van 1836, waarvan er 4.000 tijdens de epidemie sterven. Gallatin schat hun aantal op 6.000 in 1836, het indiaanse agentschap schat hen op 7.000 in 1843. In 1890 zijn er nog zo’n 3.000 Assiniboin en in 1904 2.600. Hiervan leven er 699 bij het agentschap van Fort Belknap en 535 bij het agentschap van fort Peck. De rest van de overgebleven Assiniboin leefden in Canada in diverse reservaten.