gastenboekrkaartr

terugStuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

Chiracahua Apache

aravaipa apachechiracahua apachecoyotero apachefraones apachejicarilla apache

kiowa apachelipan apachemescalero apachepinalenos apache

Chiricahua (Apache: Great Mountain)
Een belangrijke divisie van de Apache, genoemd naar hun voormalige woongebied in de bergen van zuidoost Arizona. Hun eigen naam is Aiaha.
De Chiricahua waren de meest oorlogszuchtige Apache in Arizona en rooftochten vonden plaats tot in New Mexico, zuid Arizona en het noorden van de Sonora. Onder hun meest beroemde leiders bevinden zich: Cochise, Victorio, Loco, Chato, Nachi, Bonito en Geronimo. Qua uiterlijk verschilden ze niet van de andere Apache. De mannen waren sterk gebouwd, gespierd met een krachtige borst, een mooi en regelmatig gebit en een volle haardos. De vrouwen zijn zelfs nog krachtiger gebouwd, met sterke brede schouders en brede heupen en een aanleg tot dik worden op latere leeftijd. Hun fysieke gesteldheid en manier van leven leidde tot een lang leven. Hun karakteristieke langbenige Moccasins gemaakt van hertenhuid hebben een stugge zool die omhoog krult bij de tenen. En de benen van de mocassins, die tot aan de dijen kwamen werden onder de knie omgevouwen zodat er een soort zak ontstond waarin ze een mes of verf konden bewaren. De vrouwen droegen een korte rok van leder. Hun pijlen werden gemaakt van een riet met als punt een stukje metaal of obsidiaan, de schaft werd bekleed met 3 stukjes van een veer. In de strijd gebruikten ze een speer en een slinger, gemaakt door een steen in de huid van een koeienstaart te bevestigen. Ze bezaten geen kennis van het weven van dekens. Hun kampen bevonden zich winters in de hooglanden en in de zomer aan de riviertjes tussen het kreupelhout dat hen beschermde tegen de verzengende hitte van de zon. Hun bands of clans werden vernoemd naar de natuur in het gebied dat zij verkozen. Zowel mannen als vrouwen droegen graag halssieraden en oorbellen gemaakt van kralen. Hun haar droegen zij lang en stijl, met een tulband, waaraan een flap was bevestigd die aan de achterkant omlaag hing. Hun gezichtbeharing trokken ze uit met een soort pincet en om hun hals drogen ze een kleine spiegel die ze gebruikten wanneer ze hun gezicht beschilderden. Snoeren van schelpstukjes waren erg waardevol. Hun normale behuizing was een grove hut gemaakt van takken en struiken, meestal in een ronde of ovale vorm, geplaatst op een uitgegraven kuil om de inhoud te vergroten.
In de winter kropen zij bijeen om warm te blijven en als de hut groot genoeg was werd er een vuur aangelegd. Wanneer ze van kampplaats veranderde, staken ze hun hutten in de brand, die altijd dicht bij elkaar stonden. Zij leefden van vruchten, noten, bessen, mesquite bonen en eikels, waar ze erg gek op waren. Verder verzamelden ze de zaden van diverse grassoorten die ze vermaalde tot bloem, waarvan ze een soort pap maakten. Ze aten geen vis of varkensvlees, maar een ongeboren kalf of de ingewanden van andere dieren werden als delicatesse beschouwd en het vlees van een paard of ezel was voor hen het beste. Hoewel ze eigenlijk zeer egoïstisch waren, waren ze vrijgevig als het om voedsel ging, dat voor een ieder met honger beschikbaar was. Ze waren erg precies als het ging om het bijhouden van schulden en zoals bij vele andere stammen spraken ze nooit hun eigen naam uit of die van overledenen. Binnen een clan was een ieder gelijk en bands werden gevormd door verschillende clans. Chiefs werden gekozen op basis van hun moed en kwaliteiten, hoewel er ook bewijzen bestaan van Chiefs uit erfopvolging. Ze gebruikten de hersenen van een hert om hun leder mee te versieren en er word gezegd dat ze hun pijlen vergiftigden met het gif van een ratelslang. Ze jaagden op hert en ree door een schedel van het dier op hun hoofd te plaatsen en het dier te imiteren terwijl ze op hun buik voort kropen. Op vergelijkbare wijze benaderden zij ook het kamp van de vijand, alleen dan met een struik op hun hoofd geplaatst. Zij gaven tekens van oorlog of vrede door grote vuren te bouwen of door middel van rook gemaakt door het verbranden van Cedar hout en onbrandbare stekels van de Cactus. Over hun sociale organisatie is weinig met zekerheid bekend en de twee belangrijkste autoriteiten op dat gebied, verschillen van mening. White is van mening dat de kinderen tot het geslacht van de man behoren, terwijl Bourke beweert dat het traditionele clansysteem werd gebruikt. Ze trouwden meestal buiten hun geslacht, volgens White en nooit met familieleden dichterbij dan een tweede neef of nicht. Een jonge krijger, op zoek naar een vrouw, moest eerst onderhandelen met de ouders van het meisje om vervolgens een paard naar haar hut te brengen. Wanneer zij op zijn voorstel in wilde gaan dan gaf ze het dier water en voedsel en wanneer hij dit zag dan roofde hij zijn bruid en gingen ze weg uit het kamp om hun huwelijksnacht te vieren. Daarna keerden zij terug naar hun dorp. Wanneer een krijger terugkeerde met twee paarden en hij er een van doodde dan betekende dit dat haar ouders, haar weggeven hadden zonder de instemming van de bruid zelf. De jeugd was een van de belangrijkste eigenschappen van een bruid. Nadat de vrouw moeder was geworden nam de man vaak een tweede vrouw en sommige van hen hadden zelfs vijf of meer vrouwen, waarvan er meestal een aantal zussen van elkaar waren. De getrouwde vrouw was meestal trouw aan haar man en erg jaloers, zodat de jongere vrouwen uit de buurt van hun man bleven. De kinderen kregen hun namen naar aanleiding van iets wat er tijdens de geboorte gebeurde. Net als bij de Navaho, spraken de mannen nooit met hun schoonmoeders en behandelde zij hun schoonvaders met respect en afstandelijk. Zijn broers waren nooit familiair met zijn vrouw en bleven op afstand van haar broers en zussen. Overspelige vrouwen werd een stukje van hun neus afgesneden en werden uit het dorp verstootten. Kleine meisjes werden vaak verkregen of ontvoerd tot zij oud genoeg waren om met een man te trouwen en meestal waren zij op 11 jarige leeftijd huwbaar. Alle kinderen kregen alle vrijheid die ze nodig hadden, hoefden niet te gehoorzamen en werden nooit gestraft. Jonge vrouwen en meisjes deden meestal alleen licht werk en de zware taken werden volbracht door de oudere vrouwen. Zij ontmoetten elkaar en namen afscheid van elkaar zonder een speciale begroeting. Kussen was onbekend bij de Apache.
Met uitzondering van het vermiljoen, waren de kleuren die ze gebruikten om hun gezichten en manden mee te verven gemaakt van plantaardige materialen. Zij doodden nooit een Gouden Adelaar, maar p[lukten wel zijn veren. Voor de havik en beer hadden zij een bijgeloof, maar dan in mindere mate. Zij maakten een drank die verdoofde van maïs, tizwm genaamd.
De vrouwen droegen zware lasten op hun rug, bevestigd met een strook die over hun voorhoofd liep. Wanneer er een lid van de stam overleed, droegen de mannen het lijk gewikkeld in dekens van de overledene, samen met enkele persoonlijke bezittingen van de overledene naar een donkere verborgen plek op laaggelegen grond en begroeven de overledene. Boven op het graf werd een stapel stenen geplaatst om het lijk te beschermen tegen de coyotes. Vrouwen mochten niet aanwezig zijn bij het ritueel en na de begrafenis werd de plek door niemand meer bezocht. Vrouwelijke familieleden rouwden gedurende een maand en uitten huilgeluiden bij het onder gaan van de zon. De hut waarin de persoon was overleden werd altijd verbrand en meestal werd ook het kamp verplaatst. Het was gebruikelijk dat de weduwe haar, haar afknipte en hun gezicht zwart verfde gedurende een jaar. Tijdens die periode leefde de vrouw ook bij het gezin van de broer van de overledene, wiens vrouw zij zou worden na de rouwperiode.
Zij hadden een aantal verschillende dansen, waaronder de Devils dans, een dans waarbij ze maskers droegen en de deelnemers over vuur sprongen. Ook de geesten oorlogsdans was bekend.
Wanneer er iemand ziek was, werden er diverse vuren in het kamp aangelegd en terwijl de rest op de grond lag met ernstige gezichten, pakten de jonge mannen, die hun gezichten beschilderd hadden, brandende stukken hout en renden door en om de vuren richting de hut van de zieke, zwaaiend met het brandende hout om de kwade geesten te verjagen. Ook hadden ze het gebruik, dat als een meisje in de pubertijd kwam, de andere meisjes over haar rug lipen terwijl ze met haar gezicht richting grond lag, gevolgd door een dans.
In 1872 werden de Chiricahua door een speciale afgezand bezocht, die met hun Chief Cochise een verdrag sloot waarin zij stopten met hun vijandelijkheden en hun macht aanwendden om ook andere stammen hiertoe te bewegen. In de herfst van dat jaar vestigden meer dan 1000 leden van hun stam zich in het nieuw opgerichte Chiricahua reservaat in zuidoost Arizona. Cochise overleed in 1874 en werd als Chief opgevolgd door zijn zoon Taza, die vriendschappelijk bleef ten opzichte van de overheid. Wel vermoordden ze een aantal kolonisten die whisky hadden verkocht aan de indianen. Dit incident leverde verdeeldheid op binnen de Chiricahua en de ligging van het reservaat zo dichtbij de internationale grens maakten dat zij het reservaat tegen hun wil moesten verlaten. Het Camp Apache agentschap werd in 1872 opgericht en in het jaar daarna werden er 1675 indianen onder toezicht van het kamp geplaatst. In 1875 werd echter ook dit kamp gesloten en werden de Apache wederom verplaatst, nu naar San Carlos, waar ook hun vijanden de Aravapai nu leefden.

 

chiracahua apache