gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

Comanche

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Voordat de Comanche in contact kwamen met de eerste Europeanen maakten zij deel uit van de zuidelijke groepen van de Oostelijke Shoshone, die leefden bij het boven bereik van de Platte rivier in Oost Wyoming. Nadat zij in het bezit van paarden kwamen, scheidden groepen Comanche zich van de Shoshone af en begonnen zuidwaarts te trekken rond 1700.

Tot het jaar 1830 volgden er andere groepen. De eerste 50 jaar na de afscheiding bevonden de meeste groepen Comanche zich tussen de Platte en Arkansas rivieren in oost Colorado en west Kansas.Begin jaren 1740 begonnen ze met het oversteken van de Arkansas rivier en vestigden zij zich aan de rand van de Llano Estacado(of Staked Plains, die zo werden genoemd omdat het land zo vlak was en er geen richtpunten waren, dat er staken in de grond werden gezet om de wegen te bepalen.) Die reikten van west Oklahoma door de Texas Panhandle naar New Mexico. Het gebied dat zij onder controle hadden werd Comancheria genoemd en reikte van het zuiden van de Arkansas rivier door centraal Texas tot de omgeving van San Antonio, inclusief het gehele Edwards Plateau naar het westen tot de Pecos rivier en dan in het Noorden volgend de voet van de Rocky Mountains naar de Arkansas rivier.

 

Taal

 

Uto-Aztecisch-Numic. De taal van de Comanche is bijna identiek aan die van de Shoshone, dat weer gerelateerd is aan het Ute en Paiute.

Namen

 

De naam van de Comanche is heel bekend, maar waar hij vandaan komt is onzeker. De meest logische uitleg is dat het een Spaanse vervorming van hun Ute naam is, Kohmats(zij die tegen ons zijn). De Sioux naam Padoucah werd door de Fransen zowel voor de Comanche als voor de Plains Apache gebruikt. Ook Ietan(ook Hietan, Iatan, Halitane, Lalitane en Naitaine) werd eerst geassocieerd met zowel de Comanche als de UTE.
Tegen 1800 betekende het Comanche. In hun eigen taal, noemen Comanche zichzelf de “Nemene”of “onze mensen” met variaties als: Naumi, Nerm, Nerme, Nermernuh, Nimenim, Niuni, Niyuna, en Numa,. Andere namen voor de Comanche zijn: Bodalk inago(slangemens), (kiowa), Catha(Hebben veel paarden) (Arapaho), Cintualuka(Lakota), datseinda(Kiowa- Apache), la Plais(Frans), Gyaiko(vijand) (Kiowa), Idahi(Kiowa- Apache), Inda(Jicarilla- Apache), Lahrita(Pawnee), Los Mecos(Mexicaans), Mahan(Isleta), Mahana(toas), Nalani(Navajo), Naniti(Kitsai), Naratah(waco), Nataa(Wichita), Partooku(Osage), Sanko(Snake)(Kiowa), Sauhto((Caddo), Selakampom(Comecrudo), Shishinowutz-hiraneo(Slangenmens)(Cheyenne), Snake(ook gebruikt voor de Shoshone), Tawaccaro(Osage), en Yampah(Shoshone). boven begin

 

 

Lokatie

Voordat de Comanche in contact kwamen met de eerste Europeanen maakten zij deel uit van de zuidelijke groepen van de Oostelijke Shoshone, die leefden bij het boven bereik van de Platte rivier in Oost Wyoming. Nadat zij in het bezit van paarden kwamen, scheidden groepen Comanche zich van de Shoshone af en begonnen zuidwaarts te trekken rond 1700.

comanche tumb

Tot het jaar 1830 volgden er andere groepen. De eerste 50 jaar na de afscheiding bevonden de meeste groepen Comanche zich tussen de Platte en Arkansas rivieren in oost Colorado en west Kansas.Begin jaren 1740 begonnen ze met het oversteken van de Arkansas rivier en vestigden zij zich aan de rand van de Llano Estacado(of Staked Plains, die zo werden genoemd omdat het land zo vlak was en er geen richtpunten waren, dat er staken in de grond werden gezet om de wegen te bepalen.) Die reikten van west Oklahoma door de Texas Panhandle naar New Mexico. Het gebied dat zij onder controle hadden werd Comancheria genoemd en reikte van het zuiden van de Arkansas rivier door centraal Texas tot de omgeving van San Antonio, inclusief het gehele Edwards Plateau naar het westen tot de Pecos rivier en dan in het Noorden volgend de voet van de Rocky Mountains naar de Arkansas rivier. boven begin

 

 

Populatie

Rond de tijd dat de eerste Comanche zich afscheidden van de Shoshone, waren de Comanche waarschijnlijk met zo’n 10.000 zielen. Dit aantal nam toe terwijl ze naar het zuiden trokken en toen er later meer groepen van de oosterse Shoshone zich bij hen voegden. Ook namen zij fors in aantal toe doordat zij grote aantallen gevangen genomen vrouwen en kinderen in hun groep opnamen. De schattingen zijn dat er rond 1790 zo’n 20.000 Comanche waren, maar er was nooit een precieze telling gedaan tot 1870. Epidemieën hadden in 1851 het aantal Comanche teruggebracht tot 12.000.
In 1870 waren er nog maar 8.000 Comanche. Op het diepte punt, telde de census in 1920 nog maar 1500 Comanche. Op dit moment leven er zo’n 5000 Comanche vlak bij hun stammenhoofdkwartier in Lawton, Oklahoma. Het totaal aantal geregistreerde Comanche is rond de 8000. Van de 3 miljoen hectare land, beloofd aan de Comanche, Kiowa en Kiowa Apache in een verdrag van 1867, is er nog maar 235.000 in indiaans bezit, waarvan 4.400 hectare in het bezit van de stam zelf is. boven begin

 

comanche bevolking

 

(Sub)bands

De Comanche waren geen verenigde stam in de gewone zin van het woord. Er waren ongeveer 8 tot 12 onafhankelijke divisies, die soms tot op bepaalde hoogte met elkaar samenwerkten, maar op andere momenten tegen elkaar waren. Iedere divisie bestond vaak weer uit verschillende semi-onafhankelijke bands. Om redenen die zij alleen zelf weten veranderden Comanche groepen hun namen na verloop van tijd. Divisie of band- namen volgden vaak hun Shoshone gewoonte om naar voedsel vernoemd te worden.

 

Divisies:

Hois (houtmensen), Jupe(of Hupene,Yupini), Kotsoteka(of Caschotethke, Koocheteka, kotsai)(Bizon eters), Kwahada(of Kwahadi, Kwahari, Kwaharior, quahada)(antilopen), Parkeenaum(water mensen), Nokoni(of Detsanyuka, Naconee, Nakoni, Nawkoni, Nocony)(mensen die terugkeren),Pehnahterkuh(wespen), Penateka( of penande, Penetethka)(honing eters), Tahneemuh( of Dehaui, Tanima, tevawish, Yanimna)(lever eters), Tenawa( of Tahnahwah, Tenahwit)(zij die benedenstrooms blijven)Widyunuu,(of Widyu yapa)(uil mensen) en Yamparika(of Yamparack, Yapparethka)( wortel eters).

Bands

Ditsakana, Guage-johe, Hainenaurie, Itchitabudan, ketahto, Kewatsana, Kwashi, Motsai, Muvinabore, Nauniem, Nonaum, Pagatsu, Pohoi(geadopteerde Shoshone), Titchakenah, waaih, en Yapaor. boven begin

 

 

 

Cultuur

Grote vlakten, paard en bizon cultuur en dit betekend vooral het paard. Men gaat er over het algemeen van uit dat de Comanche de eerste Plains Indians waren die op zo’n intensieve manier gebruik van paarden maakten, en daarom, voor vele andere vlakten indianen als voorbeeld en als bron van de paarden dienden. De kudden van de Comanche voorzagen ook de Amerikanen van muilezels om de plantages te bewerken en zij zorgden voor de paarden die gebruikt werden bij de Goldrush in 1849. Om deze redenen waren de Comanche waarschijnlijk de belangrijkste stam van de grote vlakten. Ondanks dat, zijn de Comanche toch een beetje een historisch weeskindje geworden. De Texanen houden er niet van om over de Comanche te praten omdat de herinneringen te pijnlijk zijn. Sommige schrijvers hebben bewust de Comanche gemeden omdat ze moeilijk tot slachtoffer te maken zijn en anderen omdat het er bij de Comanche aan een interessante sociale organisatie of ceremonieën ontbrak. De meest vroege verslagen over de Comanche zijn in het Spaans en gezien de vasthoudende anti -Spaanse houding in de geschiedenis van Amerika, werd dit helaas betrokken op de Comanche. Hun naam is onlosmakelijk verbonden aan het stereotype beeld van de “ wilde Indiaan”. Oké deze naam is niet helemaal onverdiend. De Comanche stalen ongeveer ieder paard en muilezel dat er in New Mexico aanwezig was en zo sloegen zij een flinke deuk in de voorraad die er in Texas aanwezig was. Zij namen vrouwen en kinderen van andere stammen gevangen en verkochten deze als “bedienden” aan de Spanjaarden in New Mexico.
Tijdens de jaren 1800’s breidden zij hun activiteiten uit met het stelen van grote kuddes vee in Texas om deze te verkopen in New Mexico. Maar ondanks al deze dingen is er geen stam die zo zwart is gemaakt als gevolg van verkeerde informatie dan de Comanche.. Vaak word gezegd dat er geen stam is die tussen 1700 en 1875, zoveel Europeanen gedood heeft als de Comanche. Maar als je de doden gaat tellen blijkt dit erg overdreven te zijn. Tijdens dezelfde periode vochten de Comanche zo ongeveer met iedere stam die er op de Plains leefde: de Crow, Pueblo, Arikara, Lakota, Kansa, Pawnee, Navajo, Apache, Ute, Wichita, Waco, Tonkawa, Osage, Sauk, Fox, Kickapoo, Cherokee, Creek, Choctaw, Seminoles en Chickasaw. Een hele lange lijst, maar we moeten niet vergeten dat deze oorlogen meestal begonnen met de diefstal van de paarden van de Comanche. De Comanche vochten ook nog met de Kiowa, Kiowa- Apache, Cheyenne en Arapaho, maar uiteindelijk sloten zij vrede met deze stammen en vormden zij langdurende bondgenootschappen met hen.

comANCHE CULTUUR

De Comanche waren dus Shoshone, die nadat ze paarden hadden gekregen naar de Centrale en Zuidelijke Plains trokken. Veel van de gewoonten en gebruiken van de Comanche hadden hun oorsprong in de harde omstandigheden waarin ze leefden in het Basin(Utah en Nevada). Ergens rond 1500(misschien eerder), trokken verschillende grote groepen van de Oostelijke Shoshone door de Zuid pass en verspreidden zij zich over het westelijk deel van de Noordelijke Plains. Uiteindelijk breidden zij hun gebied uit tot in het noorden en oosten van de vlakten van Alberta en Saskatchewan. Op de vlakten verbeterde hun leven, maar het bleef nog steeds zwaar. Te voet jagen op de bizon was niet alleen moeilijk maar ook nog gevaarlijk en er waren ook diverse malen schermutselingen met de Crow, Blackfoot en Plains Apache.. Kort na de Pueblo opstand(1680), waardoor de Spanjaarden zich tijdelijk uit New Mexico moesten terug trekken, kwamen de Comanche in bezit van hun eerste paarden. Waarschijnlijk kregen ze de paarden via de Ute, maar het is ook mogelijk dat ze de paarden via de Plains Apache kregen, het jaartal is een schatting.

De Comanche geloofden niet in zo iets als geschiedenis en ze waren ervan overtuigd dat mensen die zich er wel mee bezig hielden snel zouden sterven. Binnen een paar generaties waren de Comanche dan ook vergeten hoe de Comanche aan de eerste paarden kwamen.

Het is in ieder geval wel zeker dat het leven van de Comanche drastisch verbeterde door de komst van de paarden. Naast hun mobiliteit, was het veel makkelijker om op de bizon te jagen en de krijgers genoten van hun voordeel met de paarden in de strijd met de vijanden. De vaardigheden van de Comanche te paard overstegen al snel de vaardigheden van de Europeanen. Hun aanpassingsvermogen was op de één of andere manier sneller en beter dan die van hun verwanten de Shoshone en groepen Comanche begonnen naar het zuiden te trekken. Sommigen beweren dat ze aangetrokken werden door de grote kuddes bizons op de zuidelijke Plains, maar rond die tijd waren er in de omgeving van de Platte ook nog voldoende Bizons aanwezig. Het is waarschijnlijker dat de Comanche naar het zuiden trokken om zo dichter bij de bron van de paarden te zijn in New Mexico. Kort samengevat: de Comanche gingen in de paarden Business………

Natuurlijk waren de Comanche hier erg goed in. Niet alleen werd de manier van rijden van de Comanche de standaard voor alle Plains stammen, maar de Comanche waren ook de enigen die erin slaagden goede paarden te fokken. Zij vonden de bouw en de kleuring van de paarden belangrijk en hier selecteerden ze de fokpaarden dan ook op. Door handel, fokken, vangen en vooral door diefstal verkregen de Comanche grote kudden met paarden. Tegen de vroege 1800’s hadden de Comanche aantallen paarden die de dromen van andere stammen ver te boven gingen. Hun taal werd de handelstaal voor de paarden op de Plains. Toen de paarden met de typische bizoncultuur zich verspreidden, vonden de Comanche nieuwe markten voor hun paarden. De Fransen uit Louisiana waren de eerste, en al snel volgden de Amerikanen. De Comanche stonden onder grote druk om aan de vraag te kunnen voldoen. Het stelen van paarden was onder de vlakten indianen een bloedsport, maar zoals alles wat met paarden te maken had deden de Comanche het op grote schaal. Toen het aantal Spaanse paarden in New Mexico niet meer voldeed, gingen de Comanche op pad in Texas en Mexico. Tegen het jaar 1775, klaagde de gouverneur van New Mexico, dat ondanks de constante aanvoer van nieuwe paarden, hij er niet genoeg had om de Comanche achterna te gaan .De Comanche optimaliseerde ondertussen het vak van de bereden vlakten krijger. Voorheen droegen de Comanche altijd leren harnassen en schilden op hun paarden om zichzelf te beschermen. Maar dit had geen zin meer toen het vuurwapen zijn intrede deed. Snel veranderde de Comanche in een lichte cavalerie tactiek. Als gevolg hiervan waren de Spanjaarden eerst en later ook de Texanen en Amerikanen gedwongen ook hun gevechtstactieken aan te passen. In het begin ging ze dit niet goed af, de Europese cavalerie had zich ontwikkeld tot zwaar bewapende Dragoons die normaal gesproken massieve infanterie formaties moesten doorbreken. Op geen enkele manier konden deze ruiters de indianen bijhouden en meestal hapten ze dan ook in het stof. In 1840 werden de Texas Rangers opgezet, puur om de Comanche te bestrijden. Een decennium later, toen de Amerikanen de verantwoordelijkheid van deze Rangers over moesten nemen hadden zij veel te leren.

Terwijl de top van het leger probeerde de Comanche uit Texas en Mexico weg te houden, werden de Dragoon regimenten snel omgebouwd tot lichte cavalerie. De lessen die ze hier leerden werden later weer door mannen als Sheridan, Stuart en Forrest gebruikt tijdens de Amerikaanse burgeroorlog.

Ondanks dat de Comanche al vuurwapens hadden verkregen rond 1740 via de Fransen, vertrouwden zij toch liever op hun traditionele wapens zoals de lans en de pijl en boog. Deze wapens waren echter niet in een nadeel bij de bereden oorlogsvoering.. De enige verandering was echter dat er nu staal werd gebruikt voor het maken van messen, punten van lansen en pijlen. Als de Comanche al vuurwapens meenamen dan was deed meestal een shotgun of musket. Zij hadden een hekel aan het geweer vanwege het gewicht en het feit dat hij secuurder was maakte niet uit als je op een paard zat.. Later toen ze beschikbaar kwamen gebruikte de Comanche ook revolvers. Te voet was een Comanche gevaarlijk maar niet bijzonder, waarschijnlijk was een Apache of Pawnee te voet gevaarlijker. Te paard kon er niemand tippen aan een Comanche. Als bewegend doel waren ze moeilijk te raken, en als zijn vijand eenmaal moest herladen, dan kon hij in een flits bij hem zijn met zijn lans of kon 6 pijlen afschieten terwijl hij onder de nek van zijn paard hing. De rooftochten van de Comanche waren legendarisch vanwege hun afgelegde afstanden, zij konden soms plaatsvinden op 100den mijlen afstand van de plaats waar zij startten. Warparty’s reisden over het algemeen in de nacht, zij splitsen zich op in verschillende groepen die ieder een andere route volgde, om uiteindelijk bij een vooraf afgesproken verzamelpunt weer bijeen te komen. Iedere groep krijgers had meerdere paarden per persoon bij zich om te voorkomen dat de paarden moe werden. Hun gezicht was beschildert met oorlogskleuren, over het algemeen met twee zwarte strepen over hun voorhoofd en kin. Hun oorlogskreet was een gemeenschappelijk Rah-rah-eah bijna een jel. Na een snelle aanval, volgde meestal een terugtrekking, waarbij de groep zich in steeds kleiner wordende groepen opsplitste om zo een achtervolging te voorkomen..Bij terugkomst in het kamp, droegen de krijgers vaak de spullen die ze gestolen hadden; hoeden vrouwen korsetten etc. het was dan net of er een circus de stad binnen kwam.. Het zou komisch zijn geweest als ze niet zo gevaarlijk waren geweest. Mannelijke gevangen werden over het algemeen onmiddellijk ter plaatse gedood, maar vrouwen en kinderen werden meegenomen naar het dorp. Vrouwen werden meestal verkracht en daarna als slaaf gehouden of voor losgeld weer teruggegeven of als slaaf verkocht. Kinderen werden of als slaaf verkocht, maar meestal werden ze geadopteerd en als lid van de band opgevoed. De Comanche maakte weinig verschil tussen kinderen van de stam of geadopteerde kinderen.
Over het algemeen waren de Comanche korter dan de andere Plains volkeren. De krijgers droegen hun haar lang, met in het midden een scheiding rond de scalplok en in twee staarten of vlechten.. Hun kleding was gemaakt van leer, maar nadat er stof in omloop kwam, ging hun voorkeur uit naar blauw of vuurrood. Ondanks het stereotypebeeld dat in films verschijnt, droegen de Comanche geen veren tooien zoals de Lakota tot laat in de 18e eeuw. Als hoofddeksel verkozen de meeste een schedel van een bizon met horens, die hen tevens bescherming boot tegen een klap tegen het hoofd. Liever dan Mocassins, droegen de krijgers hoge laarzen, meestal blauw gekleurd.

Naast hun taal hadden de Comanche meer dingen meegenomen van de Shoshone, hun tenten waren afwijkend van die van de andere stammen doordat zij vier in de plaats van 3 palen gebruikten om hun tipi mee te bouwen. Twee palen werden gebruikt om de ingang mee te vormen. In de winter gebruikte de Comanche hun tipi, maar in de zomer werd er vaak gebruik gemaakt van schuilplaatsen gemaakt van kreupelhout, hetzelfde als die de Shoshone gebruikten. Hun voedsel bestond voor het belangrijkste deel uit Bizon, maar ze aten ook fruit, wilde wortels en groenten, verzameld door de vrouwen. De bizon voorzag hun in bijna alles wat ze nodig hadden: kleding tentbedekking, draad, waterdragers en gereedschappen. Sommige beweren dat ze nooit vis aten, maar het schijnt dat als er echte honger was ze dit wel degelijk deden. De Comanche aten zeker geen hond en paste zich ook nooit aan de gebruiken van hun buren de Kiowa, Cheyenne en Arapaho aan, die dit wel deden. Toen de Comanche voor het eerst met kannibalisme in aanraking kwamen reageerden ze hetzelfde als de Europeanen, alleen hadden de Comanche een duidelijkere manier van het tonen van hun afkeer hier tegen. Als regel maakte ze geen gebruik van het “vuurwater” wat hen door de blanken werd aangeboden.. Zij waren verdeeld in 8 tot 12 divisies, waarvan iedere divisie uit verschillende bands bestond. Een individu wisselden vaak van band.
Het leiderschap was een pure mannenaangelegenheid en was niet erfelijk. Het was gebaseerd op het vergaren van verschillende prestaties tijdens de oorlogen”puha” genoemd en op de vrijgevigheid en onderlinge banden. Een opvallende iets was, dat er geen duidelijke regelgeving was omtrent het leiderschap. De invloed van een Chief kon variëren van, pure leiding over zijn band tot het leiding geven aan een hele divisie. De Chief van een divisie, werd meestal gekozen door een raad, bestaande uit de Chiefs van de verschillende bands. Buiten de divisie was er geen sprake van een centraal gezag. De Comanche, hadden mensen die goed konden spreken in hoog aanzien, en vaak werden dergelijke mensen gevraagd voor een Chief te spreken. Vaak was het voor buitenstaanders dan ook moeilijk te bepalen wie nou de daadwerkelijke leider was. Het was ook onmogelijk een afspraak met een groep Comanche te maken die door allen zouden worden nageleefd. De sociale organisatie van de Comanche was basic maar zeker niet simpel, omdat veel niet was vastgelegd of aan regels gebonden. Hun grote kudden paarden, dwongen de Comanche in kleine groepen te leven, en dan nog was het nodig op regelmatig te verhuizen, niet alleen om op zoek te gaan naar nieuwe bizon kuddes maar ook om er voor te zorgen dat er genoeg gras voor de paarden was. De sociale basis eenheid bestond uit een uitgebreide familie. Vrouwen gingen na hun huwelijk deel uit maken van de familie van haar man, maar niet altijd.
De Comanche gebruikten de namen van overledenen liever niet, maar de namen van mensen met een groot Puha werden wel doorgegeven aan nieuw geborenen, waardoor veel namen vaak werden gebruikt. De Comanche hadden geen clans, maar de mannen hadden wel militaire Society’s, waarvan de leden konden bestaan uit mannen van verschillende Divisies en bands. Kleine medicijn genootschappen, waren ook een vorm van sociale organisatie, die bestonden uit zowel mannen als vrouwen. De gemeenschap van de Comanche was gestoeld op die van een krijgergemeenschap. Vrouwen mochten niet in de raad spreken en mochten meestal ook niet kiezen met wie ze trouwden. Zij hadden een hard leven. De mannen waren polygaam, maar als een vrouw overspel pleegde, dan kon ze vermoord worden of werd haar neus afgesneden. De Chiefs bemoeide zich over het algemeen niet met dergelijke aangelegenheden, of het moest absoluut noodzakelijk zijn.

De doden werden meestal onmiddellijk begraven in een ondiepe kuil, meestal op een heuvel in de buurt van het dorp. Het graf werd dan bedekt met stenen en vaak werd ook het paard van een overleden krijger gedood. Hierna volgde een periode van rouw, waarin de familieleden hardop huilden als teken van verdriet.

Zoals te verwachten was, was ook het geloof van de Comanche basic. Het concentreerde zich rond het verkrijgen van een Puha, tijdens een vision quest, er waren geen duidelijk regels omtrent een dergelijke zoektocht. Er was ook een algemeen geloof in een groter wezen, in geesten en in een leven na de dood. Toch maakte het geloof een belangrijk deel van het leven uit, ondanks dat er gemeenschappelijk weinig aan gedaan werd. De raden werden altijd begonnen met de ceremonie van het pijproken en de eerste puf was altijd bestemd voor de Grote Geest.
De Comanche hadden ook een eigen versie van de Zonnedans, maar deze werd op onregelmatige tijden uitgevoerd. Toen de Ghostdance over de Vlakten waarde namen de Comanche hier niet aan deel. Van de grote Comanche Chiefs is Quanah Parker waarschijnlijk het meest bekend onder de Amerikanen. Zijn naam betekend “ lekkere geur”. Waarschijnlijk is hij zo bekend geworden door zijn moeder Cynthia Anne Parker, die een Anglo- Texaan was. Cynthia werd op negen jarige leeftijd gevangen genomen door de Comanche tijdens een rooftocht in 1836 in Texas. Zij werd opgevoed als een lid van de stam en trouwde een Comanche met wie ze drie kinderen kreeg. In 1860 werd ze terug geroofd door Texas Rangers en werd haar man vermoord. Quanah ontsnapte en werd later een Chief bij Kwahada. Verenigd met haar blanke familieleden wilde Cynthia maar een ding, ze wilde terug naar de Comanche en haar zoon. Dit mocht ze niet en ze stierf in 1864. Onder de Comanche zelf zijn er echter Chiefs die meer aanzien hadden als Quanah. Dit waren onder andere: Ten Bears, Red Sleeves, Green Horn, Iron Shirt, Leather Cape en Buffalo Hump. boven begin

 

Geschiedenis

Nadat ze de Noordelijke vlakten hadden betreden, deel uit makende van de Oosterse Shoshone rond 1500, leefden de mensen die bekend zouden worden als de Comanche langs het boven bereik van de Platte rivier in Zuidoost Wyoming. Hun gebied lag tussen de voet van de Rocky’s en de Zwarte heuvels.
Waarschijnlijk kregen ze hun eerste paarden rond 1680 en daardoor veranderde hun levensstijl drastisch. De Groepen Comanche, splitsten zich af van de Shoshone en begonnen naar het zuiden te trekken rond 1700. Nadat ze een bondgenootschap met de Ute hadden gesloten, bezetten ze de centrale vlakten van oost Colorado en west Kansas, tussen de platte rivier en de Arkansas rivier en begonnen zij met het verdrijven van de Plains Apache uit het gebied. Het eerste contact met de Europeanen vond vermoedelijk plaats rond 1700, bij het bezoeken van een markt in Taos in het gezelschap van een aantal Ute. Hoewel deze ontmoeting nergens beschreven staat, waren de Comanche definitief bekent bij de Spanjaarden in New Mexico rond 1706.

Het eerste teken van naderende problemen op de Plains ontstond, toen de Pueblo(Picuris)( die liever dan de Spaanse herovering van New Mexico te accepteren(1692-1696) bij de Plains Apache waren gaan wonen in West Kansas) plotseling terug keerden naar de vallei van de Rio Grande en onder Spaanse autoriteit in 1706.

COMANCHE TIPI

Ondanks dat er weinig contact tussen de Spanjaarden en de Comanche was in de jaren erna, maakten de Spanjaarden zich toch grote zorgen over de aanwezigheid van de Comanche in het gebied. Ondertussen vielen warparty’s van de Ute en Comanche, de plains Apache dorpen in Oost Colorado aan. De Apache verzetten zich hevig, maar de kleine geïsoleerde dorpen waren makkelijke doelen voor de bereden krijgers. Tegen het jaar 1716 waren alle Jicarilla Apache verdreven naar de bergen van New Mexico, terwijl andere Plains Apache hun dorpen in het noorden van Arkansa hadden verlaten om op weg te gaan, dwars door Noordoost New Mexico, de Texas Panhandle en west Oklahoma. Slechts een klein aantal Apache nederzettingen bleef bestaan langs de Boven Arkansas.

Tijdens de zomer van 1716 bezochten diverse Ute- Comanche groepen verschillende New Mexico nederzettingen om te handelen. De Spanjaarden waren er echter van overtuigd dat de bezoekers alleen maar kwamen om de boel te verkennen, en zij besloten een Comanche- Ute dorp aan te vallen ten Noord-westen van Santa Fé. De aanwezige vrouwen en kinderen werden gevangen genomen en later verkocht als slaven.Drie jaar lang bleef het rustig, maar in 1619, waren er de eerste berichten van Comanche- Ute party’s die zich hadden gestort op het roven van paarden bij nederzettingen in New Mexico. Daar de Spanjaarden zich steeds mee zorgen over de Comanche begonnen te maken, besloten ze een expeditie op pad te sturen om achter de daders aan te gaan. De militaire expeditie ging op zoek en trok zo ver naar het Noorden tot aan Pueblo Colorado. Zij vonden echter alleen maar verlaten Comanche dorpen.
Ondertussen ging de oorlog tussen de Ute- Comanche en de Plains Apache gewoon door. Het hoogtepunt werd bereikt in 1723 en de Apache hadden inmiddels om steun van de Spanjaarden gevraagd. Deze steun kwam er ook in de vorm van twee militaire expedities, die op zoek gingen naar de dorpen van de Ute en de Comanche. Wederom keerde de expedities terug met lege handen, zij hadden alleen lege dorpen aangetroffen. De Apache waren inmiddels naar het zuiden gevlucht en hadden zich gesetteld in Mexico en werden daar een probleem voor de Spanjaarden. In 1724 vond uiteindelijk de laatste en beslissende slag plaats tussen de Comanche- Ute en de Apache. Het slagveld lag Bij de Grote berg van ijzer en de strijd duurde 9 dagen. De Apache werden verpletterd en waren genoodzaakt zich terug trekken uit het gebied. De laatste Apache nederzetting aan de boven Arkansas rivier verdween in 1725.
Ondertussen waren ook de Fransen erin geslaagd kontact met de Plains stammen te leggen. Namens deze Fransen handelde de Franse handelaar Bourgemont met de Padoucah in Kansas. De Spanjaarden hoorden van deze contacten en waren niet blij met de Franse Concurrentie. Om de geruchten te onderzoeken stuurden stuurde de Spanjaarden een militaire expeditie op pad, die door de Pawnee werd vernietigd. Na een lange zoektocht over de Plains op zoek naar geschikte woonruimte, besloten de gevluchte Apache om zich te settelen aan de Rio Grande in de Buurt van de Pueblo’s in 1728.

Rond het jaar 1730, was er sprake van dat de Comanche de Texas Panhandle, Centraal Texas en Noord Oost New Mexico onder controle hadden.

In 1730 stortte ook de zo succesvolle alliantie met de Ute ineen. Dit was het begin van een oorlog tussen beide stammen die 50 jaar zou gaan duren.

Het zal zo rond 1740 zijn geweest dat de Comanche in het bezit zijn gekomen van vuurwapens, waarschijnlijk via de Franse handelaren met wie ze al een redelijke handelsrelatie hadden opgebouwd. De Spanjaarden kregen ondertussen steeds meer last van de rooftochten van de Comanche en opnieuw besloten ze een strafexpeditie op pad te sturen. Je zou denken drie maal is scheepsrecht, maar de expeditie reisde tot aan de Wichita dorpen zonder dat ze Comanche tegen kwamen, gefrustreerd door deze derde mislukking keerde de expeditie terug. De Comanche hadden het inmiddels goed voor elkaar op de Plains, een aantal stammen waren verjaagd, zij hadden veel paarden en als ze een tekort hadden stalen ze ze gewoon en ook de handel liep goed. Rond 1745 slaagden de Comanche er ook in de Ute’s van de Plains te verjagen, ze vluchtten de bergen in. Weer waren ze erin geslaagd een concurrent te verjagen. In dit jaar besloot ook een groep Comanche( Kotsoteka) dat ze op zoek moesten naar een nieuw leefgebied. Ze pakten hun spullen en trokken zonder problemen de Arkansas over om New Mexico binnen te trekken. De Fransen hadden inmiddels door hun ervaring met de stammen in het noordoosten wel geleerd dat oorlogen tussen de stammen niet bevorderlijk waren voor de handel en ze ondernamen een poging om een vrede te stichtten tussen de Wichita en de Comanche in 1747. De poging slaagde en een kwetsbare vrede was een feit, waardoor de rust in het gebied enigszins terug keerde. De vrede zorgde er echter niet voor dat de Comanche zich nu rustig hielden. Nu er vrede met de Wichita was konden zij zich alleen maar meer bezig gaan houden met andere “belangrijke” zaken zoals de oorlog met de Ute en het vergaren(lees stelen) van paarden. De rooftochten van de Comanche namen dus toe en in 1746 vielen ze Pecos aan en stalen daar een groot aantal paarden. Gestimuleerd door hun succes volgde hierna een periode van 40 jaar, waarin de Comanche zo’n beetje alle dorpen in New Mexico aanvielen en ze het gebied onder constante dreiging hielden.

Ondertussen handelde de Comanche echter ook gewoon met de Spanjaarden en dit lijkt vreemd omdat de aanvallen ook doorgingen. Hier blijkt echter uit dat de Comanche geen eenheid waren en zo kon het zijn dat de ene band gewoon met de Spanjaarden handelden terwijl een andere band ze in een ander dorp aanvielen. Het zelfde was gaande met de oorlogen die werden uitgevochten op de Plains. Sommige bands hadden nog steeds goed contact met de Ute, terwijl andere op vijandelijke voet met hen stonden.

 

In 1746 breekt er een grote oorlog uit tussen de Comanche aan de ene kant en de Osage en Pawnee aan de andere kant. De Pawnee en Osage waren inmiddels ook erg op zoek naar paarden en ze konden deze maar op een manier verkrijgen, door ze te stelen van de Comanche. Een rooftocht naar een Comanche dorp was erg gevaarlijk omdat ze veel vuurwapens bezaten, dus hanteerden ze een andere methode. Van een afstand werden kleine groepjes Comanche beschoten en gedood, waarna hun paarden en wapens werden gestolen. De beide stammen hadden dus inmiddels wel paarden, maar deze kwamen voornamelijk van de Comanche af en dit was natuurlijk de aanleiding voor een oorlog.

In 1749 word de vrede tussen de Comanche en Wichita met behulp van de Fransen opnieuw bevestigt, maar in dat jaar raken ook de Ute helemaal uit de Gratie bij de Comanche en besluiten de Ute om hulp te vragen aan de Spanjaarden. Na 1750 vind er een volks verhuizing plaats, veel van de Comanche besluiten te verhuizen naar de Staked Plains. Toch besluiten met name de Yamparika en de Jupe in het gebied van de Platte rivier te blijven.
Inmiddels was het nut van de Franse vuurwapens wel doorgedrongen bij de Comanche en de handel met de Fransen nam dan ook grote vormen aan. De Comanche wilden graag in het bezit van meer vuurwapens komen en de Fransen hadden een grote behoefte aan paarden. Laat dat nou de specialiteit van de Comanche zijn. Dus de handel nam toe, de behoefte aan paarden ook en dus was het logische gevolg dat de rooftochten van de Comanche ook toe namen en met name Pecos werd weer stevig aangepakt. De Ute waren er ondertussen niet geruster op geworden, nu ze weinig steun van de Spanjaarden konden verwachtten bij hun strijd tegen de Comanche(zij hadden het zelf te druk met de Comanche)besloten ze een pact met de duivel te sluiten. Omdat een gezamenlijke vijand vrienden maakt, sloten de Ute een verbond met de Jicarilla Apache om zo gezamenlijk de Comanche te kunnen weerstaan. In dat jaar sloten de Comanche echter ook een vrede. Na een heftige strijd met de Osage en Pawnee vonden de Wichita dat het tijd was geworden om te bemiddelen bij een vredesverdrag tussen de Comanche en Pawnee. De vrede werd gesloten. Langzaam aan waren de Comanche zo ver in het zuiden doorgedrongen dat ze wederom oog in oog kwamen te staan met een oude vijand. De Apache waren al eerder voor ze op de vlucht geslagen en nu moesten ze weer vertrekken. Een grote groep van o.a. Jicarilla, Carlanas, Mescalero, Faraones en Lipan werd verjaagd van de Zuidelijke Plains.
In 1751 sluiten de Comanche met de Pawnee een verbond en gezamenlijk slagen ze erin een oude bondgenoot van dezelfde Pawnee, de Osage, te verjagen van de vlakten. Hierna besloten ook de Pawnee het gevaarlijke gebied te verlaten en trokken ze naar het gebied van de Platte in Nebraska. De methode die de Osage en de Pawnee hadden gevolgd bleek succesvol en andere stammen op zoek naar paarden, wisten bij wie ze moesten zijn en hoe ze het moesten aanpakken. De Yamparika en Jupe die in het noorden waren gebleven, kregen al snel te maken met andere stammen die van ver uit het noorden paarden kwamen stelen. Het gevolg was dat de bands nog lange tijd zouden strijden met onder andere de Sioux en later ook de Blackfeet die in 1754 erin slaagde paarden bij de Comanche te roven. Maar ook de Pawnee, die weliswaar erg ver van de Comanche vandaan woonden bleven terug komen naar de Comanche om hun paarden te stelen. In 1757 vroegen de Lipan Apache de Spanjaarden voor hen een Missiepost te bouwen. De plek die ze daarvoor aanwezen was echter niet zo’n slimme. Alhoewel voor de Lipan wel. De Missiepost werd gebouwd op het grondgebied van de Comanche en zoals door de Lipan verwachtten was dit meteen een aanleiding voor een oorlog tussen de Spanjaarden en de Comanche. Eindelijk hadden de Lipan bereikt wat ze wilde, de betrokkenheid van de Spanjaarden bij de strijd tegen de Comanche. Het gevolg van het bouwen van de missie was dat een groep van Wichita en Comanche de omgeving van San Saba en de missie aanvielen en totaal vernietigden. De bewoners werden vermoord. In 1759 besloten de Spanjaarden opnieuw een legereenheid op de Comanche en Wichita af te sturen. Bij de Rode rivier komt het dan uiteindelijk tot een treffen, maar de Spanjaarden verliezen de strijd en slaan op de vlucht.

Inmiddels zijn ook de Crow in het gebied gearriveerd en zij slagen erin paarden van de Comanche te stelen.(1760). De Comanche op zoek naar nieuwe paarden vallen opnieuw Taos aan. Inmiddels waren ook de missionarissen in het gebied steeds actiever geworden en hadden ze voor de Lipan een nieuwe missiepost gebouwd aan de Neches rivier. In 1761 word ook deze missiepost aangevallen door de Comanche en vernietigd. De volgende jaren blijft het heet in het gebied van de Comanche, ze blijven op paardenjacht om aan de vraag van andere stammen en de Fransen te kunnen voldoen en ook hun strijd met de stammen in de omgeving gaat onverminderd door. In 1768 vindt er een strijd plaats tussen een groep Jicarilla- Ute en de Comanche en opnieuw winnen de Comanche. In 1773 vallen Comanche voor de derde keer Pecos aan. Een vergelding expeditie word op touw gezet. De Spanjaarden roepen ditmaal de hulp van de pueblo indianen in, die inmiddels ook aardig te lijden hebben onder de constante paardendiefstal van de Comanche en gezamenlijk vallen ze een Comanche dorp bij Raton aan en nemen ze meer dan 100 Comanche gevangen. Ook dit vraagt natuurlijk weer om wraak en de Comanche vallen in 1775 voor de vierde keer pecos aan.

Ondertussen hebben de in het noorden achtergebleven Comanche het ook erg druk. In 1775 leveren de Yamprika’s volop strijd met de Cheyennes en Lakota in de Black Hills en ondertussen word er ook nog strijd geleverd met de Osage, Arikara, Pawnee en Kansa indianen.

Tegelijkertijd namen ook voor de Spanjaarden de problemen toe. De gevluchte Apaches langs de Rio Grande begonnen aardig wat overlast te bezorgen en het leek de Spanjaarden wel wat om de Comanche hulp te vragen bij het oplossen van het probleem. In 1763 hadden de Fransen de controle over Louisiana overgedragen aan de Spanjaarden(om Engeland te pesten) en toen de controle in het gebied eenmaal was hersteld, maakten de Spanjaarden dankbaar gebruik van de Contacten die de Franse handelaren hadden met de Plains stammen. Er werden diverse voorzichtige pogingen gedaan om vrede te sluiten, maar deze hadden nog geen succes gehad. In 1777 besloten de Spanjaarden een bijeenkomst te houden met de Chiefs van de Comanche en Wichita om zo een vrede te kunnen bespreken. De bespreking leid tot weinig, alleen de tochten van de Wichita nemen af, maar de van de Comanche gaan gewoon door. Dit maal besluiten de Spanjaarden het probleem van de Comanche grondig aan te gaan pakken. Er wordt een leger gevormd van 500 soldaten, versterkt met 200 Ute en Apache. De groep gaat op pad en ze vallen een groot Comanche dorp aan en doden daarbij Chief Green Horn. De Comanche zworen wraak, maar eerst moesten ze een ander probleem oplossen.

 

Toen de Comanche nog in het gebied van de Platte rivier verbleven hadden ze al kennis gemaakt en soms gevochten met de Kiowa die in hetzelfde gebied leefden. (black Hills).

Maar nu stonden de Kiowa zo onder druk van de Dakota dat ze gedwongen werden te vluchtten. Eerst trokken ze naar de boven stroom van de Platte rivier, toen naar Kansas en uiteindelijk naar de zuidelijke Plains bij de Missouri. Tegen 1780 waren de gevechten die plaatsvonden met de Yamparika en Jupe serieus geworden, maar er was wel wederzijds respect vanwege hun dapperheid en strijdlust. Tijdens een toevallige ontmoeting bij een Spaanse handelspost,in 1805 braken er bijna gevechten uit. De Spanjaarden probeerde hen uit elkaar te houden, tot een van de Kiowa aanbood om met de Comanche mee te gaan en de zomer met hen door te brengen. Toen de krijger na de zomer veilig terug keerde bij zijn eigen mensen, besloten de Yamparika en de Kiowa elkaar te ontmoeten en sloten zij vrede met elkaar. De vrede breidde zich ook uit naar de Kiowa –Apache die voor de Comanche moeten hebben geklonken als de Plains Apache hun aartsvijanden.

Maar nu even terug naar 1781. De Comanche hadden wraak gezworen maar kwamen hier niet toe. In 1781 trok er een zware pokken epidemie over de vlakten en als gevolg hiervan stierven er vele Wichita en Comanche.

De Spanjaarden ondernamen ondertussen nog steeds pogingen om vrede met de Comanche te sluiten en in 1785 werden er twee vertegenwoordigers op pad gestuurd naar de dorpen van de Wichita om zo met hen en de Comanche in contact te komen. In september bereikte ze een overeenkomst met de Texas Comanche en in Oktober werd er in Bexar een vredesverdrag ondertekend. In ruil voor geschenken en de belofte van regelmatige handel, besloten de Comanche de Spanjaarden te helpen bij hun strijd tegen de Lipan en zouden ze er bij hun westerse stamgenoten op aandringen vrede met New Mexico te sluiten. Als gevolg hiervan eindigde de oorlog van New Mexico met de Comanche aan het einde van dat jaar. De vrede tussen de Comanche en de Spanjaarden bleek erg kwetsbaar te zijn. In 1786 word Chief White Bull vermoord door de Kotsoteka omdat hij tegen de vrede zou zijn. Zij volgelingen zijn laaiend. En dat jaar worden er nog meer Chiefs vermoord en als gevolg hiervan hervatten sommige groepen Comanche hun rooftochten. Het bleef vrede maar het was niet meer zo rustig als in het begin. Naast het feit dat ze nu vrede met de Spanjaarden hadden, hadden de Spanjaarden er ook voor gezorgd dat ze vrede met de Ute sloten. Vanaf nu ondersteunden de Comanche ook de Spanjaarden bij hun strijd tegen de Lipan en dit had een goede uitwerking. In 1789 gaat er een strijdmacht van Spanjaarden en Comanche op pad en verslaan ze de Lipan. Deze vluchten de Rio Grande over naar Mexico, maar ook daar zou blijken dat ze voorlopig niet veilig zouden zijn voor de acties van de Comanche. In 1790 breekt er een 3 jaar durende oorlog uit met de Pawnee en in 1791 raken de Comanche opnieuw slaags met de Osage en deze worden opnieuw verslagen. In 1797 vallen de Comanche de Osage nogmaals aan bij de grens van Missouri en Kansas en vernietigen ze een groot Osage dorp.

 

Langzaam aan verliezen de Spanjaarden hun controle over Texas, in 1810 vind de Hidalgo opstand plaats, gevolgd door een poging van Amerikaanse avonturiers om Texas over te nemen. In 1811 scheid een Chief El Sordo genaamd zich af van de Comanche en gaat op pad met een party van Wichita en Comanche krijgers om op paardenjacht te gaan in Texas. Toen hij in 1811 Bexar bezocht werd hij onmiddellijk gearresteerd en opgesloten. Onmiddellijk ging er een grote warparty van de Comanche op pad naar Bexar om naar een verklaring te vragen, maar zij werden tegengehouden door een leger van 600 soldaten. Er vond geen strijd plaats maar de relatie tussen Texas en de Comanche was voorgoed verpest. Inmiddels waren ook de Amerikanen in contact gekomen met de Comanche en al snel leerden ze dat de Comanche goede paarden bezaten. De handel kwam al snel op gang en de vraag naar paarden nam weer toe.

In 1816 vind er een ontmoeting plaats tussen John Jamison en een aantal Comanche Chiefs en worden er afspraken gemaakt over handel. In dat jaar trekt er opnieuw een pokken epidemie door Comancheria en weer stierven er veel indianen.

In 1821 nemen de Mexicanen het over van de Spanjaarden in Texas. De Mexicanen begrijpen meteen dat ze zo snel mogelijk vrede moeten stichtten met de Comanche om de rust in het gebied te herstellen. In december van 1821 word er een verdrag gesloten in Mexico city. Het grote probleem dat de Mexicanen echter hadden, was dat ze niet genoeg geld hadden om hun afspraken na te komen en de afgesproken kado’s te leveren. Hetzelfde probleem had New Mexico ook en dus begonnen binnen twee jaar de rooftochten opnieuw en was er in 1825 sprake van de Rio Grande oorlog. Dat jaar vallen de Comanche ook het plaatsje Chihuahua aan en ze krijgen het daar zwaar te verduren.

In 1826 sluit Mexico opnieuw verdragen met de Comanche, maar ook deze kunnen niet voorkomen dat de rooftochten doorgaan. Inmiddels was de bouw van de Santa Fé Trail klaar en de Comanche en andere indianen waren er natuurlijk niet blij mee dat deze weg door hun gebied liep. In 1829 vind er een groot gevecht plaats tussen een bondgenootschap van Kiowa’s en Comanche en het Amerikaanse leger langs de Santa Fé Trail.

Intussen waren er wederom nieuwe stammen het gebied binnen getrokken. Door het vertrek van de Comanche van de centrale vlakten en de verhuizing van de Pawnee naar het Noorden was er ruimte ontstaan. Deze ruimte werd al snel opgevuld door de zuidelijke takken van de Cheyennes en Arapaho. De nieuwkomers sloten een verbond met elkaar om de vijandige stammen in het gebied aan te kunnen. En ze kregen het zwaar. Zo’n beetje alle stammen hadden het op de nieuwkomers voorzien en al snel waren de Cheyennes en Arapahos met iedereen in oorlog, inclusief de Comanche.

In 1832 krijgen de Comanche een groep Pawnee te pakken, die helemaal naar het zuiden waren gekomen om paarden van de Comanche te stelen. De Pawnee overleven het incident geen van allen en de Comanche geven een duidelijke waarschuwing af voor diegene die nog van plan zijn paarden van hen te stelen.

De Comanche zelf vonden nog steeds gemakkelijke slachtoffers in Texas, hierbij maakte het voor hen niet uit of hun slachtoffers Engelstalig of Spaans waren. Echter trokken er ook langzaamaan steeds meer Amerikanen het gebied binnen, en die ondervonden natuurlijk net zo veel last van de Comanche als ieder ander. Daarom word in 1833 Sam Houston naar Texas gestuurd, om daar namens de Amerikanen een vredesverdrag met de Comanche te sluiten. Er vonden diverse ontmoetingen plaats, maar de Mexicaanse officials begonnen zich af te vragen wat Sam Houston eigenlijk in hun gebied deed en waarom hij vrede wilde sluiten met hun Comanche. Vriendelijk werd hem verzocht te vertrekken. Maar al snel nadat Texas zijn onafhankelijkheid had gewonnen van Mexico in 1836, was hij weer terug,, maar nu als President van de republiek Texas. De Amerikanen waren ondertussen al flink aan het netwerken geweest en hadden al diverse verdragen gesloten met de Comanche Wichita, Osage, Quapaw, Seneca, Cherokee, Choctaw en Creek.

In 1837 sluit Chief Diwali van de Texas Cherokee een verdrag met de Comanche, waarin een vrede besloten ligt en handel met 16 Comanche dorpen.

In 1838 sluit Houston een verdrag met de Texas Comanche, maar hierin werd niet de grootste zorg van de Comanche opgenomen, een grens tussen het gebied van de Comanche en de nederzettingen van de Blanken.. Doordat er hierover geen afspraken waren gemaakt bleven de blanken het land van de Comanche betreden en dus….bleven de rooftochten doorgaan. In december 1838 word Houston vervangen door Mirabeau Lamar, juist op het moment dat Houston een grens wilde vaststellen tussen Comanche en blank gebied. Lamar was echter van een ander kaliber dan Houston. Hij had geen zin om met de indianen te onderhandelen en was iemand van de harde lijn. Zijn eerste zorg was het terug krijgen van de door de Comanche gevangen genomen Engelsen. Omdat het voornamelijk vrouwen en kinderen betrof wilde de Texanen ze snel mogelijk terug. In 1840, word er onder een vlag van vrede, een ontmoeting gehouden tussen de Comanche en de Amerikanen, in San Antonio. Als de Texanen al enig vermoeden hadden over het ten goede trouw zijn van de Comanche dan zouden ze snel van een koude kermis thuiskomen. Het verkrachten van gevangen genomen vrouwen was nog een van de vriendelijkste dingen die ze met hen deden. De kinderen waren allemaal als Comanche opgevoed en wilde liever niet meer terug. De twaalf Chiefs die deel namen aan de ontmoeting eiste in ruil voor de gevangenen, handel en losgeld. Maar toen de Texanen de toestand zagen waarin de gevangenen verkeerden begonnen ze vragen te stellen over de gevangen die nog in het Comanche kamp waren. Ze waren geschokt door wat ze te horen kregen en de onderhandelingen stortten ineen.. In plaats van de Comanche weg te sturen, omsingelde de Texanen hen in het raadshuis en namen hen gevangen om zo de ontvoerde vrouwen en kinderen te kunnen ruilen tegen de Chiefs. De verbaasde Comanche probeerden echter te ontsnappen en werden toen gedood. 27 vrouwen en kinderen van de Comanche werden gevangen genomen, waarvan er een werd vrijgelaten om er voor te zorgen dat de Engelse gijzelaars vrijkwamen. De vrouw keerde terug met vijf mensen en de Texanen lieten er ook vijf los. Verder vonden er geen uitwisselingen meer plaats. De Comanche waren ontzet over het feit dat hun Chiefs gedood waren onder een vlag van vrede. Honderden krijgers gingen op pad naar San Antonio, schreeuwend van woede, ze bleven net buiten het bereik van de geweren. Toen trokken de Comanche zich terug en de Texanen dachten dat het afgelopen was. De Comanche hadden zich echter teruggetrokken om zich te beraden. Bij terugkomst in het kamp doden ze onmiddellijk de blanke gevangenen die ze wilde uitwisselen. In augustus van dat jaar leidde Buffalo Hump een groep van 500 krijgers, recht het hard van Texas in. Huizen werden verbrand, honderden mensen vermoord en voor ze stopten hadden ze de golf van Mexico bereikt. Toen begonnen de Comanche volgepakt met buit een ongekend langzame terugtocht naar hun thuisgebied. Omdat ze met zo velen waren, waren de Comanche wel wat overmoedig geworden. Dit gaf de Texanen de tijd om zich te organiseren en met hulp van Tonkawa verkenners lukte het de Texaanse Militia om de grootste groep Comanche in de val te lokken bij Plum Creek. Terwijl ze het grootste deel van hun buit achterlieten vluchtten de Comanche naar het Noorden. Nooit meer zouden ze nog zo een eenvoudig doel voor de Texanen vormen.

In 1839 besluit de regering van Texas de Cherokee, Shawnee en Deleware, Texas uit sturen, terwijl ze door de Mexicanen juist uitgenodigd waren om in Texas te komen wonen om zo een buffer te vormen tegen de komst van de Amerikanen.

Inmiddels was het al het jaar 1840, en de strijd tussen het verbond van de Arapaho en Cheyennes en de andere stammen ging nog volop door. De belangrijkste reden waarom de Cheyennes en hun bondgenoten naar het gebied waren gekomen, was voor de handel. Tijdens de jaren 30 was fort bent een van de belangrijkste handelsposten op de zuidelijke vlakten, hij lag aan de Arkansas rivier in zuid oost Colorado. Ondanks dat de eigenaar van het fort getrouwd was met een Cheyenne, handelde hij ook met de Kiowa en de Yamparika. Bent werd echter moe van het feit dat hij de Kiowa en Comanche altijd gescheiden moest zien te houden van de Cheyenne en op zijn verzoek werd een ontmoeting tussen de stammen geregeld. De stammen sloten gezamenlijk de “grote vrede van 1840” en dit word gezien als een mijlpaal in de geschiedenis van de Zuidelijke diplomatie. Het verdrag werd gelijmd met een gigantische gift van Kiowa en Comanche paarden een de Cheyenne en Arapaho en de vrede zou lang stand houden. In 1840 word ook Sam Houston herkozen als president van Texas. Zijn eerste prioriteit was het opruimen van de puinhopen de Lamar had achtergelaten. Maar daarnaast had hij meer problemen. Hij moest nog een oplossing proberen te vinden voor het Comanche probleem en ook had hij te maken met een tweede Mexicaanse oorlog tegen Texas. Op beide problemen te kunnen oplossen, besloot Houston de Texas Rangers op te richtten.Het trage leger bleef bestaan, maar daarnaast werden ook de Texas Rangers opgericht, speciaal om tegen de Comanche te vechten. De Texas Rangers werden bewapend met de eerste coltrevolvers en mede dankzij deze wapens en hun stijl van vechten(overgenomen van de Comanche) behaalde ze een aantal successen op de Comanche. Maar Houston wilde vrede met de Comanche en geen oorlog, en de Comanche vertrouwde hem. Om deze vrede te bereiken besluit Houston een bijeenkomst te organiseren tussen hem en een aantal stamhoofden. In 1845 slagen ze er uiteindelijk in om tot een overeenstemming te komen en in oktober word een vredesverdrag gesloten, dat in december bevestigd word.

 

 

De Amerikanen

Spanje was tijdens de Amerikaanse revolutie voor het grootste deel bondgenoot van de Amerikanen geweest, maar na de overwinning van de rebellen in 1783 begonnen de Spanjaarden zich toch wel zorgen te maken over de territoriale ambities van de Nieuwe verenigde Staten. Hun zorgen bleken te kloppen toen de Amerikanen de Appalachen overstaken en Ohio en Mississippi in trokken. Om voor muilezels en paarden te zorgen die deze kolonisten nodig hadden, zochten de Amerikanen al snel de Comanche en Wichita op. Met de Louisiana aankoop,in 1803, kwamen de Amerikanen in het bezit van gebied dat ook het Comancheria besloeg, maar in de 20 jaren daarna ging het de Amerikanen puur om de bonthandel. Op de zuidelijke vlakten, onderhielden de Franse handelaren(nu Amerikaanse burgers) nog steeds goede contacten met de Comanche en de wichita. Zij werden al snel gevolgd door een toenemend aantal Amerikanen. Omdat de meeste handel door de Wichita gedaan werd, bleven de Comanche op afstand en Mysterieus.

Om een einde aan dit mysterie te maken, werd er bij de Amerikaanse agenten in Louisiana op aan gedrongen om contact te maken met deze “ Hietans”. Dr John Sibley had het eerste officiële contact met een Comanche “Chief” in 1807 in Natchitoches. Hij gaf hem kado’s en later wees hen een officiële Amerikaanse handelaar toe. Andere vergunningen om te handelen volgden en een van hen was John Jamison die bezoek van Comanche Chiefs ontving in 1816 en 1817. Deze contacten en Amerikaanse handelsvergunning werden met argusogen bekeken door de Spanjaarden in Texas. De Amerikaanse handelaren voorzagen de Comanche en Wichita niet alleen van vuurwapens, ook vormde ze een goede markt voor de gestolen paarden van de stammen. Nadat de Spaanse heerschappij was beëindigt door de Mexicaanse revolutie in 1821, stroomden de Amerikanen het gebied binnen. Dat jaar opende William Becknell ook de Santa Fé Trail tussen Missouri en Santa Fé en Anglo-Amerikaanse kolonisten begonnen zich in Texas te settelen. Het gevolg hiervan was dat het contact tussen de Comanche en de Amerikanen fors toenam,. Langs de weg van Santa Fé waren de ontmoetingen met de Comanche over het algemeen vreedzaam. Maar het bleef verstandig voor de Amerikanen om in grote bewapende karavaans te reizen. Een voorzorgsmaatregel niet alleen tegen de Comanche maar ook tegen de Osage,Pawnee en Kiowa. In die tijd hielden de Comanche zich eigenlijk wel redelijk rustig, maar omdat ze de grootste stam in het gebied waren kregen ze vaak het krediet voor acties waar ze eigenlijk niets mee te maken hadden. De Pawnee en Osage schijnen echter veel lastiger te zijn geweest voor de reizigers langs de route.

In Texas waren de ervaringen met de Comanche echter anders,en al waren meestal de Wichita de daders, de Comanche stonden bekend als de rovers. De Comanche maakte overigens, wel een verschil tussen de Amerikanen en de Texanen, zij zagen de Texanen echt als de Spanjaarden en dachten dat de Amerikanen van een andere natie waren. De Amerikanen vonden het overigens prima dat zij dit dachten, daar de Comanche veel agressiever tegen de Texanen waren.. De Amerikaanse problemen met de Comanche begonnen pas na 1820, toe de Amerikanen diverse stammen van ten oosten van de Mississippi verplaatsen naar Kansas en Oklahoma. Eigenlijk ontstond daardoor in de eerste instantie niet zozeer een probleem met de Comanche, maar met de Osage, wiens territorium het was. Om henzelf te beschermen tegen de Osages, begonnen de Fox,Sauk, Cherokee, Deleware en anderen te overwegen een bondgenootschap met de Comanche en andere Plains stammen te sluiten. Maar toen deze stammen begonnen te jagen op gebied ten westen van hun nieuwe thuis, kwamen ze in conflict met de Comanche. Om te voorkomen dat er een grote oorlog in het gebied zou uitbreken, leidde kolonel Henry Dodge een grote legermacht van fort Gibson naar West Oklahoma om indruk te maken en om de Comanche te ontmoedigen. Of de Comanche daadwerkelijk onder de indruk waren van de Dragonders , zwetend in hun opvallende uniformen valt te betwijfelen., maar in Augustus tekenden ze toch(samen met de Wichita) een verdrag dat inhield dat de Comanche zouden zweren geen oorlog te voeren met de Creek, Choctaw, Osage, Quapaw, Seneca, en Cherokee. Binnen het verdrag werd ook nog een andere zorg van de Amerikanen geregeld. Het feit dat mensen veilig over de Santa Fé route konden reizen. Binnen een jaar kregen de Comanche spijt van het verdrag en vernietigde ze hun kopie. Toen de VS in 1846 Texas annexeerde, erfden zij het probleem met de Comanche, betreffende de rooftochten en de grens tussen Comanche gebied en de nederzettingen. De Amerikanen namen meteen stappen om de problemen op te lossen. Zij ondertekenden een verdrag met de Penateka/ Hois Comanche en andere stammen om het verdrag van het jaar daarvoor te vervangen.

Dit werd gedaan in mei van 1846 aan de upper Brazos rivier. Het verdrag(dat ook ondertekend was door de Lipan, Caddo, Anadarko, Ioni, Wichita, en Waco) hield in dat er vrede en vriendschap zou zijn, handelsposten zouden komen en dat een delegatie Comanche Washington DC zou bezoeken en een eenmalige betaling van $ 18.000 aan goederen zou worden gedaan. De Comanche vertrokken kort daarna naar het oosten en hadden ontmoeting met president Folk, maar omdat zojuist de Mexicaanse oorlog was uitgebroken hadden de senatoren wel andere zaken aan hun hoofd en werd alles uitgesteld zonder het verdrag te bevestigen. Tegen de tijd dat het verdrag goedgekeurd en bevestigd was door de regering in maart 1847, waren de Comanche zo kwaad en ze waren er zeker van dat zij waren verraden. Wat betreft de Comanche zou het oorlog worden, maar dit kon voorkomen worden door over de brug te komen met de beloofde spullen. Toen de Agenten en de Comanche een ontmoeting hadden en de Comanche de veranderingen zagen in het verdrag was de ontmoeting bijna afgelopen, maar uiteindelijk stemde de Comanche in met de veranderingen. Er werden extra bedragen voor geschenken beloofd, maar opnieuw werd er geen grens vastgesteld. Ondertussen was er een serieuze discussie ontstaan over het feit wie er nu verantwoordelijk was voor het oplossen van de problemen met de Texas stammen, de federale overheid of de staats overheid. Dit probleem werd echter nooit serieus opgelost tot na de Burger oorlog. Ondertussen werd de politiek door beide partijen bepaald, en zo was er geen duidelijkheid en had het verdrag van ’64 weinig waarde. In mei 1847, stemde Texas ermee in dat de Duitse Kolonisten bij Fredericksburg en New Braunfels, hun eigen verdragen met de Texas Comanche sloten. In ruil voor land, beloofde de Duitsers een handelspost en geschenken. Maar de Duitsers maakte de fout door ook land binnen te dringen wat buiten het verdrag viel en ze waren traag met het nakomen van de afspraken. De reactie van de Comanche was voorspelbaar en de rooftochten begonnen opnieuw. Uiteindelijk bepaalde de Gouverneur van Texas een grens, maar deze werd door het Amerikaanse leger ongeldig verklaart, nadat zij de Forten in Texas aan het front hadden overgenomen. De commandanten van het leger hadden echter niet het gevoel dat ze de wetten van de staat Texas konden ontlopen, en ondertussen opereerden de Texas Rangers vrolijk verder onder de wetten van deze staat en deden zij er niets tegen dat het land van de Comanche steeds onrechtmatig betreden werd. Wanneer de illegale kolonisten op Comanche land werden aangevallen namen de Rangers echter wel wraak. Om het allemaal nog erger te maken, bleek dat alleen de Penateka Comanche het verdrag van ’46 hadden getekend. De Nokoni,Tenawa en andere Comanche hadden niets getekend en vonden derhalve dan ook niet dat zij zich aan het verdrag hoefde te houden. Zij bleven dan ook doorgaan met de rooftochten in Texas. Aan de andere kant van het Comancheria , waren de zaken verandert met het uitbreken van de Mexicaanse oorlog in ’46. Een Amerikaans leger onder leiding van generaal Stephan Watts Kearny veroverde Santa Fé en trok verder naar California. De Santa Fé Trail werd een zwaar bereisde militaire route, en er werden forten gebouwd om de route te beschermen. 5 Compagnies vrijwillige soldaten werden op pad gestuurd om de forten te bezetten en al snel braken er schermutselingen tussen hen en de Plains Indians uit. Bij minstens een van deze gevechten, bij fort Mann waren de Pawnee betrokken. In de meeste andere gevallen ging het om Kiowa, Cheyenne en Arapaho, of de Comanche ook betrokken waren bij de gevechten is onduidelijk. Het eerste deel van 1848 verliep relatief rustig, en de Comanche leverde zelfs verkenners die konden helpen bij het verkennen van een route die zou moeten leidden naar El Paso en California( New Butterfield Trail). De rust werd echter verstoort doordat er goud in California werd gevonden. Als gevolg hiervan trokken duizenden goudzoekers naar het westen. De Goudzoekers hadden natuurlijk paarden nodig en om in deze behoefte te kunnen voorzien hanteerden de Comanche dezelfde methode als voorheen. Het aantal Paardendiefstallen in Texas nam toe, maar het grootste deel van de paarden werd toch wel in Noord Mexico geroofd. De Comanche rooftochten vonden plaats diep in Mexico en ze bereikten plaatsen als Coahuila, Chihuahua, Sonora en Durango en de diefstallen bereikte het hoogte punt toen ze zelfs toesloegen in Tepic in Jalisco, 700 mijlen ten zuiden van de grens met El Paso(1852).

Om de immigranten te beschermen op de vlakten riepen de Amerikanen op tot een “vrede op de vlakten” conferentie in Fort Laremie(Wyoming) in 1851. Dit was een poging op de gevechten te beëindigen of minstens te verminderen tussen de diverse stammen door het vaststellen van grenzen. Bijna iedere stam gaf gehoor aan de oproep en tekende het Fort Laramie verdrag van 1851, met uitzondering van de Comanche en Kiowa. Deze stammen hadden op dat moment andere problemen. Met de komst van de goudzoekers was er een nieuwe pokken epidemie uitgebroken in de Dorpen van de Comanche en Kiowa en al snel verloren vele van het leven. Daarnaast hadden ze groot wantrouwen tegen de Noordelijke stammen. Maar omdat de Santa Fé route vitaal was, was het wel belangrijk om ook met deze stammen tot een overeenkomst te komen. Toen de zuidelijke stammen zich verzamelde bij fort Atkinson voor hun periodieke uitbetaling van hun annuïteiten uit het Fort Laramie verdrag, verzamelde zich ook grote groepen Comanche en Kiowa bij het Fort en zij waren in een slecht humeur. Uiteindelijk hadden zich tussen de 6000 en 9000 indianen bij het fort verzameld en werd de situatie gevaarlijk. De Indiaanse agent nam geen risico en betaalde op eigen initiatief $ 9000 aan geschenken aan de Comanche en Kiowa, en in 1853 tekende de Kiowa en Yamparika hun eigen verdrag in Fort Atkinson. In ruil voor veilig verkeer over de Santa Fé route en met de belofte om te stoppen met de rooftochten in Mexico, zouden zij jaarlijks $18.000 dollar ontvangen van de Verenigde Staten.Er waren verschillende redenen waarom de Comanche en Kiowa zo kwaad waren in 1852. Ze hadden wederom te maken gehad met een pokken epidemie en later met Cholera. Beide golven hadden ervoor gezorgd dat het aantal Comanche en Kiowa fors terugliep. Deze ziekten kwamen van de Blanken en ze konden er niets tegen beginnen. Tegen het jaar 1851 waren er nog zo’n 12.000 van de 20.000 Comanche over en er waren zelfs hele divisies Comanche verdwenen.

De Comanche hielden zich wel aan de belofte de Santa Fé route met rust te laten, maar ze bleven boos over gebeurtenissen in Texas. Steeds meer kolonisten vestigden zich in het gebied van de Comanche en de Rangers bleven doorgaan met de aanvallen op hen. Toen het front zich verplaatsten hadden de Amerikanen een serie forten gebouwd, gevolgd door een derde serie. In de eerste instantie werden de forten bemand met infanterie en de Comanche ontweken hen gewoon. Later echter werden zij vervangen door lichte cavalerie. Het koste de Amerikanen uiteindelijk bijna hun hele voor-burgeroorlogse leger en 3 rijen forten om de Comanche uit Texas te houden. Vanuit het oogpunt van de Comanche gekeken waren het echter de Forten zoals Stockton bij Comanche Springs, die hen het meeste dwars zaten omdat ze de zogenaamde Comanche war Trail naar Mexico moesten blokkeren. De Amerikanen waren het echter aan de Mexicanen verplicht de rooftochten te voorkomen als gevolg van het verdrag van Guadalope Hildago. Tussen 1848 en 1853, rapporteerde Mexico 366 verschillende incidenten van Comanche en Apache rooftochten die hun oorsprong hadden ten noorden van de grens. Gelukkig liepen niet allen pogingen met de Comanche te onderhandelen uit op gevechten. In 1854, voorzag de Texaanse overheid, de Amerikaanse regering van 23.000 hectare land. Om er de Texaanse stammen onder te brengen. Naast de Caddo, Deleware, Wichita en Tonkawa lukte het de VS indiaanse Agent ook sommige Penateka Comanche over te halen zich in het gebied te vestigen In de buurt van het reservaat werd Kamp Cooper gebouwd( onder leiding van LTC Robert E. Lee in 1856). Bijna onmiddellijk, begonnen de kolonisten die in de omgeving woonden de Indianen te beschuldigen van Paardendiefstal en andere zaken. Maar de meeste beschuldigingen, waren echter klinkklare leugens, overdrijvingen of zaken die door de Comanche van de Staked Plains waren geflikt. De situatie werd echter pas gevaarlijk toen het leger Camp Cooper verliet. Tijdens de lente van 1859, viel een groep van 250 kolonisten het reservaat aan, maar werden teruggedreven. Hierna werd de VS agent van indiaanse zaken het doelwit van de agressie van de Texanen, maar in plaats van de strijd aan te gaan besloot hij, Robert Neighbors, om de inwoners van het reservaat te verplaatsen naar indiaans gebied.Dus niet alleen de vreedzame Penateka waren verplicht Texas te verlaten, maar ook de stammen die nooit tegen de Texanen hadden gevochten, inclusief de Caddo, Deleware en Tonkawa die zelfs als scouts hadden gediend voor de Texas Rangers moesten weg. Na het succes dat ze hadden geboekt bij het Brazos reservaat, drong de Texaanse regering erop aan bij het leger, om grotere moeite te doen de Comanche aan de grenzen van Texas te bestrijden. De Texas Rangers die regelmatig de Party’s van de Comanche achterna zaten hadden ontdekt dat zowel deze Comanche als de Kiowa, het Indiaanse Territory als schuilplaats gebruikte. Tussen 1858 en 1860, werden de nieuwe regimenten lichte cavalerie in gezet bij offensieven tegen de Comanche in Oklahoma.

In mei van 1858, sloeg een groep Rangers onder leiding van Kolonel John Fort, zonder op de staatsgrenzen te letten, als eerste toe en viel hij een Comanche dorp bij Little Robe Creek aan. 3 maanden later werden zijn Deleware,Caddo en Tonkawa scouts uit Texas verdreven als ongewenst. In oktober van 1858 viel kapitein Earl Van Dorn een Comanche dorp bij Rush Springs aan en doodde hij 83 van hen. Mei het jaar erna viel van Dorn de Comanche bij Crooked Creek in Kansas aan. Het gevolg van dit offensief van Rangers en leger was dat er ergens anders problemen ontstonden. Aangevallen vanuit Texas, splitste de Comanche en Kiowa zich op in kleine groepjes en trokken ze naar het noorden in de buurt van de Santa f é Trail.. In reactie op het toenemende aantal indiaanse aanvallen op de Santa f é Trail, werd er een regiment cavalerie op strafexpeditie naar het gebied gestuurd. In juli,1860, slaagde de groep onder leiding van Kapitein Samuel Surgis er al enige in serieus contact te maken. Na een achtervolging van 8 dagen vocht hij een strijd uit met een aantal Cheyenne, Arapaho en Kiowa krijgers en vermoedelijk een aantal Comanche. De timing van deze gevechten kon eigenlijk niet slechter zijn. Toen het federale leger zich terug trok naar het oosten met de start van de Amerikaanse burgeroorlog, werden hun plaatsen door de Confederale ingenomen. Albert Pike, de agent van de Confederatie sloot twee verdragen met de Comanche in augustus 1861: een met de Penateka en een met de Nokoni, Yamparika, Tenawa en Kotsoteka. Naast het gebruikelijke aantal beloften met betrekking tot vrede en vriendschap, werd de Comanche een groot aantal diensten en geschenken beloofd. Omdat de Confederatie echter al het geld dat ze hadden nodig had om de oorlog te voeren, ontvingen de Comanche echter nooit iets. Toen Texas, haar mannen naar het oosten stuurde om daar de Confederatie te ondersteunen, werden de meeste van de oude federale forten verlaten. Met aan de ene kant de grens onbewaakt en het feit dat de Confederatie zijn afspraken niet nakwam, begonnen de Comanche met raids, bedoelt om de Kolonisten terug te dringen naar het gebied waar ze volgens hen thuishoorden. De grens van Texas verplaatste zich met 100 mijlen tijdens de burgeroorlog, en noord Mexico werd getroffen door een nieuwe serie van Comanche aanvallen. De oorlog gaf de Comanche ook de kans om wraak te nemen op de Tonkawa. Niet alleen omdat ze gescout hadden voor de Rangers, maar ook omdat de Tonkawa eens de broer van een van hun Chiefs hadden opgegeten. De Comanche waren dan wel geen lieverdjes, maar kannibalisme vonden ze weerzinwekkend. Nadat de Texaanse indiaanse agenten de leiding over het Wichita agency in Oklahoma hadden overgenomen, namen de Comanche deel aan een aanval op het agentschap.(oktober ’62) door pro-union Deleware en Shawnee uit Texas. Nadat de aanval voorbij was, bleken er 300 Tonkawa te zijn omgekomen. De overlevenden staken de Rode rivier over en vestigden zich bij Fort Griffin. In de jaren erna namen de Tonkawa hun manier van wraak door als scout te dienen tijdens missies tegen de Comanche.

Na 1861 waren de krijgers van de Cheyenne, Arapaho, Kiowa en Comanche er bijna in geslaagd de santa Fé route af te sluiten. Toen federale ambtenaren hoorden dat de Comanche verdragen hadden gesloten met de confederatie, waren ze er van overtuigd dat ze vijanden waren geworden. Terwijl de rest van de natie zich doodvocht op de slagvelden in het oosten, werden de plaatsen in het union leger aan de grens ingenomen door mannen die werkeloos waren of geen zin hadden om in de oorlog te vechten en door mannen die een bloedhekel aan indianen hadden. In de lente van 1863 hadden de successen van deze “ soldaten” de Comanche, Cheyenne, Arapaho, Kiowa, Lakota en Kiowa Apache gedwongen tot een verbond. In het voorjaar van 1864, werd kolonel Kit Carson aan het hoofd van een colonne vanuit Fort Bascom, New Mexico, de Staked Plains opgestuurd om de Comanche en Kiowa aan te pakken. Zijn Jicarilla en Ute Scouts vonden hun kampen op November de 24ste. Het probleem van Carson was echter dat hij meer Comanche en Kiowa’s gevonden had dan dat hij aankon, en de eerste strijd bij Adobe Walls werd dan ook bijna de laatste slag van Carson. Alleen door het op de juiste manier gebruik maken van de Artillerie zorgde hij ervoor dat de Yamparika en Kiowa zijn kamp niet overliepen. Hierna keerde Carson terug naar New Mexico en liet het strijden tegen de Comanche over aan anderen.

5 dagen na de strijd van Carson, vielen de vrijwilligers van Chivington een dorp van slapende Indianen aan de Sand Creek in zuid Colorado. Het dorp had zelfs de Amerikaanse vlag uitgestoken om te laten zien dat het vrede was. Toen de soldaten klaar waren met de slachting en verminking van 300 Cheyenne, voornamelijk vrouwen en kinderen,staken zij de plains in brand.
In de nadagen van de Burgeroorlog, probeerde de confederatie nog om een slaatje te slaan uit de vijandigheid die was ontstaan na de aanval van de vrijwilligers. In mei van 1865, werd er een raad bijeen geroepen aan de rivier de Washita in west Oklahoma. Er waren veel Comanche en andere stammen aanwezig, Maar Lee had zich juist twee weken eerder overgegeven en het was afgelopen met de confederatie. De daarop volgende zomer vierde de Unie hun overwinning en was het een zooitje op de Plains. De Santa Fé en Overland routes waren gesloten en bijna iedere Plains Stam was in oorlog met de VS. Terwijl de federale troepen begonnen met het herbezetten van hun forten in Texas, op de Plains en in het Indiaanse gebied, hadden de vertegenwoordigers van de regering in Oktober een ontmoeting met de stammen van de Plains aan de Little Arkansas rivier bij Wichita. Met het verdrag van de Little Arkansas kwamen de Kiowa en Comanche in het bezit van west Oklahoma en de gehele Texas Panhandle en zij zouden annuïteiten krijgen, $15 per persoon per jaar. Eigenlijk waren er zelfs twee Little Arkansas verdragen. Van de Comanche waren het alleen de Yamparika, Nokoni, de Penateka en de Tenewa die deelgenomen hadden aan het verdrag en de Kwahada en Kotsoteka niet. De Kiowa daarnaast, waren heel boos op de Kiowa- Apache dat zij niet het Comanche- Kiowa verdrag hadden getekend, maar in plaats daarvan voor het Cheyenne- Arapaho verdrag kozen. Dit was een duidelijk signaal over hoe onstabiel alles was. Toen alle betalingen arriveerden, was er grote teleurstelling. Wat de Commanche verwachtten waren, geweren, munitie en kwaliteitsgoederen. Wat ze kregen waren verrotte oorlogsrantsoenen en slechte dekens die in de regen uiteen vielen. De vrede werd al snel gebroken, door beide partijen en de oorlog werd voor een periode van twee jaar hervat. Het was een bittere strijd en Generaal William Sherman gaf het leger het bevel, geen losgeld meer te betalen voor gekidnapte blanken. Terwijl het leger zijn eigen plan maakte om met de vijandigheden af te rekenen, besloot de federale overheid om een laatste poging te ondernemen om het conflict door middel van verdragen te beëindigen. Het resultaat was een vredesbijeenkomst, gehouden bij Medicine Lodge Creek in Zuid Kansas(oktober 1867). In ruil voor een wagentrein vol met goederen, gebracht door de overheidsvertegenwoordigers en de betaling van alle vergoedingen, tekenden de Comanche en Kiowa het Medicine Lodge Verdrag waarin ze afstand deden van hun Comancheria. In ruil hiervoor kregen zij een 3.000.000 hectare groot reservaat in Oklahoma toegewezen. De uitwerking van het verdrag liep echter niet volgens wens. Vanwege een uitbrak van Cholera in het kamp van de Kwahada waren zij niet aanwezig bij de onderhandelingen en tekenden zij het verdrag niet. Nadien beschouwden zij zichzelf niet als gebonden aan het verdrag en kozen er voor om op de Staked Plains te blijven. De meeste van de andere Comanche verhuisden naar de omgeving van Fort Cobb en bleven in hun reservaat tijdens de winter. Het verdrag was echter nog niet bekrachtigd en er was geen geld om voor de rantsoenen te betalen. Na een hongerige winter , verlieten de meeste Comanche en Kiowa fort Cobb en keerden terug naar de Plains tijdens de zomer van 1868. Opnieuw vonden er rooftochten plaats in Texas en Kansas en het nieuwe reservaat werd gebruikt als veilige haven om achtervolging door het leger te voorkomen. Zelfs Fort Dodge in Kansas werd aangevallen en hun kudden werden gestolen. De gefrustreerde Indiaanse Agent in fort Cobb nam ontslag en liet het zooitje achter voor zijn assistent. Uiteindelijk werd het verdrag in Juli bekrachtigd en de fondsen werden beschikbaar gesteld, maar de verantwoordelijkheid voor de uitbetaling ervan werd in handen van het leger gelegd.
Generaal Philip Sheridan begon met het maken van plannen, voor een winter campagne tegen de vijandelijke stammen in west Oklahoma en op de Staked Plains. Hij gaf het bevel dat alle stammen zich bij fort Cobb moesten verzamelen en deden ze dat niet dan zouden zij als vijandelijk beschouwd worden. In November van dat jaar vielen LTC Custer en zijn 7 de Cavalerie een dorp van de Zuidelijke Cheyenne aan de rivier de Washita aan en Majoor Andrew Evans bestormde een Comanche dorp aan Soldiers Spring op kerstdag. Hierna trokken de meeste van de Comanche en andere stammen weg van de Plains en keerden terug naar hun agentschappen.
In maart 1869 werd het Kiowa- Comanche agentschap verhuisd naar Fort Sill en verhuisde het Cheyenne- Arapaho agentschap naar Darlington.
Alleen de Kwahada bevonden zich nog op de Staked Plains. De Kiowa en Comanche leefden voornamelijk in hun reservaat, maar soms trokken van daar uit ook kleine groepjes om op rooftocht in Texas te gaan. Tijdens één van deze rooftochten bij Jacksboro ( mei, 1871), vermoorden de Kiowa bijna William Sherman, de commandant van het Amerikaanse leger. “grote krijger” Sherman was juist bezig met een inspectie ronde langs de westerse posten, toen een Kiowa warparty zijn ambulance met een kleine escorte zagen. Zij kozen er echter voor om een voorraadtrein aan te vallen in de buurt. Toen Sherman er achter kwam dat hij door het oog van de naald was gekropen, was hij woest en vertrok onmiddellijk naar Fort Sill. Toen hij daar hoorde dat de Kiowa Chiefs in het openbaar opschepten over de laatste rooftocht, liet hij hen arresteren en bracht hen naar Texas om te worden berecht. Toen de rechtbank hen levenslang gaf, lanceerden de Kiowa en Comanche een serie rooftochten, uit wraak en daarbij kwamen zeker 20 Texanen om. Tegelijkertijd stalen inwoners van Texas, 1900 paarden van de stammen bij fort Sill. Ondertussen probeerde het leger in Texas een einde te maken aan de rooftochten vanuit de reservaten en aan de diefstal van grote hoeveelheden vee door de Kwahada. In oktober 1871, maakten de Comanche onder leiding van Quanah Parker, 70 paarden buit van het leger bij de post bij Rock. De bevelvoerend officier, kolonel Ranald Mackenzie, was niet iemand die dit licht op nam. De twee daarop volgende jaren struinden de kolonel met zijn Zwarte Cavalerie de Staked Plains af op zoek naar de Kwahada. De campagne eindigde met de aanval op een Comanche dorp bij McClellan Creek ( september, 1872). Mackenzie nam 130 vrouwen en kinderen gevangen en hield hen gegijzeld in fort Concho. Dit vertraagde de rooftochten van de Comanche aanzienlijk, nu zij onderhandelde over hun vrijlating. In april, 1873 werden ze vrij gelaten en onder escorte naar fort Sill gebracht. Er moest een omweg via Jacksboro gemaakt worden om een opstand te voorkomen. Op verzoek ban de secretaris van binnenstaatse zaken, kwamen de Kiowa Chiefs vrij in Oktober nadat zij slechts twee jaar hadden vastgezeten, met als voorwaarde dat de rooftochten zouden stoppen. De Kiowa waren dankbaar, maar zo af en toe ontsnapte er nog wel een warparty, die de rode rivier overstaken en naar Texas gingen. Die periode begon men ook met de grote afslachting van de Bizon. Tussen 1865 en 1875, nam het aantal Bizons af van 15 naar slechts 1 miljoen. Onofficieel gesteund door het leger, die de jagers gratis munitie gaf, vernietigde het de basis van de manier van leven van de stammen op de plains. Tijdens de winter van 1873- 74, keerden Cheyenne jagers naar het agentschap in Darlington terug, met de boodschap dat jagers de zuidelijke kudden Bizons aan afschieten waren. Toen dit nieuws zich verspreidde, braken er rellen uit bij Darlington en de Wichita agentschappen en moest het leger er aan te pas komen om deze de kop in te drukken. Hierna verlieten grote groepen Cheyenne de reservaten en vertrokken naar de Plains. In de eerste instantie dachten de Comanche en Kiowa dat de Cheyenne zich vergisten, maar de verhalen dat de Plains bezaait waren met de karkassen van dode bizons werden in December bevestigd. De timing was slecht maar juist op dat moment besloot de regering voor eens en voor altijd af te reken met de groepjes Kiowa en Comanche die keer op keer naar Texas trokken op rooftocht. De agent in fort Sill kreeg het bevel om de rantsoenen te beperken en het verstrekken van munitie te stoppen. Een algemeen gevoel van paniek sloeg toe en tegen de maand Mei verlieten verschillende groepen Kiowa en Comanche het reservaat. Eerst wisten ze niet wat ze moesten doen. Het was nog maar kort geleden dat een aantal Comanche gedood waren door Tonkawa verkenners in Texas en de eerste gedachten waren die van wraak. De agent van Fort Sill, was echter inmiddels op de hoogte van het vertrek van de krijgers en hij had het leger gewaarschuwd.

Na wat discussie, besloten de krijgers om de jagers op de Plains aan te vallen. In Juni 1874 viel een grote groep Cheyenne- Comanche krijgers 23 bizonjagers aan die in de Texas Panhandle hun kamp hadden opgeslagen bij de plek waar Carson‘s 1864 Battle of Adobe Walls plaatsvond..

De Tweede Battle of Adobe Walls markeerde het begin van de Buffalo war( of Red River War) ( 1874- 75), de laatste grote Indiaanse oorloge op de zuidelijke vlakten.

Nadat de eerste aanval op de jagers mislukte, kwamen de krijgers onder vuur te liggen van deze jagers met hun lange afstand Bizon geweren en waren zij gedwongen om zich terug te trekken. De opstand verspreidde zich al snel en steeds meer krijgers verlieten de reservaten en voegden zich bij de opstandelingen op de Staked Plains. Om dit een halt toe te roepen, ontwapende het leger de indianen die in de reservaten waren achtergebleven. In augustus van dat jaar, kwamen een groep vreedzame Penateka hun rantsoenen ophalen in het agentschap van de Wichita, toen de daar gelegerde soldaten eisten dat zij hun wapens afgaven. Toen de Comanche dit weigerde, brak er een gevecht uit en sloegen de Comanche op de vlucht. Zij belegerden het agentschap echter twee dagen tot zij ontzet werden door een leger uit Fort Sill.
Tegen September leefden er nog maar 500 Kiowa en Comanche in het reservaat, de anderen waren naar de Staked Plains vertrokken. Die zelfde maand kwam het leger in beweging. Drie colonnes trokken het hart van de Staked Plains binnen. De Kiowa, Comanche en Cheyenne zaten in de val en kregen weinig rust. De Groep van kolonel Nelson Miles kwamen als eerste in contact en versloegen een groep Cheyenne bij McClellan Creek. De grootste slag aan de Kiowa, Cheyenne en Comanche werd echter toegebracht toen MacKenzie een gemixt kamp aantrof in de vallei van Palo Duro. Toen hij de krijgers verjaagd had tijdens een kort gevecht, verbrandde hij het kamp en doodde 2.000 gevangen genomen paarden. Verder waren er weinig gevechten, maar de aanhoudende achtervolging van de krijgers had het gewenste effect. Stervend van de honger, keerden de overgebleven Kiowa, Comanche en Cheyenne terug naar hun reservaten, meestal te voet omdat ze gedwongen hun paarden hadden opgegeten. In December waren er weer 900 in het reservaat bij fort Sill. In April, gaven 200 Kwahada zich over bij Fort Sill en in Juni gaven de laatste 400 Kwahada, inclusief Quanah Parker en Isatai zich over. De oorlog was voorbij.
Mackenzie verkocht het grootste deel van de Kiowa en Comanche paarden en muilezels voor $22.000 (1600) stuks en gaf honderd paarden aan de Tonkawa verkenners. De opbrengsten hiervan werden gebruikt om schapen en geiten te kopen voor zijn voormalige vijanden. Dat jaar werden ook de agentschappen van de Kiowa en Comanche samengevoegd. Altijd pragmatisch, pasten de Comanche zich aan, maar dan wel in comanche- stijl. Gebruik makend van zijn Texaanse achtergrond ontwikkelde Quanah Parker zich als een belangrijk Comanche Chief. Hij vroeg tol aan de eigenaars van de kudden die de Chisholm route gebruikten om het reservaat over te steken en hij verkocht graasrechten aan de Texas boeren in de buurt. Om een bepaalde reden, waren er weinig boeren die met hem discussieerden over de prijs. Met zijn zes vrouwen verhuisde hij naar een groter huis en hij schilderde vijf grote sterren op het dak van zijn huis, om te laten zien dat hij meer sterren had dan de hoogste generaal. Hij werd tot sheriff gekozen en was de rechter van de stam. Tegen de tijd dat hij in de optocht in verband met de beëdiging van Theodore Roseveld in 1905 meereed, bezat hij 100 paarden, 1,000 stuks vee en 250 hectare landbouwgrond. De Texanen houden ervan om over hem op te scheppen, als ware hij een Parker, één van hen. Naast Sitting Bull en Geronimo, was hij waarschijnlijk een van de bekendste Chiefs van zijn tijd. Toen Geronimo en Quanah elkaar zouden ontmoetten vereiste de etiquette dat Geronimo naar hem toekwam en niet anders om. Quanah was een belangrijke Chief, Geronimo niet. Quanah ging op wolvenjacht met de president en heeft er nog over getwijfeld om Oklahoma in de senaat te vertegenwoordigen. Echter de blanken in Oklahoma zagen hen nog steeds als een Indiaan en er was geen kans dat hem dit zou lukken. Daarnaast lukte het hem ook niet om de verkaveling van het land van zijn volk te voorkomen en van de 3.000.000 hectare grond die de Comanche belooft waren tijdens het verdrag van Medicine Lodge, hielden zij er maar 10% van over. In 1901 werd het reservaat opgesplitst in 160 kavels en werd verlaten. De overgebleven 90% werd opengesteld voor kolonisatie en leidde tot de grootste land rush in de geschiedenis van Amerika.

boven begin

 

Reservaat

boven begin

 

Links

boven begin