gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Shawnee

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Taal & Namen

 

Algonkin,Zuiderlijke Great Lakes(wakashan) dialect lijkt op Fox,Sauk,Mascouten,en Kickapoo.

Shawnee komt van het Algonkin woord "shawun" (shawunogi) en betekend zuidelijke. Dit verwijst wel naar de tijd dat de Shawnee nog woonde in het gebied van de Ohio vallei in vergelijking met de Algonkin van de grote meren. De Shawnee noemen zichzelf het liefst Shawano- soms uitgesproken als Shawanoe of Shawanese. De kolonisten in Zuid Carolina kende hen als Shavannah of Savannuca. ander namen zijn: Ani-sawanugi(cherokee), Chaouanons(frans), Chaskpe(Frans), Chiouanon(seneca), Ontwagnnn(Irokees"hij die stottert"), Oshawanoag(Ottawa), Satana(irokees),Shawala(Lakota), en Touguenha(irokees).boven begin

.


Lokatie

 

Van origine leefden de Shawnee in zuidelijk Ohio,West Virginia en het westelijke deel van Pennsylvania. Rond 1660 werden ze uit dit gebied verdreven door de Iroquois en verspreidde zich in alle richtingen van Zuid Carolina, Tennessee's Cumberland Basin, Oost Pennsylvania tot zuidelijk Illinois. Rond 1730 waren de meeste Shawnee weer terug in hun thuisland alleen maar om weer verdreven te worden ditmaal door de Amerikaanse kolonisten. Zij trokken eerst naar Missouri, toen naar Kansas tot het grootste gedeelte zich uiteindelijk vestigde in Oklahoma na de Amerikaanse burgeroorlog.boven begin

 

Populatie

Schattingen van het aantal Shawnee lopen uiteen van 3000 tot zelfs 50.000, maar een redelijke schatting is ongeveer 10.000. Dit aantal was natuurlijk moeilijk in te schatten omdat de Shawnee nogal verspreid leefden. Rond het jaar 1700 waren zij nog steeds erg verspreid en waren er naar schatting 6000. De eerste echte telling werd in 1825 gedaan: 1400 Shawnee in Missouri, 110 in Louisiana en 800 in Ohio. Rond deze tijd leefde er ook een paar honderd in Texas. Dus dat maakt een totaal van ongeveer 2.500 Shawnee. Nu wordt het aantal Shawnee geschat op ongeveer 14.000. De Shawnee die nu in Oklahoma leven bij het plaatsje Shawnee wordt gezien als de meest traditionele groep en zijn met circa 2000. De Oosterse Shawnee die in noordoost Oklahoma leven en afstammen van de gemengde Seneca- Shawnee band hebben ongeveer 1600 leden. De grootste Shawnee groep zijn de Loyaal Shawnee zij zijn in 1869 samen gegaan met de Cherokee, een aparte zakelijke vertegenwoordiging vertegenwoordigt hier 8000 Shawnee. Dan is er nog de 600 leden tellende (urb) Shawnee, maar deze worden niet federaal erkent en ook niet door de drie andere groepen Shawnee.boven begin

 

(Sub)bands

 

Vijf in totaal:
Chillicothe(Calaka, Chalaakaatha, Chalahgawtha), Hathawekela(Oawikila,Thaawikila,Thawegila), Kispoko(Kiscopocoke, kispokotha, Spithotha), Mequachake(Maykujay,Mekoce, Mekoche), en Piqua(Pekowi, Pequa)boven begin

Cultuur

De Shawnee zien de Deleware als hun voorouders en de bron van alle Algonkin stammen. ook delen zij een vertelde traditie met de Kickapoo zeggende dat ze ooit deel uit maakten van dezelfde stam. Een exact dezelfde taal ondersteunt dit verhaal en het feit dat de Kickapoo van origine leefden in noordoost Ohio, kun je rustig zeggen dat de naam"zuidelijke" voort komt uit het feit dat de Shawnee direct ten zuiden van de Kickapoo leefden. Toch is niet zeker of deze locatie klopt omdat beide stammen door deIroquois waren verjaagd voor het eerste contact met de Europezen.
Het verliezen van hun thuisland dwong de Shawnee min of meer om rond te gaan trekken. Toch hebben de Shawnee altijd een sterk gevoel van Shawnee eenheid gehad, maar die resulteerde nooit in een centrale politieke organisatie. Nadat zij verjaagd waren functioneerden de vijf bands totaal zelfstandig. Dit bleef hen achtervolgen, ook op het moment dat zij allen weer terugkeerden in Ohio en niemand de titel van tribel Chief kon opeisen daar hij niet voldoende steun van de andere” vreemde” stammen kreeg. Normaal gesproken was het Chief -zijn een geval van erfopvolging, net als bij vele Algonkin stammen. Een oorlog- Chief werd gekozen op basis van kwaliteiten.
Tijdens hun verblijf in het zuidwesten, namen de Shawnee sommige culturele aspecten van de Creek en Cherokee over,maar voor het grootste gedeelte bleven zij toch typisch Algonkin. Gedurende de zomer verzamelde de Shawnee zich in grote dorpen en woonde daar in grote met bast beklede longhouses, met in ieder dorp een groot raadhuis waar de ceremonies en vergaderingen gehouden werden. In de herfst gingen ze uiteen en verdeelde zich in jachtgroepen of uitgebreide familie groepen. Mannen droegen zorg voor de jacht en voerde oorlog en de vrouwen deden het huishouden en bewerkte het land veel van belangrijke ceremonies van de Shawnee hielden verband met de oogst, zoals de “spring bread dance” en de “Autumn bread dance”. Naast Tecumseh en zijn broer Tenskwatawa(de profeet) waren er nog beroemde Shawnee zoals: Cornstalk, Blackfish, Black Hoof en Bluejacket.boven begin

 

Geschiedenis

 

Er is weinig bekend over de tijd dat de Shawnee de Ohio vallei verlieten tijdens de Beaver Wars(1630-1700).
Meestal wordt het de Iroquois verweten, maar waarschijnlijk hebben de Shawnee ook al eerder strijd gevoerd met de Erie en Neutrals. In ieder geval hadden de Iroquois hun Iroquoistaligen rivalen verslagen en geassimileerd met uitzondering van de Susquehannock en begonnen zij met het verjagen van de Algonkin talige stammen van de Ohio vallei en het Lower Michigan. De meeste van deze vijanden eindigden als vluchtelingen in Wisconsin, maar schijnbaar lukte het een aantal Shawnee het nog een paar jaar vol te houden als bondgenoot van de Susquehannock. In 1658 vielen de westerse Iroquois( de Seneca, Cayuga en de Onondaga) de Susquehannock aan , in wat zou later blijken het laatste hoofdstuk van vele jaren oorlog voeren tussen hen. Het duurde nog tot 1675 voordat de Iroquois de Susquehannock helemaal verslagen hadden, de Shawnee hadden geen vuurwapens en waren dus genoodzaakt al in eind 1667 te Upper Ohio Vallei te verlaten. Liever dan met z’n allen naar Wisconsin te vluchten verdeelde zij zich in vier groepen.
Twee van deze groepen trokken naar het zuiden, richting de Cherokee in Oostelijk Tennessee. Eigenlijk waren de Shawnee en de Cherokee niet erg goede vrienden van elkaar en hadden zij ook al een aantal .meningsverschillen gehad. Toch stonden de Cherokee toe dat een groep Shawnee zich vestigde in het Cumberland Basin. De Cherokee hadden toen ook al wat problemen met de Iroquois en vonden het wel handig om de Shawnee in dat gebied te plaatsen om zo een buffer te vormen tussen de Cherokee en hun eeuwige vijanden de Chickasaw. Later gaven de Cherokee ook een tweede groep Shawnee (Hathawekela) toestemming om de Appalachians over te steken en zich te vestigen aan de Savannah rivier in Zuid Carolina om daar weer voor Cherokee bescherming te zorgen tegen een andere vijand de Catawba uit het Oosten. Na het stichten van Zuid Carolina in 1670, ontmoetten de Britse handelaren, de eerste Shawnee in 1674 en noemde hen de Savannah . Deze ontmoeting vond plaats op de Upper Savannah Rivier.
De andere twee Shawnee groepen vertrokken in de tegenovergestelde richtingen. De ene groep( een aantal Piqua) zag de vernietiging van de Susquehannock aan en trok vervolgens in 1677 naar het Oosten. Waarschijnlijk vonden zij daar onderdak bij de Deleware die hen toestemming gaf zich te settelen in de omgeving van De samensmelting van Pecua Creek en de Savannah rivier in Zuid Pennsylvania.
Als onderdeel van hun vredesovereenkomst met de Susquehannock, tolereerde de Iroquois een kleine groep Shawnee, maar er waren wel gevechten tussen de Shawnee en Engelse kolonisten langs de rivier de Gunpowder in Maryland.
De Vierde groep Shawnee trokken westwaarts richting het land van de Illinois waar zij bij de fransen bekend werden als de Chaskp. In 1683 bestond deze westerse groep uit meer dan 3000 zielen die leefden vlakbij de franse handelspost in fort St. Louis aan de Upper Illinois rivier. Samen met hun bondgenoten de Miami en Illinois zetten zij van daaruit de strijd tegen de Iroquois voort., in 1684 vielen de Seneca de Miami aan omdat zij toegestaan hadden dat enkele vijandige Shawnee zich vestigde vlakbij hun dorpen in Noordwest Indiana.
Gedurende de 70 jaar nadat de Iroquois de Ohio vallei hadden leeg geveegd bleef het gehele gebied onbewoond. De Iroquois hadden het land nooit bezet omdat ze er de voorkeur aangaven het gebied te gebruiken als privé jachtgebied. Bevrijd van constante bewoning, werd de Ohio Vallei al snel een perfect gebied om te jagen. Ondanks dat de Iroquois er voor zorgde dat er geen vaste nederzettingen kwamen, keerden de Shawnee toch regelmatig in de Ohio vallei terug om te jagen, daarmee gaven ze hun thuisland ook nooit helemaal op. Ondertussen bewezen de Shawnee geen goede gasten te zijn in het nieuwe gebied en dreigde er door overbevolking rond de handelspost bij St. Louis een oorlog te ontstaan tussen de Shawnee en de confederatie van Illinois die daar op aan stuurden. De Shawnee kozen daarop eieren voor hun geld en verlieten het gebied. Zij besloten te verhuizen naar het gebied van hun familie in Tennessee. Vanaf dat moment hadden de Shawnee een bloedhekel aan de Illinois en keerden zij vaak terug om hun dorpen te beroven. Niet alle Shawnee uit Illinois trokken naar de Cumberland in Tennessee. Een groep trok nog verder oostwaarts tot zij in oost- Maryland aankwamen. Daar werden zij gevonden door een Munsee(Deleware) en Mahican oorlogsparty in 1692. Als de Algonkin “grootvaders” wisten de Munsee, de Shawnee er van te overtuigen met hen mee te gaan naar noord Pennsylvania en zich te settelen in de Lehigh vallei. Dit ondanks dat, zowel de Munsee als de Mahican, bondgenoten van de Iroquois waren en de Shawnee nog steeds bovenaan de hitlist van de Iroquois prijkten. Natuurlijk waren de Iroquois erg kwaad op de Munsee, omdat zij de Shawnee asiel verleenden, en de Iroquois waren bereid hun woede kracht bij te zetten in een eventuele oorlog tegen de Munsee. De Mahican kwamen tussen beide en zij hadden gelukkig nog veel invloed binnen de raad van de Iroquois, zo mochten de Shawnee toch bij de Munsee blijven wonen. Nadat deze Shawnee in 1694 vrede met de Iroquois sloten, traden ook zij toe tot de raad van de Iroquois.

Na hun eerste ontmoeting met de Engelsen, gingen de Savannah snel, een groot deel uit maken van de handelsbetrekkingen van de Engelsen. De Savannah leverde de Engelsen hertenhuiden en gevangen genomen vrouwen en kinderen(als slaven) en in ruil hiervoor kregen zij vuurwapens en Whisky.
Binnen een paar jaar maakten de handelaren zich grote zorgen over de Westo, een pas gearriveerde stam die leefde in een enkel versterkt dorp vlakbij de Engelse nederzettingen. Zij waren erg agressief. Waarschijnlijk was het een groep Erie of Yuchi vluchtelingen, maar de kleine Cusabo stammen in Zuid Carolina waren erg bang voor hen en waarschuwde de Kolonisten dat de Westo kannibalen waren.
In 1680 gaven de Britse handelaren de Savannah wapens en zij veroverde en vernietigde het fort van de Westo. Hiermee waren de Westo voorgoed verdwenen en de Westo die de aanval overleefd hadden, verdwenen al snel in het slaven circuit. Helaas verslechterde de betrekkingen tussen de Shawnee en de kolonisten hierna snel.

De Cherokee hadden de Shawnee toegestaan om zich te settelen in hun omgeving als verdediging tegen de Catawba, en zij deden hun werk eigenlijk te goed. Als er gevechten uitbraken tussen de Savannah en de Catawba, dan bleven de Engelsen vaak niet helemaal neutraal . De Savannah werden werkten minder mee en werden steeds agressiever tegen nieuwe kolonisten. Ondertussen vielen ze regelmatig de Iroquois aan in een gebied dat een groot gevaar opleverde voor zowel de indianen als de blanken. Zo lagen zij constant onder vuur van de Catawba en de Yamasee, die met dank aan de Engelsen goed bewapend waren. De Savannah begonnen langzaam in kleine groepen het gebied te verlaten tussen 1690 en 1710. Nadat het grootste gedeelte van de stam was verzwakt door de constante aanvallen werden zij uiteindelijk in 1707 definitief verslagen en trokken de laatste Savannah uit het gebied.
Een deel van de Hathawekela trokken naar het noorden en sloten zich aan bij de groep die al deel uit maakte van het Iroquois verbond. Een andere groep vond onderdak bij de Creek. De rest trokken naar hun stamgenoten in Tennessee. De Savannah vergaven de Catawba nooit en de oorlog tussen beide volkeren duurde nog minimaal 60 jaar voort. Ondertussen waren de Catawba ook in een oorlog met de Iroquois verwikkeld en deze betekende de ondergang van de Catawba, zij waren bijna uitgestorven. De Cherokee hadden ook problemen door de Shawnee, omdat de Shawnee constant Iroquois war party’s naar het gebied lokten en ook nog met het feit dat Duizenden Shawnee uit Illinois en het Cumberland gebied hun status van beschermbuffer tegen de Chickasaw veranderden  in grote Rivalen.
Tijdens de winter van 1692 hielden de Shawnee een grote slaven rooftocht naar een van de Cherokee dorpen, terwijl de krijgers van dat dorp weg waren om te gaan jagen. Het incident werd destijds in de doofpot gestopt, maar ondertussen kwamen er steeds meer Shawnee uit Zuid Carolina. Sommige van hen vestigden zich in dorpen bij de Creek, de vijanden van De Cherokee. De Shawnee waren inmiddels ook begonnen met het handelen met de Fransen en stonden een handelaar Franse handelaar toe om een handelspost te bouwen, vlakbij de hun dorpen. De Britse bondgenoten en handelspartners, de Cherokee, sloten een verbond met hun vijanden, maar tevens bongenoten van de Engelsen de Chickasaw. Gezamenlijk versloegen zij de Shawnee in 1715. Een aantal van de gevluchte Shawnee vond vervolgens onderdak bij de Savannah die leefden in Noord Kentucky en richting hun thuisland in zuid Ohio trokken en daar aankwamen in 1729. Ondertussen verlieten de andere Shawnee oost Pennsylvania maar om verschillende redenen. In 1737 slaagde de staat Pennsylvania erin de laatste Deleware te verjagen uit hun thuisland in de Lehigh Vallei, en dwongen hiermee ook de Shawnee naar een ander gebied te verhuizen. Tijdelijk settelden ze zich bij de Munsee en andere Deleware op het land van de Iroquois in Wyoming en in de Susquehanna valleien. Het grootte aantal stammen wat er toen leefden, deed de Shawnee ertoe beslissen op zoek te gaan naar een ander gebied. West Pennsylvania leek hen uitermate geschikt. In het gebied leefden, op een paar groepen Mingo(Iroquois afstammelingen van de Huron en de Neutral en Erie) en de Wyandot na. De Iroquois probeerden de Wyandot op dat moment er toe te bewegen het Franse bongenootschap te verlaten. Niemand had het gebied sinds het begin van de Beaver oorlogen opgeëist. Kleine jachtgezelschappen werden al snel opgevolgd door permanente Shawnee dorpen, en de Mingo maakte niet alleen geen bezwaar, maar kwamen zelfs in de Shawnee dorpen wonen. Aangemoedigd, nodigden de Shawnee ook de Deleware uit het gebied te komen bewonen, en gedurende de jaren 1740 verlieten duizenden Deleware en Shawnee de overheersing van de Iroquois en verhuisden naar West Pennsylvania.
Dus na bijna een eeuw gescheiden te zijn geweest, keerden de verschillende Shawnee bands weer terug naar hun geboorteland, maar dit ging niet helemaal van een leien dakje. Een groep pen Shawnee, trok verder naar het zuiden en sloot vrede met de Cherokee in 1746, zij settelde zich in het Cumberland Basin.. de vrede gold echter niet voor de Chickasaw en na een gevecht in de omgeving van Nashville moesten de Shawnee zich terugtrekken naar hun familieleden in Ohio. Ondertussen settelde een groep Cumberland Shawnee zich in Shawneetown vlakbij een nieuwe franse nederzetting aan de Ohio in Zuid Illinois. De locatie bleek niet geschikt door de vele aanvallen van de Chickasaw en na al twee jaar trokken zij verder naar west Pennsylvania. Tegen 1758 leefden alle stammen van de Shawnee met uitzondering van die bij de Creek leefden aan de Noord kant van rivier de Ohio tussen Alleghenny en Scioto rivers.
In 1740 eisten de Iroquois de staten Ohio en west Pennsylvania op als veroveraars, de Fransen eisten het gebied op als ontdekkers. De Britten hadden de Iroquois onder bescherming geplaatst(zonder dat ze daarom vroegen) na het verdrag aan het einde van de King Williams oorlog en al de eisen en conflicten leidden tot grote belangen verstrengelingen.
Ondanks het feit dat de Wyandot deel uit maakte van de Fransgezinde Algonkin stammen, kozen de Iroquois hen toch als onderkoningen in het gebied Ohio. Toen de Shawnee en de Deleware begonnen te verhuizen naar west Pennsylvania nodigden de Wyandot hen zelfs uit om nog verder westelijk te trekken naar Ohio. De Iroquois maakten geen bezwaar, omdat het er zorg voor droeg dat de fransen Ohio niet zou bezetten. De fransen waren er blij mee omdat zij al jaren bezig waren om de Shawnee naar het noorden te lokken om mee te handelen en om eventueel een verbond mee te sluiten. De Engelsen waren er blij mee omdat ze het als een kans zegen het gebied Ohio zo open te stellen voor Engelse handelaren.
Jammer genoeg bleef niet iedereen blij met de situatie. Tegen het jaar 1744, waren de Ohio stammen( Deleware,Shawnee, en Mingo) te groot geworden om te negeren. Een gebied lopend van de rivier de Sandusky tot in nood oost Ohio en dan langs de rivier de Ohio werd bewoond door de stammen in hun gemixte dorpen. Het aantal inwoners lag rond de 10.000 en het aantal krijgers rond de 2000.. Al viel er weinig te vechten in Ohio tijdens de King George wars (1744-1748) het recht op de handel was wel bestrijdbaar. De Fransen bleven flirten met de Shawnee o.a. door gebruik te maken van een half Fransman/Shawnee Pierre Chartier, hij slaagde erin een aantal Shawnee er toe te bewegen Engelsen handelaren aan te vallen. De Engelsen maakte zich zorg over het feit dat dadelijk alle Ohio stammen onder invloed van de fransen zouden komen te staan en drongen er bij de Iroquois op aan de stammen terug te roepen naar de Susquehanna. In de eerste instantie werden de Iroquois boos omdat de Engelsen dachten dat de Ohio Vallei onder hen viel terwijl zij alleen toestemming hadden gekregen om er eeen handelspost tev bouwen. Later stemden de Iroquois er in toe de stammen te herplaatsen, maar deze gaven geen gehoor aan dit verzoek. Er volgden dreigementen, maar niemand van de stammen verliet het gebied, nu waren het de Iroquois die zich zorgen moesten maken. De Fransen hadden daarin tegen ook een groot probleem. De Engelsen waren er tijdens de King George war in geslaagd Canada te blokkeren en de fransen zagen zo hun aanvoer van goederen gestopt. Ook verloren zij de Algonkin stammen uit het zicht. De Engelsen maakten hier gebruik van en vele Engelse handelaren vonden de weg naar de Ohio Vallei. De Wyandot handelden al openlijk met hen en de andere stammen waren in overleg of zij hetzelfde zouden doen. Om de Britten buiten te houden, moesten de fransen ervoor zorgen dat de Algonkin stammen hun bondgenoot bleven en de Deleware en de Shawnee hun kant zouden kiezen.
De Engelsen rekenden de Shawnee en Deleware nog steeds tot het verbond der Iroquois, maar merkte wel dat er iets niet goed was nu deze stammen weigerden de Ohio Vallei te verlaten. Met het verdrag van Lancaster in 1748 drongen de Britten er bij de Iroquois op aan , de Ohio stammen weer bij het verbond te krijgen om zo een buffer tussen de fransen en hen te vormen. Hier slaagden de Iroquois in door een systeem van half- koningen te bedenken die de Shawnee en Deleware vertegenwoordigden bij de council enzo. De Ohio stammen waren tevreden en toen een groep franse handelaren met loden borden de grenzen van Ohio wilden aangeven, vroegen de Mingo hen met welk recht zij het land van de Iroquois betraden. In paniek besloten de fransen tot het overgaan in gebruik van geweld, maar de Detroit stammen stonden op goede voet met de Shawnee en Deleware en twijfelde om hen aan te vallen. In juni 1752 bracht metis Cherles Langlade een groep van 250 Chippewa en Ottawa krijgers bij elkaar. Zij slaagden erin Miami dorp te vernielen en een Engelse handelspost in Pigua Ohio te vernietigen. Verbaast over het succes sloten nu ook de rest van de stammen zich bij hen aan en succes na succes volgden. De fransen slaagden erin een nieuwe serie van Forten te bouwen door West Pennsylvania en zo de toegang tot de Ohio vallei te blokkeren. De Shawnee en Deleware hadden er geen trek in onder het juk van de fransen te leven en vroegen de raad van de Iroquois stammen een einde aan de blokkade te maken. Zij wenden zich tot de Engelsen en gaven hen toestemming een fort te bouwen bij de vorken van de Ohio (Pittsburgh). De fransen vernietigde het voordat het af was en bouwde er zelf een fort. Virginia stuurde George Washington naar de Fransen om te eisen dat zij hun forten zouden verlaten en te stoppen met het bouwen van nieuwe forten. In de eerste instantie weigerden de Fransen beleefd, maar bij een tweede bezoek van de majoor brak er een gevecht uit wat resulteerde in de Frans –Indiaanse oorlog(1754-1763). Tijdens de zomer van 1754 stonden de Shawnee, Deleware en Mingo klaar om met de Engelsen tegen de fransen ten strijde te trekken, maar zij veranderden in de herfst van mening toen zij erachter kwamen dat de Iroquois raad het gebied van de Ohio had weggegeven aan de Engelsen. De drie stammen verloren hun vertrouwen in de Iroquois en kwamen ook tot de Engelsen er alleen op uit waren hun land af te pakken en zij dus hun vijanden waren. Hoewel de Shawnee en Deleware kwaad waren, probeerden zij toch zoveel mogelijk neutraal te blijven. Echter de Engelsen hadden een ander beeld van deze stammen. In 1753 stierf een war- Chief genaamd the pride in een engelse gevangenis nadat hij gevangen genomen was tijdens een krijgstocht tegen de Catawba. Zijn kwade familie namen wraak door strijdtochten te houden langs de grens van Noord Carolina. In Juli 1755 overkwam Generaal Edward Braddock een ramp toen zijn 2200 soldaten in een hinderlaag liepen, vlak voor dat zij fort Duquesne bereikten. De helft van de mannen kwam om, inclusief de generaal. Ongeloof werd opgevolgd doo wraak op alle indianen. Ondanks het feit dat zowel de Shawnee als de Deleware niets met het gevecht te maken hadden, kozen zij wel een slecht moment om een delegatie naar Philadelphia te sturen om bezwaar te maken tegen het afstand doen van de staat Ohio door de Iroquois. De delegatie werd opgehangen en de Shawnee en Deleware trokken ten strijde tegen de Engelsen, niet voor de Fransen, maar voor henzelf. In 1755 vielen velen war-party’s kolonisten aan langs de grenzen van Pennsylvania, Virginia, en Maryland, hierbij kwamen ongeveer 2.500 kolonisten om het leven. Tijdens dit proces kregen de Shawnee hun laatste revanche op de Catawba, zij doodden de laatste leider van hen in een gevecht. De Iroquois gaven de Shawnee en Deleware de opdracht om te stoppen met de vijandelijkheden maar werden genegeerd. Na twee jaar kwam er een einde aan de strijd en werd er een vredesverdrag afgesloten. Pennsylvania maakte meteen een claim bekend op het land ten westen van de Appalachians, wat zij van de Iroquois gekregen hadden in 1754. Al snel hoorde men hiervan in Ohio, en de Deleware, Shawnee, en Mingo boden geen verzet toen de Engelsen Fort Duquesne in november in nemen. In juli 1759 sloten de Shawnee, de Deleware, en Ohio vrede met de Engelsen. Quebec en fort Niagara gaven zich in de lente over en met de overgave van Montreal in 1760 was de oorlog voorbij. De Ohio stammen hadden gedurende de oorlog meer dan 650 gevangenen gemaakt. Deze werden geruild langs de Ohio, Musingum rivier in 1761, maar tot ieders verrassing weigerden de helft terug te keren en wilde zij bij de stammen blijven. Nu de oorlog voorbij was, de gevangenen uitgewisseld en de land claimen opgeheven, verwachtten de indianen dat de Engelsen weg zouden gaan. In plaats daarvan bouwde ze fort Pitt op de plaats van Fort Duquesne en legerde ze er 200 soldaten. Bij het tekenen van het laatste verdrag voelde de Deleware en Shawnee zich verraden. Nu de Engelsen niet meer met de Fransen hoefden te concurreren om de sympathie van de stammen, besloten zij en met name generaal Jeffrey Amherst, om de stammen die bongenoot waren geweest met de Fransen te behandelen als veroverden. De toevoer van buskruit en rum werd gestaakt of beperkt. De reactie van de Indianen bleef niet lang uit. In 1761 namen de Seneca het initiatief de andere stammen te organiseren om in opstand tegen de Engelsen te komen. Hierop reageerden alleen de Shawnee en de Deleware. Tijdens een ontmoeting met de hoofden van de stammen die ooit bongenoten van de Fransen waren, ontdekte een Britse vertegenwoordiger de mogelijke opstand. Tot de lente van 1763 bleef de onrust, die zich ging concentreren rond het leiderschap van Pontiac, de Ottawa Chief in Detroit. De Pontiac opstand verraste de Engelsen volledig, De Shawnee , Deleware en Mingo vielen Fort Pitt en de grens van Pennsylvania aan met een serie overvallen, hierbij kwamen 600 kolonisten om.
Een spion redde het garnizoen in Detroit maar de forten Pitt en Niagara waren omsingeld en zaten in de problemen. In totale wanhoop stelde Amherst van Fort Niagara voor aan de bevelhebber van fort Pitt: Captain Simeon Ecuyer, de Shawnee, Deleware en Mingo geschenken te sturen die besmet waren met het Pokken virus. Captain Simeon dacht dat het een bevel was en deed dit dus ook. Het bleek erg effectief te zijn, de 3 stammen hadden nog geen weerstand tegen het pokken virus omdat ze niets hadden meegekregen van de epidemie van 1757-58. Daarnaast brachten de Shawnee het virus ook naar de Cherokee met wie zij in oorlog waren en naar hun stamgenoten in Tennessee, uiteindelijk kwam het virus terecht bij de Shawnee die bij de Creek leefden en van daaruit bij de Chickasaw en Choctaw tot het hele Zuidoosten besmet was. Als gevolg hiervan stierven duizenden indianen en Engelse kolonisten.
Pontiacs opstand stortte in op het moment dat het hem niet lukte de forten Pitt,Niagara en Detroit in te nemen en de Fransen weigerden hun voormalige bondgenoten te hulp te schieten. De Shawnee , Deleware, en Mingo werden uiteindelijk door Kolonel Henry Bouquet verslagen in een 2 dagen durende veldslag bij Busche Run die de bezetting van Fort Pitt beëindigde. Chief Pontiac vluchtte uiteindelijk naar het westen richting Indiana en zijn bondgenoten liepen over en probeerden weer vrede met de Engelsen te sluiten. In middels was Amherst vervangen door Thomas Cage en deze bracht de bevoorrading van de Indianen weer op het oude peil. In November tekenden de Shawnee en de Deleware een vrede akkoord met de Engelsen en lieten 200 gevangenen vrij. De Britse regering was aardig geschrokken van de plotselinge opstand en verbood in de proclamatie van 1763 verdere kolonisatie van het gebied ten westen van de Appallachians. Hoewel dit voor de Ohio stammen weinig verlichting gaf en veel Irritatie bij De Britse Kolonisten wekte.
Terwijl Pennsylvania afstand van hun landclaim had gedaan, weigerde Virginia dit te doen. Zij hadden in 1749 de Ohio Company gecharterd en daarbij toegezegd dat zij recht hadden op het land bij de vork van de Ohio(Pittsburg). De claims van Virginia waren een stuk uitgebreider dan die van Pennsylvania en besloegen het gehele gebied van de Ohio Vallei ten westen van de Illinois rivier, inclusief Kentucky, west Virginia en beneden Michigan. Veel kolonisten, (inclusief George Washington) hadden geïnvesteerd in de landspeculaties en de weigering van de Britse overheid om de gebieden voor kolonisatie open te stellen, riep veel verzet bij de kolonisten op. De rijke kolonisten dachten zelfs na over een revolutie. De arme kolonisten bedachten een simpelere oplossing, ze negeerde het verbod tot kolonisatie gewoon, en trokken het gebied van west Pennsylvania gewoon binnen om zich daar te vestigen. Ondertussen begon ook de kolonisatie van de Iroquois gebieden zich te ontwikkelen. Dit was afgesproken tussen de Iroquois en de Engelsen 1768 toen zij elkaar ontmoetten in fort Stanwix, zij kwamen overeen dat de Iroquois afstand zouden doen van het Ohio gebied, daar zij de controle over de stammen niet langer kon handhaven en de Engelsen nieuw gebied zochten omdat zij de Amerikanen niet meer konden handhaven. De Shawnee protesteerden bij de Iroquois maar werden genegeerd. De Shawnee deden nog een voorstel aan de Illinois,Wea, Piankashaw, Miami, Kickapoo, Potawatomi, Wyandot, Ottawa, Deleware, Mascouten, Chippewa, Cherokee en Chickasaw om een westerse alliantie te sluiten, er werden ontmoetingen georganiseerd aan de Scotia rivier in 1770 en 1771. William Johnson (een land Speculator) slaagde er echter in, te voorkomen dat het bondgenootschap gesloten werd. Zo stonden de Shawnee , Deleware en Mingo er alleen voor tegen de longknives of te wel de soldaten van Virginia en Pennsylvania. Het land waarvan de Iroquois afstand hadden gedaan was inclusief Kentucky, de Cherokee claimden dat land echter ook, aan de claim van de Shawnee werd gemakshalve maar voorbij gegaan.
De Engelsen haalden de Cherokee uiteindelijk over hun land in oost en centraal Kentucky te verkopen en zo was het gebied eindelijk open voor de kolonisten. De Cherokee hadden de kolonisten in de naam van Daniel Boon gewaarschuwd dat de Shawnee hevig verzet zouden bieden zogauw er kolonisten zouden proberen zich op hun l;and te vestigen, maar dit verwachtte Boon al omdat zijn zoon door de Shawnee was gedood tijdens een jacht party. Tegen 1774 waren er 50.000 grenssoldaten ten westen van de Appalachen, hunkerend naar een gevecht. Zij waren al heel wat gewend en deden vaak niet onder voor een goede krijger.
De spanningen liepen ondertussen hoog op in de blanke nederzettingen langs de Upper Ohio tussen Pittsburg en de mond van de Muskingum. Zowel Virginia als Pennsylvania eisten het gebied rond Pittsburg op en stonden klaar om met elkaar te vechten. De Deleware hadden al eerder met dit bijltje gehakt en wisten wat er ging gebeuren. Zij besloten met toestemming van de Miami’s , zich in Indiana te vestigen.

De gevechten begonnen pas echt, toen de staat Virginia aan een groep landmeters de opdracht gaf, het gebied ten westen van de Kanawha rivier in kaart te brengen voor kolonisatie.. De groep werd flink op de huid gezeten door de Shawnee. In de lente van 1773 besloten zo’n 650 Kospoko en Piqua Shawnee Ohio te verlaten en naar het westen, richting Spaans- Missouri in te trekken.
In 1774 nemen vrijwillige soldaten het verlaten fort pitt in gebruik als opslagplaats voor wapens en voedsel ten behoeve van de aanstaande oorlog tegen de Shawnee. In de lente nemen de aanvallen van de Shawnee op de landmeters toe. Miceal Cresap en een groep vrijwilligers zijn in de veronderstelling dat de oorlog tegen de Shawnee begonnen is en vallen een handelsgroep van de Shawnee aan bij Wheeling in april en doodden hierbij een Chief.
Een maand daarna vallen een groep Long Knives bij Yellow Creek(Steubbenvilli, Ohio)een vreedzaam dorpje met Mingo’s aan en doodden de Shawnee vrouw van Logan, een Mingo War- Chief. Een paar dagen later worden ook de broer en zwangere zus van Logan bij een aanval gedood. Chief Cornstalk gaat naar fort Pitt om een oorlog te voorkomen. Ondertussen bezoekt Logan een Shawnee- Mingo dorp en verzameld daar een oorlogsgezelschap, terwijl Cornstalk in fort Pitt praatte, vielen Logan en zijn krijgers een dorp aan de Muskingum rivier aan en vermoordden daar 13 kolonisten.
In 1774 begint de oorlog, die bekend zou worden als Lord Dunmors war. In een poging een escalatie voor te zijn probeert Logan de kolonisten uit te leggen dat verder geen wraak zouden nemen, maar deze hebben zich al in de Forten teruggetrokken in afwachting van versterkingen uit het Oosten. De Gouverneur van Virginia, besluit niet meer te praten en brengt in plaats daarvan een groot leger van vrijwilligers bijeen en stuurt hen naar het westen. Omdat de Shawnee zo verzwakt waren door het vertrek van de 650 stamleden naar Missouri, waren zij genoodzaakt versterking te zoeken bij de Andere Detroit stammen, dus stuurde zij een oorlogsriem nar hen. Deze werd door alle stammen geweigerd en ook de Deleware kozen ervoor in deze oorlog neutraal te blijven. Dus de Shawnee en Mingo waren zwaar in de minderheid. Dunmore en zijn vrijwilligers begonnen de aanval op de dorpen van de Shawnee en Mingo en vernietigden Wakatomica en vijf andere dorpen. Terwijl zij opnieuw verzamelde bij Point Plesure(west –Virginia), vielen Cornstalk en zijn 300 krijgers onverwacht aan. Het werd een lange strijd met aan beide kanten vele slachtoffers en uiteindelijk was Cornstalk genoodzaakt zich terug te trekken dwars door Ohio. Hij was verslagen. Een maand later ontmoette Cornstalk een aantal officials van Virginia en tekende een verdrag: “ het verdrag van Camp Charlotte”. In dit verdrag deden de Shawnee afstand van hun claim op het gebied ten zuiden van de Ohio en beloofde zich daar niet te vestigen. Niet snel daarna besloten de rest van de Hathawekela te vertrekken en settelde zich bij de Creek in Noord- Alabama. Zo stond Kentucky eindelijk open voor kolonisatie en in maart 1775 Stichtte James Harrod de eerste permanente nederzetting in Kentucky: Harrodstown. Rond dezelfde tijd trok Daniel Boone door het Cumberland Gap Kentucky binnen en stichtte de tweede permanente nederzetting Boonsborough.
Zoals beloofd bewaarde Cornstalk de vrede, maar hij kon echter niet voor de andere Shawnee stammen spreken
Tot dan was Engeland niet meer als een geïnteresseerde toeschouwer geweest in het conflict, maar met het begin van de revolutie stopte zij met toekijken. Zij probeerden de Shawnee en de andere stammen te stimuleren tot aanvallen op de Amerikaanse kolonisten. Sommige stammen bleven echter liever neutraal in dit conflict, maar de Detroit stammen lieten zich tot oorlog verleiden met het argument dat de Amerikanen op hun land uit waren. Zo raakten de St. Joseph Potawatomi, Mingo en de Saginaw en Mackinac Chippewa betrokken in de strijd. Ook werd er een oorlog verbond gesloten tussen de krijgers van de Shawnee en de Cherokee(Chickamauga).
In juli 1776 vallen de Chickamauga twee forten op de grens van de Virginia’s aan en provoceerde zo alle Amerikanen wraak tegen alle Cherokee te nemen. Ondertussen Vielen Shawnee en Chickwacha warparty’s diverse Amerikaanse nederzettingen dwars door Kentucky aan.
Voordat de Iroquois zelf bij de strijd betrokken raakte eisten ze van de Shawnee de vijandelijkheden tegen de Amerikanen te stoppen. Maar ze waren er inmiddels aan gewend dat er niet naar ze geluisterd werd. De Engelsen probeerden de stammen te stimuleren door bonussen te geven voor de scalps van Amerikanen, daarbij maakte het niet uit van welk geslacht of welke leeftijd de eigenaars waren. Het gevolg hiervan was een privé oorlog tussen de Ohio stammen en de Kentucky kol9onissten een oorlog die los stond van het conflict ten oosten van de Appalachen. In juli 1776 werden de 14 jarige dochter van Boone samen met twee vriendjes gevangen genomen door de Shawnee en Cherokee. Boone redde ze door hen te achtervolgen en korte gevechten te voeren. Ondertussen veranderde het conflict zo snel in een van persoonlijke wraak en haat dat Cornstalk de controle over zijn krijgers verloor en ze niet langer kon overhalen neutraal te blijven. Vergezeld door zijn zoon reisde Cornstalk af naar fort Randolph in 1777 om de Amerikanen te waarschuwen dat zijn krijgers dreigden over te lopen naar de Engelsen. In plaats van dat ze dankbaar waren voor de waarschuwing namen de Amerikanen Cornstalk echter gevangen en vermoorde ze hem later als vergelding voor de moord op een blanke. De opvolger van Cornstalk als war Chief was Blackfish, een groot hater van de Amerikanen. Zijn vergelding was een groot aantal oorlog en roof tochten dwars door Kentucky en west Pennsylvania. Rond juli waren Boonsborough, Harrodsburg en Logans Fort nog de enige overgebleven nederzettingen in Kentucky. De andere kolonisten hadden zich of teruggetrokken in de forten of waren terug gegaan naar het Oosten. Hoewel zelfs de forten niet veilig waren. In september werd Fort Henry(Weeling) aangevallen door een groep van 400 Shawnee, Mingo en Wyandot krijgers. De helft van de 42 man sterke divisie was dood tegen de tijd dat er aflossing kwam, en voordat zij zich terug trokken staken de krijgers eerst nog de nabij liggende nederzetting in de brand.. In februari 1778 verliet generaal Edward Hand fort Pitt voor een straffende tocht door Ohio. De generaal nam nooit gevangenen en bij zijn Squaw-campagne vernietigde hij twee vreedzame dorpen en betrok bijna de Deleware in de oorlog. Hand nam ontslag en werd vervangen door Generaal Lachlan McIntosch. Ondertussen liep in Fort Pitt een blanke scout over naar de Engelsen, hij was ervan overtuigd dat de Amerikanen de oorlog zouden verliezen. De scout, Girty genaamd werd bekend als “ Great Renegade” en leidde vele Shawnee warparty’s en stond bekend als een van de brutaalste vijanden van de Longknives. Om wraak te nemen voor Cornstalk leidde Blackfisch en Half King in mei een groep van 300 Shawnee en Wyandot krijgers naar Fort Randolph om het aan te vallen. De bevelhebber van het fort weigerde echter dat zijn mannen het fort zouden verlaten om te vechten, gefrustreerd na een bezetting van een week verlieten de indianen het gebied rond het fort weer. De war party trok verder omhoog langs de rivier de Kanawha om daar nederzettingen bij Greenbrier aan te vallen. Daniel Boone was in februari door de Shawnee gevangen genomen, maar Blackfisch weigerde hem uit te leveren aan de Engelsen en adopteerde Boone uiteindelijk als zijn eigen zoon Boone ontsnapte in juni het kamp om Boonsborough te waarschuwen voor een op handen zijnde aanval. Deze aanval kwam uiteindelijk in september en terwijl zijn mannen Boonsborough negen dagen lang aanvielen stond Blackfisch buiten de poorten te schreeuwen naar Boone en hem te vervloeken om zijn ondankbaarheid en het verraad van zijn vader. Ondanks hand’s Sqauw campagne trokken de Deleware in september naar fort Pitt en tekende daar een vriendschapsverdrag en verbond met de Amerikanen. Ook gingen zij akkoord met het feit dat de Amerikanen een fort vestigde op de west-bank van de Tuscarawas in Ohio om hen te “beschermen” tegen de Engelsen. De Deleware weigerde echter deel te nemen aan een expeditie om Detroit gevangen te nemen.. Door deze weigering werden de longknives een beetje wantrouwend en terwijl ze hen escorteerde naar het nieuwe fort, vermoordde de Amerikanen de Chief van de Deleware(White Eyes). In 1778 behaalde de Amerikanen een grote overwinning, toe George Rogers Clark de Britse forten: Sackville en Kaskaskia in augustus veroverde en zo de controle namen over het gebied Illinois. Met behulp van de Detroit stammen heroverden de Britten fort Sackville in december, maar Clark forceerde een tegen aanval en dwong de Engelsen zich in Februari1779 over te geven. De Britse gevangenen werden gespaard, maar de Indiaanse gevangenen werden met behulp van de Tomahawk vermoord. Alsof de geest van White Eyes het fort vervloekt had, bleek fort Laurens voor de Amerikanen een doodsval te zijn. Eerst werd het fort aangevallen door een Mingo war party aangevoerd door Simon Girty, een maand later februari 1779 kwamen 18 Amerikaanse soldaten om vlak voor het fort en hielden de Mingo en Wyandot krijgers het fort omsingeld tot er versterking kwam uit fort Pitt in Maart. Tegen Augustus werd het fort verlaten omdat het onverdedigbaar bleek te zijn . De Kentuckians namen later van dat jaar wraak op de Shawnee, voor de rooftochten die zij hadden gehouden in mei, hierbij brandde zij Old Chillicote plat en kwam Chief Blackfisch om. De rest van de Shawnee verhuisden hun dorpen van de Scioto naar de Mad River in het noorden. De longknives waren in een slechte bui. Ze weigerede een vredesaanbod van de Shawnee en Wyandot en vielen ook een groep Deleware aan(bongenoten van de Amerikanen)..
Moe van het vechten verlieten de laatste van de Kispoko en Piqua het gebied en vertrokken naar Spaans Louisiana. Daarmee waren de Chillicote en Mequachake de laatste overgebleven Shawnee stammen in Ohio.
Begin 1780 maakten de Britten een plan voor een drie puntige aanval om zo de gehele valleien van Mississippi en Ohio te veroveren Captain Henry Bird verliet Detroit in April met 600 krijgers en tegen de tijd dat hij in Ohio aankwam waren het er 1200. Gedurende de Zomer brandden de Amerikaanse nederzettingen en werden de bewoners ervan gemarteld en vermoord. Clark nam wraak door de Shawnee dorpen langs de Rivier de Mad aan te vallen in augustus. Hij nam maar 7 gevangenen, maar voor hem was dit een record als het om genade gaat. De cirkel van geweld, wraak en haat ging het gehele jaar 1781 door. In de lente van 1781 brandde Daniel Brodhead de Deleware hoofdstad bij Coshocton plat . Vrouwen en kinderen werden gevangen genomen, maar de mannen werden met de Tomahawk vermoord. Tegen de tijd dat een oorlogsraad in juni in New Chillicote bijeen kwam was er geen enkele stam in Ohio meer neutraal. Gedurende de zomer vielen war-party’s, meestal onder leiding van Simon Girty diverse nederzettingen in Kentucky en Pennsylvania aan.. in augustus probeerde Clark een expeditie bijeen te brengen om Detroit te veroveren, maar een groep uit Pennsylvania op weg naar hem werd in de val gelokt vlakbij de mond van de Miami rivier in Cincinnati. De Iroquois en Toris uit canada die dit hadden gedaan werden geleid door de Mohawk Chief Joseph Brant. Daarna wachtte Brant langs de Ohio rivier om Clark in de val te lokken. Maar Clark slaagde er in de val te ontlopen en kwam zo veilig aan in Fort Nelson in Louissville, toch bleef Detroit tot 1795 in Britse handen.
In Maart 1782 slachtte vrijwilligers uit Pennsylvania 90 vredelievende Moravian Deleware af bij Gnadenhuetten in Ohio en gaven daarmee de Deleware een goede reden om revanche te nemen.. In juni werd een aanval op een Sandusky dorp in noord Ohio succesvol afgeweerd en de bevelhebber Colonel william Crawford werd gevangen genomen door de Wyandot en overgedragen aan de Deleware. Terwijl Girty Crawford beschimpte werd hij door de Deleware aan een stok in brand gestoken. In Augustus leidde Girty weer een krijgstocht tegen Kentucky dit keer tegen Bryan station. Achtervolgt door de soldaten, lokte hij hen in de val bij Blue licks langs de Licking rivier. Er kwamen zestig Amerikanen om inclusief Isreal de zoon van Daniel Boone De Mingo brandden Hannastown in Pennsylvania plat en een groep van 300 krijgers vielen fort Henry bij Wheeling voor de tweede keer aan. De maand erna versloegen Clark en 1200 bereden schutters de Shawnee bij de Miami rivier en brandden 6 van hun dorpen plat, inclusief New Chillicote. Wordt vervolgdboven begin

 

Reservaat

boven begin

Links

boven begin