gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Arapaho*

De Arapaho zijn een typische Plains- stam.
Ze zijn nauw verwant aan de Cheyenne en waren de laatste honderd jaar ook een duidelijke bondgenoot van de stam. De taal die zij spraken was afkomstig van het Algonkin dialect, dit wijst erop dat de stam in het verre verleden in de omgeving van de Grote meren heeft geleefd. Vermoedelijk was het een agricultuur stam die leefde in de omgeving van de Rode rivier in Noord Minnesota.
Zij noemen zichzelf de Inunaina, equivalent voor “onze mensen”.
Door de Sioux en Cheyenne worden ze de “Blue Sky mensen of Wolken mensen” genoemd.

Vanuit de valleien van de Rode Rivier trokken ze zuid- westwaarts de Missouri rivier over, waarschijnlijk in dezelfde periode dat ook de Cheyenne vanuit Minnesota vertrokken.
De datering van de permanente alliantie tussen beide stammen is echter onbekend.
De Atsina , later samengegaan met de Siksika, schijnen een afsplitsing van de moederstam van de Arapaho te zijn, die naar het noorden trokken op het moment dat de Arapaho de Plains op gingen. De verdeling van de Arapaho in een noordelijke en een zuidelijke groep is puur geografisch en heeft als reden dat elke groep apart in een reservaat werd geplaatst.
De Noordelijke Arapaho in Wyoming, worden gezien als de moederstam en bewaren de heilige artefacten van de stam, zoals de Viz, een heilige pijp, een maïskolf en een figuur van een schildpad, allen gemaakt van steen.

Sinds dat de Arapaho de Missouri zijn overgestoken trokken zij, net als de Cheyenne en Sioux, steeds verder naar het westen en zuiden.

De Noordelijke Arapaho, bouwden hun hutten vlak bij het gebergte bij het hoofd van de rivier de Platte, terwijl de Zuidelijke Arapaho verder naar beneden trokken, richting de rivier de Arkansas. Rond het jaar 1840 sloten ze vrede met de Sioux, Kiowa en Comanche. Ze bleven echter gezworen vijanden van de Shoshone, Ute en Pawnee, totdat ze in het reservaat werden geplaatst.
Over het algemeen stonden de Arapaho vriendschappelijk tegenover de blanken.
Met het verdrag van Medicine Lodge van 1867 werden de Zuidelijke Arapaho en Zuidelijke Cheyenne met elkaar in een reservaat in Oklahoma geplaatst. Dit reservaat werd in 1892 opengesteld voor blanke kolonisten en de indianen ontvingen de rechten op stukken grond en op Amerikaans burgerschap. De Noordelijke Arapaho werden geplaatst in hun huidige reservaat in Wind River in Idaho in 1876, nadat zij vrede hadden gesloten met hun aartsvijanden de Shoshone, die in hetzelfde reservaat leefden. De Atsina divisie, meestal geduid als een aparte stam, is samengegaan met de Assiniboin in het Ft. Belknap reservaat in Montana.
Hun aantallen waren respectievelijk 889, 859, en 535 in 1904.

Als stam zijn de Arapaho dapper maar vriendschappelijk en gastvrij en hechten een groot belang aan ceremonieën. De jaarlijks zonnedans is hun belangrijkste ceremonie en zij namen actief deel aan de Ghost Dance religie. Qua levensstijl waren ze typische Plains indianen. Zij begroeven hun doden in de grond, in tegenstelling tot de Cheyenne en Sioux, die hun doden op hoge stellages legden . Hun militaire organisatie is gelijk aan die van de andere Plains stammen en zij kenden geen clan systeem.

 

Divisies;

 

De Arapaho erkennen binnen de stam 5 verschillende divisies, die ieder hun eigen dialect spreken.

1. De Nákasine'na, Báachinena, of Noordelijke Arapaho.
Zelf noemen zij zichzelf de Nakasinena of “sagebrush mensen”. Bij de rest van de stam stonden ze bekend onder de naam Baachinena. De Kiowa noemden hen de Tagyako. Zij bewaarden de heilige voorwerpen van de stam en worden beschouwd als de moedergroep van de stam en worden in de gebarentaal aangeduid als “moeder mensen”.

2. Nawunena of “zuidelijke mensen”, de zuidelijke Arapaho, ook wel Nawathineha genoemd door de Noordelijke Arapaho, wat “zuidelijke mensen” betekend. De Kiowa noemden hen Ahayadal.

3. Aaninena, Hitunena, Atsina ofwel de Gros Ventre van de Prairie. De eerste naam betekend zoveel als “witte klei mensen” en zo noemden zij zichzelf. Hitunena, Hittiunenina” bedelaars of bedelende mensen is de naam waarbij ze genoemd worden door de andere Arapaho. Het waren de Fransen die hen de naam Gros Ventre van de Plains noemden en dit bracht enige verwarring met de Gros Ventre van de Missouri.

4. Basawunena, “ wood lodge mensen”. Dit waren volgens de overlevering van origine een aparte stam die in oorlog met de Arapaho waren en gedurende 150 jaar in de stam zijn opgegaan. Hun dialect, wijkt duidelijk af van die van de andere Arapaho . Nu zijn er nog circa 50 afstammelingen van de stam onder de Arapaho en vermoedelijk nog een aantal bij enkele andere stammen.

5. Hanahawuuena “rots mensen”. Deze divisie leefde net als voorgaande divisie bij de Noordelijke Arapaho, maar zijn nu praktisch uitgestorven.

 

De twee belangrijkste divisies van de Noordelijke en de Zuidelijke Arapaho zijn verdeelt in verschillende subbands:

(a) Forks of the River Men

(b) Bad Pipes

(c) Greasy Faces, among the Northern Arapaho;

(d) Wáquithi, bad faces,

(e) Agáthine'na, pleasant men,

(f) Gawunena, Blackfeet, said to be of Siksika admixture;

(g) Háqihana, wolves,

(h) Sästábäithi, looking up, or looking around,