gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Blackfeet

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

De Blackfeet, wiens naam eigenlijk: "Moccasins die zwart zijn geworden van de prairie as" betekend, zijn een typische vlakten stam, die leefden in het grensgebied van Noord- Montana en Zuid Alberta, Canada.
Zij moeten niet verward worden met de Blackfoot, die hebben een vergelijkbare naam, maar zijn één van de zeven sub-bands van de Lakota.

De Blackfeet Confederatie bestond uit 4 verschillende stammen: de Pikuni/Piegan, de noordelijke Pikuni, de Blackfeet/Siksika en de Blood of Kainai indianen.

Wanneer de Engelsen destijds contact met de Blackfeet zochten om een verdrag te sluiten of om te onderhandelen deden zij dit meestal via de Niitsitapi en zij dachten dan ook dat alle Niitsitapi, Blackfeet waren. Dit was echter niet het geval, want de Niitsitapi bestonden uit de Piegan, de zuidelijke of Montana Blackfeet, de Bloods en de Siksika of Blackfeet.
De Blackfeet leefden in het gebied van de Rocky Mountains en overwinterden vaak aan de oevers van de Flathead Rivier, zodat zij op herten elanden etc. konden jagen. Zij waren net als veel andere stammen, vanuit het gebied van de grote meren afkomstig.
Over het algemeen gaat men er vanuit dat het in de eerste instantie de Piegan waren die vanuit de Grote Meren naar het westen trokken en daar op een agressieve manier de Shoshone verjaagden naar de zuidwest hoek van Montana.

De Flathead en Kootenai werden ook door de Blackfeet uit het gebied verdreven en deze stammen trokken nog verder naar het westen. Later kwamen de Bloods ook naar het gebied en namen bezit van het noorden en zuiden en de noordelijke Blackfeet kwamen als laatste en vormden zo een buffer met de Cree en Chippewa.
Van 1840 tot 1860 werden de diverse Blackfeet stammen iets onafhankelijker van elkaar en onderscheidden zij zich ook steeds meer. Ook de gebieden die hen “toebehoorden” waren inmiddels wat duidelijker.

 

Rond 1870 waren er zo'n 15.000 Blackfeet en ondanks het feit dat er steeds meer stammen de vlakten op trokken en zij ook in het bezit van paarden en vuurwapens waren, lukte het de Blackfeet toch een groot gebied in handen te houden en waren zij de belangrijkste vlakten stam in het noorden.
Net als de meeste nomadische bizon- jagende stammen leefden zij tijdens de zomer op de grote vlakten. Zij leefden daar in grote dorpen, gebouwd in een cirkel, met de opvallende en karakteristieke tipi's waarvan de palen vaak 3 meter boven de tent uit staken. In het midden was een ruimte vrij gehouden waar de ceremoniën en beraadslagingen plaats konden hebben.

blackfeet

Blackfeet krijger

 

blackfeet tumb

Kaart

De Blackfeet kwamen voor het eerst met paarden in aanraking toen zij in 1730 werden aangevallen door een groep Shoshone te paard. Door de handel met de Flathead kwamen zij in het bezit van hun eigen paarden.
Tijdens de zomerjacht waren de jagers meestal gekleed in vachten van dieren zodat de bizons hun menselijke geur niet zouden opvangen. Meestal werden de bizons over de rand van een ravijn gejaagd of in een koraal gedreven zodat zij makkelijker gedood konden worden.
De bizonjacht zorgde ervoor dat de Blackfeet voorzien waren van voedsel voor de winter en zomer en verder werd bijna de gehele bizon gebruikt voor het maken van wapens en gereedschappen en werden de huiden gebruikt om er de tipi's mee te bedekken en om er winterkleding van te maken.

Naast het vlees van de bizon, leefden de Blackfeet ook van de door de vrouwen verzamelde planten, vruchten en noten.

De mannen waren gekleed in lange gelooide, leren broeken, die omhoog werden gehouden door middel van een riem. De vrouwen droegen lange jurken ook gemaakt van gelooid leer. In de zomer waren de jurken zonder mouwen en in de winter met. De vachten van de bizons werden winters met de bontkant naar binnen gedragen om hen te beschermen tegen de ijzige winterkou.
De Blackfeet waren erg goede kunstenaars, de tipi's werden beschildert met typische Blackfeet patronen en de ceremoniële kleding werd versierd met ingewikkelde patronen van borduurwerk, kralen en verf.

Het geloof van de Blackfeet, verteld een verhaal over een oude man, Napi genaamd, hij was de schepper van de wereld.

De mannen van de stam namen deel aan de typische zonnedans ceremonie en hadden vele speciale ceremoniën binnen hun broederschappen. Ook de vrouwen hadden diverse bongenootschappen, met hun eigen ceremonieën.

Ondanks het feit dat de Blackfeet hun thuisland met hand en tand beschermden tegen het binnendringen van de blanke kolonisten, onderhielden zij toch goede banden met de stropers die voornamelijk in de pelzen en vachten van de Blackfeet handelden.

Na verloop van tijd, stierven vele van de Blackfeet indianen aan de ziekten die de blanken met zich meebrachten en tegen 1800 trokken hordes blanke kolonisten en toeristen toch de gebieden van de Blackfeet binnen.

Deze toeristen hielden zich veelal bezig met het voor de lol doden van de, door de Blackfeet zo benodigde, bizons. Duizenden en duizenden bizons werden gedood, van hun vacht ontdaan en dan achtergelaten om weg te rotten op de vlakten.

In 1870 vond één van de ergste slachtingen van het Amerikaanse leger op de indianen plaats, deze slachting is bekend geworden als de Marias Massacre. In de ochtend van 23 januari, werden 200 Piegan gedood, waarvan de meeste vrouwen en kinderen waren. De Piegan waren leden van een vriendelijke stam en dus niet diegene naar wie de Amerikanen opzoek waren. Nadat de slachting achter de rug was, gingen de Amerikanen opzoek naar hun werkelijke doel, maar deze indianen waren natuurlijk al lang en breed vertrokken.
In de winter van 1883 stierven meer dan 800 Blackfeet de hongerdood als gevolg van het uitsterven van de bizons. De Blackfeet die de winter overleefden gaven hun land op en trokken naar de reservaten in Canada en Montana in ruil voor subsidies en vee van de overheid.

Vandaag de dag leven vele Blackfeet indianen als veeboer in Montana en Alberta, Canada.

 

HET VERHAAL VAN DE OUDE MAN....

 

De oude man kwam vanuit het zuiden en maakte de bergen, de vlakten en de bossen en ondertussen schiep hij terloops ook de vogels en andere dieren. Hij trok naar het noorden en schiep hier en daar nog wat en stopte ook hier en daar rode verf in de grond, zo creëerde hij de wereld als hij nu is.
Hij maakte de melk rivier en stak hem over, omdat hij moe was beklom hij een heuvel en ging rusten. Terwijl hij op zijn rug ging liggen, strekte hij zijn armen uit in het gras, hij markeerde zijn figuur met stenen.
Je kunt de stenen vandaag de dag nog zien, zij laten de vorm van zijn lichaam, benen, armen en haren zien.
Terwijl hij verder naar het noorden trok, struikelde hij over een knol, viel op zijn knieën en zei er tegen: "jij bent iets slechts om me zo te laten struikelen". Hij richtte twee grote stenen op en noemden hen de knieën, zo heten nu nog steeds. Hij trok verder naar het noorden, en met sommige van de stenen die hij mee nam bouwde hij de Sweet Grass Hills.
De oude man bedekte de prairies met gras als voedsel voor de dieren. Hij nam een stuk grond en verbouwde er van allerlei soorten wortelen en bessen: camas. carrots, turnips, bitterroot, sarvisberries, bull-berries, cherries, plums, en rosebuds. Hij plantte bomen en zette van allerlei soorten dieren op de grond.
Toen schiep hij de Bighorn schapen met hun grote horens en kop en liet ze los op de vlakten. Maar het dier kon niet goed overweg met de vlakten, het was onhandig en kwam niet snel vooruit. Dus nam de oude man het dier bij zijn horens en sleepte het de bergen in en liet het daar los.
Het dier sprong rond op de rotsen en beklom angstaanjagende plaatsen met gemak. "Dit is de plek waar jij thuishoort, de rotsen en bergen" zei de oude man.
Terwijl hij in de bergen was, maakte hij de antilope uit aarde en liet hem los om te kijken hoe hij het ervan af bracht. Hij liep zo snel dat hij over de rotsen struikelde en zichzelf bezeerde. de oude man nam de antilope op en bracht hem naar de vlakte en liet hem los.
Toen hij hem zag rennen zei hij:" Hier hoor jij thuis op de vlakke prairie".
Op een dag besloot de oude man dat hij een vrouw en kind wilde maken. Hij maakte hen uit klei, de vrouw en haar kind, een zoon. Nadat hij de klei een menselijke vorm had gegeven, zei hij er tegen: "Jullie moeten mensen zijn"!. Toen bedekte hij het en ging weg.
De volgende morgen naam hij de bedekking weg en bekeek naar de afbeeldingen en zei: "Sta op en loop". dat deden ze, ze liepen met hun schepper naar de rivier en toen vertelde hij hen dat zijn naam "NAPI" was ofwel " oude man"
Zo werden wij mensen geschapen. Het is hij die ons maakte.
De eerste mensen waren arm en naakt en zij wisten niet hoe zij voor zichzelf moesten zorgen. De oude man liet hen de wortels en bessen zien en zei
"Je kunt deze eten". Toen wees hij naar de bomen en zei: " Als de bast van deze bomen jong en zacht is, dan kun je hem eten".
Hij vertelde de mensen dat de dieren ook hun voedsel waren. "Dit zijn jullie kuddes" zei hij "Al deze dieren die op de grond leven, hamsters, konijnen, eekhoorns, stinkdieren, bevers, ze zijn goed om te eten, je hoeft niet bang te zijn om hun vlees te eten, deze vogels ook, ook hen heb ik gemaakt om te eten".
De oude man nam hen mee over de vlakten, toen door de bossen en toen naar de moerrassen om hen de planten te laten zien die hij geschapen had.
Hij vertelde hen welke kruiden goed waren tegen de ziekten vaak vertellend "Deze wortel, deze kruiden, dit blad is goed als het in een bepaalde tijd verzameld wordt".
Op deze manier leerden de mensen alles over de helende werking van de kruiden.
Toen liet hij hen zien hoe ze hun eerste wapens moesten maken om hun dieren te doden als eerste voedsel. Eerst ging hij weg om een paar Sarvisbes scheuten te snijden, bracht ze mee en pelde de bast eraf.
Hij pakte de grootste scheut, maakte hem vlak en bond er een touw aanvast en maakte een boog.
Toen ving hij een van de vogels en nam een paar veren van zijn vleugels, splitte hem en bevestigde ze aan het einde van een stuk hout.
Als eerste bond hij vier veren aan een stuk hout en nam de boog en schoot de pijl naar zijn doel. hij vond dat hij niet goed vloog. Toen hij maar 3 veren gebruikte vloog hij recht op het doel af.
Toen ging hij weg en begon scherpe stukken van de stenen te halen. toen hij ze aan het einde van de pijlen bond, ontdekte hij dat de zwarte flinters en sommige van de witte flinters de beste punten voor de pijlen waren.
Toen de mensen hadden geleerd hoe zij pijl en boog moesten maken, leerde de oude man hen hoe ze de dieren moesten doodden. Omdat het niet gezond is om rauw vlees te tenen, leerde de oude man hen eerst om vuur te maken. Hij verzamelde zacht, rottend drijfhout en maakte er een bergje van.
Toen vond hij een stuk hard hout en boorde er met een pijlpunt een gat in. Hij gaf de eerste man een stuk hard hout en liet hem zien hoe hij het tussen zijn handen heen en weer moest rollen tot er vonken uitkwamen en het hoopje vlam vatte.
Toen liet hij de mensen zien hoe zij het vlees moesten bereiden en hoe zij het moesten eten.
Hij vertelde hen een bepaalde soort steen te zoeken, terwijl hij een hardere steensoort zocht en liet hen de zachte steen met de harde uithollen en zo maakte zij een pan en deden de afwas.
De oude man vertelde hen hoe zij de kracht van de geesten konden krijgen:" ga alleen weg en ga slapen, iets zal er in je droom verschijnen dat je zal helpen.
Het kan een soort dier zijn. Wat het dier je ook in je slaap verteld, doe het, gehoorzaam het, laat je door het leidden. Als je later hulp nodig hebt, als je alleen reist en je om hulp schreeuwt, zullen je gebeden verhoort worden. Het kan een adelaar zijn, misschien een beer of een bizon.
Welk dier je gebed ook hoort je moet erna luisteren.
Zo leerden de eerste mensen hoe zij de dingen moesten doen op deze wereld, met de kracht aan hen gegeven in hun dromen.
Hierna reisde de oude man verder naar het noorden, Veel van de dieren de hij had gemaakt volgden hem. Zij begrepen wat hij tegen hen zij en hielpen hem.
Toen hij aankwam op het noordelijkste punt van de Porcupine mountains, maakte hij meer kleifiguren van mensen, blies zijn adem over hen heen en zij werden mensen, mannen en vrouwen. Zij vroegen hem "Wat moeten wij eten?"
Als antwoord maakte de oude man veel figuren uit klei in de vorm van de bizon. Toen blies hij zijn adem over hen heen en ze stonden op. Toen hij een gebaar naar hen maakte begonnen ze te rennen.
Toen zei hij tegen de mensen:" Deze dieren-bizons-zijn jullie voedsel".
"Maar hoe moeten we ze doden?" vroegen ze.
"Ik zal het jullie laten zien" antwoordde hij.
Hij nam ze mee naar een afgrond en droeg ze op steenhopen te bouwen. "Verberg je nu achter deze hopen, en ik zal de bizons naar jullie toe leidden" zei hij. " Wanner ze tegenover jullie zijn ga je rechtop staan".
Nadat hij hen verteld had wat ze moesten doen, liep hij naar de kudde bizons toe en riep ze.
Ze begonnen hem te volgen tot ze binnen de rots bergen waren. De oude man bleef achter en terwijl de mensen rechtop gingen staan rende de bizons in een lijn de afgrond in.
"Ga naar beneden en neem het vlees van de Bizons" zei de oude man.
De mensen probeerden de stukken kapot te scheuren maar dat lukte niet. De oude man liep naar de rand van de afgrond en brak er een aantal stukken met een scherpe rand af en vertelde de mensen de bizon in stukken te snijden met deze stukken steen.
Zij gehoorzaamden. toen zij de bizons ontveld hadden, zette ze een aantal palen op en deden de huiden erop. Zo maakten zij een schuilplaats om onder te slapen.
Nadat de oude man deze mensen dit allen had geleerd, trok hij verder naar het noorden. Hij kwam aan op de plek waar de Bow en Elbow rivieren elkaar ontmoetten. Daar maakte hij wat mensen en leerde hen dezelfde dingen. Van daar uit ging hij verder naar het noorden.
Toen hij bijna bij de Red Deer rivier was aangekomen was hij zo moe dat hij even ging liggen op een heuvel. De vorm van zijn lichaam kun je er nog steeds zien.
Toen hij wakker werd, trok hij verder naar het noorden tot hij bij een hoge heuvel aankwam. Hij klom naar de top en ging zitten om te rusten. terwijl hij de stijle heuvel naar beneden bekeek zei hij tegen zichzelf: " Dit is een fijne heuvel om vanaf te glijden, laat ik wat plezier maken". En hij begon van de heuvel af te glijden.
De tekenen van waar hij gegleden heeft kun je nog steeds zien en de plaats staat bij de Blackfeet indianen bekend als de" Old Mans Sliding Ground"
De oude man kan nooit sterven. Lang geleden verliet hij de Blackfeet en ging weg naar het westen, verdwijnend in de bergen. Voordat hij startte zei tegen de mensen: "Ik zal altijd voor jullie zorgen en ooit zal ik terug keren".
Zelfs vandaag de dag nog, denken mensen dat hij de waarheid sprak en dat hij als hij terug keert de bizon mee zal brengen, die volgens hen de blanken verborgen hebben.
Anderen herinneren zich dat hij heeft gezegd dat hij, als hij terug zou keren, anderen mensen zou vinden en in een andere wereld als hij geschapen had en de mensen zouden leven op een andere manier als hij hen geleerd had.