gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

 

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Crow Taal

De taal van de Crow is een zogenaamde Missouri - vallei – Siouxtaal en wordt in deze tijd nog gesproken door zo’n 4000 mensen in Zuidoost Montana en dan voornamelijk door de Crow- natie. Hiermee is het één van de grotere overgebleven Native talen. De taal is nauw verwant aan het Hidatsa dat wordt gesproken door de Hidatsa- Dakota.  Beide talen maken als enige deel uit van de Missouri- vallei Sioux- taalfamilie. Waarschijnlijk zijn beide stammen ooit één geweest en een splitsing zou plaats moeten hebben gevonden zo’n 300-800 jaar geleden. Volgens de enthonologische cijfers uit 1998 sprak 77% van de Crow mensen boven de 66 jaar nog de taal. Daarnaast spraken nog enkele oudere volwassenen, een paar High-school studenten de taal en geen peuters. 80% van de Crow natie geeft er de voorkeur aan op Engels te spreken. De Crow nomen zichzelf meestal Apsaaloke of Absaroke.

 

 

Crow lokatie

Het verhaal van de Crow, begint hetzelfde als het verhaal van de Hidatsa. Dit komt natuurlijk door het feit dat beide stammen in het verre verleden één stam vormden. De legende spreekt over een stam die aan de mond van de rivier de Heart leefde. Binnen de stam ontstond een conflict tussen twee Chiefs.
 In een stroompje tussen de twee dorpen lag het kadaver van een bizon. Het ene dorp was van een band, Shiptatse genaamd en het andere van de Awatuliwe. De mannen van beide kampen claimde het kadaver en het liep zo uit de hand dat een van de Chiefs, No Vitals genaamd, met zijn mensen vertrok en naar het westen trok. De andere groep, onder leiding van Chief Red Scout bleef met zijn mensen in het gebied van de rivier de Missouri en werden de Hidatsa. De andere groep werd de Crow of Absaroke. Dit verhaal over het ontstaan van de stam is alleen bekend door de overlevering binnen de stammen en zou plaats moeten hebben gehad gedurende de tweede helft van de 17de eeuw.(vermoedelijk)
Al die tijd, tot aan het jaar 1904 hebben de Crow geleefd onder de leiding van 14 Chiefs beginnende bij de historische Chief, No Vitals. Tijdens het leiderschap van de achtste Chief, Young White, kwamen de Crow in het bezit van de eerste stalen wapens, via hun verwanten de Hidatsa. In het dorp van de Crow leefde op dat moment ook de handelaar en latere tolk van Lewis en Clark, Charbonneau, die met zekerheid niet de eerste handelaar was die de stam bezocht. Als je het aantal Chiefs vervolgens terug telt dan zal de splitsing tussen beide stammen rond 1676 plaats hebben gevonden.
Na het vertrek van het grootste deel van de Crow, sloot zich al snel een andere Chief,Bear That Has A Bad Heart Always, met zijn mensen, bij de Crow aan. Deze groep zou later bekend worden onder de naam: River Crow.
De groep trok verder naar het westen tot ze bij de Rocky Mountains kwamen. Vanaf die tijd, tot aan het moment dat ze in reservaten terecht kwamen, trokken de Crow vrijelijk rond in de valleien van de Yellowstone rivier en zijn zijtakken, de Bighor rivier, de wind rivier, de Tongue rivier en de Powder rivier. Naar het zuiden toe jaagden ze tot in de zwarte heuvels in het oosten en de hoofdwateren van de rivier de Platte in het westen. In noordelijke richting, staken zij zelden de rivier de Missouri over, hoogstens om achter hun vijanden aan te gaan. Omgeven door machtige vijanden, die er natuurlijk op uit waren om de jachtgronden van de Crow te betreden, ontwikkelden de Crow zich tot zeer goede krijgers. Langs de hoofdwateren van de Platte leefden de Cheyenne en Arapaho. Richting het Wind River gebergte leefden de Shoshone en de Bannock, in het westen de Nez Perce en de Flathead en in het noorden de Pend d’Oreilles en in grote getale de Blackfeet. In het noorden leefden dan ook nog de Atsina, met wie zij een bondgenootschap sloten die bindend zou blijken te zijn. In het oosten bevonden zich de vijandelijke stammen van de Assiniboin en de Yanktonai. Met de Hidatsa en hun bondgenoten de Mandan leefden ze op vreedzame voet, maar vanaf de dorpen van die stammen tot aan de rivier de Platte, leefden de Sioux, hun ware vijanden. In die periode na 1830, leefden er op een gegeven moment zoveel Sioux in het gebied ten westen van de Black Hills dat de Crow het gebied beschouwden als te gevaarlijk om er te jagen. In het westen naam ook de druk van de Lakota toe, die hun kampen hadden opgeslagen langs de Powder en Tongue rivieren en zelfs in de vallei van de rivier de Rosebud, totdat bleek dat al het gebied tussen het Bighorn gebergte en de boven Powder rivier hun definitieve eigendom zou worden in plaats van dat het als gemeenschappelijke jachtgrond voor de stammen in de omgeving zou dienen. De stammen in het gebergte bleven dan ook druk met het aanvallen van de Lakota en iedere Lakota die het lef had om zich buiten het kamp te begeven werd dan ook zonder pardon afgemaakt. De Sioux zouden uiteindelijk nooit het gehele gebied tussen de Black Hills en de Bighorn Mountains in hun bezit krijgen, hoewel, gezien het aantal leden van beide stammen, het waarschijnlijk een kwestie van tijd zou zijn geweest, ware het niet dat de overheid ingreep.
De stam kwam voor het eerst officieel in contact met de VS in 1825, toen zij met beide bands, De rivier Crow onder leiding van Chief Rotten Belly en de berg Crow onder leiding van Chief Red Feather At The Tempel, bijeenkwamen in een dorp vlak bij de Mandan en samen met de Hidatsa en Mandan vriendschap sloten met de Vs.
In 1868, bij het sluiten van het Fort Laramie verdrag, deden de Crow afstand van al hun land en stemden ermee in een reservaat te gaan leven.

kaartcrow

 

Crow populatie

De numerieke kracht van de Crow werd behoorlijk onderschat door sommige vroege onderzoekers. Lewis en Clark schatte het aantal lodges van de Crow op driehonderd vijftig, wat overeenkwam met 3,500 inwoners, terwijl Maximilian het aantal lodges op honderd schatte. Catlin zat er met zijn schatting in 1834, waarschijnlijk het dichts bij en hij verklaarde dat er niet meer dan 7000 Crow waren. De ouderen van zowel de Hidatsa als de Crow vertellen echter dat er tijdens de verdragsbijeenkomst in 1825, 950 lodges van de stam aanwezig waren en aangezien dit getal uit twee verschillende bronnen afkomstig is kan men er vanuit gaan dat het klopt. In die tijd leefden er zeker niet minder dan 10 personen in een lodge en het is dus veilig te vooronderstellen dat er in die periode circa negen duizend Crow waren. De schattingen van Lewis en Clark zijn waarschijnlijk gebaseerd op een grote band of een deel van de stam. In 1864, een memorabel jaar vanwege een grote slag met de Sioux, waren er ongeveer vier honderd lodges van de Mountain Crow en met gemiddeld 6 inwoners per lodge kwam dat neer op ongeveer 2,400 Crow een schatting die overeenkomt met die van een agent in 1871 die schatte dat het aantal Mountain Crow 2700 was en het aantal River Crow 1400. In 1908 was het aantal Crow afgenomen tot circa 1800. Op dit moment leven er ongeveer 11.300 geregistreerde Crow stamleden.

 

Crow (sub)bands

De verdeling van de stam in twee divisies is geografisch van reden en een deel politiek, maar zeker niet etnisch. De taal van beide divisies komt overeen. Lewis (Stat. View, 1807) vertelde dat ze verdeeld waren in 4 bands, die zij zelf de Ahaharopirnopa, Ehartsar, Noota, en Pareescar. Culbertson noemden.

(Smithson. Rep. 1850, 144, 1801) verdeelde de band in:
(1) Crow People
(2) Minesetperi, or Sapsuckers.
Deze divisies verdeelde hij in de volgende 12 bands, Achepabecha
Ahachik
Ashinadea
Ashbochiah
Ashkanena
Booadasha
Esachkabuk
Esekepkabuk
Hokarutcha
Ohotdusha
Oosabotsee
Petchaleruhpaka
Shiptetza

Crow cultuur

Op de vierde dag van de geboorte van een kind werd er een belangrijke man (of soms een vrouw) bij het kind geroepen en kreeg het kind een naam. Meestal was dit een naam die de man in een visioen had gehoord. Er werd rook gemaakt en het kind werd vier maal in de rookwolk gehouden, symboliserende dat het kind groot en vruchtbaar mocht worden. De peetvader zei vervolgens:”Ik heb gevast op een bergtop en ik zag een visioen en hoorde zijn naam, welke ik nu aan dit kind zal geven, noem hem….”.
De ouders reageerden vervolgens:”Wanneer dit kind zijn voet stevig op de grond zet, geef ik je een paard”. onmiddellijk gaven ze een cadeau voor de naamgeving.
Dan sprak een krijger:”In een slag, waarin ik zoals jullie allen weten een coupe telde, nam ik een geweer van de vijand;die daad was ook goed; zoals deze goed zijn, moge dit kind sterk en dapper worden; moge het zijn voeten stevig op de grond planten”.ook hem werd een cadeau beloofd als het kind zou lopen.
Wanneer de volwassenheid was bereikt een eervolle daad verricht was werd hij voor een groep mensen geleid, door een man van de clan of zijn vader. Vervolgens kreeg hij de naam van een overleden clan man of hij mocht geschenken aan een nog levende clanlid geven om zijn naam te krijgen. De clanlid kon de geschenken weigeren en zijn naam behouden, maar als hij de geschenken accepteerden dan moest hij een nieuwe naam kiezen.
Meisjes verwisselden niet van naam, behalve wanneer ze niet krachtig opgroeiden en dan werden ze naar een nieuwe peetvader gebracht die haar nieuwe namen gaf.
De naam van een man kon meerdere malen veranderen. Door belachelijke daden van de vaders clan- familieleden werden regelmatig namen gebruikt, vanuit het geloof dat ze zo de vrolijkheid van de geesten zouden opwekken en er over hen gesproken werd, zodat de dragers van de naam belangrijk werden. Op deze manier was de Chief Red Bear genaamd, omdat zijn vaders broer, niet eens een grote krijger, altijd een rood geverfde berenhuid droeg. Toen er eens een jonge man terugkeerde van een succesvolle tocht, leidde de zwakke man met de rode berenmantel het paard van zijn neefje door het kamp en zong liederen voor de krijger. Terwijl hij door het kamp liep riep hij:” Dit is Red Bear. Hij heeft zijn naam van zijn oom gekregen. Zijn naam zal Red Bear zijn; zijn huis zal het thuis van de armen zijn; Steeds wanneer hij op jacht gaat, wat hij ook vangt- bizon, antilope of eland- dat zal het voedsel van alle armen zijn die naar zijn lodge komen”. Red Bear had dus zelf niets met de keuze van zijn naam te maken.
Wanneer een kind zich misdroeg door bijvoorbeeld door de lodge te rennen, per ongeluk een heilige plek te betreden of te spreken wanneer er bezoekers waren, sloeg de moeder de jongen niet, maar goot zij een kom met koud water over zijn hoofd. Hielp dit niet dan deed zij dit nogmaals. Wanneer een jonge net oud genoeg was om te lopen, ving de vader soms een jonge sneeuwvogel en zei het kind, in het bijzijn van zijn clangenoten, het beest te slaan. Wanneer de jongen de vogel een ferme tik gaf en de vogel stierf dan was dit een voorteken dat de jongen een groot krijger en jager zou worden en de vader gaf de clanleden geschenken zodat ze vol lof over zijn kind zouden spreken. Al op jonge leeftijd werd de jongen in een klein zadel gezet, niet vastgebonden. Dwaas als de jongen was zou hij het beest slaan zodat het zou gaan lopen, waardoor hij natuurlijk uit het zadel geworpen werd. Op zijn twaalfde jaar kon een jongen paard rijden als een volwassen man. In de zomer nam de vader hem mee naar diep water en zei, terwijl hij op een afstandje stond, dat de jongen moest zwemmen. Natuurlijk probeerde de jongen de vader te bereiken door te zwemmen, maar meestal zonk het kind naar de bodem. Zo leerden de jongens al snel zeer goed te zwemmen en konden ze rivieren oversteken, heen en terug, zonder te rusten. Wanneer de jongen zo’n zeven jaren oud was, kreeg hij voor het eerst een boog in zijn handen en leerde hij hoe hij hem vast moest houden en hoe hij moest schieten( met stompe pijlen). Wanneer de jongen het onder de knie had, werd hij erop uit gestuurd om op kleine vogels te gaan jagen. Als de jongen konijnen kon schieten kreeg hij een scherpe punt op zijn pijl en werd hij meegenomen om te leren hoe je een bizon moest doden. De vader gaf de jongen een snel maar veilig paard en wanneer de jacht begon, leidde hij de jongen naar een kalf. Daar op moest de jongen schieten en als zijn eerste schot mislukte schoot hij pijl na pijl tot het hem lukte. Vervolgens werd het paard van de jongen aan een ander clanlid gegeven. Nadat de jongen een aantal kalven had geschoten zonder hulp, mocht de jonge jager zelfstandig op een volwassen bizon jagen. Op veertien of vijftien jarige leeftijd moest de jongen die heuvels intrekken, terwijl hij net geleerd had zich te beheersen, en moest op zoek gaan naar een visioen. Hij hoopte dat de geesten tot hem kwamen en hem kracht gaven omdat hij nu met de volwassenen mee de strijd in moest en op jacht moest. Wanneer de jongen vervolgens voor het eerst met een warparty meeging, vroeg de vader aan een familielid, om op hem te letten. Kwam de party succesvol terug dan verzamelden de clanleden van de vader zich voor de tent van de man en zongen over de daden van de jongen. Vervolgens gaf de vader de clanleden geschenken, tot hij niets meer had.
Jongens van twaalf tot vijftien organiseerden zich in society, net als de ouderen. Ze maakten een trommel en vier staven, versierd met de achterveren van een witte adelaar, die vervolgens gegeven werden aan de vier erkende leiders van de band. Hun vijanden waren de coyote en wolven en wanneer de band op pad was, gingen de jongens te paard de prairie op om de dieren te zoeken.. Als er een in slaagde de vijand aan te raken dan telde het als coup en tegen de avond, als de kampvuren brandden dan stormden ze het kamp binnen alsof ze een warparty waren.
Dat jonge jongens al met het oorlog virus besmet werden blijkt uit het volgende voorbeeld: Hunts to Die en Old Crow waren jongens van tien jaar. Een warparty onder leiding van Chief In The Water ging in het geheim op pad, op zoek naar Blackfeet, maar ze werden gezien door een aantal jongens. Een paar jongens besloten de Chief te volgen en tegen de nacht zich bekend te maken, zodat het te laat zou zijn om ze terug te sturen. Ze werden echter door de Chief ontdekt en de Chief probeerde hen uit alle macht te bewegen terug te gaan omdat ze niet voorbereid waren op een lange reis en het een korte krachtige aanval zou worden. De jongens bleven de krijgers echter volgen. De krijgers driegden nu de jongeren iets aan te doen en stuurde hen opnieuw terug. Deze wachtten echter tot de groep achter een heuvel was en de jongens pakten het spoor weer op. Wederom werden ze ontdekt en de krijgers losten enkele schoten over de hoofden van de jongens en achtervolgden hen om er zeker van te zijn dat ze nu echt terug gingen. Eén van de jongens pauzeerde net lang genoeg om een bosje sage te plukken, dat gebruikt wordt om aan de zon te offeren en, terwijl hij het omhoog hield, zong hij: “ Zon, hier zijn de lichamen van deze mannen, die je ziet; ik geef ze je!” . Iedere krijger in de party hoorde zijn hoge stem en allen waren woedend en hadden een slecht voorgevoel. De ontmoeting met de Blackfeet verliep slecht voor de Crow, de Chief en diverse krijgers stierven en toen de mannen in het kamp terug keerden, was hun eerste daad, het verjagen van de jongens wiens schuld de nederlaag was. De clanleden van Old Crow moesten vervolgens een hoge schadevergoeding betalen aan de familieleden van de gevallen krijgers.

Rond het midden van de 19 de eeuw was het gebruikelijk voor de River Crow dat ze het grootste deel van het jaar door brachten, los van de rest van de stam. Zij werden echter politiek gezien nooit zelfstandig en kwamen dan regelmatig samen met de rest van de Crow tijdens de zomer, en wanneer er militaire beslissingen genomen moesten worden.
Rond diezelfde tijd was er een clan, de Whistle water Clan genaamd, die vele leden had en die zich regelmatig van de stam afscheidde om de zuidelijke Vlakten op te trekken.

De Crow waren verdeeld in 10 clans, dat correspondeert met het geloof dat er vanaf conceptie tot aan de geboorte, tien maan- maanden zijn (291/2 dag). De tien clans zijn verdeeld in 5 broederschappen.
Deze broederschappen waren bedoeld om de samenwerking te bevorderen wanneer het nodig was om met grotere getale te zijn, vooral in het geval van de jacht of ter bescherming.
De eerste broederschap bestaat uit de “Greasy Mouths”, uuwuutasshe en “Sore Lips”, Ashiiooshe.
De tweede bestaat uit de “Whistling Waters”, Bilikossshe en de “Bad War Deeds”, Ashkapkawiia.
De derde bestaat uit “Ties in a Bundle”, Xuhkaalaxche en de “Brings Home Game Without Shooting”, Uussaawaachiia.
De vierde bestaat uit de “Big Lodges”, Ashshitchite en de “Newly Made Lodges”, Ashhilaalio.
De vijfde bestaat de “Treacherous Lodge, Ashbatshua of de “Blood Indian Lodge”, Ashkaamne en de “Filth Eaters”, Ashpeenuushé.
Omdat de erfopvolging plaats vindt via de moeder, worden haar familieleden benaderd met het grootste respect. Dit is vooral het geval bij de zussen van een moeder, die ook als “moeder” worden aangesproken en voor wie evenveel respect bestaat als voor de natuurlijke moeder.
Wanneer een krijger terug kwam van een geslaagde rooftocht dan was het ook gewoon dat hij een deel van zijn buit aan de zus van zijn moeder gaf. Ook was het de gewoonte, dat wanneer een vrouw geen kinderen kon krijgen, zij een kind van haar zus adopteerde. Het kind noemde vervolgens de man van de vrouw vader en de natuurlijke vader, broeder.
Alle andere vrouwen van de clan worden aangeduid als oudere of jongere zus en het is hun plicht om geschenken, Moccasins, jurken en andere producten door hun handen gemaakt, te schenken aan de nieuwe vrouw van een man van de clan. Hun mannen zijn iemands zwager en zijn beste vrienden. Alle clan mannen zijn oudere of jongere broers.
De teruggekeerde jager verdeeld zijn buit onder de armen van de clan.

Wanneer de clan op pad was en men moest een rivier oversteken, assisteerde de eigenaar van de sterkste paarden, zijn minder fortuinlijke clangenoten.  Wanneer de lentetrek begon en de paarden mager en zwak waren dan gaf hij een van zijn sterkere paarden aan de vrouw van een clan man. Wanneer er in de nacht paarden gestolen werden, dan probeerde men het slachtoffer naar behoren schadeloos te stellen. Wanneer iemand in een society of orde werd opgenomen, dan bracht de gehele clan geschenken, deed men dit niet dan was het een schande voor geïnitieerde en voor de gehele clan. Niemand, zelfs niet het meest afzichtelijke kind, werd een hartelijk welkom in de tent van een clanman ontzegd. De relatie met de clan van de vader was ook erg belangrijk. De broers van iemands vader werden ook aangesproken als “vader”, maar de andere clan mannen van de vader zijn Assakke. Zij waren het die danste en zongen voor de lodge van een krijger, wanneer deze terugkeerde van een succesvolle tocht, zij zongen lofliederen en leidden hem en zijn paard door het kamp. Naar hen ging een jonge man wanneer hij hulp zocht om groots te worden, omdat zij voor hem bidden.
Een huwelijk binnen de clan was en is nog steeds verboden, maar het verbod om een vrouw uit een zusterclan te nemen, wordt niet meer streng nageleefd.

De leden van een clan sloegen altijd gezamenlijk hun kamp op. Wanneer een vrouw trouwde, ging ze meestal naar de kampgroep van haar man, hoewel het ook wel voor kwam dat een vrouw met bijzondere krachten een man overhaalde bij haar in het kamp te komen leven.

 

De Crow bestuurden zichzelf door een stammenraad. Allen die mannen die de status van Chief hadden bereikt mochten hun stem laten gelden namens hun band, in de raad. Dus bestond de raad alleen uit Chiefs band- Chiefs en de hoofdchief. De eigenaar van het kamp(de Chief van alle Crow) riep de rad bij elkaar als er een belangrijke beslissing genomen moest worden. Soms werden de pijp dragers om hun mening gevraagd, maar ze hadden geen stemmende positie.
Wanneer de raad bijeen kwam, op Band niveau of als hele stam, werd een bos met stokjes als stemmiddel gebruikt. Ieder Chief sprak op zijn beurt over het probleem, voor of tegen. Ze rookten de pijp en spraken met elkaar, in het Crow noemt men dat ApsaalookeOopiilaau, roken en praten. De Chief die het hoogste in rang was zat de raad voor en de man die rechts van hem zat, stak de pijp aan. Vervolgens liep de man met de pijp naar voren ofwel de man die aan het zuiden en oosten zat, omdat de groep in een cirkel zat. Deze man deed vervolgens het pijp- offer ritueel en wanneer hij er mee klaar was sprak de persoon.terwijl de man sprak mocht niemand hem onderbreken. De pijp gaf iemand de garantie dat hij kon spreken zonder dat hij onderbroken werd. Na deze persoon werd de pijp naar links doorgegeven en die persoon herhaalde hetzelfde ritueel voor hij sprak. Terwijl de mannen één voor één spraken plaatste de Chief die de raad voorzat een voor een de stokjes in de grond, voor of tegen.
Deze vorm van beslissen zorgde overigens voor een misverstand opgenomen in het Ft. Laramie Verdrag van 1868. De leider van de Crow bij die bijeenkomst was Sits In The Middle Of the Land en hij werd geciteerd als volgt:”We doen wat de Chiefs beslissen”. De Chiefs in de taal van de Crow noemt men, Bacheeitche, goede mannen, maar de vertaler, die geen Crow was, begreep de term verkeerd en dacht dat “gewone mannen” zei. Daarom staat er in het verdrag dat de verkoop van elk stuk land moet worden goed gekeurd door een meerderheid van de volwassen mannen. In feite had Chief Sits In the Middle Of The Land het over de stammenraad van de Crow en die bestond uit de Bacheeitche, Ashbacheeictche en Ashakée; de Chiefs, de band- Chiefs en The Owner of the kamp. De raad was niet ontoegankelijk voor vrouwen, omdat vrouwen ook Chief konden worden. In de geschiedenis van de Crow is er sprake van zeker drie vrouwen die Chief waren. De eerste werd simpelweg The Woman Chief Genoemd. Ze was gevangen genomen als klein meisje en afkomstig van de Atsina en opgegroeid bij de Crow.Ze besloot krijger te worden en bereikte de status van Chief. De andere twee waren “Among the Willows” en “Comes Toward The Near Bank”. Deze vrouwen bereikten de rang van Chief bij de Crow.

Zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, was de strijd een van de belangrijkste aspecten in het leven van de Crow. Naast het feit dat ze zoveel vijanden hadden, was het voor hen eenvoudigweg belangrijk om hoog in aanzien te komen en een van de manieren om dat te bereiken was door je als een goede krijger te ontwikkelen.
Boven ieder divisie, stam, band of clan stond een leider. Een man werd pas Chief als hij minimaal vier erkende oorlogsdaden had verricht. De vier gebruikelijke oorlog daden waren: Counting Coup, het aanraken van de vijand met de hand of een voorwerp;het stelen van een vastgebonden paard in het kamp van de vijand;het afnemen van een wapen van de vijand en het succesvol lijden van een warparty. Een man die dit gepresteerd had werd een Bacheeitche genoemd, goede man of Chief.

 

Het proces om een Chief te worden begon natuurlijk al wanneer een jongen nog jong was, zoals eerder beschreven moest de jongen leren boogschieten, zwemmen, rennen en paardrijden. Wanneer de jongen dus in de pubertijd kwam mocht hij mee op oorlogspad. Eerst droegen ze de wapens van de oudere krijgers en letten zij op de paarden. Na een aantal van deze tochten mee te hebben gemaakt, mochten de jongens, Duxxia, worden, krijgers. Die mannen die zich als krijger bewezen hadden werden meestal als scout gevraagd. Scouts werden Chiichee genoemd en de leider van de scouts was een Chéetiisaahke of Old Man Wolf.
Een man die inmiddels had laten zien dat hij een goed krijger was kon er voor kiezen om een warparty te leidden en wanneer deze succesvol was, zou hij tot oorlogsleider verklaard worden. Een succesvolle expeditie was er een waarbij niemand gewond was geraakt of gedood. De Chiefs gaven deze leider dan de titel Iipchiiaké, eigenaar van de pijp.
Het volgende niveau van politieke status, was die van Chief. Een Chief was iemand die een beroep kon doen op minimaal vier erkende krijgsdaden. Er waren ook andere daden die Baleealaxchia genoemd werden, De leider van de oorlogsexpeditie benoemd deze daden. Bijvoorbeeld: de oorlogsleider Red Bear leidde de revanche op de Shoshone na de Massacre van red Lodge. Toen hij het kamp van de Shoshone zag, bepaalde hij dat de eerste die de lodge die het verst stroomafwaarts lag zou aanraken een krijgsdaad zou begaan.
Deze daden gelden echter niet wanneer men op weg was een Chief te worden.
Wanneer een man alle vier de krijgsdaden verricht heeft en daarnaast vele goede eigenschappen, zoals vrijgevigheid, een goed karakter, geestkracht, vooruitziend, wijsheid en afhankelijkheid, bezit, dan wilde de mensen zo’n man wel volgen. Publieke maakten zij dan bekend hoe zij over de man dachten. Ze zeiden dan dingen als:” op een dag volg ik “Sits in the Middle of the Land”” Volgens dit proces kozen de mensen hun leiders. Wanneer een persoon een goed leider was, dan leeft het kamp in voorspoed. De leden van het kamp zouden een goed leven, wat inhield dat er geen dreiging van vijanden was en genoeg voedsel.
De Chief van een band wordt Ashbacheeitche genoemd, Chief van het kamp. De beste van de Ashbacheeitche zou een Ashakée worden, eigenaar van de Lodges. De eigenaar van de Lodges was de belangrijkste Chief, de Chief over alle Chiefs. De laatste die deze titel droeg was “Sit In The Middle Of The Land”.
Een aantal mannen waren band Chiefs en dit waren onder andere:”Grey Blanket, Grey Bull, Homosexual Dog, Wolf Lays Down, Old Crow, Sacred Raven nu bekend als Medicine Crow, Long Horse, Two Belly, Pregnant Woman, dat zijn sommige” Kicked in the Belly Chiefs“, een aantal Mountain Crow Chiefs waren Red Bear, Runs Through Camp, Spotted Horse, Iron Bull, Bell Rock, Pretty Eagle, Leads His Own Dog, Sitting Elk, The Bull Who Doesn't Fall Down, en Black Lodge chiefs such as Iron Prong, Two Leggings, He That Had Many Names en Crooked Arm.

Krijger- sociëteiten

Het militaristische karakter van de Crow leidde tot de ontwikkeling van een zeer goed georganiseerd aantal krijger-sociëteiten.Deze krijger- sociëteiten waren georganiseerd rondom de mannen omdat het meestal de mannen waren die krijger waren. Een man sloot zich meestal aan bij de krijger-sociëteit van zijn vader. De oudste mannen in de krijger-sociëteiten waren de leiders. Zij besloten wanneer er bijeenkomsten waren en organiseerden deze.Dit betekende ook, dat zelfs The Owner of the Camp, de ouderen van de Sociëteit gehoorzaamde waartoe hij behoorde. Ten tijden van vrede was de taak van de krijger-sociëteiten om als Akissatdee te functioneren. Dit hield in dat ze de grenzen van het kamp bewaakten en de functie als politie hadden in het kamp. Op deze manier was de veiligheid van het dorp gegarandeerd.
Er waren vier belangrijke krijger-sociëteiten; The Lumpwoods, Fox, Muddy Hand, en de Big Dogs. Er was ook een vijfde, minder georganiseerde krijger-sociëteit, die de Crazy Dogs werd genoemd. De taak van de Crazy Dogs was om in de strijd zich toe te leggen op de dood en die dood tijdens de strijd moest het algemeen doel dienen en mocht niet dwaas zijn. Deze mannen waren erg roekeloos in hun levensstijl.
Een goed voorbeeld van een Crazy Dog was een man die Rabbit Child genaamd was. Hij had de rang van Chief bereikt toen hij een Crazy Dog werd.Hij besloot hiertoe nadat hij in de knie was geschoten. Het gewricht in zijn been werd stijf en hij kon zijn knie niet meer buigen. Toe dit gebeurde zei hij dat hij niet meer zo’n goede krijger kon zijn als hij was geweest en ook kon hij zijn familie niet meer zo goed verzorgen als hij altijd gedaan had.Dus besloot hij een Crazy Dog te worden. Deelname aan krijger-sociëteiten was een vrije keuze. De meeste mannen wilde echter graag lid worden van een krijger-sociëteit om kampwacht te kunnen zijn, omdat het deze krijgers waren die meestal als eerste met de vijand in aanraking kwamen als deze het kamp aanvielen.Dit was voor veel jonge krijgers dan ook een buitenkans en meestal melden zij zich vrijwillig bij een krijger-sociëteit aan.


Iedere lente, deelden de leiders van krijger-sociëteiten, twee kromme en twee rechte stokken uit aan nieuwe leden. Deze vier moesten de stok in de grond steken wanneer zij de vijand tegemoet gingen en ze moesten zichzelf aan de stok vastbinden en mochten tijdens de strijd hun plek niet verlaten. Volgens de overleveringen van de krijgers, had dit twee doelen. Zij vormden de achterhoede die hen beschermde en de vijand zou terugkomen omdat ze zagen dat deze mannen tot de dood zouden vechten. Dit gaf de Crow vaak zo’n psychologisch overwicht, dat de mannen meestal als overwinnaars thuiskwamen.
Er waren maar drie manieren voor een drager van de stok om het strijdtoneel te verlaten. Of ze overwonnen de vijand of ze mochten zich terugtrekken als een ander lid van de krijger-sociëteit de stok uit de grond trok, of ze vochten tot de dood. Tijdens de lente van ieder jaar werden er dus zestien nieuwe stokken uitgedeeld, acht kromme en acht rechte, beide betekende hetzelfde.. Wanneer een stok drager het seizoen overleefde dan werd hij erkend als volledig lid van de krijger-sociëteit.

Spelen en spelletjes


Wanneer het eenmaal zomer was en het erg heet was hing het kamp vol met vlees dat moest drogen. De jongens lieten hun kleding vervolgens bij de rivier achter en smeerden zichzelf van top tot teen in met blauwe klei. Vervolgens renden ze met stokken door het kamp, ieder een lied zingend van een bekende krijger en soms zelfs een heilige medicijn lied. Ze renden door het kamp en bietsten overal vlees waar ze konden en wanneer ze met twintig tot veertig waren, namen ze een groot deel van de feestmaal weg. De vrouwen renden vervolgens naar buiten en gingen de kinderen achterna en bekogelden hen met oud vlees en afval. Ze waren echter niet boos omdat het een erkend gebruik was. Vervolgens werd het vlees in het bos gebakken boven een vuur en ging iedereen in een cirkel zitten met een van hen in het midden, hij die het grootste onder hen was.
De meisjes hadden mini- lodges van ongeveer 1.20 mtr hoog, gemaakt van de huiden van bizon kalven en hetzelfde ingericht met bedden en dergelijke net als in de grote lodges. Hier speelden zij de meeste tijd, doen alsof ze volwassen vrouwen zijn met mannen, een soort van vadertje en moedertje spelen. Op korte tochten, sleepten ze hun eigen palen mee en zetten hun tenten op net als hun moeders deden.

 

 

 

Crow geschiedenis

De strijdlustige Crow

De Crow waren echter niet het type indiaan dat ging zitten afwachten tot zij in de verdediging werden gedwongen en zij trokken er dan ook regelmatig op uit om hun vijanden in de omgeving aan te vallen. Meestal waren dit kortdurende aanvallen, speldenprikken en waren er of op gericht om paarden te stelen of om te bewijzen hoe dapper ze waren. Maar wat hun doel ook was, met hun aanvallen bereikten de Crow in ieder geval dat hun vijanden er druk mee waren en de Crow een status hadden van gevaarlijke vijanden. Bij de strijd van de Crow tegen hun vijanden legden zij vaak grote afstanden af. Soms staken ze het mondiale plat over om paarden te gaan stelen bij de Nez Perce en op zoek naar Blackfoot staken ze de rivier de Milk over en kwamen ze in botsing met de Flathead en Pend d’Oreilles die in het gebied van de Blackfoot rondtrokken. Tijdens hun expedities tegen de gehate Lakota trokken ze soms zo ver oostwaarts tot aan de middenstroom van de rivier de Missouri. Ergens tussen 1825 en 1830 was het Twist His Tail, die een warparty naar het zuiden toe leidde en 2,5 jaar wegbleef. Tijdens deze “expeditie” staken ze een woestijn over en kwamen 4 dagen zonder water te zitten. Op een gegeven moment kwamen ze bij twee hutten aan, vermoordden de bewoners ervan, met uitzondering van één vrouw die ze mee terug namen en die vermoedelijk apache was.

Het gebied waar de Crow in woonden werd regelmatig gebruikt als doorgangsroute voor de expedities van de bonthandelaren uit St. Louis en later als gevolg van het feit dat er de druk bereisde Bozeman Trail door heen liep. De Crow kwamen dan ook bekend te staan als de “Crow Dieven”, maar het is niet waarschijnlijk dat de Crow meer stalen dan de andere stammen. Veel reizigers vertelden hun verhalen over de Crow die hun paarden hadden gestolen, maar je moet dit wel in het juiste perspectief plaatsen, omdat het stelen van paarden voor de Crow geen diefstal was, maar eerder een daad waarmee hij lied zien hoe dapper hij was.

 

 

 

De enige botsing tussen de troepen van de VS en de Crow vond plaats in 1887. In het jaar daaraan voorafgaand had Wraps Up His Tail zichzelf benoemd tot een groot medicijnman, met de vaardigheid tot het doe van wonderen. In de zomer van 1887 trokken de medicijnman en enkele van zijn volgelingen, gekleed en beschilderd voor de strijd, een kamp binnen bij Soap Creek. Er was op dat moment enige ontevredenheid over het scholen van de kinderen en het verbod van de overheid om nog op plundertochten bij andere stammen te gaan. Ondanks dit verbod trokken Wraps Up His Tail en zijn volgelingen er op uit om een aanval op een Piegan dorp uit te voeren. Toen zij terugkeerden reden een aantal krijgers en hun leider langs het agentschap en schoten een paar keer naar binnen. Onmiddellijk werden er troepen verzameld en er werden scouts naar alle Crow kampen gestuurd met de opdracht om alle Crow te verzamelen en ze te waarschuwen om Wraps Up His Tail geen onderdak te verlenen wanneer hij voor de soldaten zou vluchten. De stam sloeg zijn kamp op bij het agentschap en verdeelde zich in twee groepen. Één groep voor Wraps Up His Tail en de andere vreedzaam en tegen..

Bijna allemaal groeven ze ondiepe kuilen in opdracht van Wraps Up His Tail , die voorspeld had dat een vernietigende wind de troepen zou vernietigen.
Er werd nog een poging ondernomen om met de medicijnman in gesprek te komen, door hem een trip naar Washington aan te bieden en de mogelijkheid te bieden om stam Chief te worden. Hij wees dit alles echter af en bereidde zich met zijn krijgers voor op de strijd. Later die dag verzamelden de krijgers zich met hun Chief, die vergezeld werd door Spotted Jack Rabbit. Deze krijger had zojuist een medicijn gekregen van de medicijnman en reed met Wraps Up His Tail de troepen tegemoet om te bewijzen dat de kogels hen niet zouden deren. Al snel werden de twee met een paar schoten teruggedreven en raakten beide gewond. Eén van de soldaten kwam om. De vijandige krijgers verzamelden zich vervolgens op een richel al waar zij een aanval van de kanonnen te verduren kregen en de krijgers verspreidden zich. Hiermee verdween ook de opstand. In de eerste instantie werd Wraps Up His Tail nog gevangen genomen door Crazy Head die in de vooronderstelling leefde dat zijn zoon tijdens de opstand was omgekomen. Voordat de Chief, Wraps Up His Tail echter kon uitleveren aan de soldaten schoot een indiaanse politieman de gevallen medicijnman dood.

In aanvulling op de geschiedenis zijn dit de Chiefs die de Crow hebben geleid tot aan 1904;

  • No Vitals
  • One Eye
  • Paints His Shirt Red
  • Red Fish
  • Running Coyote
  • One Heart
  • White Moccasins-top
  • Young White Buffalo
  • Plays With His Face
  • Red Feather at the Temple
  • Hair on Top
  • Twists his Tail
  • Blackfoot/ Sits in the Middle Of The Land
    Pretty Eagle

 

Crow reservaten

banner crow reservaat

Baacheeitche Avenue

P.O. Box 159

Crow Agency, Montana 59022

PHONE: 406.638.3700

FAX:     406.638.3881

Crow links

Officiële website van de Crow stam

Voor de kinderen

Crow wikipedia

Afbeeldingen