De Deleware(Lenape)- tribe

Er is onder de meeste Algonkin een traditie die inhoudt dat de Lenape, Naticoke, Powhatan en Shawnee in het verre verleden een gezamenlijke stam waren. Taalkundig bewijs en migratie patronen lijken deze vooronderstelling te bevestigen, waarbij alleen de vraag “wanneer” over blijft.
Rond 1600 leefden de Lenape in het gebied tussen Noord Deleware en New York en waren eigenlijk niet één stam, maar eerder een combinatie van aparte dorpen en bands. Er was geen centrale politiek en het was hoogstens zo dat de sachems meer dan een dorp onder hun hoede hadden. De drie traditionele Lenape divisies (Munsee, Unami en Unalactigo) waren gebaseerd op het verschil in dialect en lokatie. Er was echter wel een gemeenschappelijk gevoel van “een Lenape zijn“ als gevolg van een gedeeld systeem van drie matrilineaire clans die de dorpen en bands doorkruisten. Onder de Unami en Unalactigo, was de Schildpad Clan het belangrijkst, gevolgd door de wolf en kalkoen. De Munsee hadden blijkbaar alleen wolf en kalkoen.
Volgens een Amerikaanse legende verkocht de Lenape Chief Tammany , Manhattan aan de Hollanders in 1626 voor twintig dollar aan ruilgoederen. Er kloppen echter een paar zaken niet aan deze legende.; Zijn naam was Tammanend en geen Tammany  en hij verkocht Philadelphia aan de Engelsen in 1682, niet Manhattan aan de Hollanders in 1626. Hoewel de Europeanen het anders zagen, waren de Lenape geen verenigde stam totdat zij naar Ohio verhuisden in de jaren 1740. Maar ook toen volgde de organisatie van de stam het traditionele patroon van de clans. De raad van de stam bestond uit 3 sachems, een ieder afkomstig uit een verschillende clan. De Hoofdchief was altijd de Sachem van de Schildpadclan. Deze postitie werden bepaald op basis van erfopvolging, maar er ging altijd wel een verkiezing aan een benoeming vooraf om de keuze te bevestigen. De Oorlogschief werd altijd gekozen op basis van zijn kwaliteiten.
De Lenape stonden bekend als warme en gastvrije mensen en hun natuurlijke houding was er een van behulpzaam en vreedzaam. Dit maskeerde echter de andere kant die de Lenape hadden, want wanneer men hen tartte dan ontpopten zij zich als strijdlustige en gewelddadige indianen. De dorpen van de Unami en Unalactigo waren meestal niet verstrekt, maar die van de Munsee wel, omdat zij relatief dicht bij de Mohawk leefden. In de zomer leefden de Lenape in dorpen met een paar hondert inwoners en er was geen sprake van grond dat iemands persoonlijke bezit was. In de winter splitste zij zich op en leefden in familiegebonden jachtgebieden. De Lenape gebruikten 3 soorten wigwams; ronde, met een koepelvormige dak; langwerpig met een gebogen dak en langwerpig met een nok. De uitgeholde kano werd liever gebruikt dan de berkenbast variant die veel in het gebied van de Grote meren werd gebruikt. De mannen zorgden voor de visvangst en de jacht maar het meeste voedsel was afkomstig van landbouw, waar de vrouwen geheel voor verantwoordelijk waren. De akkers waren soms meer dan 200 hectare groot.
De mannen verwijderden al hun gezichtshaar en de vrouwen verfden hun gezicht meestal okerrood. Tatoeëren was bij beide seksen gewoon. De oudere mannen droegen hun haar meestal lang, maar de krijgers hadden meestal een scalplok die recht overeind stond. Hoewel deze haardracht meestal een “Mohawk” wordt genoemd was deze haardracht gewoon bij vele van de oostelijke stammen. De sachems droegen vaak een veer. De kleding die de Lenape droegen was gemaakt van hertenleder en werd versierd met kralen, verenmantels en andere zaken. De Lenape gebruikten veel koper dat zij door ruilhandel verkregen van de westelijke stammen. Van dit koper maakten zij ornamenten, pijlpunten en zelfs pijpen. Tegen 1750 hadden de Lenape een geheel eigen kleding stijl ontwikkeld, met hun typische zilveren neusringen, en kleding versierd met gekleurde stof, verkregen van Europese handelaren.
De Lenape hadden geen specifieke huwelijksceremonie, maar leefden wel monogaam.
De ceremonieën vonden meestal plaats in het zogenaamde “Big House”. Dromen werden als zeer belangrijk beschouwd en daarom waren de priesters in twee classes verdeeld , zij die dromen verklaarden en de toekomst voorspelden en zij die genezen. De doden werden in ondiepe graven begraven, maar er waren verschillende methoden, gebogen, uitgestrekt, individueel en in groepen. De Lenape geloofden in een leven na de dood, maar zonder het christelijke concept van hemel of hel, iets wat de Moraviaanse missionarissen behoorlijk frustreerden. De Lenape gebruikten hun echte voornaam nooit en meestal gebruikten ze bijnamen. De echte naam van kapitein pijp, het hoofd van de Lenape wolfclan in 1775, was Konieschquanoheel “maker van het daglicht”. Zij bijnaam was echter Hopocan, wat “Tobacco pipe “ betekende, vandaar zijn historische naam kapitein pijp.