gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

 

De Hollandse Kolonisten

De rol van de Hollanders in Amerika.

In de huidige tijd is het voor ons heel gewoon dat de Vs zo’n grote invloed hebben op de wereldpolitiek en dus ook op ons land. Mc Donalds is niet meer weg te denken en zo zijn er nog veel meer verschijningsvormen van de Amerikaanse invloed op ons leventje.
Minder bekend is het echter dat de Hollanders ook wel degelijk van invloed zijn geweest op de ontwikkeling van de VS en dat wij een belangrijke rol hebben gehad bij de kolonisatie van de VS.
Ik neem u mee terug naar 1602.
In 1602 besluit de Raad van staten van de verenigde Provinciën, ook wel bekend als de Nederlanden, dat het tijd wordt om een rol te gaan spelen in Noord Amerika. Zij charterden de VOC, om een doorgang naar Indie te vinden en daarbij al het nog niet ontdekte gebied te Claimen. In opdracht van de VOC vertrekt Henry Hudson, een Engelsman, in 1609, om de rivier, die nu zijn naam draagt, te gaan verkennen. Het schip waarmee hij voer heette de “halve Maan”. Terwijl hij de Hudson rivier op voer, claimde hij het gebied en stelde het open voor de Hollandse kolonisten die volgden. 10 jaar voordat de eerste Pelgrims bij Plymouth Rock arriveerden, vond deze reis plaats.
Op 11 Oktober 1614, vormden handelaren uit Amsterdam en Hoorn, de Nieuwe Nederlands Compagnie. Het doel van de NNC was in pelsen te gaan handelen en zij kregen van de Provinciën 3 jaar lang het alleen recht dit te doen in de omgeving van de Hudson rivier.
Op 1626 verkrijgt Peter Minuit het eiland Manhattan van de Natives bewoners, in ruil voor goederen ter waarde van zestig gulden. Daar vestigt hij de stad New Amsterdam, waar nu het huidige New York ligt. De sporen van de Hollanders en waar zij vandaan kwamen ziet men nu nog in New York, denk hierbij aan, Brooklyn (Breukelen), en Harlem (Haarlem). Als eigenaar van en baas over deze Nieuwe Kolonieen, zorgde de West Indische Compagnie, voor de bescherming van de kolonisten in de vorm van beroepssoldaten. Ook nodigden zij Boeren en handelaren uit om tegen een loon in het gebied te komen werken.
Deze eerste Hollanders hadden eigenlijk maar één doel en dat was hun investering in het gebied terug verdienen en winst gaan maken. Zij waren voor godsdienst vrijheid en voor de open handel. Tegen het jaar 1630 bestond de populatie uit 270 mensen, waarvan de helft maar Hollanders waren. Vanwege de open handel werden ook Belgen(walen), Franse hugenoten en zelfs Engelsen uitgenodigd om te komen handelen. Beroemde families die naar de kolonie kwamen waren onder andere de familie Roosevelt, de familie Stuyvesant en de familie Schuyler.
De nakomelingen van de eerste kolonisten zijn onder andere drie presidenten van de VS, Martin van Buren(1837- 1841), Theodore Roosevelt (1901- 1909) en Franklin D. Roosevelt( 1933- 1945).

De Hollandse kolonie groeide maar langzaam. Er werd een fort gebouwd aan de Hudson rivier, Fort Oranje genaamd van waar uit de handelaren de contacten onderhielden met de plaatselijke stammen. Ondanks deze langzame uitbreiding ontstonden er toch conflicten in het gebied. Eerst met de Engelse kolonisten en later ook met de stammen. In 1630 stuurde de nieuwe Directeur- Generaal, Wouter van Twiller, vanuit New Amsterdam een expeditie de Connecticut rivier op. Naar gebieden die door engelse kolonisten waren geclaimd. Toen echter bleek dat de expeditie op een gewapend conflict zou uitlopen, besloot hij de expeditie terug te trekken. Hiermee verloor hij ook enige claim op de vallei van de Connecticut rivier. In de bovenstromen van de Hudson vallei, rond fort Orange, was de situatie ook erg gevoelig. De kolonisten en soldaten gingen voorzichtig om met de Iroquois Confederatie en slaagde er in om te vrede te bewaren. Corruptie en slechte handels omstandigheden plaagden het gebied. In de benedenstroom van de Hudson rivier, waar steeds meer kolonisten hun nederzettingen bouwden,begon men de Indianen als lastig te beschouwen. Gedurende de jaren 1630-1640, voerden de Directeur- generaals uit het gebied een campagne van agressie tegen de Indianen in het gebied om zo hun krachten te ondermijnen. Dit leidde er toe dat er veel spanningen tussen de stammen en de kolonisten ontstonden.
Het jaar 1640, markeert een keerpunt in de geschiedenis van de kolonisatie van de Hollanders. De West- Indische Compagnie, gaf zijn alleenrecht op de handel op en de weg was vrij voor nieuwe zakenmensen die in de New Netherlands konden investeren. De winsten vloeiden naar Amsterdam, waardoor er nieuwe handel ontstond in de vorm van hout, voedsel, tabak en uiteindelijk ook slaven. In 1647 arriveerde de, wat zou worden, meest succesvolle Directeur- Generaal in New Amsterdam. Peter Stuyvesant trof de New Netherlands in verval aan. De vorige Directeur- Generaal had zich voornamelijk bezig gehouden met de conflicten met de Indianen en met de Engelsen in Connecticut. Hierdoor waren delen van de kolonie erg verzwakt. Stuyvesant ontwikkelde een wervelwind van activiteiten. Hij pakte de regulering van cafés aan, zette zware straffen op smokkelen en op pogingen om het plaatselijke gezag te ondermijnen. Langzaam aan werd het beter en Stuyvesant liet zijn oog vallen op de kleine nederzettingen die zich hadden ontwikkeld langs de Hudson rivier, tussen Fort Orange en New Amsterdam.
In 1652, waren 60 tot 70 kolonisten uit fort Orange vertrokken en hadden een vestiging gebouwd in het gebied waar de Hudson rivier, de Rondout Kreek ontmoette (in de buurt van het huidige Kingston). De kolonisten verbouwden er diverse agrarische producten op de zeer vruchtbar stukken land bij de Esopus Kreek, samen met de Esopus Indianen . Natuurlijk leidde dit tot problemen en al snel ontstonden er conflicten over de stukken land in het gebied. Stuyvesant zag het nut wel van een fort tussen, fort Orange en New Amsterdam en in 1657 stuurde hij 40 soldaten naar het gebied om de Esopus Indianen te verjagen en er een fort te bouwen. Plank voor plank, braken de kolonisten hun huizen af en verhuisde de materialen naar de top van een Bluff die het gebied van de vallei van de Esopus rivier overzag. Zij reconstrueerde hun huizen achter een 5 meter hoge palissade van boomstammen die een gebied van 400 bij 450 meter besloeg. Overdag verlieten de boeren hun fort, dat door Stuyvesant “Wiltwyck”genoemd werd om op hun akkers beneden te gaan werken en bleven de vrouwen en kinderen in het fort achter.

De eerste Esopus Oorlog begon eigenlijk met een misverstand. Nog steeds werden er Esopus Indianen door de Hollanders ingehuurd om op de akkers te werken. Op 20 september, 1659 kregen de Esopus Indianen, als betaling enkele flessen Brandy. In de blijdschap hierover en dronken vuurde één van de Indianen een musket af. Hoewel er niemand gewond was geraakt, vermoedde de Hollanders dat de Indiaan opzettelijk had geschoten. Zelfs nadat enkele soldaten het incident hadden onderzocht en er geen sprake van kwade opzet bleek te zijn, stormden een aantal soldaten en boeren het fort uit om de Indianen aan te vallen. De meeste van hen slaagden erin te ontsnappen, maar de volgende dag keerden zij terug met honderden krijgers en vernietigden de oogst en doodde het vee. De Hollanders waren zwaar in de minderheid en niet goed bewapend en zij hadden geen hoop dat ze de aanvallen zouden weerstaan. Toch slaagde zij erin om stand te houden en enkele kleine aanvallen uit te voeren, waarbij zij de akkers van de Indianen afbranden om hen te verhongeren. Uiteindelijk arriveerden er versterkingen uit New Amsterdam. De strijd eindigde op 15 juli, 1660, toen de indianen ermee in stemde om land te ruilen regen vrede en voedsel. Het was echter maar een fragiele vrede en de spanningen bleven bestaan en leidde uiteindelijk tot de tweede Esopus oorlog.

De Tweede Esopus Oorlog

In de hoop op een verdrag met de Esopus Indianen, zochten Hollandse vertegenwoordigers op 5 juni, 1663 contact met de stam. Zij stemde in met een bijeenkomst, maar gaven aan dat het gebruikelijk was dat onderhandelingen altijd ongewapend en op open terrein plaats vonden. De poorten van Fort Wiltwyck bleven dan ook open toe men bijeen kwam Op 7 juni. De Indianen waren in grote getale gekomen, waarvan er vele zeiden te komen handelen en zij betraden het fort om de boel te verkennen. Op een gegeven moment bereikte het fort informatie over de vernietiging van een dorp in de buurt, maar het was toen al te laat en de verkenners in het fort begonnen met de aanval en al snel hadden ze een groot deel van de nederzetting onder controle, staken de huizen in brand en ontvoerde de vrouwen voordat zij werden verdreven. De aanvallers ontsnapten en de kolonisten begonnen met het herstellen van het fort. Op 16 juni, werd een groep soldaten, belast met de bevoorrading van het fort, aangevallen door een groep Esopus indianen. Opnieuw werd de aanval afgeslagen. Gedurende de maand juli, namen de Hollanders wraak voor de Esopus aanval, maar omdat ze vaak niet het verschil tussen de verschillende stammen in het gebied wisten, namen ze enkele handelaren van de Wappinger stam gevangen. Één van de gevangengenomen indianen besloot de Hollanders te helpen en hij gaf hen informatie over de verschillende stammen en de allianties tussen hen. Ook hielp hij de Hollanders als scout. Ondanks deze hulp slaagden de Hollanders er niet in om contact met de Esopus te leggen, die Guerrilla tactieken gebruikten om vervolgens weer te verdwijnen in het woud. Na een aantal niet productieve schermutselingen, slaagden de Hollanders erin om hulp van de Mohawk te krijgen. Tegen het eind van de maand juli hadden de Hollanders genoeg versterkingen en met hulp van de Mohawk marcheerden zij naar de Esopus vestiging in de bergen in het noorden. De reis was zwaar door al wat zij meesleepte, zij kwamen maar langzaam vooruit. Daar aangekomen realiseerden zij zich dat ze nog steeds in het nadeel waren en de Hollanders besloten wederom de tactiek van de verschroeide aarde te gebruiken en brandde de oogsten plat om zo de Esopus te verhongeren. De maand daarna werden er verschillende groepjes op pad gestuurd om de velden aan te steken, maar zij ondervonden weinig weerstand. Begin September probeerde een ander Hollands legertje om de Esopus op hun terrein aan te pakken en zij hadden meer succes. De strijd eindigde met de dood van de Chief van de Esopus, Papequanaehen en een aantal mannen, vrouwen en kinderen. De Indianen sloegen op de vlucht en voordat de Hollanders zich terugtrokken sloopten zij het fort, waarbij zij de voorraden in beslag nemen en enkele inwoners gevangen namen. Dit betekende het einde van de oorlog, maar wederom bleven de spanningen bestaan.
Hoewel Wiltwyck, de op één na grootste nederzetting ten noorden van New Amsterdam, snel groeide, bracht deze groei de kolonie van New Nederland in gevaar. De kolonie was zeer winstgevend en het aantal inwoners was gegroeid tot 9000. De problemen met de stammen waren zo goed als voorbij en al snel kwamen er steeds meer avontuurzoekers naar het gebied op zoek naar de vlugge winst. De New netherlands waren zeer winstgevend voor Holland en de andere mogendheden keken met jalousie naar de rijkdommen die uit de vallei van de Hudson kwamen.
Ondertussen ontstonden er langs de kusten van Afrika problemen tussen de strijdkrachten van de West Indische Compagnie en Britse handelsondernemingen over de rechten op slaven, ivoor en goud in het gebied. Eigenlijk ging het conflict echter over iets anders, en wel wie er de sterkste zeevarende macht in Eurpa was. Tegen het jaar 1664, bereidde de Engelsen en de Hollanders zich voor op de oorlog. Koning Charles van Engeland, beloofde zijn broer, James, alle koloniën in noord Amerika, inclusief de New Netherlands. James verzamelde meteen een kleine vloot en stuurde deze naar New Amsterdam
In 1664, verschenen er drie Engelse oorlogsschepen voor de kust van New Amsterdam en Peter Stuyvesant kon niet anders(zonder vloot of leger) dan de Nederzetting over dragen aan de Engelsen in ruil voor het Symbolische bedrag van 1 gulden. Daarna werd de nederzetting New York genoemd.
Op 16 November 1776, na de Onafhankelijkheids verklaring, waren het de Hollanders in Fort Oranje op het Caribische eiland St. Eustatius die het saluut beantwoorden van de Amerikaanse Oorlogsschepen die het gebied bezochten. Hiermee waren de Hollanders de eerste die de Verenigde Staten erkende. Nu is dit gebeuren bekend onder de naam “The First Salute. Op 16 Noember wordt nog jaarlijks Dutch- American Heritage Dag gevierd.

Het duurde daarna tot in de 19de eeuw voordat de Hollanders weer begonnen na te denken over kolonisering in de VS. De belastingen in Holland waren hoog, de lonen laag en emigratie werd populair onder de landarbeiders die te maken hadden met een landbouwcrisis..
Anderen besloten uit religieuze overwegingen te vertrekken. Ook was er in Nederland een nieuwe groep gelovigen ontstaan: De afgescheidenen( later de gereformeerden). Zij wilden meer godsdienst vrijheid en werden in Nederland vervolgd omdat Koning Willem 1 alleen het protestantisme accepteerde en dit was volgens de gereformeerde in strijd met de stelling van Willem van Oranje (godsdienstvrijheid).
Één van hen was Albertus van Raalte. Na een aantal keren gevangen te hebben gezeten voor de uitvoering van illegale kerkdiensten, besloot hij naar Amerika te vertrekken. In 1846 sloegen van Raalte en 50 van zijn volgelingen hun kamp op aan de Zwarte Rivier in het westelijk deel van Michigan. Binnen 4 jaar leefden er 4.ooo mensen in New Holland. Andere religieuze figuren die tegen de Hollandse staatskerk waren, zoals Cornelius van der Meulen, Martin Ypma en Jannes Van De Luyser vestigden zich ook in New Holland.
Henry Scholte, een ander religieuze leider, arriveerde in augustus 1847. Hij verkreeg 18.000 hectare grond in Marion County en gedurende de volgende jaren vestigde zijn volgelingen de plaatsen Pella en Orange City. Deze kolonisten hielden zich voornamelijk bezig met het verbouwen van suikerbieten, groenten en het maken van melkproducten.
Tegen het jaar 1850 waren er ook nederzettingen in Illinois zoals Roseland en Zuid Holland. Ook waren er diverse nederzettingen in Michigan zoals, Groningen, Zeeland, Drenthe Vriesland, Holland, Overijssel en Graafschap. Daarnaast leefden er ook een groot aantal Hollanders in Chicago. De meeste van de Hollanders waren lid van de Hollands gereformeerde kerk en deze hielden er strenge regels op na, zoals het verbod op alcohol , dansen, gokken en theater.
Albertus van Raalte en Gerrit van Schelven begonnen met het uitgeven van een Nederlandstalige krant de “Hollander”. Van Raalte was een groot tegenstander van de slavernij en hij stimuleerde zijn volgelingen om op Lincoln te stemmen. Veel Hollanders sloten zich aan bij het leger van de Unie en vochten tijdens de Burgeroorlog.
Van 1820 tot 1900 emigreerden zo’n 340.000 Hollanders naar de VS. Na de tweede wereld oorlog was Nederland één van de drukst bevolkte gebieden ter wereld en de overheid stimuleerden de inwoners om naar de VS te verhuizen. Op dit moment leven er circa 8.000.000 Amerikanen van Hollandse afkost in de VS.