gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Kootenai

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Taal & Namen

De Taal van de Kootenai is niet taalkundig verwant aan die van welke stam dan ook. Hij word gesproken in twee dialecten, Boven en beneden Kutenai. Er zijn kleine overeenkomsten met het Shoshone.

Kootenai of Kutenai of Ktunaxa. De Lower Kutenai worden ook wel “Flatbows” genoemd. Kúspelu, Nez Perce naam wat “water mensen” betekend. Zelf noemen ze zich de Sán'ka of asán'ka (betekenis onbekend), Shalsā'ulk°, door de Sinkiuse en Slender Bows een interpretatie van hun eigen naam (herkomst onbekend).boven begin

Lokatie

kootenai kamp

Gedurende hun bekende geschiedenis leefden de Kootenai in het gebied dat bestaat uit het zuidoostelijke deel van het huidige Brits Columbia, tussen de Rocky Mountains en het Kootenai Meer, de vallei van de rivier de Kootenai in Noord Idaho en de uiterste noordwest hoek van het huidige Montana. In het westen , zuiden en Noorden werden zij omringd door diverse stammen van de Salish taal familie, terwijl ten oosten achter het gebergte de Algonkin Blackfoot stammen leefden. Men gaat er vanuit dat gedurende de tijd de Kootenai bands hun eenheid verloren en ieder hun eigen weg gingen en zich zuidwaarts verspreidden.boven begin

 

Populatie

Mooney schatte het aantal Kootenai in 1780 op circa 1200. In 1890 werd het aantal Kootenai op circa 400 tot 500 geschat. In 1905 waren er 554 en in Brits Columbia leefden er op dat moment 553. Bij een telling in 1910 leefden er 538 Kootenai in de VS en in 1924 berichtte het Canadese departement van Indiaanse zaken over 450 Kootenai in Canada terwijl er in de VS van 129, onder die naam levende indianen gesproken werd. Dit laatste getal is naar waarschijnlijkheid niet juist omdat men in 1930 287 in de Vs levende Kootenai telt.boven begin

(Sub)bands

Zover bekend waren er 5 subdivisies: De Akiyinnik, zij leefden aan de Kootenai rivier bij het huidige Jennings, Montana; Akanuhunik, zij leefden in de vallei van de Tobbaco rivier in Noord Montana; Akamnik leefden aan de Kootenai rivier in de omgeving van fort Steele, Brits Columbia; Akisknuknik, leefden ten noorden van de laatst genoemde band in de omgeving van de Columbia meren bij de bron van de rivier de Columbia; Akukhlahlhu, controleerde het gebied tussen de rivier de Kootenai, Idaho, en het noordelijke deel van het Pend d’Oreille meer.
De Akiskenukinik, Akamik Akanekunik en Akiyenik worden gezien als de Boven Kootenai.
boven begin

Cultuur

kootenai krijgerKootenai Krijger

Bij het beschrijven van de cultuur van de Kootenai maken we soms verschil tussen de Boven Kootenai en de Beneden Kootenai. De Beneden Kootenai zijn primitiever en Nomadisch, stonden minder onder invloed van de katholieke kerk en leggen zich meet toe op het gokken. Zij zijn lange tijd rivier en meren indianen geweest en bezaten bijzondere kano’s gemaakt van de bast van de boom. Deze kano komt in zekere zin overeen met de kano’s die gebruikt werden in de regio Amur in Azië. Later legden het grootste deel van deze Kootenai zich toe op de paardenfok. De boven Kootenai, bleven dichter bij hun dorpen en maakten zich verdienstelijk door dienstverlening aan de mijnbouwers en kolonisten in de omgeving. De meeste van hen hebben het kano leven achter zich gelaten en bewegen zich te paard voort. Beide groepen Kootenai jagen en vissen, het grootste deel van hen is daarbij afhankelijk van de visvangst. Fysiek gezien zijn de Kootenai goed ontwikkeld en rank vergeleken met de andere stammen in Brits Columbia. Indicaties van een mogelijks gemixed ras liggen in de vorm van het voorhoofd van de Kootenai. De Smet beschrijft de Kootenai als een vriendelijk volk. Meer dan andere stammen in die omgeving stelden zij zich gastvrij, moreel en vriendelijk op. In tegenstelling tot veel andere stammen in het land hebben zij zich verzet tegen het gebruik van alcohol en hoereren met de blanken. Hun mentale ontwikkeling is hoog en de missionarissen waren succesvol bij hunbekering van de Kootenai. Hun sociale organisatie is simpel en er bestaat geen bewijs van het gebruik van Totems en geheime krijgergemeenschappen. Hun Chiefschap, nu democratisch gekozen, was waarschijnlijk erfelijk. Het houden van slaven was redelijk gewoon; familieleden werden verantwoordelijk gehouden voor schulden van hun verwanten. Van origine was het huwelijk polygaam en gescheiden vrouwen mochten opnieuw trouwen en overspel werd niet zwaar gestraft. Het werd vrouwen toegestaan eigen bezittingen te hebben zoals een tent of andere zaken. Weergeld betalen was gewoon (indien men iemand een verwonding of de dood toebracht) Hun geloof bestond uit een soort van zonaanbidding en het land van de doden was gelegen in de zon. In de oude tijden had de medicijnman veel macht en hun invloed leeft nog steeds onder de beneden Kootenai die nog steeds hun gezichten beschilderen bij dansgelegenheden. Met uitzondering van een fluit gemaakt van beenderen en een trommel gebruikten de Kootenai geen muziekinstrumenten; maar ze hadden wel gok, dans en medicijn liederen. De beneden Kootenai zijn nog steeds erg verslaafd aan gokken, hun favoriete bezigheid, een luidruchtige variant op het wel verspreidde Guess- stick spel. In vroegere tijden waren de Kootenai zeer goede bizon jagers. Het gebruik van pijl en boog werd minder met de komst van het vuurwapen. Bij de beneden Kootenai werd er gebruik gemaakt van speren, fuiken en draad en haak bij het vissen. Naast de berkenbast kano, hadden ze ook kano’s uitgehouwen uit een stam en kano’s bedekt met huiden. Het gebruik van de zweethut was universeel. De beneden Kootenai staan nog steeds bekend om de kunst van het maken van waterdichte manden gevlochten van gespleten wortels. In klederdracht leken de Kootenai eerder een plains volk dan dat ze op de Oostkust indianen leken; contact met de blanken heeft er echter toe bijgedragen dat hun klederdracht veranderende. Hoewel de tabak van de blanken populair is hebben ze ook een eigen soort, gemaakt van de bast van de wilgenboom. Hoewel hun voedsel nu grotendeels afkomstig is van de blanken, maakten zij vroeger gebruik van een uitgebreid aantal planten soorten voor medicijnen en voedsel. De Kootenai kwamen pas laat in aanraking met de blanken en hun woord voor blanke is Suyapi, geleend van het Nez Perce woord voor blanke. De Kootenai hebben een aantal serieuze conflicten met de blanken gehad, maar kun je niet betitelen als strijdlustig.boven begin

 

Geschiedenis

 

Hoewel zover bekend de Kootenai het grootste deel van het bestaan hebben geleefd tussen de Rocky Mountains en het Kootenai Lake, spreekt de bonthandelaar Alexander Henry in 18811 van resten van nederzettingen van de Kootenai langs de rivier de Clearwater aan de voet van het gebergte. Dit zou er op wijzen dat de Kootenai ooit ten oosten van deze Rocky Mountains hebben geleefd. Het is echter waarschijnlijker dat Henry hier restanten van nederzettingen van de Kootenai vond die zij gebruikten wanneer zij het gebergte overstaken om te gaan jagen op de Bizon. Maar ook Chamberlain spreekt over een indicatie dat de Canadese Kootenai ooit ten oosten van de Rocky Mountains rondtrokken, waarschijnlijk in Montana, om vervolgens door de Siksika, naar het westen te zijn verdreven. Echter volgens de overlevering van de Beneden Kootenai, waren dit toch echt de resten van hun tijdelijke verblijven die zij gebruikten toen zij op bizonjacht gingen. Zoals voor zoveel stammen gold lonkten deze grote kudden bizon de Kootenai en jaarlijks trokken zij dan ook het gebergte over om te gaan jagen op de bizon. In deze tijd bevonden de Piegan zich nog niet op de plains en waren het alleen de Shoshone die in hetzelfde gebied jaagden. Van hen stalen zij ook de eerste paarden. Tegen het einde van de 18de eeuw hadden zij zoveel paarden dat ze er konden ruilen met de Piegan, die hen toen voor het eerst ontmoetten. Het is best mogelijk dat een aantal Kootenai bands in die periode nederzettingen bouwden om ten oosten van het gebergte te verblijven. Maar onder de druk van het toenemend aantal Piegan moesten ze zeker weer vertrekken. Het was in deze periode dat een kleine stam, de Tunaha, genaamd bijna uitgeroeid werd door de pokken. Vluchtend voor dit kwaad trokken ze oostwaarts het gebergte over. Voordat ze echter ver waren scheidde zich een groepje van 8 jongen mannen zich van de groep af en trokken naar het zuiden. Van de grote groep werd niets meer vernomen, maar de kleinere groep vond onderdak bij de Flatheads. Zeven van hen namen vrouwen bij deze Flathead, maar een van hen, Bad Road genaamd, trouwde met een Kootenai.
In de periode van 1780- 1781 werden de bands van de Kootenai getroffen door een epidemie van de pokken, waarschijnlijk via de Blackfoot.
boven begin

 

Reservaat

boven begin

Links

boven begin