gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Nez Perce

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Hoewel de Nez Perce als een stam worden gezien en soms zelf als een Natie, hadden zij geen centrale organisatie tot de komst van de blanken. Zij waren eigenlijk een groep mensen met een gemeenschappelijke taal en cultuur die in onafhankelijke gemeenschappen van elkaar leefden in hetzelfde gebied. De Nez Perce noemden zichzelf de “ Nee-Me-Poo” of “Nimipu”, wat zoveel als “onze mensen” of “de mensen” betekend. Zij worden traditioneel aangeduid als indianen van het Plateau- Cultuur gebied. Dit Plateau ligt in Noordwest Amerika en bestaat uit tafelgebergten, hoge valleien en lava bedden, gesitueerd tussen de Rocky Mountains in het Oosten en de Cascade Mountains in het westen.


De Nez Perce maken deel uit van de Penutian Taalfamilie, samen met de Walla Walla, Yakima, Palouse en Cayuse en nog enkele kleinere stammen in het Noorden. Hun belangrijkste vijanden waren de plains stammen in het Zuiden, inclusief de Shoshone, Noordelijke Paiute en Bannock. Iedere zomer sloten zij echter een wapenstilstand met hen om tijdens een grote bijeenkomst met hen te handelen.


De naam Nez Perce komt van het Franse “doorboorde neuzen” . Een naam die de Fransen aan een aantal stammen gaven die hun neuzen doorboorden.. Deze term wordt nu nog alleen gebruikt voor de belangrijkste stam uit de Shahaptian taalfamilie (onderdeel van de Penutian taalfamilie), die zover bekend niet het gebruik hadden, hun neuzen te doorboren. De Nez perce of Sahaptin of volgens Lewis en Clark de Chopuunish, werden ontdekt in 1805, tijdens de expeditie van Lewis en Clark. Zij leefden in een groot gebied wat nu West Idaho, Noordoost Oregon en Zuidoost Washington is. Daar trokken zij rond in de valleien van de Snake rivier en zijn zijstromen, tussen de Blue Mountains in Oregon en de Bitter Rood Mountains in Idaho. Door sommige geschiedkundigen, worden de Nez Perce in twee groepen verdeeld: de Upper Nez Perce en de Lower Nez Perce. Deze laatste werden in 1834 ontdekt door Bonneville, ten noorden en westen van de Blue Mountains aan verschillende zijtakken van de Snake rivier, waar zij buren waren van de Cayuse en Walla Walla. De Upper Nez Perce leefden in deze periode in het gebied van de Salmon Rivier in Idaho en tegelijkertijd in de Grande Ronde Vallei in oost Oregon. In 1855 stonden zij echter een groot deel van dit laatste gebied af aan de VS, als gevolg van een verdrag.
Lewis en Clark schatten het aantal Chopunnish op een totaal van 7.850. Wanneer je hier 1600 van af haalt in verband met de Paloos Band(nu een aparte stam) en 250 Cayuse(ook apart), dan waren er zo’n 6000 werkelijke Nez Perce in 1805. In 1849 schatte Wilkes het aan tal Chopunnish op 3.000 en Gibbs schatte het aantal in 1853 op 1.700. In 1885 waren er volgens een officiële schatting nog 1437 Chopunnish . Rond 1906 zijn er nog 1600 over waarvan er 1534 in het reservaat in Idaho leven en 83 in het Colville reservaat in Washington.


De Nez Perce cultuur

De Nez Perce trokken met de seizoenen mee, door hun territorium, om zo optimaal gebruik te kunnen maken van de verschillende voedselbronnen. Zij hadden een zeer uitgebreid dieet en jaagden onder andere op berggeiten, schapen, beren, eland, hert, ree en andere klein wild waaronder ook vogels. Ook visten de Nez Perce op zalm en andere vissoorten. Hun dieet werd aangevuld met eetbare planten zoals: noten, zonnebloempitten, wilde wortelen, wilde uien en diverse soorten bessen. Daarnaast trokken de Nez Perce er regelmatig op uit, op zoek naar nieuwe voedselbronnen. Regelmatig gingen zij op expeditie naar Zuid Idaho, Oost Oregon en Washington. Soms trokken ze ook naar de Noordelijke Grote Vlakten om er op Bizon te gaan jagen. Met de komst van het paard tijdens de 17de eeuw verbeterde hun mobiliteit aanzienlijk en de Nez Perce werden beroemd om hun grote kudden en hun vakmanschap op het gebied van het fokken van paarden.
In de vroege lente, wanneer hun voedselopslagplaatsen leeg raakten, trokken de Nez Perce er op uit. Zij bonden hun sneeuwschoenen onder en trokken de valleien van de rivieren in, door de diepe sneeuw, op zoek naar voedsel. Ook voeren ze per kano de Snake en Colombia rivieren af op zoek naar Zalmen die vroeg aan hun trektocht begonnen waren.
Hoewel de jacht een belangrijk deel uit maakte van hun dagelijks leven, was er niets zo belangrijk als de vangst van zalmen tijdens het zalmseizoen. Alle volwassenen die konden helpen, hielpen met het vangen van de zalm. Visnetten, fuiken, hengels, speren, alles wat men kon gebruiken om de vis te vangen werd van stal gehaald. Duizenden ponden zalmen werden gevangen en geprepareerd.
Tijdens de zomermaanden verlieten de Nez Perce hun dorpen in de rivier valleien en trokken zij het hooggebied in, waar de later groeiende planten werden geoogst. Ook in de hooglanden werd er gevist, maar de jacht werd nu belangrijker. De vrouwen hielden zich ondertussen bezig met het uitgraven van eetbare wortelen en maakten potten die in de zon gedroogd werden. Hun belangrijkste taak was echter het weven van manden die gebruikt werden om van alles in te vervoeren.
Ook in de herfst hielden de mannen zich bezig met het vangen van zalmen die nog de rivieren optrokken en er werd volop gejaagd en verzameld, om in hun wintervoorraden te voorzien. Het was ook in de herfst dat de jagers naar Montana trokken op zoek naar de bizon, die het vlees voor de winter leverden. Na November trokken de Nez Perce zich terug in hun winterdorpen totdat de lente weer begon en alles weer opnieuw begon.
Tijdens deze lange winterdagen vertelden de ouderen verhalen en Mythen, waarin vele figuren als dieren en geesten voorkwamen. De verhalen vertelden echter ook over bergen, rivieren en rotsen die hun oorsprong hadden voor de mens kwam. De Nez Perce geloofden dat de dieren, die hun spraak verloren hadden met de komst van de mens, hun krachten nog steeds konden laten zien tijdens dromen en visioenen.
Korte tijd voordat zij volwassen werden, stuurden de Nez Perce hun jeugdigen op pad om op zoek te gaan naar hun visioenen en wanneer zij terugkeerden en hun visioen hadden ontvangen, dan betekende dit dat zij als volwassenen een succesvol leven zouden hebben. Zowel jongens als meisjes vielen deze eer te beurt. Wat een persoon in de toekomst kon beteken voor de stam en wat zijn kwaliteit zou zijn werd meestal bepaald door de door hem of haar ontvangen visioen of was afhankelijk van hun voorouders. De Sjamanen van de stam hielpen de jongeren bij het vinden van hun bovennatuurlijke kwaliteiten. Naast het begeleiden van de jongeren, hadden de Sjamanen ook een belangrijke genezende taak en bewaakten zij het spirituele erfgoed van de stam en hielden zij zich bezig met het voorpellen van de uitkomst van de jacht of andere belangrijke gebeurtenissen.
De Nez Perce leefden in hutten, typerend voor de stammen die op het plateau leefden. De hutten waren V -vormig en met matten bedekt en hadden een lange vorm (zoals moderne tenten tegenwoordig) . Meestal werd er de vloer een 60 centimeter uitgegraven. De hutten konden soms wel 50 meter lang zijn en boden plaats en 30 gezinnen.
In de zomer tijdens het rondreizen namen de Nez Perce hun matten mee en bouwden zij eenvoudige hutten in de vorm van een moderne dugout. In de dorpen waren naast de gewone hutten, ook zweethutten, badhutten en speciale hutten voor vrouwen die ongesteld waren. Wanneer een meisje voor het eerst ongesteld werd onderging zij een ceremonie in deze hut. Zij moest er een week verblijven en mocht tijdens die week alleen haar zelf bekrassen met een stok. De Nez Perce jongens ondergingen ook een soort van ceremonie in hun pubertijd, waarbij hij zijn eerste vangst aan een belangrijke krijger moest geven die hem vervolgens op at. Dit was een garantie voor een goede jacht in zijn latere jaren.

De Nez Perce leefden vooral in kleine dorpen langs de stroompjes en riviertjes die hun thuisgronden doorkruisten. Deze dorpen bestonden uit 30 tot 200 personen. De dorpen vormden onderling een Band of leefgroep, die vormden vervolgens weer met elkaar een grote leefgroep of Band. De dorpen werden meestal geïdentificeerd met de kleine stroompjes, de leefgroepen met de riviertjes en de grote leefgroep met een grote rivier. De vroegere dorpen bestonden meestal uit verschillende met elkaar verwante gezinnen of families en hadden een Hoofdman. Meestal was dit de dorpsoudste die bijgestaan werd door belangrijke jongere mannen. Deze Hoofdman had een voorbeeldfunctie in zijn gedrag en was de woordvoerder van zijn dorp. Daarnaast droeg hij zorg voor het welzijn van zijn dorp en bemiddelde hij bij onderlinge geschillen. De vrouwen mochten tijdens de bijeenkomsten van de dorpsraad niet spreken, maar beïnvloedden meestal hun mannen om hun zaakjes geregeld te krijgen. De ouderen van het dorp hielden zich meestal bezig met de opvoeding van de kleintjes. De opa’s leerden hun kleinzonen hoe te vissen, te jagen of bij het paardrijden. De oma’s leerden hun kleindochters hoe ze voedsel moesten verzamelen.
Huwelijken werden normaal via de hoofden van de families gearrangeerd en het uithuwelijken van jongeren was vrij gewoon. Relaties tussen familie of zelfs verre neven of nichten waren verboden. Wel was het toegestaan dat één man getrouwd was met meerdere zussen. Als een jonge man in een bepaalde vrouw geïnteresseerd was dan kwam de familie bijeen en bepaalden of dat de vrouw van goede komaf was. Als alles goed was werd er een datum voor een huwelijk geprikt en wisselde de families geschenken uit De familie van de man gaf als eerste geschenken en 6 maanden later gaven de familieleden van de bruid hun geschenken.
Wanneer iemand voelde dat hij ging sterven dan maakte hij bekend welk dorp zijn eigendommen erfden en ook maakte hij bekend of een van zijn zonen, zijn taken mocht overnemen. Wanneer de persoon gestorven was dan werd dit bekend gemaakt door een roeper of huiler. Het lichaam werd ceremonieel gewassen, verzorgd en het gezicht werd met rood geverfd. De overledene kreeg nieuwe kleding aan en werd vervolgens op een heuvel begraven die boven het dorp uitstak. Het graf werd met een stok gemarkeerd.
De Nez Perce waren de meest invloedrijke stam die op het plateau leefden en samen met de nauw verwante Cayuse vormden zij de belangrijkste tegenstander van de Blackfoot, die de westelijke vlakten domineerden en regelmatig het plateau gebied op rooftocht binnen trokken. Soms trokken diverse stammen eropuit om op de Bizon te jagen en aan het hoofd van deze groep, vaak meer dan duizend krijgers, stond altijd een Nez Perce of Cayuse. Tijdens deze avonturen sloten zij ook een bondgenootschap met de Flathead .
De Nez Perce vormden samen met de Cayuse ook de belangrijkste verdediging tegen de Shoshone- Bannock groepen die vanuit het Basin regelmatig het Plateau optrokken. Doordat de Nez Perce de belangrijkste stam in het gebied vormden, was hun taal ook de handelstaal in de regio.

 

Contact met de Europeanen

Lang voordat er het eerste contact met de Europeanen was, hadden deze al invloed op de levenswijze van de Nez Perce. In het midden van de 18de eeuw begon het paard, door de Spanjaarden geïntroduceerd in de nieuwe wereld, een belangrijke rol te krijgen in het sociale en culturele leven van de Nez Perce. Het paard vereenvoudigde het reizen tijdens hun jaarlijks trektochten en hielp hen bij de bizonjacht in het oosten. In 1805 ontmoetten Lewis en Clark de Nez Perce en stonden ervoor open om met de Amerikanen te gaan handelen. In 1811 leefden er blanke stropers onder de Nez Perce en in 1812 stichtten enkele handelaren een handelspost onder hen. Er brak een tijd van welvaart aan tijdens de eerste helft van de 19de eeuw voor de Nez Perce, als gevolg van hun handel in bont en de verkoop van paardenvlees aan de eerste kolonisten in Oregon. In 1832 trok de dominee Samuel Parker door het gebied van de Nez Perce. Hij werd met open armen ontvangen, maar reisde door langs de Snake en Colombia rivieren. De eerste fase van het Presbyteriaanse missiewerk begon in 1836 en duurde tot 1847. Het werk van deze missionarissen concentreerde zich langs de Clearwater rivier bij Lapwai en Kamiah. De missionarissen introduceerden diverse culturele veranderingen, waaronder niet indiaanse geneeswijzen, het creëren van tuinen en het bouwen van molens in de hoop dat de Nez Perce zich rond de missieposten gingen vestigen. Daarnaast starten zij een programma om de indianen te leren lezen en schrijven om vervolgens hen de bijbel te kunnen aanreiken. We moeten het geheel van de bekering van deze Nez Perce echter wel relativeren. Er waren bijvoorbeeld maar weinig Nez Perce die zich bekeerden. De reden hiervan was dat het geloof van de Europeanen een totaal andere betekenis had dan het geloof van de Nez Perce. Het geloof van de Indianen was gebaseerd op het verkrijgen van succes en welvaart en met de komst van het wonderbaarlijke geloof van de blanken( met al die wonderbaarlijke objecten), waren de verwachtingen van de Nez Perce hooggespannen. Het westerse geloof is echter gericht om het morele en spirituele, dus slaagden de missionarissen er niet in om de Nez Perce zucht naar welvaart te vermengen met het christelijke geloof. Daarnaast lukte het de missionarissen niet om de oude gebruiken en gewoonten uit te bannen zoals de zonnedans en de geestendans.
De belangrijkste ontwikkelingen in de tweede helft van de 19de eeuw waren een serie verdragen van 1855, 1863 en 1868, het stichtten van een Nez Perce reservaat en de politieke dominantie van de bekeerde Nez Perce, binnen het reservaat. Als gevolg van het verdrag van 1855, getekend in Walla Walla, waren de Nez Perce verzekerd van een groot reservaat met daarbij garanties dat zij buiten het reservaat mochten vissen, jagen, verzamelen en reizen. In 1863 werd het reservaat echter verkleind en nam de druk op de Nez Perce toe om land te verkopen. In het jaar 1877 ontvouwde zich het drama dat later bekend zou worden on de naam:”de Nez Perce oorlog” of “ Chief Joseph’s oorlog”
Generaal Oliver O. Howard hield een overleg met de Non-verdrag Chiefs in Fort Lapwai, om hen er van te overtuigen, naar het reservaat te vertrekken. Toen de Chiefs weigerden, gaf de generaal hen een ultimatum van 30dagen om “vrijwillig” naar het reservaat te gaan. Terwijl de Non- verdrag Chiefs: Joseph, White Bird, Looking Glass en anderen hun voorbereidingen troffen om te gehoorzamen, vielen een handvol jonge krijgers enkele blanken aan en doodden hen. In reactie hierop, zette generaal Howard de achtervolging in met 500 soldaten en vrijwilligers om de criminelen te pakken. En zo begon de 3 maanden durende, 1.300 mijl lange vlucht van de Nez Perce. Zij vluchtten door de Lolo Pass, Montana in. Daar werden ze tegengehouden door de Flathead, die geen zin hadden om bij de oorlog betrokken te raken. Hierop trokken de Nez Perce naar het zuiden en opnieuw Idaho binnen, door de Bannock pass, voordat ze uiteindelijk oostwaarts trokken naar de Crow, in de hoop dat hun oude bondgenoten hen bij hun strijd wilde steunen. Toen ook zij weigerde hen te steunen, was er voor de wanhopige Nez Perce nog maar één mogelijkheid over. Zij besloten op weg te gaan naar de Hunkpapa Chief Sitting Bull, die kort daarvoor naar Canada was gevlucht.
Kort nadat zij de Yellowstone rivier waren overgestoken, sloegen de Nez Perce een aanval, van de troepen van Kolonel Samual D Sturgis, af. Op 30 september, ongeveer 40 mijlen verwijdert van de Canadese grens, werden de Nez Perce ingehaald door Kolonel Nelson Miles. Er ontstond een heftige strijd en het kamp werd omsingeld. Om de vrouwen, kinderen en gewonden te redden, gaf Chief Joseph zich op 5 oktober 1877 over. Van de 400 overlevenden ging het grootste deel naar het Collville reservaat in Washington. Hier leefden zij onder het juk van de Christelijke Nez Perce die de macht binnen het reservaat in handen hadden. Met de Dawes Act van 1895, werd het reservaat opensteld voor niet indiaanse kolonisten en verloren de Nez Perce nog meer land, tot een minimum van 88.000 hectaren in 1975. Sinds er in 1980 een speciaal indianen land acquisitie programma werd gestart slaagden de Nez Perce er in om in het bezit van 110.000 hectare land te komen. Vervolgens bekeerden de meeste christelijke Nez Perce zich weer tot een aantal van hun oude gebruiken en herintroduceerden oude dansen en gewoonten.