gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Pequot

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Taal & Namen

boven begin

De naam Pequot komt van het Algonkin woord “ Pekawatawog of Pequttoog” wat vernietigers betekend. Ook werden ze wel Pekoath, pequant, Pequatoo(hollands), Pequod, Pequin, Pyguan, Sagimo of Sickenames (hollands) genoemd

De Pequot spraken de Y variant van het Algonkin, wat ook gesproken werd door de Mohegan, Narragansett, Niantic en de Montauk en Shinnecock van de Metoac op het oostelijk deel van Long Island.


Lokatie

 

Van origine zijn de Pequot en de Mohegan één stam. Zo rond 1500 migreerde zij waarschijnlijk vanuit de vallei van de boven- Hudson rivier in New York, naar het gebied in zuidoost Connecticut waar zij leefden op het moment van het eerste contact met de Europeanen. Hun woongebied liep van de Nehantic rivier oostwaarts naar de grens van Rhode Island.boven begin

 

Populatie

Als je de Mohegan meetelt, dan waren er rond 1620 zo’n 6000 Pequot. Na de winter van 1633-34, waarin een grote pokken epidemie de Pequot teisterde en de afscheiding van de Mohegan, waren er in 1637 nog zo’n 3000 Pequot over. Dat jaar vond er de Pequot- oorlog plaats en waarschijnlijk overleefden maar de helft van hen deze oorlog. Het verdrag dat er daarna met hen gesloten werd, droeg er toe bij dat de stam op het punt van uitsterven/ op houden te bestaan, stond. De Pequot als stam, slaagden er niet meer in zich te herstellen van de verliezen en de voorwaarden van het verdrag. Een aantal Pequot slaagde erin, vervolging te ontlopen en zij vonden onderdak bij andere Algonkin stammen in new Engeland. Het lot van de Pequot die door de Engelsen gevangen genomen waren was ook niet best. Een groot deel van hen werd vermoord en een ander deel werd als slaven aan de West Indische compagnie verkocht. Een gedeelte van de gevangen Pequot had het voorrecht als bediende in de huizen van de Engelsen te werken.. Van de gevluchte Pequot vonden er een aantal onderdak bij de Narrangansett en bij de Oostelijke Niantic, en een groep Pequot werd verbannen naar Long Island en vond daar onderdak bij de Metoac. Voor het grootste gedeelte gingen deze Pequot helemaal op in de stam van hun gastheren en zo hield de stam bijna op te bestaan. Het grootste gedeelte van de Pequot vond echter nog onderdak bij hun “broeders” de Mohegan en uit deze groep zijn de twee huidige Pequot stammen ontstaan. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de Mohegan hun broeders de Pequot zo slecht behandelden dat zelfs de Engelsen het niet konden aanzien en twee reservaten voor de Pequot creëerden( 1666 en 1683) Rond het jaar 1762 waren er nog zo,n 140 Pequot over, en hun aantal nam nog steeds af tot het diepte punt van 66 Pequot in 1910. Op dit moment worden er door de staat Connecticut twee Pequot stammen erkent: de Mashantucket(westerse Pequot) en de Paucatuck( de oostelijke Pequot). boven begin

 

(Sub)bands

 

Uit de geschiedenis van de Pequot blijkt dat de stam bondgenoten had, maar dit waren niet altijd vrijwillige bond genoten. Een aantal stammen werden bondgenoot van de Pequot als gevolg van onderwerping. Een aantal “ bondgenoten” zijn: De oostelijke en centrale Metoac, de Manchaug(Nipmuc), Massomuck ( Nipmuc), Menunkatuc ( Mattabesic), Monashackotoog ( Nipmuc), Pequannock(Mattabesic), Quinebaug (Nipmuc), Quinnipiac ( Mattabesic), Siwanoy( Wappinger) en de westelijke Niantic.boven begin

Cultuur

De Pequot waren als een van de weinige stammen in het gebied goed georganiseerd en erg agressief en oorlogszuchtig. Als gevolg hiervan domineerde ze het gebied van Connecticut tot 1637, later werd hun taak over genomen door de Mohegan. Net als hun buurstammen waren de Pequot een stam van landbouw en verbouwde ze de zo traditionele gewassen voor dat gebied zoals maïs, bonen, squash en tabak. Zij vulde hun dieet aan met alles wat de zee voort bracht, natuurlijk vanwege hun geografische ligging aan de zee. Ook de behuizing van de Pequot was hetzelfde als dat van de andere Algonkin stammen- semi permanente dorpen- bestaande uit longhouses en wigwams. Het grootste verschil tussen de Pequot en de andere Algonkin stammen was echter dat de dorpen van de Pequot bijna allemaal versterkt waren.
De Pequot stam was niet veel groter dan de meeste andere stammen in hun omgeving, maar het verschil was dat ze een andere politieke structuur hadden dan hun buren. Ze waren sterk georganiseerd en er was een centraal bestuur met een groot Sachem als leider, als gevolg hiervan hadden de Pequot een groot militair voordeel. Wat dat betreft waren ze te vergelijken met de Narragansett van Rhode Island en met de Mahican van de New York Hudson Vallei ( met wie ze vaak worden verward). Dus kort gezegd was de organisatie en het feit dat ze vaak in oorlog waren een uitzondering bij de oostelijke Algonkin stammen die over het algemeen in vrede met elkaar leefden en daarom geen centrale organisatie nodig hadden.
Hoewel het niet helemaal duidelijk is wanneer de Y dialect stammen migreerde is het wel duidelijk dat het relatieve nieuwkomers in het gebied van zuid New Engeland waren. Waarschijnlijk heeft de migratie van de stammen wel te maken met het arriveren van de eerste Europeanen in het gebied, want voor die tijd was migratie iets wat niet veel voorkwam, omdat het alleen maar problemen met zich meebracht. Zeker is het zo dat toen de eerste kolonisten zich in het oosten gingen vestigen, er veel stammen naar het westen trokken.boven begin

 

Geschiedenis

 

boven beginDe locatie van de Pequot was als het ware achter long Island en de Pequot en hun buren hadden voor 1600 weinig contact met de Europeanen. Toch bereikte het effect van de aanwezigheid van deze Europeanen hen daarna snel. De oorlog die uitbrak in het gebied van de Canadese meren als gevolg van de bonthandel verspreidde zich naar het zuiden en 3 epidemieën trokken door het gebied, met dank aan Engelse zeelieden die deze ziekten achterlieten bij de Wampanoag en Massachusetts toen zij op zoek waren naar slaven. In deze chaos kwamen de Narragansett en Pequot naar voren en begon hun strijd om de eer van de sterkste in het gebied.
Het eerste contact van de Pequot met Europeanen ontstond in 1614, toen de Hollandse handelaren van de Hudson rivier vallei hun gebied begonnen uit te breidden langs de noordkant van long Island Sound voorbij de Connecticut rivier. Hoewel de Hollanders ook de Narragansett dorpen op Rhode Island bezochten, bracht de locatie van de Pequot in oost Connecticut hen een voordeel over hun rivalen. Hun gebied lag niet alleen dichter bij New Nederland, ook beheerste ze het gebied van de beneden Connecticut rivier, wat traditioneel de indiaanse handelsroute naar de bevergebieden van de omgeving was. Tegen het jaar 1622 was de beverbont handel in het gebied zo gegroeid dat de Hollanders een permanente handelspost bij hartfort vestigde. De bedoeling van de Hollanders was dat ze met alle stammen in de omgeving zouden handelen, maar de Pequot hadden een andere agenda en wilde de monopolie van de handel in het gebied hebben. Eerst vielen de Pequot de Narragansett aan, niet zozeer in verband met een bediscussieerd jachtgebied in zuidwest Rhode Island, als wel om hun concurrenten bij de Hollandse handelspost weg te houden. De volgende stap van de Pequot was om met een combinatie van oorlog en intimidatie de buur stammen, de Nipmuc en Mattabesic te onderwerpen. Sommige Mattabesic kozen er echter voor de Pequot te negeren en gingen op pad om zelf met de Hollanders te handelen. Toen de Pequot dit echter merkte konden ze niet anders als deze groep aan te vallen, bij de Hollandse handelspost. Al enige tijd zagen de Hollanders met lede ogen aan hoe de Pequot hun monopolie in de handel probeerden te handhaven.. De belangrijkste handelaar van de west Indische compagnie was Jacob Elekens en langzaamaan had hij genoeg van het gedrag van de Pequot. Als reactie op de aanval van de Pequot op de Mattabesic, nam hij wraak door een Sachem ( gevangen te nemen en hij dreigde hem te doden als de Pequot niet ophielen met het terroriseren van de andere stammen en ze geen losgeld betaalden. De Pequot, besloten 140 Fathoms Wampum te betalen, maar de Hollanders hadden bevervellen verwacht en niet deze vreemde kralensnoeren. In plaats van de Sachem vrij te laten besloten ze hem te doodden en zo kregen de Pequot allen een lichaam voor hun losgeld,. De Pequot waren woest en brandden de handelspost plat. Al snel echter sloten beide partijen weer vrede met elkaar omdat ze wisten dat de bonthandel te belangrijk was en beide partijen er te veel van konden profiteren. Jacob Elekens werd door de WIC vervangen door Pieter Barentsen, die Algonkin sprak en werd vertrouwd door de Pequot. Na vele excuses over en weer en het uitwisselen van geschenken was alles vergeven en vergeten en werd de handel hervat. De Hollanders hadden echter wel twee heel belangrijke lessen uit hetgeen gebeurt was geleerd. Op de eerste plaats dat ze de Pequot hun gang moesten laten gaan en nog belangrijker, dat de Kralensnoeren, ook wel Wampum genoemd een grote waarde voor de indianen had en het goed als betaalmiddel zou kunnen dienen. Beide zaken zouden van grote invloed blijken te zijn op het gebied en hun bewoners.
Nu de Pequot de vrije hand hadden gingen ze flink tekeer in het gebied en onderwierpen ze de Mattabesic stammen langs de Connecticut rivier. De Mattabesic werden gedwongen hun vachten aan de Pequot handelaren te verkopen of ze moesten een stevige “ bijdrage” aan de Pequot leveren, wanneer de Mattabesic zelf met de Hollanders handelden.
De Pequot waren echter niet helemaal tevreden. Omdat ze aan de kust leefden, beschikte ze niet over grote hoeveelheden bevers en de winst uit de tussenhandel was ook niet voldoende. Ze beschikten echter wel over grote hoeveelheden Wampum, enerzijds uit eigen productie, maar ook als gevolg van de betalingen van de door hen onderworpen buurstammen. Ze waren dan ook blij toen de Hollanders Wampum als betaalmiddel gingen accepteren. Toch vonden de Pequot het allemaal nog niet genoeg, want de hoeveelheid Wampum waarover ze konden beschikken was niet voldoende om alles mee te kopen wat ze wilde hebben. Vooral vuurwapens waren geliefd, maar erg duur. Dit probleem loste ze op door met hun kano’s long Island sound over te steken en de Metoac te onderwerpen. De Metoac waren de producenten van de beste kwaliteit Wampum die er gemaakt werd en dankzij de periodieke :” betalingen van de Metoac aan de Pequot, werden de laatste de machtigste en rijkste stam in het gebied.
Ondertussen waren er in het gebied mensen gearriveerd die door de Pequot “ Owanux” genoemd werden. In de eerste instantie leek het zo dat de kleine Engelse kolonie “ Plymouth” het nooit zou redden, maar op de een of andere manier en tegen alle kansen in redden zij het wel en baarde de nederzetting de Hollanders genoeg zorgen om een vertegenwoordiger naar Plymouth te sturen om te onderhandelen over een verdrag. Overeengekomen werd dat de Hollanders hun alleenrecht over de handel zouden houden langs de gehele zuidkust van New Engeland inclusief de Connecticut vallei. Hierdoor wonnen de Hollanders echter maar op z’n hoogst een paar jaar. Nadat na 1630 de puriteinen begonnen te arriveren in Massachusetts werd het verdrag met de Hollanders compleet genegeerd. Tegen het jaar 1633 hadden de Boston handelaren de rivier de Connecticut bereikt en bouwden ze een handelspost bij Windsor. Dit was een duidelijke overtreding van het verdrag van 1627 en de Engelsen onderschepten alle bont voordat zij ook maar bij de Hollanders terecht konden komen. De Hollanders reageerden hierop door land van de Pequot over te nemen( eigenlijk verkochten de Pequot land aan de Hollanders dat aan de Mattabesic behoorde) en bouwde daar een versterkte handelspost. (house of good hope).
De Reactie van de Indianen op de komst van de Engelsen was verschillend. De Mattabesic en de Niantic, die nog steeds hun bijdrage aan de Pequot moesten leveren, verwelkomde de Engelsen in de hoop dat zij een manier waren om onder de Pequot uit te komen. Maar het Sachem, Sassacus, van de Pequot wilde dit natuurlijk zien te voorkomen. De Pequot waren eigenlijk helemaal niet zo blij met de komst van deze Engelsen. De Engelsen hadden namelijk al gehoord dat de Nederlanders Wampum als betaalmiddel aanvaarden, en deze Engelsen waren zo slim om met gebruik van metalen boortjes, snel zelf Wampum te produceren. Deze Wampum overspoelde de markt waardoor de Wampum stevig in waarde daalde. De Pequot waren voor het grootste deel afhankelijk van de waarde van deze Wampum en ook zij zagen dat de Engelse Wampum een directe invloed op hun rijkdom had. De Pequot hadden dan ook een goede reden om de Engelsen niet te mogen, maar in plaats van gezamenlijk tegen hen op te trekken gebeurde er iets anders onder de Pequot. Er ontstond een scheiding binnen de Pequot. De ene groep was pro-Hollands en de andere pro-Engelsen. Deze scheiding had zijn wortels in het feit dat het Sachem Sassacus en zijn zwager een conflict hadden.(Uncas) Beide waren sub- Sachem geweest en beide hadden verwacht het grote Sachem Wopigwooit te mogen opvolgen. Toen het Sachem in 1631 stierf koos de raad Sassacus als nieuwe Sachem en Uncas kon dit niet verkroppen. Deze rivaliteit duurde voort met name tijdens raadsbijeenkomsten die vooral over de beverhandel gingen. Langzaam vormde zich een groep rond Uncas die pro- Engelsen was. De problemen en onenigheden tussen beide groepen werden steeds groter en op een geven moment was het zowel voor de Hollanders als de Engelsen gevaarlijk om te handelen langs de rivier de Connecticut. De verschillende fracties beroofden en vermoorden een ieder die ze tegenkwamen en niet aan hun kant stond en je wist nooit van te voren wie, wie was. Uiteindelijk werd Uncas gedwongen de stam te verlaten en stichtte hij een eigen dorp. Later werd hij gevolgd door vele andere Pequot en Mattabesic en namen zij de naam van Uncas wolf clan aan, de Mohegan. Vanaf toen was de splitsing een feit en ontstonden de Mohegan, een vijand van de Pequot.
Tijdens de winter van 1633-34 sloeg er een pokken epidemie toe onder de stammen van Connecticut. De timing was nooit goed, maar nu kwam het wel heel slecht uit. In 1634 werd de Boston- handelaar John Stone vermoord door de Pequot, of eigenlijk door hun bondgenoten de Westelijke Niantic. In feite echter hadden de woorden “vermoord”, “ handelaar” en “ boston” iets met de man te maken.
Stone kwam uit de West Indisch en was incidenteel betrokken bij de handel maar full time werkzaam als piraat en hij was zojuist door de Puriteinen uit Boston gezet vanwege misdragingen en misbruik. Hierover was Stone erg kwaad en hij voelde zich onjuist behandelt door de Puriteinen. Uit woede en om zichzelf te verreiken stopte hij aan de monding van de Connecticut rivier op weg naar Virginia. Daar wilde hij Niantic vrouwen en kinderen gevangennemen om hen te verkopen als slaven. Helaas echter voor hem, kwam hij bij deze poging om het leven. De puriteinen reageerde verbazingwekkend op de moord. In plaats van ervan uit te gaan, dat Stone, die vrouwen verkrachtte waar hij stond, wel eens fout zou kunnen zijn geweest, vergaten ze terstond de redenen van zijn uitzetting en zadelde ze de paarden om wraak te nemen. En verklaarde ze de Pequot tot “duivels uit de hel”. Terwijl; de spanning steeg, zette Sassacus zijn hekel aan de Engelsen opzij en ging hij plichtsgetrouw naar Massachusetts om de vrede te bewaren. De Engelsen eisten echter van Sassacus dat hij de moordenaar uitleverde om terecht te staan, maar dit weigerde hij. Op dit moment liepen de onderhandelingen vast en keerde het Sachem terug naar zijn thuisland, beide partijen kwaaad. Het volgende jaar sluimerde het incident door.
In 1635 bouwde de Massachusetts Bay Compagnie van John Winthrop, fort Saybrook aan de mond van de Connecticut rivier. Hoewel het fort midden tussen de vijandige Pequot en Niantic lag slaagde het er wel in om de rivier helemaal te blokkeren zodat de Hollanders geen toegang meer tot de rivier hadden. Als gevolg hiervan moesten de Hollander het “house of good hope” bij Hartfort sluiten. De afscheiding van de Mohegan en de pokken epidemie hadden de Pequot bijna de helft van hun mensen gekost en ook hoefde ze niet meer op de steun van de Hollanders te rekenen. De Narragansett zagen dat de Pequot erg verzwakt waren en maakte hier gebruik van door ze aan te vallen en ze eisten hun land in het zuidoosten van Rhode Island terug, wat ze hadden opgegeven in 1622.
De jaren hierna arriveerden Thomas Hooker in het gezelschap van de eerste kolonisten in Connecticut en zij vestigden zich bij Hartford.
De Pequot zagen dat ze langzaam overlopen werden en terwijl de Mohegan en Mattabesic de Engelsen verwelkomden, waren er diverse incidenten tussen de Pequot en de Engelsen. Het feit dat de Pequot langzaamaan hun land kwijt raakte was voor hen niet eens zo belangrijk als dat zij de controle over de omringende stammen verloren…..
Na de vele incidenten hadden de Pequot het in ieder geval voor elkaar dat ze nu door en door gehaat werden door de Engelsen.
De Pequot- oorlog van 1637 begon eigenlijk in de zomer van 1636, toen een andere Bostonhandelaar werd vermoord door de westelijke Niantic, toen zij zijn boot te pakken namen bij Block Island. Richard Matter vervloekte de Pequot tijdens een preek in Boston en Noemde hen “ het zaad van de Duivel” en hij veranderde daarmee het incident in Connecticut in een heilige oorlog van de Puriteinen tegen de krachten van de donkerte. Met deze woorden als uitgangspunt, stuurde Massachusetts, zonder met de kolonisten van Connecticut te overleggen, een expeditie van 90 man op pad onder leiding van John Endicott. Hun opdracht” “ Ga naar Block Island, dood iedere man en neem alle vrouwen en kinderen gevangen”.
De soldaten slaagden erin om 14 Niantic te doodden en een onbekend aantal honden, voordat de Niantic erin slaagden naar de bossen te vluchtten. Hun dorp en gewassen werden platgebrand. Daarna laadde Endicott zijn mannen weer in de boten en voer hij naar Fort Saybrook, om daar zijn expeditie met mannen aan te vullen voor het tweede deel van zijn expeditie, een bezoek aan het Pequot dorp aan de mond van de Thames rivier. Van dit dorp wilde Endicott 1000 fathoms wampum en een aantal Pequot kinderen als gijzelaar, als vergoeding voor de dood van Oldham eisen.
Toen Saybrook arriveerde bij Fort Saybrook merkte hij al dat de kolonisten hadden gehoord wat er gebeurd was en aangezien deze kolonisten de wraak van de Pequot en Niantic konden verwachtten, waren zij hier niet blij mee. De situatie was echter al zover geëscaleerd dat ook zij wel begrepen dat er geen houden meer aan was en met tegen zin gaven zij Endicott de mannen mee die zij konden missen.
Endicott voer met zijn mannen langs de kust naar het Pequot dorp en maakte zijn eisen kenbaar. Ook de Pequot waren verbaasd toen zij vernamen wat er was gebeurt toen Endicott met zijn mannen in Saybrook was. De Pequot slaagde erin Endicott laten wachtten tot al hun mensen de bossen waren in gevlucht. Wat ze achter lieten was een leeg dorp dat Endicott kon vernietigen. Endicott was tevreden met het aantal heidenen dat hij gestraft had deze dag en laadde zijn mannen weer in de boten om terug te keren naar Boston. De Pequot hadden echter een aantal soldaten herkent, die omdat ze een belegging van Fort Saybrook verwachten, al hun maïs hadden gestolen. De wraak van de Pequot en Niantic bleef inderdaad niet uit en Fort Saybrook werd omsingeld door kwade Pequot en Niantic, die een ieder vermoordde die het fort probeerde te verlaten.
Tijdens de Winter plande de Pequot, die nog steeds kwaad waren, een wraakactie. Zij stuurde oorlogsbelts naar de Narragansett en Mohegan om hen over te halen hen te steunen. Helaas hadden de Pequot echter te maken met een verleden van geweld en de Engelsen hoefden dan ook niet veel invloed te gebruiken om hen te isoleren. Op Rhode Island gebruikte Roger Williams zijn invloed bij de Narragansett, niet alleen door ze over te halen de Pequot niet te steunen, maar hij slaagde er zelfs in de Narragansett over te halen tot een bondgenootschap met de Engelsen. Uncas en zijn Mohegan weigerde de riem ook en kozen er ook voor om te vechten tegen hun voormalige stamgenoten. Ondanks deze tegenslagen bleven de Pequot onverzettelijk en eisten ze de steun op van 26 onderworpen Sachem van andere stammen. De loyaliteit van hun bondgenoten was echter verdacht en terwijl de oorlog begon wachtten veel Sachem “ neutraal” af welke wind er zou gaan waaien voordat zij zich zouden binden..
Begin 1637 gaf Sassacus het bevel tot een aantal rooftochten op de nederzettingen van Connecticut als genoegdoening voor Endecott’s aanval die zomer daarvoor. Op 12 april vielen 200 krijgers Wethersfiel aan en vermoordde ze negen kolonisten. Verdere slachtoffers waren twintig koeien en een paard. De indianen namen twee tienermeisjes als gijzelaar en laadde hun buit in hun kano’s om via de Connecticut rivier terug te keren naar huis. Terwijl ze langs het fort bij Saybrook voeren daagden de Indianen het Garnizoen uit door met de met bloed besmeurde kleren van hun slachtoffers te zwaaien. Al met al verloren de kolonisten zo’n 30 mensen tijdens deze rooftochten en in mei verklaarde de generale rechtbank van Hartfort officieel de oorlog.
Ondanks de twijfel over de loyaliteit van de Mohegan, verzamelde zich een gezamenlijke troepenmacht van 90 Engelse en 70 Mohegan strijders bij Hartford. Gezamenlijk zouden zij een aanval plegen op het belangrijkste fort van de Pequot bij Mystic. Onder het commando van Kapitein John Mason, een ervaren soldaat, vertrok dit kleine leger op weg naar wat een zelfmoord actie leek te zijn.

Terwijl Mason met zijn legertje de Connecticut rivier afvoer, stopte hij bij Fort Saybrook om daar nog een aantal mannen te verzamelen. Op zee aangekomen voer hij langs de kust naar het Pequot fort bij Mystic. Toen hij daar echter aankwam zag hij al snel dat de Pequot hem verwachtten en dat zij met veel meer krijgers waren dan hij. In plaats van aan land te gaan besloot Mason door te varen naar Rhode Island. De Pequot zagen Mason vertrekken en dachten dat hij zijn aanval afblies en terugkeerde naar Boston. Maar in plaats van dat te doen ging hij naar de dorpen van de Narragansett, waar hij versterking kreeg van 200 krijgers. Daarnaast kreeg hij ook toestemming van de Narragansett om door hun gebied te reizen om zo de Pequot van achteren te kunnen aanvallen. De kansen leken gekeerd. Zij waren nog maar net onderweg of de Narragansett stonden op het punt om terug te keren naar hun dorpen. Zij hadden gezien hoe onhandig de soldaten waren en waren bang dat ze ontdekt zouden worden voordat ze überhaupt bij het Pequot fort aan zouden komen. Er was een stevige speech van Uncas nodig om de Narragansett over te halen te blijven. Ondanks dat de groep een aantal keer verdwaalden kwam toch op 26 mei het fort inzicht. Zij kwamen er echter al snel achter dat ze niet alleen onontdekt waren gebleven, maar ook dat alle krijgers uit het fort vertrokken waren. De Pequot hadden nadat zij Mason hadden zien vertrekken een grote oorlog party verzameld om de nederzettingen bij Hartford aan te vallen. In het fort zaten alleen nog maar 700 vrouwen, kinderen en ouderen, en ze zaten in de val toen Mason het bevel gaf het fort in de brand te steken. Die Pequot die erin slaagde het fort te ontvluchtten, werden opgewacht en vermoord. Op bevel van Mason, doodden de Narragansett en Mohegan de rest van de Pequot die aan de Engelsen ontsnapten, maar ze waren geschokt toen ze zagen hoe de Engelsen de vrouwen en kinderen afslachten. Nu hun vreselijke taak volbracht was, trok Mason zijn mannen snel terug( eigenlijk een nek aan nek race) naar de boten om te verzamelen op de Thames. Het dorp van Sassacus was maar 5 mijlen verderop en zijn krijgers hadden de achtervolging al ingezet. Tijdens de wedloop naar de rivier, stommelden de mannen van Mason nog bijna op een groep van 300 krijgers die terugkeerden, maar zij waren teveel afgeleid door de rook die opsteeg vanuit hun dorp. De Engelsen bereikten hun boten met maar twee doodden en 20 gewonden en ze vertrokken terstond. Hun indiaanse bondgenoten waren echter niet zo gelukkig. Aan hun lot overgelaten, op zoek naar hun terugweg kwamen bijna de helft van de indianen om. De afslachting bij Mystic, brak de Pequot. Ondanks dat er vele Pequot omgekomen waren hadden zij nog bijna al hun krijgers, maar de vernietiging van hun fort had aan het licht gebracht hoe kwetsbaar hun dorpen eigenlijk waren en dat ze niet zonder sterke bondgenoten konden. Terwijl ze bijna dood gingen van de honger en niet in staat waren hun gewassen te planten, splitste de overgebleven Pequot zich op in kleine groepjes en vluchtten ze voor hun leven. Na een afgebroken poging om onderdak bij de Metoac te vinden, leidde Sassacus 400 van zijn mensen langs de kust naar het westen, gebruikmakend van het voedsel van de zee om niet om te komen van de honger. Afgeremd door hun vrouwen en kinderen staken de Pequot de Connecticut over en doodden zij onderweg 3 Engelsen die ze bij Saybrook tegen kwamen. Dit was pech voor de Pequot want hierdoor wisten de Engelsen precies waar zij zich bevonden.
Hartford verklaarde 15 juni tot een dag van gebed en dank voor de overwinning op Mystic. De Engelsen waren echter nog niet tevreden met het feit dat ze de oorlog gewonnen hadden. Ze wilden de Pequot helemaal uitroeien!
Maar nog meer dan dat wilden de Engelsen het Hooft van Sassacus.
Eind juni, landde er een expeditie van 120 soldaten in Pequot Harbor onder leiding van Thomas Staughton. Zij troffen echter alleen maar verlaten dorpen aan en besloten richting het westen de achtervolging in te zetten. Bij fort Saybrook voegde Mason zich bij hem met 40 mannen en Uncas met zijn scouts. Terwijl de Mohegan de richting aangaven, volgde ze de langzaam vooruitkomende groep van Sassacus naar het westen. Omdat het de bedoeling was om Sassacus gevangen te nemen, werd iedere Pequot die ze onderweg tegenkwamen ter plekke gedood als ze ook maar een spoor van verzet boden- een Pequot Sachem bij Guilford Harbor werd onthoofd en zijn hoofd werd in een boom gezet als waarschuwing, deze plek het nog steeds Sachem Head. Uiteindelijk haalde de Engelsen hem in bij Sasqua, een Pequannock(Mettabesic) dorp bij Fairfield Connecticut. De Pequot trokken zich terug in een verborgen fort in het moeras, maar ze werden omsingeld. Na onderhandelingen werd het de indianen toegestaan 200 vrouwen en kinderen te laten gaan, maar de rest die overbleef wisten verdomd goed wat hen te wachten stond en zij weigerde zich over te geven. Tijdens de strijd die volgde, slaagden Sassacus erin samen met 80 krijgers te ontsnappen, 180 Pequot werden gevangengenomen en de rest kwam om. Sassacus en zijn mannen vluchten richting het westen naar New York. De meest logische keuze voor asiel zou zijn geweest te vluchtten naar de Mahican( Hollandse bondgenoten en verre familie), maar de Mahican waren op dat moment onderworpen aan de Mohawk, dus moest Sassacus zich wenden tot zijn oude vijanden. De Mohawk waren de Pequot echter nog niet vergeten en ze kregen nooit de kans. Zo gauw de Pequot het Mohawk dorp hadden bereikt, werden ze zonder in de raad te mogen spreken ter plekke vermoord. De enkele Pequot die ontsnapten vonden onderdak bij de Mahican bij Schaghticoke., de Mohawk hakte na het bloedbad het hoofd van Sassacus af en stuurde het op naar Hartford als gebaar van hun vriendschap met de Engelsen.
Omdat het centrale gezag in Hartford een boete had gezet op een ieder die de Pequot onderdak zou bieden konden zij nergens naar toe. De overgebleven Pequot werden opgejaagd door de Engelsen, Narragansett en Mohegan en de oorlog eindigde met een aantal kleine maar dodelijke schermutselingen. De Sachem die er na de oorlog nog over waren vroegen om vrede en gaven zich over. Nu de Pequot verslagen waren, nam het aantal nederzettingen in de Connecticut vallei snel toe en hadden de nederzettingen zich uitgebreid tot aan Stamford langs de kust van Connecticut.
Niet meer dan de helft van de 3000 Pequot die in 1637 leefden hadden de oorlog overleefd. Als gevolg van het vredesverdrag dat in september 1638 werd getekend waren de Pequot verscheurd. De 180 Pequot die gevangen waren genomen bij Fairfield werden verkocht als slaven; 80 aan de Mohegan; 80 aan de Narragansett en 20 aan de oostelijke Niantic. Van de 80 Pequot die de Engelsen gevangen namen bij andere schermutselingen werden de 30 krijgers gedood en de vrouwen en kinderen werden verkocht als slaven aan de west Indisch en Bermuda. Een van de Pequot bands die zich overgaf, werd verbannen naar long Island en zij onderwierpen zich aan de Metoac die in 1653 weer onderworpen waren aan de Narragansett. De grootste groep Pequot ( zo’n 1000) werden overgedragen aan Uncas en zijn Mohegan. Deze toegevoegde mankracht droeg er toe bij dat de Mohegan de sterkste stam in het zuidelijk deel van New Engeland werden nadat zij de Narragansett verslagen hadden in 1644. Onder het gezag van de Mohegan was het leven van de Pequot zwaar. Ze werden in verschillende kleine groepen verdeelt en de Mohegan verboden hen zichzelf Pequot te noemen. Om de schulden af te kunnen lossen die ze aan de Engelsen moesten betalen omdat ze hen hadden laten leven moesten ze zich te barsten werken. Maar ook de Mohegan dwongen hen tot zware arbeid. Normaal gesproken hadden de Engelsen er lak aan hoe de indianen elkaar behandelden, maar in dit geval was het schijnbaar zo erg dat de Engelsen de Pequot bij de Mohegan weghaalden en ze in diverse reservaten stopten. Het feit dat de beide stammen nu weer gescheiden leefden hielp de Pequot, maar hun belofte om de Mohegan bij te staan in de strijd verbraken ze nooit. De Pequot krijgers gingen vaan met de Mohegan op oorlogspad en bij een van die expedities namen de Pequot en Mohegan het Narragansett Sachem Canonchet gevangen tijdens de King Philip’s oorlog( 1675-76).
Op het grootste dieptepunt van het aantal Pequot werden er nog maar 66 geteld, nu zijn er ongeveer 1000 Pequot. Voor de Mashantucket veranderde er echter veel de in de jaren die volgden. Connecticut verkocht in 1865 illegaal 600 hectare van hun reservaat en in 1976 spande de indianen hierover alsnog een rechtszaak aan. Het geschil werd geschikt met $700.000. in 1893 kregen de Mashantucket federale erkenning. In 1992 opende de Mashantucket een casino en de winsten hiervan maken hen tot een van de rijkste stammen in Noord-Amerika. Na een vrede van 350 jaar lijkt het toch dat de Mashantucket de Pequot- war uiteindelijk gewonnen hebben.

 

Reservaat

boven begin

Links

boven begin