gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Potawatomi

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Taal & Namen

boven begin

Lokatie

In 1600 leefden de Potawatomi in het noordelijk deel van Lower Michigan. Rond 1641 verlieten zij onder dreiging van de met de Fransen handelende Ontario stammen ( Neutrals, Tionontati, Ottawa en Huron) hun thuisland en trokken ze naar de westkant van lake Michigan in noord Wisconsin. Deze verhuizing duurde tot in de jaren 1650 en tegen die tijd hadden de Iroquois hun vijanden en Franse bondgenoten de Algonkin Indianen verslagen en trokken zij naar Lower Michigan.
Tegen 1665 leefden alle Potawatomi op het Wisconsin schiereiland ten oosten van Greenbay.
Zij bleven daar tot 1687, want toen begonnen de Fransen met behulp van de Great Lake Algonkin, de Iroquois terug naar New York te verdrijven. Terwijl de Iroquois zich terug trokken, trokken de Potawatomi zuidwaarts langs de westkust van Lake Michigan en bereikten ze rond 1695 het zuidelijkste puntje. Tegelijkertijd vestigde zich een band bij de missiepost van de jezuïeten aan de St. Joseph rivier in zuidwest Michigan. Kort nadat de Fransen fort Ponchartrain hadden gebouwd bij Detroit in 1701, vestigden zich ook groepen Potawatomi bij het fort. Tegen 1716 bevonden de meeste Potawatomi dorpen zich tussen Milwaukee en Detroit. Gedurende de jaren 1760 breidde zij hun gebied uit naar noord Indiana en naar centraal Illinois.
boven begin

 

Populatie

boven begin

 

(Sub)bands

Illinois dorpen:
Assiminehkon (Paw-Paw Grove), Calumet, Chicago, Little Rock, Mesheketeno, Minemaung, Mosheketeno, Nayonsay, Rock Village, Sandy Creek, Sawmehnaug, Secawgo, Shaytee (Grand Bois), Shobonier (Shabbona), Soldier's Village, and Waisuskuck.
Indiana dorpen:
Abercronk, Ashkum, Aubbeenaubbee, Checkawkose, Chekase, Chichipe Outipe, Chippoy (Chipaille), Comoza, Elkhart (Miami), Kethtippecagnunk (Wea), Kinkash, Macon, Massac, Mamotway, Maukekose, Menominee, Menoquet, Mesquawbuck, Metea, Moran, Mota, Muskwawasepeotan, Pierrish, Rum, Tassinong, Tippecanoe, Toisa, Wanatah, Wimego, Winamac, and Wonongoseak.
Michigan dorpen:
Bawbee's Village, Big Wolf, Cheenauge, James Burnett, Koassun, Le Clerc, Macousin, Mangachqua, Mary Ann, Matchebenashshewish, Matchkee, Menoquet, Mickkesawbee, Moccasin, New Village, NOttawaseppi (Natowapsepe), Pokagon, Prairie Ronde, Saint Joseph, Seginsavin, Tondagaie, Tonguish, Topenebee, and Wolf Rapids.
Wisconsin dorpen:
Big Foot (Gros Pied, Maumksuck), Manitowoc, Maquanago, Mechingan, Milwaukee (Ojibway, Ottawa), Mitchigami, Mukwonago, Oconomowoc, Rock County, St. Michael, Skunk Grove, Waubekeetschuk, and Waukesha.
boven begin

Cultuur

boven beginTraditioneel gezien waren de Potawatomi klassieke jager- verzamelaars omdat ze te noordelijk woonden om aan fatsoenlijke landbouw te kunnen doen. Net als bij de nauw verwante Ojibway en Ottawa bestond het dieet van de Potawatomi voornamelijk uit wild, vis, wilde rijst, eikels van de rode eik en Maple siroop maar de Potawatomi pasten zich gemakkelijk aan een nieuwe situatie aan.
Nadat ze als gevolg van de Beaver- wars gedwongen waren naar Wisconsin te verhuizen, leerden ze het land bebouwen van de Fox, Sauk Kickapoo en Winnebago.
Toen de fransen in de omgeving van Green Bay verschenen zagen zij de Potawatomi vrouwen aan het werk op grote maïs graan en squash velden. De Potawatomi slaagden er zelfs al snel in de landbouw naar een hoger niveau te tillen en ze stonden bekend om hun medicinale kruidentuinen.
Het land bebouwen was eigenlijk een uitbreiding van de taken van de vrouwen en al hielpen de mannen wel bij het ploegen van het land, toch bleef hun primaire bezigheid het jagen en oorlog voeren.
Tegen het jaar 1660 waren de Potawatomi volledige boeren geworden en hun vertrek na 1680, had er waarschijnlijk mee te maken dat ze op zoek waren naar vruchtbaardere grond en naar een langer groei seizoen. Ook veranderde er andere dingen voor de Potawatomi naarmate het contact met de blanken voortduurde. Naast het feit dat zij overstapten op metalen gereedschappen en vuurwapens, stapten de Potawatomi in 1760 ook over van berken kano’s op paarden “geleend” van de blanken. Uiteraard voldeden deze prima tijdens de Bizonjacht op de prairies van Noord Indiana en Illinois en later op de grote vlakten. Een andere vaardigheid die ze overnamen, waren de standaard infanterie tactieken, geleerd uit de oorlogen met de Amerikanen. Het waren met name de Pawnee die er achter kwamen hoe dodelijk continu vuur kon zijn, toen de Potawatomi krijgers zich in twee rijen opstelden en de voorste krijgers op hun hurken vuurden terwijl de achterste hun wapens laadden.
De fransen beschreven de Potawatomi als : iets korter dan de andere Algonkin maar wel potiger en donkerder. Toch waren de Potawatomi een typische “ grote meren” stam met hun grote dorpen met rechthoekige huizen bedekt met riet of bast. Na de bizonjacht in de herfst, splitste zij zich op in kleinere groepen(uitgebreide families). De winterhutten waren vergelijkbaar met die van de Ojibway, zij waren ovaal en bolvormig. Later prefereerden de Potawatomi, blokhutten, net als hun blanke buren.
Hoewel het soms voorkwam dat de mannen getrouwd waren met twee vrouwen(zussen), waren de Potawatomi strikter met hun kuisheid dan de meeste andere stammen. De familielijn ging over via de mannelijke kant en het huwelijk was matrilokaal, de man trok in bij de familie van zijn vrouw.
De mannen droegen over het algemeen hun haar lang, maar in tijden van oorlog was het gebruikelijk dat zij hun kop kaal scheerden, met behoud van een scalplok die omhoog werd gezet met de haren van een stekelvarken, versierd met een enkele veer. Hun oorlogskleuren waren rood met zwart. De Potawatomi hadden een politiek systeem vergelijkbaar met de Ojibway. De diverse bands waren met elkaar verbonden door hun gemeenschappelijke taal en door een clansysteem dat de bandlijnen overschrijden. Later werd de band versterkt met het ontstaan van de Midewiwim( de grote medicijn society) , een geheime religieuze organisatie, wiens leden geheime heelings ceremonieën uitvoerden om het probleem van de epidemieën op te lossen. Hoewel deze politieke structuur niet voldeed aan de verwachtingen van de Europeanen , voldeed hij prima voor de Potawatomi.
 De Potawatomi bands vochten zelden tegen elkaar en werkten indien nodig goed samen. Voor de Amerikanen was het echter wel een probleem een verdrag met de Potawatomi te sluiten. Toen de Amerikanen klaar waren, waren er zo’n 42 verschillende documenten.

 

Geschiedenis

 

Net als de Ottawa en de Chippewa, kwamen de Potawatomi uit het noordoosten en vestigde zij zich met hen aan de oostkust van Lake Huron. Deze verhuizing heeft waarschijnlijk rond 1400 plaats gevonden.
De Ottawa bleven hangen bij de Franse rivier en op Manitoulin en de andere eilanden in Lake Huron, terwijl de Chippewa en de Potawatomi verder noordwaarts trokken langs de kustlijn tot aan Sault St. Marie. Rond vijftienhonderd staken de Potawatomi over en vestigden zij zich in het noordelijke deel van Lower Michigan. Hoewel de 3 stammen nu apart leefden, bleven zij zich wel hun verwantschap herinneren en refereerden zij aan elkaar als de “3 broers” Als hoeders van het raadsvuur, werden de Potawatomi de “ Potawatomink” genoemd, ofwel de mensen van de vuurplaats.

Hoewel ze elkaar pas jaren later zouden ontmoeten, hoorde de Fransen voor het eerst over de Potawatomi aan de andere kant van de “ grote zoet water zee” toen de Huron er over spraken met Champlain in 1615, tijdens een bezoek aan een van hun dorpen. Er bestaat ook de kans dat Jean Nicollet de Potawatomi ontmoet heeft in 1634, toen hij op weg was naar Green Bay om een vrede te regelen tussen de Ottawa en Huron. Maar Nicollet reisde langs de noord kust dus is het waarschijnlijker dat hij hen niet is tegengekomen. In ieder geval was zijn lijst van stammen die aan het Michigan meer leefden ( van wie hij er vele niet ontmoet heeft) de basis voor het voor het eerst vernoemen van de Potawatomi tijdens de contacten van de Jezuïeten met de stammen in 1640. Het eerste Franse contact met de Potawatomi vond het jaar erna plaats, tijdens het bezoek van de jezuïeten Charles Raymbault en Issac Jogues aan de Chippewa bij Sault Ste. Marie. Rond dat jaar waren er al een aantal Potawatomi verhuisd naar de West kant van Het Michigan meer. Gedurende de jaren 1630 hadden de Huron, Neutral en Tionontati de hoeveelheid bevers in hun thuisland uitgeput en waren zij op jacht naar nieuwe jachtgronden in het gebied van de stammen in beneden Michigan. Aangezien de Fransen in deze tijd niet verder kwamen als de dorpen van de Huron, was het ook dat ze deze berichten van hen hoorden. Omdat de oorlog geen bedreiging voor hun bonthandel leek te vormen besloten de Fransen niet in te grijpen. Het conflict in het beneden deel van Michigan maakte deel uit van de Beaver- wars(1630-1700), die in het oosten waren begonnen tussen de Franse bondgenoten, de Algonkin en Montagnais en de Iroquois van de boven St. lawrence gesteund door de Hollanders. Door deze strijd ontstond er een kettingreactie toen alle stammen in het gebied elkaar gingen bestrijden om de bevers en de jachtgronden.
Toen het er op ging lijken dat de Iroquois de overhand zouden gaan krijgen en zij zo de franse handelsroute tussen de Ottawa vallei en de grote meren zouden kunnen gaan afsluiten, besloten de Fransen vuurwapens aan de Huron, Ottawa en Algonkin te leveren. De Hollanders sloegen terug door zelf wapens aan de Iroquois te verkopen en toen ook de Engelsen en Zweden zich ermee gingen bemoeien ontstond er een wapenwedloop in het gebied. Als gevolg van de handel tussen de stammen onderling kwamen de franse vuurwapens ook terecht bij de Tionontati en de Neutrals die deze wapens weer tegen de stammen uit Michigan gebruikte. Met alleen maar hun traditionele wapens verzetten de Potawatomi en de andere stammen zich dapper, maar ze waren duidelijk in het nadeel.
De Potawatomi die de jezuïeten in 1641 bij Sault St. Marie ontmoetten waren de eerste Potawatomi die waren vertrokken. Nadat zij het meer waren overgestoken hadden zij zich eerst bij Green Bay proberen te vestigen, maar de vijandelijke ontvangst van de Winnebago, dwong hen verder te reizen naar het Noorden om bij de Chippewa onderdak te zoeken. In de jaren daarna arriveerden er meer gevluchte stammen die afkomstig uit Michigan waren, in Wisconsin, Het gevolg hiervan was dat er meer stammen het gebied van de Winnebago, Menominee en Illinois binnentrokken dan dat zij aankonden. Ergens tussen 1642 en 1652 raakten de Winnebago in oorlog met de Fox, die zich onuitgenodigd hadden gevestigd aan de westzijde van het Winnebago meer. Op weg naar een Foxdorp om het aan te vallen, werden 500 Winnebago krijgers in hun kano’s overvallen door een storm en verdronken. De rest van de Winnebago besloten zich in een enkel dorp terug te trekken dat perfect geschikt was voor de epidemie die hen meteen daarna trof. Kort daarna werden de Winnebago zo goed als uit geroeid tijdens een oorlog met de Illinois. Met uitzondering van een aantal conflicten met de Dakota en Chippewa, was er na de ondergang van de Winnebago nog maar weinig verzet tegen de vestiging van de gevluchte stammen in Wisconsin. In het Oosten waren de Iroquois ondertussen bezig met een opmars en slaagde zij erin de Algonkin en Montagnais uit het gebied van de bovenstroom van de St. Lawrence te verjagen. Hierdoor was de handelsroute naar de grote meren alsnog afgesloten.
Om de reisroute van de Huron en Ottawa in te korten besloten de fransen een fort bij Montreal te bouwen, maar omdat de Iroquois oorlogs-party’s zich in het gebied van de beneden- Ottawa rivier bevonden, slaagden alleen grote kano- konvooien erin Montreal te bereiken. Omdat het bont nu nog maar sporadisch binnendruppelde waren de Fransen genoodzaakt een vrede met de Mohawk te sluiten en moesten zij beloven verder neutraal te blijven tijdens de strijd tussen de Iroquois en de Huron. Het duurde nog geen twee jaar voordat de Iroquois wederom zonder bont kwamen te zitten als gevolg van overbejaging in hun jachtgebieden. De Iroquois waren opzoek naar nieuwe jachtgronden en om die te bereiken hadden ze van de Huron toestemming nodig om over hun grondgebied te reizen. De Huron weigerde echter veelvuldig en de Iroquois besloten het pad van de strijd te kiezen. Na twee jaar van kleine aanvallen op Huron dorpen, verzamelde de Iroquois in maart 1649 een troepenmacht van 2.000 krijgers en vielen zij op een gecoördineerde wijze de Huron dorpen aan. Als gevolg van deze aanval roeide zij de Huron- confederatie bijna uit. De Huron die de aanvallen overleefden, vluchtten naar hun buren om daar onderdak te zoeken, maar de Iroquois bleven hen achtervolgen en vielen iedere Huron- bondgenoot aan die hen onderdak bood. Later dat jaar kwamen ook de Tionontati ten val en de Algonkin en Nipissing verloren hun strijd tegen de Iroquois in 1650. De Neutral gingen ten onder in 1651 en na een 3 jaar durende oorlog met de Erie, gaven ook zij zich in 1656 aan de Iroquois over. Ondertussen trokken er ook vele war- party’s door het Lower Michigan en voltooiden de verwijdering van de originele inwoners daar. Tijd3ens de 40 jaar die daarop volgden, was het gebied van Lower Michigan” no mans land” tussen de Iroquois en de stammen die uit het gebied waren verdreven. Deze stammen hadden zich voornamelijk gevestigd in Wisconsin en in Boven Michigan. Duizenden Iroquois sprekende gevangenen werden in de Iroquois league opgenomen waardoor het aantal Iroquois steeg tot zo’n 25.000. Dit leverde echter ook een probleem op want zolang er nog groepen vijanden vrij rondtrokken, bleef het gevaar van een opstand binnen de stam. De Iroquois war-party’s probeerden dan ook de Tionontati en Huron, die naar de Ottawa dorpen bij Mackinac waren gevlucht, te pakken te krijgen en gevangen te nemen bij een aanval in 1650. De aanval mislukte, maar zeker van een nieuwe aanval besloten de Tionontati en Huron( nu de Wyandot), Mackinac te verlaten en te verhuizen naar een eiland in Green Bay in het westen. Maar de Iroquois waren vastberaden, dus vielen een Mohawk en Seneca war-party de nieuwe dorpen van de Wyandot in1652 aan. De Wyandot en Ottawa beseften dat ze zonder een sterke bondgenoot, de aanvallen van de Iroquois, niet langer aankonden. Zij besloten een verbond aan te gaan met de Potawatomi. Samen met hen bouwden ze een groot versterkt fort( Mitchigami). De Iroquois keerden in 1653 terug, maar de eerste aanval op het fort werd afgeslagen. Hierna volgde er een lang beleg, maar de Iroquois kwamen zonder voedsel te zitten en moesten zich terug trekken. Helaas waren de Iroquois echter zo stom geweest om op de heenweg een groep Nikikouek Chippewa aan te vallen aan de Noord kust van het Huron meer. Op hun terugweg naar New York namen de Mississauga Chippewa wraak en vermoordden zij bijna de helft van de Iroquois. De Iroquois bleven er dus vijanden bijmaken maar dit stopte hen niet om achter de Wyandot in Wisconsin aan te blijven zitten. Er volgde een nieuwe aan val in 1655 en tegen het jaar 1658, hadden de Wyandot green Bay verlaten en waren zij het binnenland ingetrokken om zich bij het Pepin meer aan de Mississippi te vestigen. Ook de Ottawa waren inmiddels vertrokken en zij vestigden zich aan de zuidkust van het Superior meer bij Chequamegon en de Keweenaw baai. Je zou denken dat het hierdoor wat rustiger werd voor de Potawatomi en andere vluchtelingen in het gebied, maar dit was zeker niet waar.
Nadat de Iroquois, de Huron hadden overdonderd in 1649 was de Franse bonthandel compleet ingestort. Op dit moment bevonden zich maar 400 fransen in heel Noord Amerika en deze Fransen begonnen het benauwd te krijgen. Om te voorkomen dat ze door de een of andere stam aangevallen zouden worden besloten de Fransen een vredesaanbod van de westelijke Iroquois te accepteren( Seneca, Cayuga en Onondaga). Om dit vredesverdrag te beschermen besloten de Fransen ook om hun reizen naar de Grote meren te stoppen. Ze bleven hun voormalige bondgenoten echter wel uitnodigen om bont naar Montreal te komen brengen. Zoals al eerder vermeld waren de Iroquois echter de baas in het gebied van de beneden Ottawa rivier, dus was het erg gevaarlijk om Montreal te bereiken. Alleen enkele konvooien van kano’s met daarin honderden bewapende krijgers slaagden erin zich door de Iroquois barricaden te vechten. De Ottawa en Wyandot waren afhankelijk geworden van de Franse handelsgoederen en met name zij bleven dan ook de gevaren trotseren om toch met de Fransen te kunnen handelen. Nadat de beide stammen bont via de Cree in het noorden hadden verkregen gebruikte ze de Chippewa om hun rangen tijdens de konvooien mee te versterken. De Iroquois slaagden er niet in om deze grote konvooien te soppen en ze besloten om dan maar de bron van deze ellende aan te pakken. De war- party’s van de Iroquois trokken Wisconsin en het boven deel van Michigan binnen en vielen daar de stammen aan die ook voor de bevoorrading van deze Ottawa/ Wyandot konvooien zorgden. Als gevolg van deze opleving van de handel en de daaropvolgende wraakacties van de Iroquois nam de ellende in de regio toe. Steeds meer indianen sloegen op de vlucht en op een gegeven moment hadden zich meer dan 20.000 van hen teruggetrokken in een gebied wat voor het grootste deel niet geschikt was voor de landbouw. Nu waren deze stammen dus helemaal afhankelijk van de jacht en het duurde dan ook niet lang voordat het wild in dat gebied zo goed als uitgeroeid was. Lastig gevallen door de Iroquois, geteisterd door epidemieën en bedreigd door de honger, vochten de stammenonderling en met de Dakota en Chippewa met als inzet de jachtgebieden. De Potawatomi daarentegen hadden meer geluk. Op de plaats waar zij zich hadden gevestigd( green bay) verbleven voorheen de Winnebago, de grond was daar vruchtbaar en zo slaagden de Potawatomi erin zich goed staande te houden in het gebied. Doordat de Potawatomi genoeg voedsel hadden konden zij ook beter de eenheid van de stam bewaren, terwijl andere stammen uiteenvielen in gemixte dorpen. Weliswaar waren de Potawatomi ook wel gemixt, maar lang niet zo erg als bij de andere stammen. Als gevolg van dit alles werden de Potawatomi de dominante stam in een gebied waar zich ook de Wyandot, Ottawa , Illinois, Miami, Nipissing, Noquet, Menominee, Winnebago, Mascouten, Fox, Sauk, Kickapoo, diverse Chippewa bands, en zelfs sommige Cheyenne, met daarbij een incidenteel onvriendelijk bezoek van de Dakota, Iowa en Iroquois. Natuurlijk was er een constante gespannen sfeer, waaruit diverse oorlogen kwamen tussen wisselende bondgenootschappen. Een voorbeeld hiervan is de Steur- oorlog, die rond 1658 uitbrak tussen de Chippewa en de Menominee. Deze oorlog ging om het plaatsen van visfuiken aan de mond van de rivier. De Menominee weigerde deze weg te halen waardoor de steuren niet meer de rivier op konden trekken richting de Chippewa dorpen. De Chippewa reageerde hierop door het betreffende dorp met de grond gelijk te maken. De inwoners, overlevenden vluchtten naar hun verwanten bij Green Bay, die op hun beurt een beroep op de buurdorpen deden, voor een wraakactie tegen de Chippewa. Voordat de oorlog voorbij was, waren de Potawatomi, Fox, Sauk en Noquet bij de strijd betrokken.
Terwijl het in Wisconsin een Chaos was, eindigde in 1658 de vrede tussen de Iroquois en de fransen na de moord op een Jezuïtische ambassadeur. De oorlog langs de St. Lawrence werd hervat en nu er geen vrede meer te beschermen viel, namen Pierre- Esperit Radisson en Medart Chouart de kans schoon en begonnen zij een hernieuwde handel bij de grote meren. Ze reisden mee met een groep Wyandot op weg naar huis en bereikte zo de west punt van Lake Superior, waar ze handelde met de Dakota. Toen ze met hun buit terugkeerde in Quebec in 1660, werden ze gearresteerd en werd hun bont in beslag genomen. Zo rond het jaar 1664, kregen de Fransen er genoeg van onder een constante dreiging van de Iroquois te leven. Canada werd onder de franse kroon geplaatst en er werd een regiment Franse beroepssoldaten naar Quebec gestuurd om met de Iroquois af te rekenen. Ook werd het verbod op de handel in het westen opgeheven en in 1665 vergezelde de bonthandelaar Nicolas Perot, de Jezuïet priester Claude Jean Allouez en 6 andere Fransen een groep van 400 Ottawa en Huron op hun terugreis naar de grote meren. Ze bereikten Green Bay in september en bleven die winter bij de indianen. Allouez was geïnteresseerd in het herstellen van de contacten met de Ottawa en Wyandot die de jezuïeten voor 1649 hadden bekeerd, maar hij bezocht ook vele andere dorpen in de omgeving en hij observeerde de Potawatomi die graan verbouwden. Perot was echter meer geïnteresseerd in praktischere zaken zoals natuurlijk het bont. Tijdens 1665, begonnen de Franse soldaten met hun aanvallen op de Iroquois en tegen 1667 gingen de Iroquois akkoord met een vrede die ook de Fransen en hun bongenoten en handelspartners betrof. Deze vrede bracht de zo nodige rust in Wisconsin, waardoor de Fransen veilig naar Green Bay en verder konden reizen. De Potawatomi, als dominante stam in het gebied waren echter niet blij met de toenemende aanwezigheid van deze fransen. Tijdens de jaren 1660 waren er diverse Potawatomi met de Ottawa mee naar Montreal gereisd en zij keerde verontwaardigd terug in hun dorpen, als gevolg van de respectloze ontvangst die zij daar hadden genoten. Ook waren de Potawatomi gewend als tussenhandelaar te fungeren bij het verzamelen van het bont voor de Wyandot en Ottawa die het weer naar Montreal vervoerden. De Franse handelaren in het gebied van Green Bay werden dan ook gezien als regelrechte concurrenten. In 1668 probeerden de Potawatomi, de franse handelaren te omzeilen en direct met Montreal te handelen, maar Perrot trotseerde de Potawatomi door een permanente handelspost bij La Baye te bouwen. Ook werd er een jezuïtische missiepost in de jaren daarna gebouwd, St Francis Xavier. Terwijl het aantal Fransen in het gebied toenam, nam de invloed van de Potawatomi in het gebied af en om de bonthandel in het gebied te beschermen begonnen de Fransen ook met bemiddelen tussen de diverse stammen in het gebied om zo de onderlinge conflicten op te lossen. Dit irriteerde de Potawatomi ook, maar ondanks dit alles leerden de Potawatomi om de fransen in de omgeving te tolereren omdat deze fransen hen ook van vuurwapens voorzagen om de Dakota mee te bestrijden. In 1671 voorzagen de Potawatomi  Perrot van gidsen die hen leidden naar de Miami dorpen in het zuiden bij Chicago. Om de constante stroom van bont te garanderen moesten de stammen uit Greenbay omgeving steeds verder naar het westen gaan jagen en dit leidde tot conflicten met de Dakota. Om hen aan te kunnen, hadden de Potawatomi een verbond gesloten met de Fox Sauk en Ottawa (1675). De Dakota waren echter niet onder de indruk van het verbond en ze vielen in 1677 een Potawatomi dorp bij Green Bay aan. Rond deze tijd waren de Jezuïeten er ook in geslaagd de eerste Potawatomi te bekeren tot het Christendom. Een van deze bekeerlingen was een jonge krijger van hoge afkomst, die kort na zijn bekering door een beer gedood werd bij de jacht. Dit was op zich niet zo bijzonder, maar de beer was verschrikkelijk tekeer gegaan en had het lichaam van de krijger aan flarden gescheurd. De familie van de krijger vond dat de dood en de wijze waarop om vergeldingvroeg en de Potawatomi verklaarden de beren de oorlog. In de jaren hierna werden er door hen meer dan 500 beren gedood en tot de dood gemarteld als wraak.
In 1680 slaagde Daniel DeLhut erin een vrede te bemiddelen tussen de Saulteur Chippewa en de Dakota waardoor de Franse handelaren in staat waren de Dakota dorpen te bezoeken. Helaas echter, gold dit verdrag nietvoor de Keweenaw Chippewa en de Green Bay stammen die nog steeds met de Dakota in oorlog waren. Deze stammen, zaten er dan ook niet op te wachten dat de fransen met de Dakota gingen handelen zodat hun vijanden in het bezit van vuurwapens konden komen. In 1682 werden er twee Franse handelaren in Boven Michigan gedood door een aantal Menominee en Chippewa krijgers onder leiding van Chief Achiganaga . DeLhut wilde als vergelding de Chief straffen, maar dit werd gefrustreerd door het feit dat de Potawatomi en de Ottawa lieten merken dat zij het niet zouden toelaten dat de Chief gestraft zou worden. DeLhut bond in een dode uiteindelijk maar 1 Menominee, maar de onrust nam toe omdat de Fransen met de Dakota bleven handelen. Ondertussen ontstonden er ook geruchten dat de Jezuïeten, magie gebruikte om epidemieën mee te veroorzaken en in 1683 werden er twee jezuïeten vermoord door de Sauk. Een Potawatomi Chief, Onanghisse begon met het organiseren van een opstand op zo de fransen het gebied te verjagen. Dit had serieus kunnen worden, ware het niet dat er andere zaken de kop op staken. De vrede met de Iroquois was wederom verbroken toen deze een aantal vernietigende aanvallen uitvoerden op een aantal Illinois dorpen, waarmee een tweede fase in de Beaver- wars werd gemarkeerd.
Het is een algemene misvatting dat de rol van de Fransen in het gebied van de Grote meren er een van “ het smeden van eenheid” was, omdat de onderlinge strijd tussen de handelaren vaak minstens net zo gevaarlijk was als de onderlinge strijd tussen de stammen. Toen Robert La Salle in 1679 probeerde een handelsverdrag met de federatie van Illinois te sluiten, maakten Perot en de andere Green Bay handelaren dankbaar gebruik van de traditionele vijandschap tussen de Miami en de Illinois, door de Miami en Mascouten aan te moedigen zich te vestigen op de zuidpunt van Lake Michigan, om zo de toegang voor La Salle af te sluiten. La Salle slipte langs de Miami in 1680 en begon met het bouwen van fort Crevecoeur aan de bovenstroom van de rivier de Illinois. Door dit Fort werden de Illinois aangemoedigd hun beverjacht uit te breidden en dit was de belangrijkste aanleiding voor de aanval van de Iroquois dat jaar. Op de één of andere manier had lasalle een goede timing, waant hij liet Henri de Tonti als leider in het fort achter terwijl hij op weg was naar Quebec terwijl de Iroquois aanvielen. Tonti en de andere bewoners van het fort besloten naar het noorden te vluchtten en waren daar van de honger omgekomen( de La Baye handelaren weigerde hen te helpen) ware het niet dat de Potawatomi van Onanghisse besloten Perrot te trotseren en Tonti en zijn mannen te voorzien van eten. Het jaar hierna keerde Tonti terug naar de vernielingen die de Iroquois hadden achtergelaten. Deze Iroquois keerde het jaar erna wederom terug, maar daarna bouwde Tonti Fort st. Louis en haalde hij de Miami en Illinois over bij het fort te komen wonen om het te verdedigen. Het feit dat de Iroquois er in 1684 niet in slagen om fort St. louis te veroveren, word in het algemeen gezien als het keerpunt van de Beaver- wars.
Aangemoedigd door de overwinning bij St. Louis, proberen de Fransen een alliantie tegen de Iroquois te organiseren. Het eerste offensief van deze alliantie tegen de Iroquois was echter zo’n fiasco dat de gouverneur van canada, Joseph la barre, besloot een vrede met de Iroquois te sluiten. Met dit vredesverdrag werd er door de Iroquois afstand gedaan van het gebied in de Ohio Vallei ten ten oosten van de rivier de Illinois.
Tot nu toe, hadden de Franse handelaren bij Green Bay, de problemen van hun concurrenten in Illinois genegeerd en zaten zij er niet op te wachten zich met de strijd tegen de Iroquois te bemoeien. De Potawatomi maakte zich ondertussen weliswaar zorgen over een Seneca aanval bij Mackinac in 1683, maar zij en de andere Wisconsin stammen waren zo kwaad op de Fransen vanwege hun handel met de Dakota, dat zij echt niet bereid waren de eigendommen van de Fransen in het gebied te beschermen.
Dit alles veranderde achter toen la barre vervangen werd door Denonville die de opdracht had gekregen de meningsverschillen tussen de handelaren op te lossen en te gaan samenwerken. Denonville herriep alle verdragen van La barre, bouwde nieuwe forten en versterkte de oude forten. Maar nog belangrijker was het dat ook hij begon met het organiseren van een alliantie tegen de Iroquois. De Potawatomi zouden een belangrijke rol gaan spelen binnen de alliantie, zeker nadat ze in 1687 de aanval opende. Dit viel ongeveer gelijk met de start van de King Williams War( 1688-1697) tussen Frankrijk en Engeland. Tegen het jaar 1690, waren de Iroquois in de verdediging gedwongen en trokken zij zich over de grote meren terug naar hun thuisland in New York. Dit bood de Potawatomi en de andere gevluchte stammen weer de gelegenheid om op zoek te gaan naar een nieuwe vestigingsplaats in een gebied waar de grond vruchtbaarder was en de seizoenen langer waren. De Potawatomi begonnen hun gebied uit te breiden naar het zuiden langs de westkust van het Michigan meer en gaandeweg groeide hun populatie als gevolg van het opnemen van gevluchte Abenaki en andere New Engeland Algonkin vluchtelingen van de King Phillips oorlog( 1675-1676) die naar de grote meren waren geïmmigreerd. Tegen het jaar 1685, bevond zich een Potawatomi dorp bij Milwaukee en in 1695 was er een Potawatomi ontstaan bij Chicago. Tijdens deze zelfde periode vestigden zich ook 1.000 Potawatomi aan de tegenovergelegen hoek van het Michigan meer, bij de St. Joseph missiepost die daar door vader Allouez was gesticht voor de Miami in zuidwest Michigan. Tegen het jaar 1696 waren de Iroquois verslagen en vroegen ze om vrede. De invloed van de Fransen was inmiddels echter zo ver afgenomen dat ze de Algonkin stammen moeilijk konden over halen te stoppen met hun strijd. Dit kwam, omdat als gevolg van een enorme toename van bont op de Europese markt, de prijs dramatisch was gedaald. Ook de jezuïeten klaagden bij de Franse kroon over de corruptie die er was bij de bonthandel. De koning van Frankrijk Louis de veertiende besloot daarom om de Bonthandel in noord Amerika op te schorten. Als gevolg hiervan kwamen de Handelaren zonder de door de indianen zo benodigde ruilgoederen te zitten en als gevolg hiervan nam de invloed op de stammen af . De Iroquois merkte dat er verval in de Algonkin alliantie kwam en ze maakten hier dankbaar gebruik van door de Chippewa en Ottawa een vrede en toegang tot de Engelse handelaren aan te bieden, mits zij met de alliantie zouden breken. Dit werd door de beide stammen geweigerd, maar er groeide binnen de alliantie wel onrust over de trouw van de Fransen en het feit dat ze wel eens een eigen vrede met de Iroquois zouden kunnen sluiten.
Met alle mogelijke argumenten slaagden de Fransen er uiteindelijk in de Algonkin stammen over te halen een vrede met de Iroquois te sluiten in 1701. Tegelijkertijd brak er een nieuwe oorlog tussen Frankrijk en Engeland uit( Queen Anne’s War 1701-1713). De meeste strijd tijdens deze oorlog vond echter plaats in New Engeland en in de wateren van Canada en de Iroquois slaagde er, met uitzondering van de Mohawk, in neutraal te blijven tijdens deze oorlog. Dit was een groot voordeel voor de Fransen omdat hun alliantie langzaamaan afbrokkelde nu er geen bonthandel was.
Ondertussen brak er in west Wisconsin en aan de bovenstroom van de Mississippi gedurende de jaren 1690 een nieuwe ronde van gevechten uit tussen de Dakota. Chippewa, Fox, Mascouten, Kickapoo, Illinois en Miami. De Potawatomi waren ondertussen naar het zuiden vertrokken en maakte geen belangrijk deel uit van de gevechten. Verder naar het oosten waren de Iroquois en de Engelsen begonnen met het handelen met de voormalige bondgenoten van Frankrijk, waardoor hun trouw aan de Fransen aardig onder druk kwam te staan. De Canadezen zagen het gebeuren en baden en smeekten de franse regering om toestemming voor de bouw van een nieuw fort bij Detroit. Uiteindelijk kregen ze toestemming voor de bouw en konden ze opnieuw proberen de trouw van hun voormalige bondgenoten terug te winnen. In 1701 bouwde Abntoine de la Mothe Cadillac, het fort Ponchartrain en hij nodigde de Wyandot en Ottawa uit bij het fort te komen wonen. Vele van hen verlieten rond deze tijd Mackinac en trokken naar het zuiden. Later volgde er groepen Chippewa die zich iets ten noorden van het fort vestigden. Om te voorkomen dat de voormalige franse bongenoten met de Engelsen zouden gaan handelen bleef Cadillac stammen uitnodigen zich te settelen bij Detroit. In 1704 arriveerden er ook een aantal groepen Potawatomi. Maar in plaats van de alliantie op deze manier te versterken, ontstond er een situatie bij Detroit die te vergelijken was met die in Wisconsin in de jaren 1660…teveel mensen en te weinig middelen van bestaan.
Ondertussen daagden de Ottawa die bij Mackinac waren blijven wonen, de Fransen uit door een oorlog tegen de Dakota voor te bereiden. De Miami en Wyandot waren hier zo boos over dat ze dreigden het Ottawa dorp te zullen aanvallen zo gauw er ook maar 1 krijger het dorp verliet. De Ottawa werden echter gewaarschuwd door een Potawatomi, waarop de Ottawa 5 Miami Chiefs in de val lokten. daarna vielen de Ottawa het Miami dorp bij het fort aan en waren de inwoners van het dorp genoodzaakt het fort in te vluchtten. Toen het gevecht voorbij was bleken er 50 Miami, 30 Ottawa en twee fransen te zijn omgekomen. Hierna verspreidde de oorlog zich over Detroit. De hele situatie was typerend voor de problemen die er waren tussen de verschillende bondgenoten van Frankrijk in die tijd. Als gevolg van de strijd bij Mackinac bleven de Ottawa en Miami met elkaar vechten bij Detroit dat jaar en zelfs de Wyandot, Ottawa, en Chippewa hadden conflicten met elkaar om jachtgronden terwijl deze stammen normaal gesproken op goede voet met elkaar stonden. Op de hoogte van alle spanningen bij Detroit besloten de Potawatomi van St. Joseph niet bij hun verwanten in Detroit te gaan wonen. In plaats hiervan vroegen ze de Fransen om een eigen handelspost en garnizoen. De Fransen konden echter niet eerder op deze vraag in gaan, als na het overlijden van Louis de veertiende in 1715, waarna de handel weer werd toegestaan. Ondertussen negeerde Cadillac alle slechte voortekenen en nodigde hij in 1710 ook nog de Fox uit in het gebied van Detroit te komen wonen. De Fox gingen op de uitnodiging in, maar de Fox hadden eigenlijk een bloedhekel aan de fransen vanaf hun eerste ontmoeting met hen, en al helemaal na de , door de fransen aangemoedigde, aanval van Chippewa krijgers op de Fox om hen de vallei van st. croix uit te jagen. Uiteindelijk arriveerde er zo’n 1000 Fox bij Detroit en met hen nog vele Kickapoo en Mascouten, hun bondgenoten. De Fox waren nu teruggekeerd in het gebied waar ze hadden gewoond voor de Beaver- wars en ze waren van plan te blijven en lieten dat ook aan de andere stammen merken. Binnen de kortste keren vroegen de Chippewa, Potawatomi, Ottawa en Wyandot aan de fransen de Fox terug naar Wisconsin te sturen. De Fransen luisterde echter niet naar hun en dus besloten de stammen het recht in eigen hand te nemen. In de lente van 1712, vielen Potawatomi en Ottawa krijgers een jachtgroep van de Mascouten aan bij de hoofdstroom van de st. Joseph rivier. De Mascouten vluchtten naar het oosten, naar hun Fox- bondgenoten. Terwijl de Fox zich voorbereidden op een wraakactie, probeerden de Fransen hen te stoppen. De Fox, Kickapoo en Mascouten hadden echter hun buik vol van de situatie en besloten fort Ponchartrain aan te vallen. De eerste aanval op het fort mislukte echter en er volgde een beleg. Al snel echter arriveerde er een ontzettingsmacht van Chippewa, Potawatomi, Ottawa en Wyandot en zij vielen de Fox van achteren aan. Deze waren totaal verrast en er slaagde er maar 100 in het massabloedbad te ontvluchtten. Een aantal van deze vluchtelingen vond onderdak bij de Mascouten en Kickapoo en van daaruit voegde zij zich bij de Fox die in Wisconsin waren achtergebleven. Samen met hen begonnen zij meteen met wraakactie op de fransen en hun bondgenoten vanuit Wisconsin.
Tijdens de eerste Fox- war (1712-16) waren de Potawatomi een van de belangrijkste bondgenoten van de Fransen, maar het zou hen drie jaar kosten voordat ze een strijdmacht op de been hadden in staat om de Fox te verslaan. In 1715 versloeg een Frans- Potawatomi expeditie de Mascouten en Kickapoo en dwongen hen een aparte vrede te tekenen. De Fox weigerde echter de strijd op te geven en verzamelden zich in een fort in zuid Wisconsin. Een jaar later arriveerde Louis de Louvigny met een grote krijgsmacht van Potawatomi, Chippewa en Ottawa krijgers en ze belegden het fort. Uiteindelijk moesten de Fransen zich toch terugtrekken en boden ze de Fox een vrede aan. Deze accepteerden de vrede, maar beide partijen bleven al;kaar toch wantrouwen de jaren daarna. In de jaren daarna bleven de Fox de fransen irriteren en vochten zij met de Osage en Illinois. Onder druk van de Potawatomi en andere bondgenoten, wat aan de Fox te doen, besloten de Fransen tot drastische maatregelen. Hoewel het geen officieel beleid was tot de koning het in 1732 goedkeurde, waren deze maatregelen regelrechte genocide. Na een oorlog van complete uitroeiing van de Fox werden de overlevende als slaven verkocht aan de west Indisch. De Fox hadden inmiddels zoveel vijanden gemaakt onder de andere stammen dat er door niemand bezwaar werd gemaakt.
Nadat de Fox eerst geïsoleerd waren van hun Dakota en Winnebago bondgenoten, vielen de Fransen in 1728 aan. Het eerste Franse offensief wat de start van de tweede Foxwars(1728-1737) markeert, had eigenlijk maar weinig effect op de Fox, maar de Fox waren zo stom om hun enige overgebleven bondgenoten de Mascouten en de Kickapoo tegen zich in het harnas te jagen. Toen ook deze twee stammen naar de fransen overliepen, stonden de Fox helemaal alleen en waren ze van alle kanten ingesloten met vijanden. In 1730, accepteerden zo’n 1000 Fox een aanbod van de Iroquois om bij hen asiel te krijgen,. Ze gingen op weg naar New York, maar terwijl ze Noord Illinois doortrokken kregen ze het aan de stok met de Illinois. De Fox waren genoodzaakt een tijdelijk fort te bouwen ter bescherming van hun vrouwen en kinderen. De Illinois omsingelde het fort en riepen de Fransen erbij. Van alle kanten stroomden de dagen daarna de Fransen en hun bondgenoten naar het fort, inclusief een aantal Detroit en St. Joseph Potawatomi. Na een beleg van 23 dagen, gingen de Fox bijna dood van de honger en besloten ze tijdens een onweersbui in de nacht een vluchtpoging te wagen. Zij werden echter al snel ingehaald en allen gedood. De enige Fox die nu nog over waren, waren die in Wisconsin waren gebleven. Deze 500 besloten en te vluchtten en zochten onderdak bij de Sauk. In 1734 gingen de fransen echter ook achter hun aan. Toen de Sauk weigerden de Fox uit leveren, werden ze door de fransen aangevallen. Tijdens de strijd kwam echter de bevelhebber van de Franse troepen om en tijdens de verwarring die daarna ontstond vluchtten de Sauk en Fox over de Mississippi naar Iowa. De fransen stuurde in 1736 nog een expeditie achter de Fox aan, maar tegen deze tijd hadden de Bondgenoten enige twijfels over de Genocide. Bij een ontmoeting in de lente van 1737 verzochten de Potawatomi en Ottawa, de Fransen de Sauk te vergeven en een zelfde verzoek werd door de Menominee en Winnebago gedaan voor de Fox. Geconfronteerd met een opstand van hun bondgenoten, een oorlog met de pro- Britse Chickasaw die de beneden Mississippi hadden afgesloten en strijd tussen de Dakota en de Chippewa in Minnesota, stemde de Fransen in.
Tegen het jaar 1718 hadden de Potawatomi de plaats van de Miami ingenomen bij St. Joseph. Hun krijgers bleven de Fransen dienen als trouwe bondgenoten en zij voerde aanvallen uit op de Pro- Britse Chickasaw tussen 1740 en 1741, maar de Fransen hadden een groter probleem met de toenemende Engelse concurrentie. Om dit probleem het hoofd te kunnen bieden opende de Fransen nieuwe handelsposten en heropende ze de oude. Dit alles mocht echter niet meer baten. De ruilgoederen van de Engelsen waren over het algemeen beter en goedkoper. Tegen het jaar 1728, waren 80% van de beverhuiden afgeleverd bij het Engelse Albany afkomstig van de Franse bondgenoten. Langzaamaan begon de ooit zo machtige handelsnatie der Fransen af te brokkelen. Ook de economische oorlog in de Ohio vallei duurde maar voort. De Ohio vallei werd door de Iroquois geclaimd op grond van verovering, de fransen eiste het op omdat ze het ontdekt zouden hebben, en de Britten vonden dat ze er recht op hadden omdat sinds het verdrag van Ryswick (1697) de Iroquois onder de Engelse kroon vielen. Geen van deze claims waren echter gegrond en de Vallei van de Ohio was eigenlijk eigendom van de Shawnee, Mingo en Deleware die daar leefden. In naam maakte de stammen van de Ohio vallei deel uit van de Iroquois convenant Chain, maar geen van de stammen zat te wachten op een overheersing van deze Iroquois of de Fransen of de Engelsen. Zij wilde echter wel handelen, en daarom stonden de stammen de Engelse handelaren wel toe het gebied te betreden en direct met hen te handelen. Voor de franse bongenoten was dit onweerstaanbaar en de Wyandot van Orontony bij Sandusky, brandde hun franse handelspost plat en probeerde een opstand tegen de Fransen in Detroit te organiseren. Toen Orontony echter in 1750 stierf stortte ook de opstand ineen. Wat erna volgde was echter nog veel gevaarlijker. De Miami chief Memeskia( ook La Demoiselle, of old Britain) beraamde een samenzwering. Memeskia, dumpte de Franse handelspost aan de Wabash en verhuisde met zijn mensen naar het oosten. Bij Pickawillany in Ohio, bouwde hij met zijn mensen een nieuwe nederzetting, en stond hij het de Engelsen toe er een handelspost te bouwen. Hierna nodigde hij andere Miami en ook Kickapoo, Illinois en Potawatomi uit om in zijn dorp te komen handelen. De fransen bemerkten het verraad echter pas toen de Potawatomi en andere stammen hun aanvallen op de Chickasaw en Cherokee ten zuiden van de rivier de Ohio afbraken.
In reactie op het geheel probeerden de Fransen een aanval op Memeskia te organiseren om zo de Ohio stammen te dwingen bij de Engelsen weg te gaan. Maar de Detroit stammen, inclusief de Potawatomi, dachten er zelf over om naar de Engelsen over te lopen en onder het mom van een recente pokken epidemie, weigerden zij de Fransen te helpen. Totaal wanhopig verzamelde Charles Langlade( een metis), een war-party van Chippewa en Ottawa bij Mackinac en in juni 1752 vielen zij Pickawillany aan en vernielde het dorp. Hierbij kwamen Chief “ Old Britain en 30 Miami krijgers om en de Engelse handelspost werd geplunderd en afgebroken. Deze aanval was bedoeld om de Franse bondgenoten een seintje te geven er niet over te denken te breken met de Fransen en naar de Engelsen over te lopen. Tegen de herfst hadden de Potawatomi, Miami en Wyandot hun excuses bij de Fransen aangeboden en hervatten zij hun rooftochten op de Chickasaw en Cherokee. Om een verdere bemoeienis van de Engelsen in Ohio te voorkomen besloten de Fransen een serie forten in West Pennsylvania
te bouwen. Virginia stuurt als reactie hierop in 1754 een jonge militie majoor, genaamd George Washington, op pad om van de Fransen te eisen dat ze hun forten verlaten. Onderweg raakte hij echter slaags met Franse soldaten waardoor de Frans- Indiaanse oorlog uitbrak(1755-1763) Tijdens deze oorlog steunde de Potawatomi de Fransen door eerst een groep krijgers naar Fort Duquesne te sturen om daar het leger van Braddock te verslaan in 1755, en later namen er Potawatomi krijgers deel aan de franse campagnes in noord New York ( 1756-57). Tijdens de bezetting van Fort William Henry raakten de krijgers besmet met het pokken virus en namen het mee naar hun dorpen. De epidemie die daarna door het gebied van de Grote meren trok zorgde ervoor dat het grootste deel van de Franse bondgenoten zich moesten terugtrekken uit de strijd. In september 1759, veroverden de Engelsen Quebec en in de zomer daarna gaf Montreal zich over. Het was afgelopen met de Fransen in Noord Amerika en het enige fort dat nog onder franse controle stond was fort De Chartes in Illinois. In 1761 vond er in Detroit een ontmoeting plaats tussen de Potawatomi en andere franse bondgenoten en de Sir William Johnson namens de Engelsen om te bespreken wat de indianen verwachtten van hun nieuwe “ vaders”. Johnson hoopte gewoon verder te kunnen gaan met het Franse systeem maar hij werd overruled door Jeffrey Amherst de Britse bevelhebber in noord Amerika. Amherst verachtte de Amerikaanse kolonisten en je kunt dus wel nagaan hoe hij over de Indianen dacht. Om de indianen te straffen, nam hij de beslissing dat vanaf heden alle geschenken aan de Chiefs afgeschaft zouden worden, de prijzen van de goederen omhoog zouden gaan en dat de leveringen van goederen en met name van kruit en kogels beperkt zouden worden. Daarna liet hij het aan Johnson over om de problemen die natuurlijk zouden volgen op te lossen. Tijdens de ontmoeting in Detroit kwam Johnson er echter achter dat er een war-belt rondgestuurd werd door de Seneca met de oproep voor een algemene opstand tegen de Engelsen. Johnson slaagde erin de oproep de kop in te drukken, maar ook hierna bleef de roep om een opstand bestaan. Als gevolg van de droogte in de zomer van 1762 ontstond er in de winter, in de Ohio Vallei een schaarste. Tegelijkertijd begon Neolin, een Deleware profeet, te preken over de terugkeer naar de oude waarden en normen en het afwijzen van de blanken en hun goederen. De v van St. Joseph, die inmiddels bijna allen bekeerd waren tot het Christendom, accepteerden vele van zijn ideeën maar gaven er wel een christelijke wending aan. De belangrijkste volgeling van Neolin was echter de Ottawa Chief Pontiac in Detroit, die besloot dat terugkeren naar de oude waarden, inhield dat ze de Engelsen kwijt moesten raken en de Fransen terug moesten komen. Tijdens vergaderingen in de lente van 1763, organiseerde hij in het geheim een opstand. Toen deze plotseling uitbrak veroverden zijn krijgers 9 van de 12 forten ten westen van de Appalachen. De Potawatomi van Detroit, namen met Pontiac deel een de aanval op Fort Detroit, terwijl de Potawatomi van St. Joseph het plaatselijke garnizoen overweldigden. Toen de opstandelingen er echter niet in slaagden fort Pitt, Fort Niagara en vooral Fort Detroit in te nemen, stortte de opstand ineen. Pontiac brak zijn bezetting van fort Detroit af en vluchtte naar het westen, naar noord indiana. Terwijl de Engelse troepen het gebied in trokken werd de weerspannige Amherst vervangen door Thomas Gage en deze gaf de proclamatie van 1763 af waarin werd bekend gemaakt dat er verder geen nederzettingen ten westen van de Appalachen gebouwd mochten worden. In juli 1764, namen de Potawatomi en de andere stammen deel aan een conferentie met Johnson in Fort Niagara, en sloten zij vrede. Gage maakte daarna een einde aan alle handelsbeperkingen en Pontiac tekende zijn eigen vrede in 1766 met de belofte nooit meer tegen de Engelsen te zullen vechten. Pontiac werd als gevolg van zijn afspraak en het feit dat hij er niet in geslaagd was Detroit te veroveren een persoon- non gratie bij zijn mensen en besloot met een groot aantal volgelingen zich in noord Illinois te vestigen. Ondertussen staken er toch weer geruchten de kop op dat Pontiac in het westen een nieuwe opstand wilde organiseren, maar in 1769 werd Pontiac vermoord door een Peoria( Illinois) in de zaak van een Engelse handelaar in Cahokia. De Britten werden verdacht van het plannen van de moord, maar de wraak van de volgelingen van Pontiac werd genomen op de Illinois.. De Potawatomi gingen een verbond aan met de Chippewa, Fox, Sauk, Kickapoo, Winnebago en Ottawa en namen wraak voor de moord op Pontiac door de gehele Illinois confederatie uit roeien. Uiteindelijk slaagden er maar 400 Illinois deze wraakactie te overleven en het lukte hen het Franse fort bij Kaskaskia te bereiken waar zij onderdak kregen. De overwinnaars verdeelden het land onder elkaar, waardoor de Prairie Potawatomi hun gebied uitbreidden langs de rivier de Illinois tot aan het hedendaagse Peoria. Nu de Prairie Potawatomi het grootste deel van noordoost Illinois en zuid oost Wisconsin beheersten begonnen de Potawatomi van St. Joseph naar noord Indiana op te rukken. Dit beviel de Miami echter helemaal niet omdat zij al jaren lang grond aan de Potawatomi hadden gegeven en de verhoudingen tussen beide stammen verslechterde aanzienlijk. Hun conflict was echter slecht getimed omdat ondertussen de Amerikanen, de Britten hadden gedwongen hun proclamatie van 1763 te herzien en de Britten nu met de Iroquois onderhandelden over het openstellen van de Ohio vallei voor kolonisatie. Na de Pontiac opstand druppelde er weer kolonisten de Ohio Vallei binnen, maar toen de Iroquois hun claim op de vallei in fort Stanwix in 1768 opgaven, werd het druppelen een stroom.
Toen de Shawnee hierover bij de Iroquois klaagden, kregen zij alleen maar als reactie dat de Shawnee zich niet moesten verzetten, anders zouden ze worden uitgeroeid. In 1769 begonnen de Shawnee met het verzamelen van bondgenoten en stuurde ze berichten aan de Miami, Potawatomi, Illinois, Kickapoo, Wea, Piankashaw, Wyandot, Ottawa, Deleware, Mascouten, Chippewa, Cherokee en Chickasaw. Er werden ontmoeten georganiseerd aan de Scioto rivier in 1770 en 1771, maar de waarschuwingen van Johnson, betreffende een oorlog met de Iroquois weerhiel vele stammen ervan de Shawnee en Mingo te steunen tijdens Lord Dunmores War( 1774).
Na deze oorlog besloten de Engelsen af te wachten wat er zou gaan gebeuren en trokken ze hun legers uit het gebied terug. Hun onpartijdigheid eindigde echter met het uitbreken van de revolutionaire oorlog in 1775, toen zij begonnen met het bewapenen van de Ohio stammen en hen aanmoedigden de Amerikaanse kolonisten aan te vallen. Omdat de betwiste gebieden alleen in Ohio en Kentucky lagen, waren in het begin van de oorlog alleen de Shawnee en Chickamauga bij de strijd betrokken. Maar tegen het jaar 1779 slaagden de Engelsen erin, ook de Detroit en St. Joseph Potawatomi, de Saginaw en Mackinac Chippewa, de Deleware, de Wyandot, Miami, Ottawa en Kickapoo bij de strijd tegen de “ Longknives” ( Amerikaanse grenstroepen) langs de Ohio Rivier te betrekken.
Frankrijk had in 1763 de rechten op Louisiana overgedaan naar Spanje, om zo te voorkomen dat het gebied in Engelse handen zou vallen. de prairie bands van de Potawatomi en Kickapoo in centraal Illinois hadden intussen meer binding met de Franse handelaren in St. Louis dan met de Britten. Met name hierom, en omdat ze ver van Ohio af woonden, bleven deze bands neutraal tijdens de eerste jaren van de oorlog. Dit veranderde echter toen George Rogers Clark en zijn leger van 200 Kentucky grenssoldaten in Illinois arriveerden en in 1778 het kleine Engelse garnizoen bij Kaskaskia overvielen. Ook nam Clark Cahokia in en hij won de sympathie van de Fransen in het gebied. Clark haatte daarentegen de Indianen en toen zij aanboden hem te helpen Detroit te veroveren verwierp hij hun hulp. Hiermee liep hij de kans mis 0om dit te bereiken en in de herfst van dat jaar slaagde de commandant van Detroit, Kolonel Henry Hamilton, erin Fort Sackville te heroveren met hulp van de Detroit stammen en de Fransen. Clark maakte daarna een gewaagde trektocht door Zuid Illinois, naar Vincennes in de winter en na een kort beleg gaf Hamilton zich over in februari 1779. De fransen en Engelsen werden na de overgave gespaard, maar de krijgers werden allen met de tomahawk gedood. Onder de slachtoffers bevonden zich Detroit Potawatomi, Ottawa, Wyandot en Saginaw Chippewa en hoewel Clark van bijna alle stammen in Illinois die met de Fransen en Spanjaarden handelden, een aanbod tot hulp had gekregen( Potawatomi. Chippewa, Illinois, Ottawa, Winnebago, Sauk, Fox, Kickapoo en Miami) keerden ook deze zich na deze gruwelijke daad tegen de Amerikanen. Tijdens de rest van de oorlog, bleven alleen de Milwaukee Potawatomi van Letourneau en sommige Illinois op vreedzame voet met de Amerikanen. Tijdens de winter van 1779-80 bereidden de Engelsen een offensief voor, niet alleen om Illinois te heroveren, maar ook om het gehele gebied van het Mississippi Basin onder controle te krijgen. Ondertussen hadden zich ook de Spanjaarden in de strijd tegen de Engelsen geworpen, dus was een gedeelte van het offensief tegen hen gericht. Terwijl in April,1780 de Engelse marine de Spaanse posten aan de Golf van Mexico aanviel, verliet een colonne van 600 krijgers(150 Potawatomi) onder het bevel van Kapitein Henry Bird, Detroit. Onderweg naar het zuiden werd de Colonne nog eens aangevuld met 600 krijgers,waarna zij verder trokken om de nederzettingen ten zuiden va de Ohio aan te vallen. Voordat zij terugkeerden liet het leger van Bird een spoor van dood en vernieling achter in Kentucky. Ondertussen trok een andere expeditie, onder leiding van kapitein Hesse, langs de Illinois om een aanval op st. Louis uit te voeren. De Spanjaarden en fransen in het Fort waren echter op de hoogte van de aanval en hadden genoeg tijd om zich voor te bereiden. Toen de aanval van de 950 Engelsen en hun Bondgenoten(Chippewa, Fox, Sauk, Winnebago, Dakota en Potawatomi) uiteindelijk op 26 mei plaats vond, volgde er een verbeten strijd met vele slachtoffers aan beide kanten. De aanval werd uiteindelijk afgeslagen en de Engelsen slaagden er ook niet in Cahokia aan de andere kant van de Mississippi te veroveren. De Engelsen moesten zich dus terugtrekken zonder overwinning. De bijdrage van de Potawatomi tijdens de rest van de oorlog varieerde daarna nogal, de Detroit bands bleven actief voor de zaak van de Engelsen en hielpen in 1782 bij het verslaan van het leger van Crawfort in juni en de Kentucky Militie bij Blue Licks in Augustus. Tijdens die laatste veldslag kwam ook Isreal de zoon van Daniel Boone om het leven. De Milwaukee Potawatomi kozen de kant van de Spanjaarden en de Amerikanen, en op hun verzoek, startten de Spanjaarden in 1780 een wraakactie tegen de Britse post bij St. Joseph. De Engelsen kregen de rovers echter te pakken en vermoordde de meeste van hen. Nadat de Spanjaarden en de Fransen zich met de oorlog gingen bemoeien, nam de Loyaliteit van de St. Joseph Potawatomi aan de Engelsen af. De Spanjaarden merkten dit en boden de Potawatomi een deel van de plunderbuit als zij zich afzijdig zouden houden bij een tweede aanval. In jan 1781 veroverde de Spanjaarden de Handelspost en het fort zonder verzet van de Potawatomi
De revolutionaire oorlog eindigde “ officieel” in 1783 met het verdrag van Parijs. In dit verdrag werd de westgrens van de VS bepaald langs de Mississippi rivier als gevolg van George Rogers Clark zijn verovering van het Illinois gebied. Onofficieel duurde de oorlog nog tot 1794, omdat de Engelsen weigerden hun forten op Amerikaans grondgebied te verlaten tot alle schulden betaald waren. De Amerikanen konden hun schulden aan de Engelsen echter niet aflossen tot zij hun land in Ohio konden verkopen, en de Engelsen wisten dit. Deze Engelsen drongen erbij hun Indiaanse bondgenoten op aan de Amerikaanse nederzettingen niet meer aan te vallen, maar van de andere kant stimuleerde ze een alliantie van stammen ook de Amerikanen uit Ohio te houden. In de herfst van 1783 werd er tijdens een ontmoeting in Sandusky een nieuwe westerse Alliantie opgericht. De Engelsen waren hier niet bij aanwezig, maar ze stuurde als woordvoerder de Mohawk Joseph Brant. Brant liet de Alliantie weten dat de Engelsen hen zouden steunen in geval van een oorlog tegen de Amerikanen. De alliantie bestond uit: de Potawatomi, Wyandot, Deleware Mingo, de Canadese Iroquois, Miami, Wea, Piankashaw, Fox, Sauk, Ottawa, Chippewa, Kickapoo en de Chickamauga. Gezamenlijk waren de stammen in staat een leger van 2000 krijgers op de been te brengen en dit zou een afdoende middel kunnen zijn tegen een verdere invasie van Amerikaanse kolonisten.
Intussen hadden de Amerikanen de Iroquois zover gekregen hun verdrag van 1768(fort Stanwix) te erkennen waarin ze afstand deden van hun claim op Ohio, nu dit geregeld was gingen de Amerikanen met de individuele stammen van Ohio praten over de verdeling van het land. Zij weigerde echter met de Alliantie als geheel te praten omdat de Amerikanen het orgaan als een verlengstuk van de Engelsen zagen. De verschillende stammen sloten een ieder apart een verdrag met de Amerikanen in fort Mc Intosh(1785) en Fort Finney(1786). Maar zoals al vaker het geval was geweest vertegenwoordigden de Chiefs die de verdragen ondertekenden niet een hele stam of zelfs soms geen band, dus in principe waren de verdragen waardeloos. De Amerikaanse onderhandelaars die aan de verdragen meewerkten werden door de kolonisten echter ook niet gezien als wettelijke vertegenwoordigers, dus ook de kolonisten erkende de vastgelegde grenzen niet. Sterker nog de kolonisten namen geen genoegen met een stuk van Ohio, ze wilden gewoon heel Ohio en indien de regering van Philadelphia
hen daarbij in de weg stond dan waren ze bereid er voor te vechten. Het Amerikaanse leger was echter niet in staat om de kolonisten tegen te houden en dus trokken deze het gebied van de Ohio vallei in. De eerste ontmoeting van de westerse Alliantie had in het Shawnee dorp Waketomica plaatsgevonden en was later door de Amerikanen platgebrand. De Shawnee hoofdstad werd vervolgens naar Brownstown verplaatst, een Wyandot dorp bij Detroit.
In de periode die volgde, bleven de indianen en de kolonisten elkaar lastig vallen, rooftocht en vergelding volgde elkaar op. De Amerikaanse regering probeerde dus nog maar een keer een einde aan het conflict te maken door opnieuw te onderhandelen. Er werd een nieuwe bijeenkomst georganiseerd bij de watervallen van de Muskingum rivier in december van 1787. Om hun positie duidelijk te maken ging er ook een vertegenwoordiging van de Alliantie naar de ontmoeting. Ook deze ontmoeting leverde maar gedeeltelijk succes op. De Amerikanen stelde voor de Muskingum rivier als grens te houden en een aantal stammen stemden hiermee in. Joseph Brant verliet woedend de bijeenkomst en keerde terug naar Ontario. Ook de Kickapoo, Miami en Shawnee gingen niet akkoord met het voorstel en verlieten de Bijeenkomst. Uiteindelijk ondertekende de Deleware, Wyandot en de Detroit stammen het verdrag. Verder tekenden ook nog een aantal stammen zoals de Sauk en Potawatomi, maar deze waren niet van belang omdat zij niet eens grondgebied in de Ohio vallei hadden. Tijdens de zomer van 1789 braken er dus wederom gevechten uit en voorop liepen de militante leden van de Miami en Shawnee. Nu steeds weer bleek dat het onmogelijk was tot een verdrag te komen besloten de Amerikanen over te gaan tot geweld. De eerste gevechten tussen de Amerikanen en de Indianen eindigde voor de Amerikanen in stevige nederlagen waaronder die bij Harham in 1790 en bij st Clair in 1791. De Amerikaanse president Washington zag het aan en besloot toen “ mad” Anthony Wayne naar Ohio. Maar dhr. Wayne was lang niet zo gek als hij genoemd werd. Hij nam twee jaar de tijd om een leger te trainen en bereidde langzaam en precies zijn aanvallen op de indianendorpen voor. De alliantie betaalde ondertussen een grote tol voor de gevechten. De alliantie kon dan wel 2000 krijgers op de been brengen, maar het lukte hen niet deze te voeden. Klagend over de honger verlieten de Sauk en Fox in 1792 de alliantie en keerde terug naar Wisconsin. Op dat zelfde moment moesten ook de Wabash Wea, Piankashaw, en Kickapoo) stammen zich aan de Amerikanen overgeven omdat deze een groot aantal van hun vrouwen en kinderen gevangen hadden genomen. Zij sloten een aparte vrede met de Amerikanen.
In 1794 leden de stammen van de alliantie een gevoelige nederlaag bij Fallen Timbers en hadden zij nog maar 800 krijgers op de been. De krijgers sloegen op de vlucht naar het fort van de Engelsen, maar deze sloten voor hun neus de poorten. Zij hadden geen zin verder in het conflict met de Amerikanen betrokken te raken. In November van dat jaar tekenden de Britten een verdrag met de Amerikanen en verlieten zij de Forten op Amerikaans grondgebied. De Chiefs van de alliantie voelden zich verraadden door de Engelsen en verslagen verzamelde zij zich in augustus 1795 in fort Greenville. Zij ondertekenden daar een verdrag waarin zij afstand deden van Ohio op een klein stuk in het noordwesten na. Tijdens de onderhandelingen waren een groot aantal indianen aanwezig(1130), waarvan zo’n 240 Potawatomi en de 24 handtekeningen van hun Chiefs, representeerde de grootste delegatie die hert verdrag ondertekenden.
De Potawatomi hadden echter geen land in Ohio zoals al eerder gezegd, maar iedere stam die ondertekenden ontving $1000 das deze pikten ze mooi mee. Na het tekenen van het verdrag werden er zo’n 60 van de aanwezige Potawatomi op mysterieuze wijze ziek en stierven. De Engelsen beweerden meteen dat de Amerikanen hen vergiftigd hadden. de indianen bleven echter wantrouwend naar de Amerikanen en hier speelde Tecumseh en zijn broer “ de Shawnee profeet” mooi op in. de periode de volgde was er een van een gammele vrede en desintegratie van de stammen. Ook nam de invloed van veel van de leiders en van de alliantie raad af. De Shawnee Chief Bluejacket deed nog een poging de westerse alliantie nieuw leven in te blazen maar hij werd gedwarsboomd door de piecechiefs die probeerden een verdrag met de Amerikanen te sluiten. Inmiddels waren de Amerikanen in het bezit van ee groot deel van Ohio, maar ze waren nog niet tevreden. In 1800 werd William Henry Harrison aangesteld als nieuwe Gouverneur van het Noordwest territoria. Hij had een duidelijke opdracht meegekregen: “ zorg dat je de rest van het indiaanse grondgebied in handen krijgt door middel van Onderhandelingen. Er werden verschillende verdragen ondertekend en stukken van Ohio, Indiana en Illinois kwamen in handen van de Amerikanen. In 1807 tekenden de Potawatomi in Detroit een verdrag en deden afstand van het zuidoostelijk deel van Lower Michigan, dit was eerste verdrag waardoor de Potawatomi land kwijt raakten. Door het verdrag van Brownstown in 1808 kwamen de Amerikanen in het bezit van meer land.
De tijden waren nu onzeker en de verschillende stammen raakten steeds meer grondgebied aan de Amerikanen kwijt. De tijd was dan ook gunstig voor een profeet en bij de Shawnee stond er een op.
In 1805 ontving de shawnee Lalawethika een visioen en hij veranderde zijn naam in Tenskwatawa” de open deur”.
De Amerikanen noemden hem simpelweg “de profeet”. Zijn boodschap was eigenlijk dezelfde als die van de Deleware profeet Neolin in 1763: “ keer terug naar de oude gebruiken en wijs ruilgoederen en whisky af”. zijn broer Tecumseh, was een gerespecteerde archief en hij voegde er een politieke boodschap aan toe:”sta geen land meer af aan de Amerikanen”.
Om zijn oproep kracht bij te zetten, bouwde ze hun dorp op de verdragsgrens op het verlaten gebied van fort Greenville. De belangstelling voor de woorden van de profeet groeide snel, maar toen volgelingen van de profeet een aantal Deleware en Wyandot vermoorden om magische krachten te verkrijgen, vielen er al snel mensen af. Tenskwatawa herstelde het vertrouwen in hem echter snel door een zonsverduistering te voorspellen in 1806. Toch lukte het hem nooit op helemaal het vertrouwen van de stammen van de oude alliantie te winnen. De grootste reden hiervan was de oppositie van de piecechiefs, deze zagen de opkomst van deze nieuwe beweging als een bedreiging van hun autoriteit. De meeste steun voor de profeet en zijn broer kwam van de stammen die verder naar het westen leefden, de Potawatomi, de Kickapoo, Sauk en Fox en Winnebago die als bondgenoten, verwikkeld waren in een oorlog tegen de Osage ten westen van de Mississippi. Deze stammen hadden echter nog geen land afgestaan aan de Amerikanen, maar ze wisten dat dit een kwestie van tijd was.
In 1805 kwam er steun uit onverwachte hoek. Het waren de Dakota die kwaad waren over de bezetting van Louisiana door de Amerikanen en zij stuurde een wampumriem naar de Potawatomi en Sauk en Fox en ze vroegen hen de oorlog tegen de Osage te beëindigen , om vervolgens met hen een alliantie te vormen tegen de Amerikanen. Onzeker over wat nu te doen, stuurde de Potawatomi en de Sauk een vertegenwoordiging naar het Engelse fort Malden om steun te vragen. Deze Engelsen weigerden echter zich aan de stammen te binden.
In het jaar 1806 namen de geruchten over een aanstaande oorlog, langs de grens toe. Toen Tecumseh in 1808 in fort Malden was, waren de Engelsen ineens van mening verandert en zij moedigde de Chief aan oorlog te gaan voeren.
De boodschap van de profeet vond vooral voedingsbodem bij de Prairie Potawatomi en dan speciaal bij de band van Main Poche, een oorlogsschip en sjamaan die zijn leven besteed had aan het strijden tegen de Osage in Missouri. In 1807 bezochten Main Poche en zijn volgelingen de profeet in Greenville en ze nodigde de profeet uit zijn dorp te verplaatsen naar Tippecanoe in west Indiana. Deze ging hierop en hij verliet Greenville in de lente van 1808. De locatie van Prophetstown bij Tippecanoe was echter niet zonder reden, de grens aldaar was al tijden de reden van een meningsverschil tussen de Potawatomi en de Miami. Het feit dat daar nu een dorp werd gebouwd was een regelrechte belediging aan het adres van de belangrijke peacechief Little Turtle van de Miami.
In september 1809, vond er in fort Wayne een ontmoeting plaats tussen gouverneur Harrison en de peacechiefs van de Miami, Potawatomi, Kickapoo en Deleware. Tijdens deze ontmoeting werd er overeengekomen dat de stammen afstand deden van 3 miljoen hectare grond in Illinois en Indiana. Toen Tecumseh van het verdrag hoorde, verwierp hij het. Het zwoer dat het verdrag nooit uitgevoerd zou kunnen worden en bedreigde de betrokken Chiefs met de dood. Deze bedreiging kreeg vorm, toen aanhangers van Tecumseh, de oude Chief Leatherlips vermoordden in 1810 en vervolgens een wampumriem naar Tippecanoe stuurde. De peace- Chiefs reageerde hierop door de profeet tot “heks” te verklaren en hem te vervloeken.
Tecumseh had twee ontmoetingen met Harrison in Vincennes, maar beide ontmoetingen eindigde bijna in een gewapend treffen.
In de herfst van 1811, trok Tecumseh erop uit om krijgers bij de Cherokee, Choctaw, Chickasaw en Creek re ronselen.
Maar voordat Tecumseh vertrok gaf hij zijn broer de waarschuwing ieder treffen met de Amerikanen te voorkomen. De problemen kwamen echter uit een andere hoek, toen Main Poche zijn eigen campagne begon tegen het verdrag van Fort Wayne. De Chief viel met zijn Potawatomi de grens nederzettingen in zuid Illinois aan waardoor iedereen in het gebied in rep en roer was. De Militie trokken erop uit om wraak te nemen en ook Harrison reageerde en bracht een leger op de been met wie hij naar Tippecanoe marcheerde. De hele zaak stond op het punt te escaleren.
Het leger van Harrison bereikte Tippecanoe in November en sloeg zijn kamp op. Tenskwatawa zag het leger en kon zich niet inhouden. Hij sloeg de raad van zijn broer in de wind en viel het kamp van Harrison aan. Het gevecht draaide echter uit op een verlies voor de indianen, de Amerikanen waren sterker en de krijgers van Tenskwatawa moesten zich terugtrekken. Harrison veroverde Prophetstown en brandde het plat. De geloofwaardigheid van de profeet liep door de nederlaag een flinke deuk op en toen Tecumseh in januari terugkeerde kon hij opnieuw beginnen met het opbouwen van een alliantie. Veel tijd had hij hiervoor niet want in juni 1812 brak er opnieuw een oorlog uit.
Main Poche was de Potawatomi Chief die Tecumseh steunde, voor de andere Potawatomi was dat achter niet vanzelfsprekend. De inzet van de Indiaanse agent Thomas Forsyth werd beloond toen de bands van Black Partridge en Gomo tijdens het conflict langs de grens van Illinois, neutraal bleven. De Milwaukee Potawatomi stonden zelfs aan de kant van de Amerikanen, zoals ze ook al stonden tijdens de revolutie. De Huron en St. Joseph bands waren verdeelt, sommige bleven neutraal en anderen steunde Tecumseh.
Ondertussen waren Main Poche en zijn krijgers niet stil blijven zitten en hadden ze een aanval gedaan op Fort Dearborn in Chicago. Het fort was omsingeld en het beleg duurde een tijdje.
Als reactie hierop kreeg het in het fort gelegerde garnizoen van generaal William Hull het bevel om het fort te verlaten en zich bij hem in Detroit te voegen. De commandant van het fort overlegde met Main Poche over een veilige aftocht, maar toen zij in de afgesproken nacht vertrokken, gooide zij het kruit tegen de afspraken in, in een bron en was het onbruikbaar voor de Indianen.
De Indiaanse agent van het fort, op dat moment, was William Wells. De man was als kind door de Miami gevangen genomen en opgevoed en hij was getrouwd met de dochter van Little Turtle. Toen Wells zag was de soldaten met het kruit hadden gedaan, schilderde hij zijn gezicht zwart, de Miami traditie om je voor te bereiden op de dood. In de nacht van 16 Augustus vertrokken de 42 mannen van het garnizoen uit het fort naar het oosten. Het duurde echter niet lang voor de Potawatomi bemerkten wat er met het kruit was gebeurd en ze zetten de achtervolging in. Ze haalde het garnizoen in en vermoordde iedereen, inclusief Wells.
Black Partridge arriveerde te laat om de mannen nog te redden, maar hij begroef wel de lijken en beschermde de enkele burger overlevenden, tot zij naar Detroit konden worden gestuurd.
Detroit was inmiddels in Engelse handen gevallen. Dit was het directe gevolg van een laffe actie van generaal Hull die zich zonder slag of stoot overgaf aan een minderheidsleger. Voor deze daad werd Hull als enige Amerikaanse generaal, ooit veroordeelt tot de dood vanwege lafheid( later gepardonneerd door president Madison).
Het was voor een groot deel te danken aan deze overwinning en de inzet van de indiaanse agent Robert Dickson, dat vele Potawatomi en andere bands zich nu aansloten bij Tecumseh in Detroit. Het was alleen chief Black Partridge die de kant van de Amerikanen koos. Ongelukkigerwijs moest de gouverneur van Illinois, Edwards, nog wel een reactie geven op de slachting bij fort Dearborn en op de aanvallen op fort Madison(Iowa). Daarom stuurde hij in november 1812 een leger op pad, naar vijandige Potawatomi en Kickapoo dorpen aan de rivier de Illinois . Helaas was het echter makkelijker om weer onschuldige indianen te vinden. De Milities vielen het dorp van Black Partridge aan bij Lake Peoria, terwijl de Chief afwezig was om een familielid van Forsyth te helpen.
De milities viel nachts aan en tijdens de aanval kwamen 25-30 inwoners om, inclusief de dochter en kleindochter van Partridge. Het laat zich raden wat de reactie van Partridge was…
De Chief voegde zich bij de Alliantie en nu vochten alle Potawatomi tegen de Amerikanen. De krijgers vertrokken naar Ohio en voegde zich bij de strijders van Tecumseh.
Aldaar versloegen zij de Amerikanen bij de Raisin rivier.
Toen bij de Amerikanen het commando over het leger echter overging in de handen van William Henry Harrison, keerde het tij.
De Britten en hun bondgenoten slaagden er niet in om fort Meigs te veroveren in noordwest Ohio en na deze mislukking trokken zij zich langzaam terug richting Detroit.
Main Poche raakte ondertussen gefrustreerd van het, door middel van beleg, oorlog voeren en van de nederlagen en hij verliet het leger om zijn eigen campagne tegen de Amerikanen te beginnen. De Potawatomi van Shabonna en de anderen, besloten bij Tecumseh te blijven.
Na de overwinning van Perry, op de Engelse vloot op Lake Ontario, werd Detroit door de Engelsen verlaten toen bleek dat het leger van Harrison onderweg was.
In Oktober 1813, stierf Tecumseh toen hij probeerde de Engelsen te helpen bij hun terugtocht door zuid Ontario. Met hem stierf de laatste poging van deze Indianen om de Amerikanen te stoppen hun land in te nemen. Het algemene verzet nam na de dood van Tecumseh dan ook af, maar er waren nog wel verschillende aanvallen van de Potawatomi en Kickapoo.
Deze aanvallen leidde tot een aparte oorlog, die ook wel de Peoria oorlog wordt genoemd(1813).
In augustus arriveerden er 150 soldaten per boot. in Peoria, afkomstig uit st Louis. Zij begonnen met de bouw van fort Clark. Het fort werd door Black Partridge aangevallen, maar de aanval werd afgeslagen. Kort daarna arriveerden er 800 bereden Rangers die als versterking waren opgeroepen. De rangers stonden onder het bevel van de voormalige gouverneur van Missouri, Benjamin Howard.
Zijn troepen trokken er meteen opuit en vernietigde de twee dorpen in de buurt, inclusief het dorp van Gomo.
Ondertussen vielen de Rangers van Rogers uit St. Louis, het Kickapoo- dorp bij de “bluffs” aan de Mississippi aan en vernietigde het.
Langzaamaan werd het nu duidelijk dat de Amerikaanse overmacht te groot was en staakten de Potawatomi hun verzet. Sanatuwa en Iatapucky sloten die herfst nog vrede en ook Black Partridge had een ontmoeting met William Clark in januari van 1814, in ST Louis. Cief Gomo werd de vleesleverancier van Fort Clark en hij behield de vrede, zelfs nadat de Amerikanen een aantal van zijn jagers gedood hadden. De Amerikanen begonnen meteen met het bouwen van nieuwe Agentschappen en forten. Waaronder bij green Bay, Chicago, Rock Island, Peoria, Prairie Du Chien en St Paul.
De eerste verdragen die door de Potawatomi getekend werden na de oorlog, brachten vrede: Greenville, 1814. Ook sluiten de Amerikaanse bondgenoten: de Deleware, Seneca, Shawnee en Wyandot vrede met de Miami, Kickapoo, Ottawa en Potawatomi.
In 1815 sluiten de Prairie Potawatomi in Portage des Sioux vrede met de Amerikanen en in Spring Wells, stemmen de Detroit Potawatomi en de andere bondgenoten van Tecumseh, dat zelfde jaar, in met een vrede en ze mogen terugkeren uit Canada. De profeet bleef echter nog wel in canada, tot hij in 1824 door de VS teruggelokt werd om de Shawnee over te halen Ohio te verlaten en naar Kansas te gaan.
Nu alle rust was wedergekeerd, gingen de Amerikanen verder met het verkrijgen van gebieden ten oosten van de rivier de Mississippi.
De methode hiervoor was simpel. Ze plaatste de stammen in kleinere gebieden, alwaar zij alleen hun betalingen als inkomsten hadden. Overheidshandelaren verstrekte vervolgens kredieten aan de Indianen en wanneer zij hun schulden niet meer konden betalen, moesten ze wel hun land verkopen.
Omdat de Potawatomi ten noorden van de eerste nederzettingen woonden verloren zij niet veel land voor 1821, wel moesten ze landclaims opgeven, zoals de claims op gebieden in het westen van Illinois, dat de Sauk en Fox in 1804 hadden verkocht.
Het eerste verdrag, waarin de Potawatomi wel grote stukken land verloren, werd getekend in 1821 en daarmee was de trend gezet.
De St. Joseph bands gaven in 1821 een groot gebied in zuidwest Michigan uit handen en een kleine strook van Noord Indiana. Dit deden ze in ruil voor reservaten voor de verschillende bands.
Vier jaar later namen de woud- Potawatomi deel aan een grote bijeenkomst in Prairie du Chien (1825). Met deze bijeenkomst probeerden de Amerikanen een stammen oorlog langs de Mississippi te voorkomen, door de grenzen tussen de verschillende stammengebieden vast te leggen.
Ondertussen probeerden de Amerikanen steeds meer Potawatomi land in handen te krijgen. Met het Wabash verdrag van 1826 verkregen zij weer een strook van Indiana, ten noorden van de Wabash.
In 1827 werd er een verdrag met de Huron- Potawatomi gesloten. Een aantal bands werd samengevoegd en er werd voor hen een reservaat gecreëerd in Michigan zodat ze wegtrokken van de Chicago- Detroit route.
Het verdrag van Prairie Du Chien had echter niet het gewenste effect op de stammenstrijd in het bovendeel van de Mississippi, maar het was genoeg om de Amerikaanse mijnwerkers de kans te geven naar het belangrijkste mijngebied in Noordwest Illinois en zuidwest Wisconsin te trekken. Het gevolg was een korte oorlog met de Winnebago in 1827.
In een verdrag, getekend in Greenbay 1828, deden de Winnebago, Potawatomi, Ottawa en Chippewa afstand van de claims op het gebied. Dat zelfde jaar staan de St. Joseph Potawatomi opnieuw een stuk gebied langs Lake Michigan af, inclusief gebieden in Michigan, Indiana en Illinois.
In reactie op het toenemend aantal blanke nederzettingen doen de Prairi Potawatomi, afstand van delen van Noord Illinois en zuid Wisconsin in ruil voor reservaten.
In een periode van 8 jaar, verliezen de Potawatomi zo 70% van hun land en laten zij zich opsluiten in kleine reservaten waar ze moeilijk kunnen overleven. Met de komst van de Indian removal act van 1830, wordt er een begin gemaakt met hun verwijdering naar een gebied ten westen van de Mississippi. Uiteindelijk werd deze act uitgesteld en richtten de Amerikanen hun energie op de Sauk van Blackhawk. Ze wilden dat zij het verdrag uit 1804 zouden erkennen en Illinois zouden verlaten. Deze kans ontstond tijdens een oorlog tussen de Sauk en de Dakota in 1831. Blackhawk en zijn Sauk verplaatste hun dorp, over de rivier in Iowa om de Fox te verdedigen. Toen het gevaar geweken was, stond het leger de Sauk niet toe terug te keren naar hun dorp in Illinois. De situatie had opgelost kunnen worden, ware het niet dat Blackhawk de winter had doorgebracht in Iowa, luisterend naar zijn woeste vriend Neopope en de Winnebago profeet White Cloud. Ook arriveerden er Wampumriemen van de Potawatomi en Winnebago, daarmee duidelijk makende dat zij Blackhawk zouden steunen in geval van een oorlog.
In juni 1832, leidde Blackhawk 2000 Sauk de Mississippi over en begon de BlackHawk- war.
Terwijl hij Fort Armstrong, Rock Island ontweek, trok Blackhawk naar het noordoosten langs de Rock Rivier om contact te leggen met de Winnebago en de Potawatomi. Er was nog niets gebeurd, maar iedereen was gealarmeerd en overal verzamelde zich de Militia.

Blackhawk sloeg zijn kamp op ten noorden van Dixons Ferry en vertrok naar de Potawatomi voor overleg. De ontmoeting verliep echter niet zoals verwacht. Hij kreeg van Chief Shabonna en de andere Potawatomi te horen dat hij van hen geen steun hoefde te verwachtten en dus besloot Blackhawk terug te keren naar Iowa. Blackhawk, besloot een boodschapper vooruit te sturen om een veilige terugtocht langs het leger te krijgen, maar zo gauw hij op pad ging verscheen er een leger van milities, die voorbereidingen troffen om het kamp aan te vallen.
Blackhawk wilde met de milities onderhandelen, maar de eerste groep onderhandelaars werd gevangen genomen en de tweede groep werd onder vuur genomen. Daarna vermoordde de milities hun gevangenen en besloten ze achter de Sauk aan te gaan. De milities raakte echter in paniek toen ze dachten dat ze in een hinderlaag liepen en zo sloegen de 250 milities te paard, op de vlucht voor 40 Sauk krijgers
Hoewel Shabbona tot 1813, Tecumseh trouw was gebleven, accepteerde hij de uitkomst van de oorlog en probeerde hij op goede voet met de Amerikanen te komen. Het was zijn invloed die ervoor zorgde dat Blackhawk geen steun van de Potawatomi kreeg; maar na de Sauk zegen bij Sycamore Creek, overwogen een aantal Potawatomi bands zich bij Blackhawk aan te sluiten enmet hem tegen de Amerikanen te vechten. Shabbona, zag dit echter niet zitten en hij bezocht de verdeelde groepen en probeerde hen tegen te houden.
Toen Shabonna in het dorp van Big Foot kwam werd er echter niet naar hem geluisterd en hij werd gevangen genomen. Er waren echter krijgers die dit schandalig vonden, tenslotte was hij een Chief die aan de raad verschenen was en zij lieten hem gaan. Shabonna moest vervolgens wel vluchten voor zijn leven. Hij wist dat een aantal van de Potawatomi zich bij Blackhawk gingen aansluiten om wraak op de Amerikanen te nemen, dus reed hij de gehele nacht door om de blanken te waarschuwen. Niet alle blanken vertrokken echter en de Potawatomi krijgers vermoordden er 16 bij Indian Creek in Ottawa. De Amerikanen zetten vervolgens de achtervolging in en Shabonna leverde hiervoor de scouts. Hierna werd Shabonna als een blanke- vriend gezien, maar toch moest ook hij bij het verdrag van Chicago van 1832, 5.000.000 hectare van zijn land af staan en werden zijn mensen naar Iowa verplaatst. Als dank voor zijn loyaliteit kreeg Shabonna van de Amerikanen later een klein reservaat toegewezen in Illinois.
De Sauk zouden zijn verraad echter nooit vergeten en Neopope deed in de herfst van 1837 een mislukte poging, om hem te laten vermoorden. Shabonna keerde daarop terug naar Illinois en hij bleef daar tot neopop stierf in 1849. Na de dood van Neopope keerde Shabonna naar Kansas terug waar hij twee jaar bleef. Toen hij vervolgens weer naar Illinois terug keerde merkte hij dat zijn land door blanken was ingenomen. Shabonna stierf in 1859 en werd begraven in Ottawa.
In 1834 waren de prairie Potawatomi, gezamenlijk met de Chippewa en Ottawa naar een reservaat in wat tussen de Missouri en de “Little Platte” rivieren in lag. Een aantal van de bands weigerden echter te vertrekken en zij trokken naar het noorden, om te gaan wonen op stukken land van de Menominee en Chippewa.
In 1836 werd het zuidelijke deel van de Platte Purchase aan Missouri toegevoegd. Hierna brak er een korte oorlog uit omdat de Potawatomi twee blanken hadden vermoord. In 1837 werden de Potawatomi opnieuw verplaatst naar een reservaat bij Council Bluffs, dit was een onrustig gebied.
In 1841 werd een jachtgroep van 16 Deleware en Potawatomi, aangevallen door een groep Dakota, bij de Sioux Fork van de Mink Creek in Iowa. De Potawatomi slaagde erin te ontsnappen en ze bereikten de Sauk en Fox dorpen. Deze kwamen de Potawatomi te hulp en gezamenlijk zetten ze de achtervolging in en slaagde ze erin de Dakota te doodden.
Ook het verhuizen van de woud Potawatomi verliep niet zonder slag of stoot. In plaats van dat deze Potawatomi meteen uit hun gebied vertrokken, tekenden zij in oktober 1832, 2 verdragen, waarin werd afgesproken dat ze hun land zouden verlaten in ruil voor een reservaat en een periodieke vergoeding. Deze afspraak bleef bestaan terwijl de indiaanse agent A.C. Pepper afspraken maakten met de individuele bands in 1834(4 bands) en 1836(8 bands). Er werd overeengekomen dat ze opnieuw verplaatst zouden worden.
In februari 1837 werd er ook een gemeenschappelijk verdrag gesloten met 5 bands, in Washington D.C.
De Chiefs tekenden, maar er was een algemene oppositie tegen het verdrag en veel van de bands vluchtten de grens over naar Ontario en bleven daar wonen. Andere bands pleegden op een minder passieve manier verzet,; zo werd Chief Nottawasepee door zijn mensen vergiftigd, toen hij zijn mensen probeerden over te halen, akkoord te gaan met de verhuizing. Chief Menominee weigerde helemaal om te teken en hyij weigerde ook om Indiana te verlaten. Hierop besloot de gouverneur van Indiana, David Wallace, geweld te gebruiken en hij zette generaal John Tipton in om Menominee te verdrijven.
Op 30 augustus 1838 arriveerden Tipton bij het dorp van de Chief en hij arresteerde iedere Potawatomi die aanwezig was. Menominee werd in een gepantserde wagen gegooid terwijl de soldaten het dorp plat brandden.
Op 4 september 1838 werden 859 Potawatomi gedeporteerd via , wat zij noemden, de “Trail of dead”. de tocht is weliswaar niet zo beroemd als de Trail of Tears van de Cherokee, maar hij was net zo bitter en dodelijk. Na de tweede dag stierven er al kinderen en werden 51 Potawatomi te ziek om door te gaan. Tegen de tijd dat de groep toegangspoort bereikte, waren er nog vier kinderen gestorven. De inmiddels 300 mensen die ziek waren, eisten een stop en wilde dat er een ziekenhuis opgericht zou worden. Na een korte rust periode ging de stoet verder, door Noord Illinois, tot ze de oversteekplaats bij Quincy, Illinois bereikten. De Potawatomi, sloegen hier een tijdelijk”kamp” buiten het dorpje op, terwijl de pont hun spullen naar de overkant bracht. Op Zondag namen 300 “wilde” indianen deel aan de mis in de kerk die nog geen halve mijl stond, van de plaats waar een Potawatomi dorp had gestaan dat door de Rangers van Rogers was vernietigd in 1813.
In November, kwamen er minder dan 700 Potawatomi aan in Osawatomie. De helft van de graven die de route markeren, zijn gevuld met kinderen. Onder de overledenen was ook pater B. Petit, die vrijwillig was meegegaan met zijn gemeenschap. Hij werd onderweg ziek en stierf, toen ze de Illinois rivier bereikten. Sommige van de Potawatomi bleven achter en hielden zich vele jaren verborgen. De wetten die werden aangenomen om deze achterblijvers te verwijderen, werden echter nooit uitgevoerd. Zij maken vandaag de dag nog deel uit van de Huron en Pokagon Potawatomi in zuid Michigan. De Potawatomi van de “wouden” bleven nog 8 jaar in hun reservaat in Kansas wonen.
In 1846, besloot de Amerikaanse regering dat de twee Potawatomi groepen moesten worden samengevoegd en dat ze in een gezamenlijk reservaat moesten gaan wonen. Ondertussen waren ook groepjes Chippewa en Ottawa in de Prairie Potawatomi opgegaan.
In juni van dat jaar tekenden beide groepen Potawatomi een verdrag in ruil voor $850.000 schadevergoeding voor hun reservaat en in 1847 verhuisde ze naar hun nieuwe reservaat ten noorden van Tapeka. De samenvoeging van de groepen was echter niet zo’n succes. De prairie Potawatomi waren veel traditioneler en dat botste met de meer aangepaste Potawatomi van de wouden. Toen er in 1850 ook nog 650 Potawatomi van de missie arriveerden was er helemaal geen evenwicht meer. Deze groep settelde zich bij de missie van St. Mary.
Een aantal Potawatomi konden de omstandigheden niet aan en vertrokken met de Kickapoo in 1852 richting noord Mexico naast de onderlinge verschillen, hadden de Potawatomi ook nog problemen met de Pawnee en de andere Plains tribes. Veel van de geïmmigreerde stammen van Kansas , afkomstig ten oosten van de Mississippi, bedruiten zichzelf door professionele jagers te worden. Hier waren de stammen die afhankelijk van de bizonjacht waren niet blij mee. Vanwege de goldrush van 1849, was er ook nog eens erg veel verkeer door de Platte vallei en werden de bizons in het gebied uitgeroeid. Nu moesten met name de Pawnee en Cheyenne verder naar het zuiden gaan jagen en kwamen zij terecht in centraal Kansas. Deze stammen hadden honger en waren niet bereid de bizons met de “verslagen” stammen uit het oosten te delen.
Na een aantal aanvallen van de Pawnee, die erop gericht waren de Potawatomi in hun reservaat te houden, verklaarden de Potawatomi hen de oorlog in 1850. In juni van dat jaar werd er een slag geleverd tussen de Pawnee en de Potawatomi, gesteund door de andere gemigreerde stammen, aan de Blue rivier. De Pawnee verloren 40 krijgers bij dit treffen en besloten daarna de Potawatomi maar met rust te laten.
In 1861 werd Kansas een staat. Het was met name aan hun westelijke locatie te danken dat de Potawatomi niet betrokken raakten bij de oorlog in het oosten van Kansas tussen de anti- slavernisten en de pro- slavernisten. En ook de burgeroorlog ging aan hen voorbij. Ze waren echter niet beschermd tegen het feit dat Kansa nu een staat was geworden en daar zij dit al eerder hadden meegemaakt, voorzagen de missie en woud Potawatomi problemen. Zij drongen er bij de overheid op aan om hen het burgerschap te verlenen en hun land op te delen. De prairie Potawatomi waren het hier echter helemaal niet mee eens. Omdat het probleem onoplosbaar bleek te zijn verdeelde beide stammen het reservaat in 2e in 1861. De prairie Potawatomi bleven gezamenlijk eigenaar van hun deel en het andere deel werd in stukken verdeelt in ruil voor burgerschap. Het overgebleven stuk reservaat werd verkocht aan de Pawnee, leverworst en aan de western railroad. In 1864 riep de overheid van Kansas om een verwijdering van alle indianen uit Kansas. Verontrust door dit bericht riepen de Potawatomi een”peace on the Plains” raad bijeen en wilde zij met de confederale overleggen bij de waspit rivier in mei 1865. Op de ontmoeting verschenen veel stammen, waaronder de Osage, Pawnee, Iowa, Kickapoo, Potawatomi, Wichita, Navajo, Mescalero, Yankton, Lakota en Cheyenne, maar generaal Lee had zich inmiddels overgegeven en de oorlog was voorbij. De leverworst- Pawnee en western railroad nam nooit bezit van het land van de Potawatomi, dus tekenden zij in 1867 een nieuw verdrag met de Atchison topeka en Santa Fé railroad.
De meeste gemigreerde stammen verlieten Kansa in 1867 en verhuisde naar het Indian territoria . Twee jaar later vroegen de Citizen Potawatomi toestemming om ook te gaan. Nadat ze de rest van hun land in Kansas verkocht hadden vertrokken ze in 1870-1871 naar de omgeving van de Shawnee. De prairie Potawatomi bleven in Kansas en Chief Wabwabashkot slaagde erin tot 1895 de landopdeling tegen te houden. Hierna stortte de stameenheid ineen. De stammenraad verdween na 1900 en het indiaanse agentschap sloot zijn deuren in 1903, de betalingen stopten 6 jaar later.
Tegen 1925 bezaten de Potawatomi nog maar 22% van hun land maar uiteindelijk slaagden de prairie Potawatomi er wel in federale erkenning te krijgen.boven begin

 

Reservaat

boven begin

Links

boven begin