gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Sauk en Fox

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

Taal & Namen

 

Algonkin cultuur. Zuid centrale meren(Wakashan). Beide stammen zijn zo goed als identiek en nauw verwant aan de Kickapoo, Mascouten en Shawnee.

Hoewel de naam Fox hier steeds gebruikt wordt is dit slechts hun historische naam. De fox noemden zichzelf de Mesquaki (Meshkwahkihaki, Meskwaki, Meskwakihuk, Meskwakihugi), wat “Rode aarde mensen” betekend. De vroege Franse ontdekkers vergisten zich in een clannaam (Wagosh, wat Fox betekend), voor die van de gehele stam en zij begonnen hen te duiden als “Renard” wat Vos in het Frans is. En de Amerikanen en Engelsen namen die vergissing over in hun eigen taal. Andere namen waren: Asakiwaki (Sauk), Outagamie or Odugameeg (Ojibwe "people of the other shore"), Beshdeke (Dakota), Skenchioe (Iroquois), Skaxshurunu (Wyandot), Skenchiohronon (Huron), Mshkwa'kitha (Shawnee), Squawkies (British), Tochewahcoo (Arikara), Wacereke (Winnebago), en Wakusheg (Potawatomi).
Zowel sac als Sauk zijn correcte spellingen en variaties hierop zijn: Osawkee, Saki, Saque, en Sawkee. De naam komt voort uit hun eigen taal- Osakiwuk of Asakiwaki, wat “mensen van het Grote water” betekend en refereert aan de tijd dat zij nog in hun thuisgebied leefden aan de baai van Saginaw in Michigan. Saginaw betekend dan ook “plaats van de Sauk”. Omdat de Fox, “de mensen van de Rode aarde” waren werden de Sauk vaak onterecht geduid als de “mensen van de “gele aarde”. Aneder namen voor de Sauk waren: Hotinestakon (Onondaga), Osaugee (Ojibwe), Quatokeronon (Huron), Satoeronnon (Huron), Zake (Dakota), en Zagi (Winnebago).boven begin

 


Lokatie

De Fox en Sauk zijn twee nauw verbonden, doch aparte stammen, die in 1600 het oostelijke deel van Lower Michigan, tussen Saginaw Bay en Detroit bewoonden. Beide stammen spreken binnen hun mondelinge geschiedschrijving over het feit dat zij eerst aan de Atlantische kust zouden hebben geleefd en via de St. Lawrence naar het westen zijn getrokken. De Sauk leefden rond de Saginaw baai(door hen zo genoemd), terwijl de Fox iets ten zuiden en westen leefden. Toen de Fox in de jaren 1640 verjaagd werden van hun thuisgebied verhuisden zij naar centraal Wisconsin. De Sauk staken het bovendeel van het schiereiland over, bij de Straat van Mackinac en verhuisden naar de hoofdstromen van de Wisconsin rivier ten westen van Green Bay. Meet uitzondering van twee jaren(1710-12) leefden de Fox bij Detroit. Geen van de stammen keerden ooit terug naar Michigan. Ze bleven in Wisconsin tot 1734, toen beide verdreven werden tot over ede Mississippi rivier naar oost Iowa(door de Fransen).
Vervolgens leefden de Fox langs de bovenstroom van de Mississippi in Noordoost Iowa, met uitzondering van een periode van 1765-1783, toen zij enkele dorpen in west Wisconsin bewoonden. Ook de Sauk leefden lang de bovenstroom van de Mississippi net iets ten zuiden van de Fox, maar zij hadden een gebied dat groter was omdat de stam ook groter in aantal was. Als gevolg van oorlogen met de confederatie van  Illinois, Misouria en Osage, verplaatsten de Sauk zich naar het zuiden en tegen het jaar 1800 bewoonden zij een gebied aan de bovenstroom van de Mississippi tussen St. Louis en Dubuque, Iowa. Dit gebied werd afgestaan aan de VS, beginnende met het tekenen van een verdrag in 1804. Interne onenigheid over het accepteren van dit verdrag, leidde er toe dat 1 groep Sauk zich afscheidde van de rest en zij vertrokken naar een plek ten zuiden van de Missouri rivier. Zij bleven daar tot 1824 en stonden bekend als de Missouri Band, waarna zij verhuisd werden naar de Noordwest hoek van die staat.  In 1836 verruilden zij hun land in Missouri voor een reservaat ten westen van de Missouri rivier aan de grens van Kansas en Nebraska. Ondanks het opsplitsen van dat gebied, bezitten de Sauk als stam nog een stuk grond in Reserve,  Kansas, alwaar ook hun hoofdkwartier is gevestigd.
Onder de druk van de kolonisatie werden de Sauk die langs de Mississippi leefden, na 1825 gedwongen om west Illinois te verlaten en te verhuizen naar Zuidoost Iowa. De uitzondering hierop vormde de band van Black Hawk, die bij Rock Island leefde. Hij vertrok niet eerder dan na de Black Hawk war van 1832. Als gevolg van die oorlog, moesten de Sauk een groot deel van oost  Iowa opgeven. De Fox en Sauk bleven echter wel in Iowa tot 1842, toen zij alsnog hun land afstonden in ruil voor een reservaat in Kansas, ten zuiden van het huidige Topeka. Maar er waren velen die weigerden om Iowa te verlaten en zij hielden het leger flink bezig doordat zij op de vlucht sloegen. Eenmaal aangekomen in Kansas ontstonden er flinke meningsverschillen tussen de Fox en Sauk. Sommige van de Fox besloten zelfs om samen met de Kickapoo te gaan leven en zij vertrokken naar Noord Mexico.  Tegen het jaar 1859 hadden de meeste Fox, Kansas verlaten en waren naar Iowa gegaan alwaar zij een stuk grond verwierven bij Tama. De Fox en Sauk dier overbleven verkochten hun grond in Kansas en verhuisden naar Oklahoma in 1869, waar zij een reservaat kregen van 750.000 hectare groot in de County’s van Potawatomi, Lincoln en Payne, ten oosten van Oklahoma City. Nadat dit grondgebied was opgesplitst, werd het grootste deel aan de blanken gegeven(1891). Nu hebben de Sauk en fox van Oklahoma nog slechts 1000 hectaren grond over. Van de andere kant hebben de Fox in Iowa hun geld gebruikt om zelf grond te verkrijgen en zij bezitten nu circa 5000 hectare land. Zij zijn de enige federaal erkende stam in Iowa en zij preferent om de Mesquaki Indiaanse nederzetting genoemd te worden, maar als gevolg van verdragen die zij met de Sauk getekend hebben is hun officiële naam de Sauk en Fox van de Mississippi in Iowa.boven begin

 

Populatie

Tijdens het eerste contact dat de stammen hadden met de blanken in 1666 leefden zij in Wisconsin. De eerste schattingen van de Fransen waren een populatie van circa 5000 Fox en zo’n 6.500 Sauk. Dit getal kan echter niet kloppen en beide stammen moeten circa 10.000 leden hebben gehad omdat er in 1712 nog 3.500 Fox waren en dit terwijl zij flink hadden geleden onder de epidemieën, 30 jaar lang oorlog en een verhuizing naar Wisconsin. Tijdens de eerste Franse Oorlog(1712-1714) verloren zij de helft hiervan. Zij begonnen aan de Tweede Fox Oorlog in 1728 met ongeveer 1500 leden, waarvan er slechts 500 de genocide van de Fransen overleefden. De verstandhouding van de Sauk met de Fransen was goed totdat zij de Fox gingen beschermen in 1734, toen waren zij met zo’n 4000 Sauk.  Nadat beide stammen samen gingen groeide de stam en in 1806 telde Zebulon Pike 1750 Fox en 2850 Sauk. Dat laatste cijfer moet wat aan de lage kant zijn geweest, want uit verslagen van de overheid zou blijken dat er in 1829, circa 5000 Sauk waren, 1600 Fox en nog zo’n 500 Sauk in Missouri. Nadat beide stammen uit Iowa verwijderd waren in 1846, nam het aantal stamleden flink af. Het indiaanse bureau schatte het aantal fox op 1300 en Sauk op 2.500 in 1845, zij verlieten toen Iowa, maar slechts 700 Fox en !900 Sauk, kwamen aan in Kansas. De band in Missouri bestond toen slechts uit 200 leden. Na een verschrikkelijke pokken epidemie waren er in 1852 nog slechts 300 Fox en 1300 Sauk in het reservaat in Kansas.  Circa 300 Fox en een onbekend aantal Sauk hielden zich verborgen in Iowa. Anderen bevonden zich in het Kickapoo reservaat of op plaatsen waar ze niet geteld konden worden. De meeste Fox vetrokken kort hierna naar Iowa. Na de burgeroorlog werden er 600 Sauk en 100 Fox verplaatst naar Oklahoma. Slechts de Missouri band slaagde erin in Kansas te blijven. Bij een telling in 1910 werden er 343 Fox in Iowa geteld en 630 Sauk en fox in Oklahoma en 90 Sauk in Kansas.  Op dit moment bestaan de drie federaal erkende stammen van de Sauk en Fox uit: 1100 Sauk en Fox van Mississippi stam(Iowa);400 Sauk en Fox van de Missouri stam(Kansas en Nebraska) en 2200 Sauk en Fox  Stam der indianen (Oklahoma).boven begin

 

(Sub)bands

boven begin

Cultuur

De Sauk en Fox waren zo nauw aan elkaar verbonden dat ze vaak als één stam beschouwd werden. Hoewel ze na 1734 wel een nauw verbond met elkaar sloten bleven beide stammen hun eigen cultuur en Chiefs behouden. Dit werd helemaal duidelijk toen de Chiefs van de Sauk en Fox hun handtekeningen moesten plaatsen onder de verdagen aan het begin van de oprichting van de VS, dit waren altijd twee aparte groepjes met handtekeningen. Beide stammen worden beschouwd als erg op zichzelf en zeer oorlogzuchtig, hoewel dat dan wel weer vreemd kan overkomen op de blanken in Iowa die circa 130 jaar in vrede naast hen hebben gewoond. Maar het “op zich zelf” zou een  belletje moetend oen rinkelen. Beide stammen hadden een erg sterke stamcultuur en kozen altijd hun eigen weg. De Fransen beschouwden hen als erg onafhankelijk en moeilijk onder controle te krijgen.
Verder leek de cultuur van de Fox en Sauk erg op die van de andere Algonkin stammen in het gebied. Verwantschap  liep via de mannelijke clans: Bear, Beaver, Deer, Fish, Fox, Ocean, Potato, Snow, Thunder, en Wolf. Politiek gezien hadden ed Sauk en Fox meer een centrale organisatie dan de andere Algonkin stammen, maar dat is misschien mede te wijten aan de vele oorlogen die de stammen voerden. Er waren drie soorten Chiefs, oorlog- burger en ceremoniële Chiefs en alleen de positie van Burger Chief was overerfelijk. De andere kon je worden door je vaardigheden te laten zien. Hun voeding bestond voornamelijk uit het verbouwen van gewassen,maïs, bonen Squash en tabak en de vrouwen werden beschouwd als eigenaren van de gewassen. Eén groot verschil tussen de Sauk en Fox en hun buren was wel dat zij in de winter grote dorpen bewoonden. De behuizing van hen was wel typisch voor het gebied. Toen zij na 1760 in het bezit van paarden waren gekomen, hielden zij grote gezamenlijke bizonjachten,d ie hen in vlees voorzagen voor de winter. Hielden zij echter een echt groot feest dan kwam er,net als bij de andere Algonkin, hond op tafel. Verder moet je nog weten dat het de Fox waren die als enige Algonkinstam een oorlog voerde tegen de Fransen(twee zelfs). Die Fransen onderhielden goede betrekkingen met alle Algonkinstammen in het gebied van de Grote meren(ook met de Sauk), maar vanaf het eerste moment was er weerstand van de Fox. Dit is misschien te wijten aan het feit, dat het de Fox ook waren die het meeste strijd leverde met de stammen uit Michigan(1630-1640)(Franse handelspartners) en zij wisten maar al te goed hoe zij aan die stalen wapens kwamen(Via de Fransen). Beroemde Sauk Chiefs waren onder andere: Keokuk, Wapello, en Blackhawk. Na Keokuk is zelf een stad vernoemd en is de enige Indiaan die geëerd wordt met een bronzen borstbeeld in het capitool van de VS.boven begin

 

Geschiedenis

 

Wanneer het ook was dat de Fox en Sauk vanuit het oosten migreerde, voordat de Fransen kwamen leefde ze al lange tijd in zuidoost Michigan. Toen deze eenmaal in het gebied aanwezig waren veranderde het gebied, wat lange tijd vreedzaam was geweest, in een gebied verstoord door de bont handel. In 1615 bereikten de eerste Fransen, de Huron dorpen aan het zuid- puntje van Lake Huron. Na hun lange en gevaarlijke reis vanuit Quebec waren nog maar weinigen van hen bereid voorbij dit punt te reizen, dus vanaf dit punt vond het grootste deel van de bonthandel plaats met behulp van deze Huron en Ottawa. Om zo ver te komen, moesten de Fransen eerst het vertrouwen winnen van de Algonkin stammen. Het gevolg daarvan was dat de Fransen problemen kregen met de Iroquois. Om de warparty's van de Iroquois te ontlopen waren de Fransen genoodzaakt een omweg naar de Huron te maken door de Ottawa rivier op te varen.
De Engelsen veroverde Quebec echter in 1629 en zo konden de ruilgoederen van de Fransen hun partners niet meer bereiken.

De Mohawk waren verslagen maar het zou al snel blijken dat zij zich snel herstelde. In 1610 begonnen de Mohawk met de Hollanders langs de Hudson rivier te handelen. Toen ze 1628 de Mahican versloegen hadden ze zelfs het alleen recht op de handel met de Hollanders. Toen de Engelsen erin slaagden de Franse handel stop te leggen, maakten de Mohawk hier dankbaar gebruik van. Ze vielen onmiddellijk de Montagnais en de Algonkin aan en re- claimde in 1629 het bovendeel van de St. Lawrence. De 70 jaren van stammenoorlogen die volgende zijn bekent geworden als de “ Beaver wars” (1628-1700).
In 1632 kwamen de Fransen weer in het bezit van Quebec. De Engelse bondgenoten trokken zich terug en de Iroquois dreigden de handelsroute naar de grote meren af te sluiten. Om hun invloed van voorheen weer te herstellen begonnen de Fransen hun bondgenoten de Algonkin van vuurwapens te voorzien. De Hollanders reageerden hierop meteen door de Iroquois van vuurwapens te voorzien. Ondertussen stond de bever in het thuisland van de Huron en in de thuislanden van hun partners de Ottawa, de Neutrals en de Tionontati op het punt van uitsterven.. Ze hadden dus nieuwe jachtgronden nodig. Ze vonden dit in beneden Michigan en ze gebruikte hun vuurwapens en hun stalen wapens om de Algonkin-
talige stammen in dat gebied te verjagen. De Fransen wisten dit en op een poging van Jean Nicollet, die een vrede tussen de Winnebago en de Huron en Ottawa probeerden te regelen, na ,deden hier verder niets tegen. Wat er zich precies in het gebied afspeelde weet niemand omdat de Huron maar sporadisch berichten aan de Fransen doorgaven. Naast de Sauk en de Fox, woonden er nog maar 3 andere stammen op dat moment in beneden Michigan: de Kickapoo, de Potawatomi en de Mascouten. De Huron maakte echter helaas geen verschil tussen hen en noemde hen de vuurnatie. Omdat ze in het zuidoosten van Michigan woonden, kregen de Fox het eerste te verduren. Ze verdedigde zich dapper tijdens de eerste confrontaties. In 1635 verbannen de Fransen dat de Erie een aantal dorpen aan het westelijk einde van Lake Erie hadden verlaten uit angst voor een onbekende Algonkin stam.

Die onbekende stam was waarschijnlijk die van de Fox of anders waren het de Kickapoo. Tijdens de daarop volgende tien jaar begon het voordeel van de vuurwapens zijn tol in het gebied te eisen. De Huron en hun handelspartners bleven de stammen maar aanvallen en de Potawatomi besloten als eerste het gebied te verlaten. De Fox en Sauk hielden het echter langer vol.
In het jaar 1642, verwoeste een leger van 2.000 Ottawa en Neutral krijgers een groot verstevigd Mascouten dorp in zuid- centraal Michigan, en het verzet begon af te brokkelen. De Fox, Mascouten en de Kickapoo trokken zich terug richting het westen rond de zuideinde van Lake Michigan waar de Kickapoo en Mascouten uiteindelijk hun kamp in zuidwest Wisconsin opsloegen. De Sauk trokken blijkbaar naar het noorden en trokken het gebied van Mackinac binnen om zich te vestigen aan de boven Wisconsin rivier ten westen van Green Bay.
Nadat de Fox een aantal confrontaties met de Illinois hadden gehad, vestigden zij zich tussen de Wisconsin rivier en Lake Winnebago. De ontvangst van de Winnebago in het gebied was alles behalve vriendelijk. Maar het zat de Fox mee, toen de Winnebago met een grote warparty in hun kano’s op weg naar de Fox waren, stak er een storm op en 500 krijgers verdronken. De Winnebago leden hierdoor een groot verlies en waren nu aanzienlijk verzwakt. Ze trokken zich terug in een groot versterkt dorp en dit bleek een ideale situatie te zijn voor de pokken epidemie die hun bezocht. Zonder ook maar iets te doen waren de Fox erin geslaagd de Winnebago in hun dorp vast te pinnen zodat ze niet konden oogsten.

Toen de Illinois zagen wat er met hun aartsvijanden gebeurden, zagen zij hun kans schoon voor een bondgenootschap om zo het grote aantal vluchtelingen uit Michigan te kunnen weerstaan. De Illinois stuurde 500 van hun krijgers op pad met voedsel voor de Winnebago. Deze waren verrukt over de steun en hielden een groot feest ter ere van hun redders. Maar tijdens het feest kwamen de oude haatgevoelens toch weer naar boven. De Winnebago keerde zich tegen hun gasten en vermoorden hen allemaal. Toen de Illinois vernamen wat er met hun krijgers was gebeurd, begonnen zij een campagne om alle Winnebago uit te roeien. Dit lukte hen bijna. Na dit alles ondervonden de Fox en de andere Michigan stammen nog maar weinig verzet tegen hun vestiging in Wisconsin. Uiteindelijk vestigde zich zo’n 5.000 Fox I n centraal Wisconsin en werden zij een van de machtigste stammen in het gebied. De Bondgenoten van de Fransen waren dan wel begonnen met het verjagen van alle stammen uit beneden Michigan maar ze konden het karwei nooit afmaken. De Iroquois hadden inmiddels het zelfde probleem als de Huron en ook zij waren op zoek naar nieuwe jachtgronden, maar het probleem was dat ze opgesloten zaten tussen machtige vijanden, inclusief de zwaarbewapende Huron in het noorden. Verzoeken om in het gebied van de Huron te mogen jagen of dan tenminste over hun grond te reizen werden keer op keer geweigerd. Toen de Huron een Iroquois jachtparty vermoordde ontstond er een oorlog. In 1640 probeerden de Engelsen de Mohawk handelspartners van de Hollander naar hen te lokken door hen wapens te beloven, maar de Hollanders reageerden door de Mohawk zoveel wapens te leveren als zij nodig hadden. Ineens waren de Iroquois de best bewapende stam van Noord Amerika. Een dramatische escalatie van de Beaver Wars volgde. Binnen een paar jaar lukte het de Iroquois om alle Algonkin uit het gebied van de Lower Ottawa te verjagen en sneden ze de handelsroute naar het westen af. Om de afstand naar de grote meren in te korten bouwden de Fransen een nieuwe handelspost bij Montreal. Er bevonden zich echter grote Iroquois warparty’s in de vallei van de Ottawa rivier en alleen hele grote vloten van kano’s slaagden erin Montreal te bereiken. Tegen het jaar 1645, waren de Fransen gedwongen een aparte vrede met de Mohawk te tekenen, in het verdrag werd afgesproken dat de Fransen voortaan neutraal zouden blijven bij eventuele volgende oorlogen tussen de Iroquois en de Algonkin. Hoewel ze geïsoleerd waren bleven de Huron met de Fransen handelen en bleven ze weigeren dat de Iroquois hen land zouden betreden. Toen na twee jaar onderhandelen de Iroquois nog geen toestemming kregen besloten ze de Huron aan te vallen. De Doodsklap kwam in maart 1649, toen twee duizend Iroquois krijgers tijdens een gecoördineerde aanval de Huron federatie aanvielen en vernietigden.
Binnen een jaar overkwam de Tionontati en Algonkin hetzelfde. De Neutrals kwamen in 1651 ten val, gevolgd door de Erie( 1653-56). Een klein aantal indianen slaagden erin aan de dood of gevangenschap te ontsnappen. Een aantal Tionontati en Huron vluchtten naar het westen en reisden via de Ottawa dorpen door naar green Bay. Na verloop zouden deze Iroquois sprekende vluchtelingen opgaan in de Wyandot en de handel met de Fransen voortzetten. Hierna keerden de Iroquois zich tegen de stammen in Lower Michigan en verjoegen hen uit het gebied. Tegen het einde van de jaren 1650 bevonden zich meer dan 20.000 vluchtelingen in noord Wisconsin. De stammen waren gewend door middel van landbouw voor voedsel te zorgen, maar zover naar het noorden lukte het niet om goede maïs te verbouwen. Onderling braken er gevechten uit over jachtgronden en de situatie verergerde. Nu de situatie in het gebied dreigde te escaleren, waren de Fox gedwongen een bondgenootschap aan te gaan met de dorpen bij Green Bay. Deze dorpen waren van gemixte samenstelling en er woonden, Fox, Potawatomi, Menominee, Ottawa, Huron Winnebago, Noquet, Miami en Mascouten. Ondertussen waren Iroquois war party’s de Wyandot achterna gegaan en die bedreigde nu alle stammen. Ook waren er diverse schermutselingen tussen de Green Bay stammen en was er strijd met de Chippewa in het noorden en met de Dakota (Santee of woodland Sioux)in het westen. Toen een Menominee dorp een rivier afsloot met hun netten waardoor de steur de Chippewa dorpen niet meer kon bereiken, brak de steur- oorlog uit. De Menominee weigerde de netten weg te halen en dus konden de Chippewa niet anders dan het dorp aan vallen en de netten zelf weg hal;en. De overlevenden vluchtten naar de dorpen bij green Bay en riepen de hulp van de Sauk, Fox Potawatomi en andere in om de Chippewa te grazen te nemen. De Fox namen dan wel deel aan de oorlog maar hielden zich op afstand van de andere stammen. De Fox hadden in deze periode sterkere banden met de Kickapoo en de Mascouten en hielpen hen bij hun strijd tegen de Illinois in het zuiden. Toch raakte ze ook betrokken bij het driehoeksgevecht dat was ontstaan tussen de Chippewa, Dakota en henzelf over de controle over de Vallei van de St Croix rivier.

Doordat de Huron federatie in 1649 was vernietigd had de bonthandel van de Fransen een aardige deuk opgelopen. Omdat zee bang waren om door een overmacht te worden overlopen hadden zij zich buiten de strijd gehouden, maar toen de westerse Iroquois hen in 1653 een vrede aanboden grepen ze deze kans met beide handen aan. Om deze broze vrede te bewaren stopte de Fransen met hun tochten naar de grote meren, maar ze bleven hun handelspartners wel aanmoedigen bont naar Montreal te brengen. Dit was echter zeer moeilijk omdat er Iroquois war party’s door de Ottawa vallei trokken op jacht naar een ieder die problemen zocht. Toch vonden de Ottawa en Wyandot(Huron -Tionontati) het schijnbaar de moeite van het proberen waard en ze vroegen de Chippewa hen te helpen. De Iroquois probeerden de handel weer tegen te houden door de bron aan te pakken en hun warparty’s trokken naar en door Wisconsin om daar iedere stam aan te pakken die met de Ottawa en Wyandot handelde.
Omdat ze nu constant aangevallen werden en omdat het aantal bevers bij green Bay sterk was afgenomen vertrokken de Wyandot in 1658 naar Lake Pepin aan de Mississippi rivier. De meeste Ottawa vertrokken ook uit het gebied maar zij gingen naar de zuidkust van het superior meer bij Keweenaw en Chequamegon(Wisconsin), waardoor ze beter met de Cree in het noorden konden handelen.
Datzelfde jaar eindigde ook de vrede tussen de Fransen en de Iroquois als gevolg van de moord op een jezuïtische ambassadeur.

Dit was voor een aantal handelaren de kans om de handel met de stammen weer te hervatten.
Medart Chouart Des Groseilliers en pater Rene Menard besloten het officiële verbod op de bonthandel te negeren en vertrokken vanuit Montreal samen met een groep Wyandot op de weg terug naar hun dorpen. Beide heren waren erop uit om de contacten met de Dakota te leggen en een handel met hen op te startten. Samen met de Wyandot reisden ze over het water naar het meest westelijke puntje van Lake Superior en van daaruit reisde ze over land verder. Toen ze terugkeerden in Quebec, in 1660, werden ze onmiddellijk gearresteerd in opdracht van de Franse overheid.
Door de contacten die de Dakota inmiddels met de Fransen hadden gelegd, ontdekte zij de waarde van de beverhuiden. Het gevolg hiervan was dat ze niet meer accepteerden dat de Wyandot aanwezig waren bij Lake Pepin. Onder de dreigementen van de Dakota, besloten de Wyandot in 1661 uit het gebied weg te gaan en een nieuwe stek te zoeken ten noorden van Lake Superior. Deze stek vonden ze vlakbij Ottawa, bij Chequamegon.
Het feit dat nu daar een concentratie van bever- jagende stammen ontstond beviel de Dakota echter ook niet en zo raakten 4 partijen betrokken bij de steeds gewelddadigere strijd om het bont in West Wisconsin.

Ondertussen begonnen de Fransen er een beetje genoeg van te krijgen dat ze constant onder de dreiging van een uitroeiing door de Iroquois moesten leven en toen de koning de controle over canada opnieuw in handen nam stuurde hij een regiment soldaten naar Quebec in 1664 om met de Iroquois af te rekenen.
In 1665 vergezellen Nicolas Perot, pater Claude- Jean Allouez en zes andere Fransen een groep van 400 Ottawa en Wyandot op hun terugreis naar green Bay. Hoewel de jezuïeten al sinds 1640 van het bestaan van de Fox en Sauk wisten, was er niet eerder direct contact met hen tot Allouez hen in 1666 in Wisconsin Ontmoette.
In de eerste instantie maakte de Sauk zich zorgen over deze mannen in het zwart en waren ze bang voor eventuele hekserij. Maar de verhoudingen verbeterden. De Fox echter bleven vijandig. De Fransen en hun bonthandel hadden de Fox niet veel goeds gebracht, die winter nog hadden de Seneca een Fox -dorp aangevallen en 70 inwoners vermoord en 30 inwoners gevangen genomen. De Fox schreven de schuld hiervan toe aan de Fransen en hun bonthandel. Tot op dan hadden de Fox echter wel van de handel met de Fransen geprofiteerd en waren zij dmv die handel in het bezit van vuurwapens genomen. Dit was echter ook meteen de reden dat de Fox de Fransen uit Wisconsin wilden houden, want daar leefden ook de Chippewa en Dakota en ze wilden niet dat ook zij met de Fransen zouden handelen.

Na een aantal franse aanvallen op diverse Iroquois dorpen in hun thuisland besloten de Iroquois opnieuw een vrede met de Fransen te sluiten in 1667. Deze vrede duurde tot 1680 en gaf de gevluchte stammen weer even wat lucht. De toestanden die de Fransen in Wisconsin aantroffen waren echter hopeloos: oorlog, hongersnood en epidemieën en alle waren zij slecht voor de bonthandel. In plaats van hun zakken te vullen en hun kerken te vullen besloten de Fransen eerst maar eens orde op zaken te gaan stellen. Met name Daniel DeLhut , die in 1678 naar Sault St Marie kwam slaagde erin de vrede tussen de Wisconsin stammen te herstellen. Twee jaar later bemiddelde hij ook bij een vrede tussen de Chippewa en de Dakota, die enkele jaren zou duren.

Nadat pater Marquette erin slaagde de Ottawa en Wyandot over te halen te verhuizen naar zijn missiepost in het oosten keerde ook de rust aan de zuidkust van Lake Superior enigszins terug. Helaas echter had DeLhut verzuimd de Fox en de Keweenaw Chippewa bij de vrede met de Dakota te betrekken en dus bleven deze twee stammen tegen hen vechten. Samen trokken de twee stammen ten strijde om een grote warparty van de Dakota aan te vallen en de Saulteur besloten een alliantie met de Dakota tegen de Fox te vormen. De Fransen hadden dan wel de meeste strijd tussen de stammen in Wisconsin weten te beëindigen, deze stammen bleven de Dakota echter wel zien als een vijand, met uitzondering van de Saulteur. Toen ook nog de Franse handelaren begonnen met het bezoeken van de Dakota dorpen ontstonden er nieuwe problemen in het gebied. De Sauk vermoordden twee jezuïeten en besloten met de Potawatomi een anti Franse alliantie bij green Bay te vormen. Ondertussen werden er ook twee franse handelaren op weg naar de Dakota ,vermoord door de Menominee en de Chippewa van Chief Achiganaga.

DeLhut besloot een Europese -stijl rechtszitting te houden om Achiganaga en de anderen te berechten maar hij werd geconfronteerd met een dreigende opstand van verschillende belangrijke stammen als de straf te zwaar zou zijn. Uiteindelijk werd er maar een Menominee gestraft en geëxecuteerd.
Ook tijdens de jaren 1680 gingen de Beaver -wars gewoon door. De Iroquois bleven druk met aanvallen op de Illinois. Met uitzondering van een aanval op de Mackinac in 1683 bleven de gevechten echter beperkt tot het zuiden. De Illinois kregen een verschrikkelijk pak slaag, maar in 1684 mislukte een poging van de Iroquois om fort St. Louis bij Starved Rock in te nemen. Deze nederlaag van hen word ook wel gezien als een keerpunt in de Beaver- wars. De Fransen probeerden vervolgens een alliantie van de Algonkin van de grote meren tegen de Iroquois te organiseren, maar de eerste aanval van deze alliantie mislukte en dus besloot de gouverneur van canada Joseph la barre de Iroquois opnieuw een vredesverdrag aan te bieden, waarbij ze bijna heel Illinois afstonden.
Vervolgens werd La barre vervangen door Jacques -Rene Denonville, die het verdrag onmiddellijk herriep. Ook begon hij meteen met he bouwen van nieuwe forten en met het bewapenen van de Algonkin stammen. De nieuwe alliantie van Algonkin begon in 1687 met het terugdringen van de Iroquois uit het gebied van de grote meren en dwong hen terug te gaan naar hun thuislanden bij New York. Zowel de Sauk als de Fox namen deel aan de Campagne maar de bijdrage van de Fox was kleiner dan de Fransen hadden verwacht. In plaats van de verkregen vuurwapens tegen de Iroquois te gebruiken, gebruikten de Fox deze liever tegen de Chippewa en Dakota in west Wisconsin. Ondanks het feit dat de Fox nu goed bewapend waren stonden zij wel onder grote druk en waren zij er wel in geslaagd een grote Chippewa- Dakota -warparty te verslaan, maar allen met grote verliezen. De Fransen en de Fox handelden al met elkaar sinds 1667 maar hun betrekkingen waren zakelijk en stonden op gespannen voet. Zolang de Fransen voor de aanvoer van vuurwapens voor de Fox zorgden lieten ze de Fransen hun gang gaan. De Fransen zagen de Fox echter als lastposten bij hun oorlog tegen de Iroquois en waren niet blij met de beperkte bijdrage van de Fox.

Omdat de Chippewa- krijgers druk waren met hun gevechten tegen de Fox langs de St. Croix besloten de Fransen te bemiddelen bij een vrede tussen beide partijen in 1685. Deze vrede duurde vijf jaren, tot de gevechten om de jachtgronden opnieuw uitbraken. Nu echter waren het de Dakota die tegenover een alliantie van Fox, Chippewa, Potawatomi, Kickapoo en Mascouten stonden in de strijd om de jachtgronden langs de Rivier de Mississippi. De Algonkin vielen de Franse handelaren lastig om er zo voor te zorgen dat ze de Dakota niet van voorraden konden voorzien. De Fox gingen nog verder en begonnen tol te eisen van de handelaren die over hun grondgebied reisden. Dit schoot echter in het verkeerde keelgat bij de commandant van La Bay(green Bay), Nicolas Perot en hij vroeg de Chippewa de Fox in 1690 tot stoppen te dwingen. Meer aanmoediging hadden de Chippewa niet nodig en samen met de Dakota dreven ze de Fox uit het gebied van de st. Croix rivier, terwihjl een Frans -Chippewa expeditie het Fox dorp bij Fox Portage aanviel.

 

Na de jaren 1690 stonden de Iroquois aan de afgrond van de ondergang. De oorlog tussen Frankrijk en Engeland was inmiddels afgelopen, maar de Algonkin stammen besloten nog een paar jaar door te vechten tegen de Iroquois. In 1701 sloten ook zij een vrede met de Iroquois te sluiten. Ondertussen raakten de Fransen hun grip op de bondgenoten langzaam kwijt als gevolg van het succes van de bonthandel. De Algonkin stammen hadden inmiddels de beste beverjachtgronden verovert en de aanlevering van bont nam sterk toe. De Europese markt raakte overvol en de prijs van het bont daalde. Als gevolg hiervan namen de winsten van de handelaren af en de franse overheid besloot dat de tijd daar was oom gehoor te geven aan de wensen van de jezuïeten. Deze hadden al diverse malen gevraagd een einde te maken aan de bonthandel omdat er door deze bonthandel veel corruptie en geweld was. In 1696 werd alle handel in het gebied van de grote meren opgeschort. Het was de handel die de stammen bijeen had gehouden en de invloed van de Fransen nam dan ook snel af.

Dat dit zo was kon men merken aan het feit dat de Fransen er niet in slaagden de rust langs de boven Mississippi te handhaven. De tekorten aan ruilgoederen en de hoge prijzen hiervan, samen met het misbruik van de handelaren zonder vergunning zorgden voor een gespannen sfeer in het gebied. Het aantal berovingen en moorden op de handelaren nam toe en zelfs Nicolas Perot werd door de Mascouten gevangen genomen en aan de martelpaal gebonden. Hij werd echter gered door de Kickapoo en keerde snel terug naar Quebec waar hij ook bleef.
Naast hun constante oorlog met de Dakota, namen de Fox ook deel aan een campagne samen met de Winnebago om de Kaskaskia Illinois uit zuid Wisconsin te verdrijven. De Sauk slaagde erin om een handelaar in het kamp van de Dakota te vermoorden. Ondertussen maakten de stammen van de Algonkin alliantie zich er weer zorgen over dat de Fransen hen in de steek zouden laten en een aparte vrede met de Iroquois zouden sluiten.

De Fransen zouden dit echter nooit doen maar de onrust was terecht. Binnen de alliantie begon het te rommelen en het waren wederom de Iroquois die probeerden er gebruik van te maken. Ondanks dat deze bijna verslagen waren, merkte ze dat de Algonkin problemen met de Fransen hadden. de Iroquois benaderden de Ottawa en boden hen een vrede aan en toegang tot de Engelse handelsposten als ze braken met de Alliantie. In de eerste instantie weigerden de Ottawa, maar toen de vrede van 1701 een feit was, werden de Engelsen een aantrekkelijke partner. Deze Engelsen hadden voldoende, goedkopere en betere kwaliteit ruilgoederen en de Ottawa en Chippewa begonnen hun bont naar de Engelsen te brengen. Al snel volgden de andere franse bondgenoten hun voorbeeld en brachten hun beverhuiden naar Albany. De Fransen, smeekten ondertussen bij de regering voor het opheffen van het handelsverbod en na een tijd kregen ze eindelijk toestemming een handelspost bij Detroit te openen om zo de loyaliteit van de Algonkin te herwinnen. De verantwoordelijke hiervoor werd Dhr Cadillac.

Cadillac begon met de bouw van Fort Ponchartrain bij Detroit in juli, 1701 en nodigde meteen de Ottawa en Wyandot uit om bij het fort in de buurt te komen wonen. Dat jaar brak echter ook de Queen Anne’s oorlog tussen Engeland en Frankrijk uit, maar deze oorlog had weinig effect op het gebied van de grote meren. De Britse en Iroquois handelaren bleven ondertussen pogingen doen de Algonkin stammen te verleiden met hen te handelen, maar om dit te voorkomen, nodigde Cadillac steeds meer stammen uit in Detroit te komen wonen. De gevolgen waren exact dezelfde als die in Wisconsin 50 jaar eerder. Er waren teveel stammen en te weinig bronnen van voedsel. Zelfs de Ottawa, Chippewa en Wyandot begonnen met elkaar om gebied te strijden terwijl het toch van oudsher vrienden waren. In 1706 vochten de Miami en Ottawa om dezelfde reden met elkaar. In plaats van gewaarschuwd te zijn bleef Cadillac echter steeds meer stammen uitnodigen. Uiteindelijk leefden er 6.000 Chippewa, Wyandot, Ottawa, Potawatomi, Miami, Illinois, Osage en Missouria bij Detroit. Het enige positieve hieraan was dat de overbevolking in Wisconsin eindigde. De laatste druppel die de emmer deed overlopen was dat Cadillac in 1710 ook de Fox uitnodigde bij Detroit te komen wonen. Zo’n 1000 Fox gingen op de uitnodiging in en kwamen naar het oosten met in hun kielzog een groot aantal Mascouten en Kickapoo bondgenoten. Terugkerende op hun geboortegrond werden de Fox geconfronteerd met grote aantallen franse bondgenoten die er niet blij mee waren hen te zien. De Fox waren er echter niet van onder de indruk en lieten de andere stammen duidelijk merken dat het zij waren die de meeste rechten in en op het gebied bezaten. De Ottawa, Huron, Peoria, Potawatomi en Miami hadden geen zin om naar de Fox te luisteren en verzochten de fransen de Fox weg te sturen. Cadillac negeerde het verzoek en deed ook geen pogingen het gebied te verdelen en als gevolg hiervan ontstonden er vele schermutselingen tussen de Fox en de andere Franse bondgenoten. Ondertussen hoorden de franse sterke geruchten dat de Fox bezig waren het onderhandelingen met de Iroquois om te kunnen handelen met de Engelsen. In 1711 werd Cadillac terug naar Quebec geroepen voor overleg en hij liet Joseph Dubuisson achter met het bevel over het fort. Tijdens zijn afwezigheid besloten de Potawatomi en Ottawa het probleem met de Fox zelf op te lossen en tijdens de lente van 1712 vielen ze een jachtparty van de Mascouten(Fox bondgenoot) aan bij de St. Joseph rivier in zuid Michigan. De Mascouten vluchtten hierop naar hun Fox bondgenoten bij Detroit en terwijl deze Fox zich voorbereidden wraak te nemen probeerde Dubuisson hen tegen te houden. De Fox hadden echter genoeg van de Fransen.

De eerste Fox oorlog(1712-16) begon toen de Fox, Kickapoo en Mascouten Fort Ponchartrain aanvielen op 13 mei. De eerste aanval mislukte en een beleg volgde. Buiten het fort stonden 300 zwaarbewapende krijgers en in het fort bevonden zich 20 Fransen, het is dan ook de vraag of de Fox het fort wilde veroveren of dat ze de Fransen bang wilden maken. In ieder geval verscheen er een ontzettingsmacht van Wyandot, Ottawa, Chippewa en Potawatomi en tijdens de strijd die daarop uitbrak kwamen er zeker 1000 Fox, Kickapoo en Mascouten om. Zo’n 100 Fox ontsnapte en vonden onderdak bij de Iroquois en een enkele Fox keerde terug naar Wisconsin met de overgebleven Kickapoo en Mascouten. Zij gingen bij de Fox wonen die in Wisconsin waren achtergebleven en gezamenlijk namen ze vreselijk wraak op de Fransen en hun Bondgenoten.

De Fox wars waren eigenlijk alleen meer een burgeroorlog tussen de stammen en een teken van hoe de alliatie uit elkaar was gevallen. De Iroquois keken dan ook met plezier toe hoe de Franse bondgenoten onder elkaar vochten. De Fox Kickapoo en Mascouten vermoordden de franse handelaren en hun bondgenoten en de Fransen slaagden er maar niet in om het alles te stoppen,. Het grootste probleem waar de Fransen echter nog steeds mee zaten was echter dat zij nog steeds niet in het gebied van de grote meren mochten handelen en het zou duren tot Louis de xiv stierf voordat het verbod opgeheven werd. In 1715 gebeurde dit en de illegale handelaren kregen een handelsvergunning en er werden nog 25 vergunningen uitgegeven. Nu konden de Fransen serieus aan de slag met het middelen tussen de diverse stammen. Eerst zorgden ze ervoor dat er weer vrede kwam tussen de Chippewa en de stammen van Green Bay en zorgden ze voor een vrede tussen de Miami en de Illinois. Nu dit gedaan was waren ze klaar om met de Fox af te rekenen.

In 1715 ging er een Frans- Potawatomi expeditie op pad om de Kickapoo en Mascouten aan te vallen en hen te dwingen een aparte vrede met de Fransen te sluiten. Maar zelfs zonder hun bondgenoten weigerden de Fox te stoppen en zij verzamelde zich in een groot versterkt dorp in zuid Wisconsin. In 1716 arriveerde Louis de Louvigny bij het dorp in gezelschap van een groot aantal Chippewa, Potawatomi en Ottawa krijgers en ze belegden het fort. Tijdens het beleg brachten de Sauk echter voedsel het fort in en de Fox wachtten af. De Fransen waren uiteindelijk genoodzaakt zich terug te trekken en boden de Fox een vrede aan. Hiermee eindigde de eerste Fox war. Eigenlijk was de vrede eigenlijk meer een bestand want beide partijen bleven elkaar wantrouwen en bleven vijandelijk. Om de concurrentie met de Engelsen aan te kunnen begonnen de Fransen met het heropenen van oude handelsposten en forten en met het bouwen van nieuwe. Maar helaas was de schade onherstelbaar. In 1727 openden de Engelsen een nieuw fort op het thuisland van de Iroquois om zo de weg naar de Engelse handelaren voor de stammen van de grote meren in te korten. Het jaar erna was 780% van de beverhuiden in Albany afkomstig van de Franse bondgenoten.

De vrede tussen de Fransen en de Fox zorgde er niet voor dat ook de strijd met de Peoria afgelopen was. De Peoria hadden de Fox die zij bij de slag bij Detroit hadden gevangengenomen gemarteld en de Fox namen wraak door hetzelfde bij de Peoria te doen die zij gevangen namen. In 1716 stelde de Fox een uitwisseling van gevangen voor maar de Peoria weigerden en zelfs bemiddelingen van de Fransen hielpen niet. De strijd brak opnieuw in alle hevigheid los en het conflict werd ingewikkelder toen de Fox, Winnebago, Kickapoo en Mascouten het gebied van de Peoria binnen trokken om te gaan jagen op de bizons op de noordelijke Illinois prairies zonder daarvoor toestemming te vragen aan de Illinois. In 1722 lieten de Illinois merken dat ze hier niet blij mee waren door Minchilay, een neef van de Fox Chief Oushala levend te verbranden. Het gevolg hiervan was een oorlog tussen de Fox en hun bondgenoten de Winnebago, Kickapoo, Mascouten enerzijds en de Illinois aan de andere zijde. De Peoria zochten bescherming in hun fort bij Starved Rock en vroegen de Fransen hen te helpen. Vervolgens stuurden de Fransen een ontzettingleger, maar voordat deze arriveerden bij het fort waren de Fox- alliantie al verdwenen.

Ondertussen nam er een andere groep Fox krijgers deel aan een gevecht samen met de Iowa te westen van de Mississippi tegen de Osage, Oto en Missouria waardoor de Franse bonthandel langs de Missouri in gevaar kwam. In 1723 hielden de Fransen verschillende bijeenkomsten met de Kansa, Pawnee Comanche, Nakota, Osage, Missouria, Otoe, Iowa, Fox en Dakota. Hierdoor ontstond er een betrekkelijke rust in het gebied van de Missouri, maar tegelijkertijd braken er nieuwe gevechten uit langs de Des Moines rivier tussen een bondgenootschap van Fox en Iowa en de Osage en Missouria. Ook hadden de bijeenkomsten een bijverschijnsel waar de Fransen helemaal niet op gerekend hadden. De Fox hadden om tegen hun vijanden te vechten meer bondgenoten nodig en deze vonden ze onder de Dakota. Na 70 jaar constante strijd zou deze alliantie tussen de Fox en Dakota een ieder wantrouwig hebben gemaakt, maar de Fransen dachten genoeg te weten en zagen het als een complot van Engelse zijde tegen hen.

De Fransen besloten dat het voor nu en altijd uit moest zijn met de Fox en hun bondgenoten waren het daarmee eens. Naast de steun van de Illinois konden de Fransen ook op de steun van de Mackinac Chippewa rekenen die al in conflict met de Fox waren in noord Wisconsin. Ook de Detroit stammen(Wyandot, Ottawa, Saginaw Chippewa, Mississauga Chippewa en de Potawatomi) besloten de Fransen te steunen. Terwijl ze hun bondgenoten verzamelden voor de strijd, hielden de Fransen enkele vergaderingen omtrent het Fox Probleem. Een suggestie was om de Fox bij Detroit te plaatsen zodat het Franse garnizoen op hen kon letten, maar hier zaten de Detroit stammen niet echt op te wachten. Ondertussen ging er een expeditie op pad van 20 soldaten en 500 Illinois krijgers om een Fox dorp aan te vallen(1726), maar de Fox zagen hen aankomen en trokken zich terug. Een jaar later klonken de eerste stemmen die spraken over genocide van de Fox, er moest een vernietigende oorlog plaats vinden en de gevangen genomen Fox moesten als slaven aan west Indië verkocht worden. Er werd echter geen beslissing genomen.

Hoewel ze nog twijfelde over genocide hadden de Fransen wel besloten om tegen de Fox te gaan vechten. Maar eerst moesten de Fransen er door middel van diplomatie voor zorgen dat de Fox er alleen voor stonden. De Fox wisten van de Franse pogingen maar konden er niets tegen doen. Een verzoek van de Fox aan de Menominee voor steun werd afgewezen en de Menominee gaven aan met de Fransen te strijden in geval van oorlog. Onder de druk van het belang van de Franse ruilgoederen besloten ook de Dakota, Winnebago en Iowa neutraal te blijven en zelfs de Sauk bij  Green Bay wilde buiten het conflict blijven.
Toen de tweede Fox- war uitbrak(1728-1737), waren het alleen de Kickapoo en Mascouten die de Fox steunden. Ondanks dit faalde de eerste expeditie tegen de Fox wel, maar de Fox haalde het in hun stomme hoofd om de weinige vrienden die ze hadden tegen zich in het harnas te jagen. De Kickapoo en Mascouten weigerden een aantal franse gevangen te doodden en pissig verlieten de Fox de bijeenkomst. Op de terugweg vermoordde ze een Kickapoo en een aantal Mascouten. De Kickapoo en Mascouten waren furieus en liepen in 1729 over naar de Fransen. Nu waren de Fox alleen over.

Van alle kanten werden ze door hun vijanden aangevallen en inmiddels had de Franse overheid ook besloten dat de Fox officieel van de aardbodem moesten verdwijnen.
Tijdens de winter van 1729 werd een Fox-j acht- dorp aangevallen door een groep van Winnebago, Menominee en Chippewa krijgers. Minstens 80 krijgers kwamen om en 70 vrouwen en kinderen werden gevangengenomen. De Fox namen wraak door een Winnebago fort aan de Foxrivier aan te vallen, maar de aanval werd afgeslagen en afgebroken toen een groep Menominee krijgers en Franse soldaten Arriveerde om het dorp te ontzetten.
Tegen de zomer van 1730 besloot een groep van zo’n 1000 Fox uit Wisconsin het verzet op te geven en te gaan wonen bij de Seneca(Iroquois) die hen hadden uitgenodigd. Om daar te komen moesten de Fox echter wel dwars door Illinois gebied. Tegen hun gebruiken in, stuurden de Fox een vertegenwoordiging naar de Illinois om toestemming voor een doortocht te vragen. Er ontstond echter een meningsverschil. Misschien was het hun manier van tot ziens zeggen, maar op de terugweg namen de Fox de neef van een Cahokia Chief gevangen en verbrandde hem aam de martelpaal. Boze Illinois krijgers zetten vervolgens de achtervolging in en haalde de Fox in op de open prairie van Bloomington, Illinois.

De Fox trokken zich terug in het door hen met spoed gebouwde fort ter bescherming van hun vrouwen en kinderen. Het was waarschijnlijk beter voor hen geweest gewoon door te reizen. De Illinois omsingelde het fort en stuurde toen iemand op pad om meer hulp te halen. Van alle kanten kwamen vervolgens Fransen en hun bondgenoten toegesneld en uiteindelijk was het fort door meer dan 1400 krijgers omsingeld. Wederom waren het de Sauk die de Fox te hulp schoten door hen voedsel te brengen maar ditmaal was het niet genoeg. De Fox vochten voor wat ze waard waren maar het gebrek aan water en voedsel deed hen toch uiteindelijk de das om. Radeloos gooiden de Fox vervolgens hun kinderen het fort uit met de boodschap dat hun vijanden hen maar moesten opeten. Vele van hen werden door de stammen opgenomen, maar hun ouders stond een ander lot te wachtten. Na een strijd van 23 dagen, brak er een onweer los en de Fox besloten het erop te wagen en te ontsnappen. Zij zouden het niet redden….. De Fransen en hun bondgenoten haalden hen in en slachtten 600 tot 800 van hen af. Er werden geen gevangenen genomen.

De 600 Fox die in Wisconsin waren achtergebleven, waren de laatste Fox die er nu nog over waren. Tot op dit moment in tijd hadden de Sauk altijd goede banden met de Fransen gehad en hadden ze geen grote bijdrage aan de geschiedenis in het gebied geleverd. Dit zou echter spoedig veranderen. Nu de Fox alleen nog maar vijanden hadden, herinnerden zij zich dat het de Sauk waren geweest die hen twee maal van voedsel hadden voorzien. Zij wendde zich tot hen en vroegen bescherming. De Sauk op hun beurt gaven die bescherming niet alleen, ook deden zij het verzoek aan de Fransen, vrede met de Fox te sluiten.
Het antwoord van de Fransen kwam in 1734, in de vorm van een gecombineerde Chippewa en Menominee expeditie onder de leiding van de Fransman Sieur de Villiers. De expeditie begaf zich naar het Sauk dorp bij ten westen van green Bay en eiste van de Sauk de Overgebleven Fox. De Sauk weigerden en tijdens de aanval op het dorp die volgde werd Villiers neergeschoten. In de paniek die ontstond na de dood van de bevelhebber trokken de Fransen en hun bondgenoten zich terug om te hergroeperen en vluchtten de Sauk en Fox het dorp uit en trokken naar het westen. Ze staken vervolgens de Mississippi over en settelde zich in 1735 in oost Iowa. In 1736 stuurden de Fransen een nieuwe expeditie achter hen aan, maar de bondgenoten begonnen te twijfelen over de zin van een genocide. Met name de Illinois vroegen zich openlijk af wie er na de Fox zouden komen als deze eenmaal vernietigd waren. Zelfs de Ottawa, die toch een aartsvijand van de Fox waren, gaven aan dat ze de Fox niet langer meer wilden “eten”. De Expeditie van Noyelle in 1736 eindigde in een ramp toen de Kickapoo gidsen van Noyelle zij expeditie in cirkels liet rond trekken en hen leidde door de meest ontoegankelijke moerassen van west Wisconsin..
Tijdens een ontmoeting in Montreal in 1737 vroegen de Winnebago en Menominee aan de Fransen de Fox te vergeven en de Potawatomi deden een zelfde verzoek in het belang van de Sauk. De Ironie van dit alles was natuurlijk dat de Franse bondgenoten nu de rol van bemiddelaar hadden bij een conflict tussen de Fransen en de Fox.
Ondertussen brak er tussen de Dakota en Chippewa een grote oorlog uit in Minnesota en vond er een grote confrontatie plaats met de Natchez en Chickasaw, waardoor de Mississippi werd afgesloten. De Fransen besloten dan ook maar aan de wensen van de Bondgenoten toe te geven en de Sauk en Fox verder met rust te laten.
Genocide op de Fox was dan wel mislukt maar de Fransen waren er dichtbij gekomen. Maar 500 Fox hadden de Fox wars overleefd. Na de vrede van 1737, bleven de Sauk met toestemming van de Iowa ten westen van de Mississippi wonen tot 1743, de Fox keerde niet in Wisconsin terug tot 1765, 2 jaar nadat de Fransen Noord Amerika hadden verlaten. Hoewel beide stammen hun eigen identiteit en Chiefs behielden, waren zij door hun ervaringen vanaf toen voor eeuwig met elkaar verbonden.
Doordat de Fox zo zwaar hadden geleden, waren de Sauk in de meerderheid en waren zij de Dominante stam. Hun verwantschap met elkaar bleef meer dan 100 jaar bestaan tot deze uiteindelijk op de grote vlakten uiteenviel.
De Fox en Sauk vergaven uiteindelijk de meeste stammen die tegen hen gestreden hadden maar niet de Illinois, en ook niet de Chippewa en de Menominee die tegen hen hadden gestreden bij het Sauk dorp in 1734.

De Sauk en Fox bleven echter ook na de vrede met de Fransen een stelletje lastposten. Ten westen van de Mississippi, trokken ze het gebied van zuid Iowa binnen om daar de strijd aan te gaan met de Osage en Missouria. Ten oosten van die rivier, vergezelde ze de Mackinac Chippewa bij hun gevecht in 1746 tegen de Detroit stammen die werden geleid door een Chief Pontiac genaamd. Maar in principe bleven de Illinois de belangrijkste vijand van de Sauk en Fox. Tijdens de King George’s war, nam de invloed van de Fransen nog verder af en toen de Engelsen door middel van een blokkade de St. Lawrence afsloten konden de Fransen de Illinois niet meer helpen. Nadat de Sauk in 1743 waren overgestoken naar de oostzijde van de Mississippi, begonnen ze een agressieve opmars naar het zuiden en veroverde ze grote delen land van de Illinois. In juni 1752 staken 1000 Sauk krijgers de Mississippi over en vielen het Michigamea dorp ten noorden van Fort Chartres aan/. Ook vielen de Sauk Cahokia aan en het enige wat de Fransen konden doen was hen te vragen te stoppen.

In 1753 boden de Sauk hun excuses aan en keerde zij terug naar de Franse alliantie, maar ze hielden het gebied dat ze van de Illinois hadden afgenomen.
In het oosten brak er opnieuw een oorlog uit tussen de Fransen en de Engelsen. De Fransen hadden geprobeerd de Engelsen uit de Ohio vallei te houden door een serie van forten op de grens te bouwen. De Engelsen echter begonnen echter onmiddellijk met het aanvallen van de Forten en de Frans- Indiaanse oorlog was een feit. De Fox en de Sauk bemoeide zich echter niet met de strijd, hoewel de Fransen hen bleven verdenken van Engelse sympathieën. De beide stammen hadden echter met andere zaken te maken. De Franse bondgenoten hadden bij hun terugkomst in het gebied van de grote meren epidemieën meegebracht en tijdens de winter van 1757-1758 waren vele stammen genoodzaakt om zich uit de strijd terug te trekken. In september 1757 viel Quebec en de rol van de Fransen in Noord-Amerika leek uitgespeeld. Een jaar later gaf Montreal zich over en de Britten begonnen met het bezetten van alle forten in het gebied van de Grote meren. De Fransen hielden echter wel de controle over Fort Chartres en over Illinois tot 1765.

De invloed van de Fransen in het gebied was echter maar heel beperkt, maar de Illinois bleven de Fransen trouw en weigerden de overwinning van de Engelsen te erkennen. Tegen het jaar 1761 waren de Sauk en de Illinois opnieuw op oorlogspad, maar nog verder naar het oosten groeide er ontevredenheid over de Engelsen. Nu de Engelsen geen concurrentie meer hadden van de Fransen, besloten deze in naam van Amherst een aantal gewoonten af te schaffen. Zo kregen de Chiefs geen welkomstgeschenken meer en werden de prijzen van de ruilgoederen verhoogd. Ook de hoeveelheid buskruit en whisky dat nog verstrekt werd minder.
Diverse mal;en probeerden de stammen een gezamenlijke opstand te organiseren, maar dit lukte pas toen er onder de Deleware een Profeet genaamd Neolin opstond. De leider van het geheel was Pontiac een belangrijke bondgenoot van de Fransen tijdens de oorlog en de Ottawa Chief in Detroit. Hij organiseerde in het geheim een opstand en toen deze uitbrak in mei 1763 veroverden ze in een klap 8 van de twaalf Engelse forten ten westen van de Appalachen. De Engelsen schrokken zich te pletter, maar ze herstelden snel. Toen Pontiac er niet in slaagden de andere forten te veroveren klapte de opstand ineen.

Pontiac had gehoopt dat door zijn opstand de overheersing van de Fransen zou worden hersteld, maar dit was iets waar de Sauk en Fox niet op zaten te wachten. Toen de opstand dan ook uitbrak stuurden de Sauk en Fox samen met de Menominee, Iowa, Winnebago en de Arbre Croche- Ottawa een Wampum riem naar de Engelsen waarin ze hun loyaliteit zworen. In november werd Amherst vervangen door Thomas Cage, die onmiddellijk de prijzen verlaagden en de oude gewoonten in ere herstelden. Ook werd er een proclamatie gegeven waarin de Engelsen verdere kolonisatie van het gebied ten westen van de Appalachen tegen hielden. Als gevolg hiervan sloten de meeste stammen vrede met de Engelsen in Fort Niagara in juli van 1764. Pontiac tekende een eigen vredesverdrag met de Engelsen, maar zijn reputatie was naar de knoppen omdat het hem niet was gelukt fort Detroit in te nemen. Pontiac verliet Detroit en vertrok naar het westen, richting noord Illinois, alwaar hij nog een aantal volgelingen had. Ondanks dat hij had gezworen dat hij nooit meer tegen de Engelsen zou vechten, schijnt het toch zo te zijn dat hij in Illinois meteen aan de slag gin g met het organiseren van een nieuwe opstand. Toen Pontiac in April 1769 Cahokia bezocht, werd hij vermoord door een Peoria krijger die met hem ruzie kreeg in het etablissement van een Engelse handelaar genaamd Williamson.
Onmiddellijk dacht iedereen dat de Engelsen waren die deze aanslag hadden gepland en in reactie hierop, vertrok Minavavana, een Chippewa Chief, naar Cahokia om twee van de medewerkers van Williamsson te vermoorden. Dit incident markeerde het begin van een algemene oorlog tegen de Illinois, uit wraak voor de moord op Pontiac. De Fok en Sauk hadden net een grote pokken epidemie achter de rug waarbij bijna de helft van hun mensen was omgekomen en hadden eigenlijk geen belang bij hetgeen gebeurde rond de dood van Pontiac. Het hiel hen echter niet tegen, toch gebruik te maken van de onstane situatie om wraak op hun vijanden de Illinois te nemen. Samen met de Chippewa, Kickapoo, Ottawa, Winnebago en Potawatomi trokken ze ten strijden tegen de Illinois. De Peoria trokken zich terug in het fort bij Starving rock, dit was hun laatste bolwerk in Noord Illinois. Daar kwamen ze eerst bijna om van de honger waarna ze door de stammen werden afgemaakt. Tijdens het vervolg van de oorlog werden de ooit zo machtige Illinois bijna helemaal uitgeroeid. Een paar honderd van hen lukte het nog naar het zuiden te ontsnappen waar zij onderdak en bescherming vonden bij de Fransen in Kaskaskia. Na dit alles verdeelden de overwinnaars het land van de Illinois onder elkaar. De Sauk kregen het grootste deel van west Illinois tussen de Illinois en Mississippi rivier.
In 1765 arriveerden de Engelsen in Fort Chartres wat nu Fort Gage heette en namen de controle over het Illinois gebied over. Vanuit daar en vanuit andere forten langs de Mississippi begonnen de Engelsen met de stammen in Louisiana te handelen, illegaal, en dit baarde de Spanjaarden zorgen.

Voor de Sauk en Fox die aan beide kanten van de rivier woonden was de situatie ideaal. De legers van de Engelsen en de Spanjaarden waren voornamelijk bezig met het bespioneren van elkaar en bemoeiden zich in het geheel niet met de uitroeiing campagne tegen de Illinois, en ook de verhuizing van de Sauk naar het gebied in het westen van Illinois was onopgemerkt gebeurd. De Britten maakten er ook geen bezwaar tegen toen de Kickapoo en Potawatomi het noordelijk deel en het centrale deel van Illinois bezetten, waardoor de Fox en Sauk belangrijke bondgenoten als buren hadden. En deze konden ze gebruiken tegen de Osage en Missouria ten westen van de Mississippi.
Vanaf het begin konden de Sauk en Fox het goed met de Engelsen vinden en dit was dan ook een van de belangrijkste redenen om niet mee te doen met de Pontiac opstand van 1763. De situatie met betrekking tot de handel was een stuk beter geworden omdat de Franse, Spaanse en Engelse handelaren met elkaar concurreerde. De kwaliteit van de goederen werd beter en de prijs lager. De Fox en Sauk speelde de situatie goed uit door tegelijkertijd de Engelsen en de Spanjaarden te bezoeken om te onderhandelen en zo ontvingen ze ladingen geschenken van beide partijen

De Osage die in het gebied woonden waren erg agressief en toen ze na 1700 met de Fransen gingen handelen ook nog goed bewapend. Ze vochten met bijna alle stammen die bij hen in de buurt leefden en vaak met meerdere tegelijk. Na 1770 echter hadden de Osage echter meer vijanden dan dat zelfs zij aankonden. Deze toestroom was het gevolg van de verhuizing van de Sauk en Fox, de Winnebago en Iowa naar het zuiden en het toestromen van grote groepen Shawnee, Deleware en Cherokee die een plek in Zuidoost Missouri en Noord Arkansas zochten. Daarnaast vochten de Osage ook nog oorlogen uit met hun “ normale” vijanden de Caddo, Wichita, Pawnee, Comanche, Quapaw, Chickasaw en de Choctaw in het zuiden en westen. De Fransen en de Engelsen leverden wapens aan alle partijen en de Spanjaarden hadden nooit de militaire kracht om in te grijpen. Na 1780 begonnen de Sauk en de Iowa naar het zuiden op te trekken en de strijd in het gebied naam toe.

Een van de gevaarlijkste tegenstanders die de Osage tot dan toe waren tegenkomen was een Sauk oorlogs- chief Makataimeshekia, of wel Black Sparrow Hawk( later afgekort tot Black Hawk).
Tegen het jaar 1793 hadden de Osage het voor elkaar gekregen ook de Spanjaarden tegen zich in het harnas te jagen en deze verklaarden hen de oorlog. De Spanjaarden vroegen de Kickapoo en Potawatomi hen te helpen bij de strijd. Deze stammen hadden weinig stimulans nodig, maar nadat de Spanjaarden besloten toch maar vrede met de Osage te sluiten was de in gang gezette oorlog niet meer te stoppen. De Osage waren in gevaar en dreigden eenzelfde lot te moeten ondergaan als de Illinois. De enige bondgenoten die de Osage hadden waren de Missouria, maar deze werden in 1798 bijna helemaal vernietigd door de Fox en Sauk, toen deze hen in de val lokte op de Missouri rivier. Tegen 1800 waren de Osage gedongen al hun dorpen te verlaten ten noorden van de Missouri.

In het noorden, staken de Fox in 1765 over naar Wisconsin en zij zetten opnieuw hun zinnen op de Vallei van St Croix, waar op dat moment de Chippewa leefden die de Dakota tijdens de jaren 1640 het gebied uit hadden gejaagd. Opnieuw brak er een strijd tussen de stammen uit. De Fox slaagde er in 1770 in om de grote Chief Saulteur, tijdens een rooftocht op een Chippewa dorp te vermoorden, maar alleen waren de Fox te zwak om de Chippewa te verdrijven. Om dit toch voor elkaar te krijgen besloten de Fox een alliantie met de Dakota te sluiten om zo de St. Crouix vallei weer in handen te krijgen. Tijdens de drie daarop volgende jaren vochten de stammen vele met elkaar in grote veldslagen, maar toen de Chippewa 6 Fox dorpen langs de Chippewa rivier veroverde hiel het voor de Fox op. Zij hadden hun laatste strijd met de Chippewa geleverd. Tegen het jaar 1783 trokken de Fox weg uit Wisconsin en staken ze de Mississippi opnieuw over richting noordoost Iowa. Hun alliantie met de Dakota was snel vergeten en al snel waren beide stammen in een strijd om het gebied van de boven Mississippi verwikkeld.

Gedurende al deze jaren waren de Fox en Sauk nog steeds niet in aanraking met de Amerikanen gekomen. Toen de Iroquois eenmaal afstand hadden gedaan van hun gebieden in Ohio begonnen de eerste kolonisten het gebied ten westen van de Appalachen in te stromen. Normaal gesproken bleven de Fox ver weg van de blanken na al hun ervaringen met hen, maar de Sauk hadden inmiddels een goede band met de Engelsen opgebouwd. Deze Engelsen waren inmiddels een beetje pissig op de Amerikanen omdat deze hen hadden gedwongen het Ohio gebied voor kolonisatie open te stellen. Het duurde niet lang of de eerste gevechten tussen de kolonisten en de Ohio stammen braken uit. De Engelsen besloten neutraal te blijven en trokken hun legers terug. Deze neutraliteit gaven ze op toen de Amerikaanse burgeroorlog uitbrak, waarop de Engelsen de Ohio stammen begonnen te bewapenen en zij de stammen begonnen te stimuleren de kolonisten aan te vallen.

De Fox en Sauk hadden in de eerste instantie weinig last van de strijd, tot George Rogers Clark met 200 van zijn Militia Illinois in trok en Kaskaskia,, Cahokia en Vincennes veroverde. Nadat hij de steun van de voormalige Franse bondgenoten naar zich toe had getrokken verklaarde hij dat Illinois aan Virginia behoorde. In februari van 1779, sloeg Clark een aanval van Kolonel Henry Hamilton of toen deze een poging deed het gebied te heroveren. Ook hadden de Spanjaarden zich inmiddels in de strijd tegen de Engelsen begeven, niet zozeer als Amerikaanse bondgenoot maar in ieder geval tegen de Engelsen. De Engelsen moesten wat doen. In alle haast werden er 3 campagnes opgestart. De eerste groep vielen de Spaanse posten langs de Golf van Mexico aan. De tweede groep onder leiding van kapitein Henry Bird trokken vanuit Detroit naar het zuiden en terwijl hij door Ohio trok probeerde hij indiaanse bondgenoten te verzamelen. Een derde expeditie onder het bevel van kapitein Emanuel Hesse trok naar beneden langs de Mississippi om St. Louis aan te vallen.
Deze groep was door de Engelsen in grote haast samen gesteld en bestond uit leden van diverse stammen die niet allemaal even goed met elkaar om konden gaan. De Winnebago, Menominee en Potawatomi waren het probleem niet, maar er was wel openlijke haat tussen de Dakota en Chippewa die deel namen. Omdat de Fox en Sauk ook goede relaties met de Fransen en Spanjaarden in St. Louis onderhielden werden zij niet gezien als betrouwbare bondgenoten en toch besloot Hesse ook een aantal Fox en Sauk bij de Expeditie te vragen, puur omdat hij meer mannen nodig had. Dit kan een vergissing zijn geweest. St. Louis kreeg een waarschuwing dat het leger onderweg was en kon zich goed voorbereiden op de aanval. Toen het Engelse leger met zo’n 950 soldaten en krijgers arriveerde werden ze ontvangen met kanongebulder. Beide kanten hadden grote verliezen. Toen de Engelsen daarna probeerden Cahokia te veroveren mislukte ook dit en konden ze niet anders dan zich terugtrekken. Na dit debacle werden de Sauk en Fox er van beschuldigt dat zij de Spanjaarden hadden gewaarschuwd. Dit kan waar zijn, maar het weerhield de Amerikanen er niet van wraak op de Sauk en Fox te nemen. Later dat jaar, werden de Sauk dorpen aan de Rock rivier aangevallen en vernietigd door een expeditie van 225 man onder leiding van kolonel John Montgomery.

De revolutionaire oorlog eindigde met het verdrag van Parijs in 1783. De Britten informeerden hun Natives bondgenoten dat de oorlog voorbij was en dat de aanvallen op de Amerikanen moesten stoppen, maar onofficieel bleven ze de alliantie aanmoedigen de nederzettingen aan te vallen. Ook bleven de Britten in de forten op Amerikaans grondgebied zitten, totdat alle schulden aan de engelse handelaren waren betaald. Om de alliantie toch in stand te houden bleef de Britse Indian agent in Detroit ook bezig met het bemiddelen bij conflicten tussen de stammen , zoals bij de conflicten tussen de Winnebago -Chippewa, Menominee -Chippewa, Fox&Sauk -Chippewa en Potawatomi- Miami. Bij de Conferentie van Sandusky waren de Britten niet aanwezig, wel stuurde ze een vertegenwoordiger in de persoon van Joseph Brant( Mohawk) die namens de Britten liet weten dat zij achter de Westerse alliantie zouden staan indien deze over zouden gaan tot aanvallen op de Amerikanen. De westerse alliantie, opgericht in Sandusky, bestond uiteindelijk uit de volgende stammen: Mingo, Wyandot, Miami, Deleware, Shawnee, Kickapoo, Ottawa, Chippewa, Potawatomi, en de Chickamauga(Cherokee). Pissig over de Amerikaanse aanval op hun dorpen in 1780 besloten ook de Sauk en Fox zich aan te sluiten. De Britten behielden hun controle over het gebied van de Grote meren en daarmee de controle over de bever handel. Toch ontstonden er opnieuw problemen tussen de stammen aan de zuid kusten van Lake Superior en het gebied van de Boven Mississippi. Op verzoek van de Noordwest- Company van Montreal hielden de Britten een conferentie in Mackinac in oktober, 1786. Het verdrag wat hieruit voort kwam maakte een einde aan de meeste strijd in het gebied van de boven Mississippi voor de daaropvolgende 20 jaar. Met een uitzondering, de Chippewa en de Dakota.
Omdat de Amerikanen aan de rand van een financiële afgrond stonden moesten de Amerikanen een manier vinden om hun land in Ohio te verkopen. Omdat ze dit niet zomaar konden doen probeerden ze het door middel van verdragen en onderhandelen. Omdat de Amerikanen dachten dat de Alliantie een Britse stunt was( en dat was het ook) weigerden ze deze te erkennen en onderhandelden ze met alle stammen individueel. Bij ontmoetingen in fort McIntosch en in Fort Finney( 1785-1786) werden de grenzen vastgesteld. Maar de alliantie weigerde deze te erkennen en de Amerikaanse Grenskolonisten weigerde hetzelfde en dit omdat de Commissaris bij de bespreking niet namens hen sprak. De Frontiersmen wilde heel Ohio en niet maar een stukje en er was geen regering die hen daarbij zou kunnen tegenhouden.

De kolonisten negeerde dus gewoon de grenzen en trokken het Indiaanse gebied binnen. Toen de stammen hen op hun beurt wilde verjagen brak er oorlog uit. De aanvallen gingen heen en weer en de Amerikaanse regering probeerde nog een poging te doen het probleem door middel van een verdrag op te lossen. In December van 1787, riep de Gouverneur van het Noordwest gebied alle partijen nog eenmaal op voor ontmoeting bij de watervallen van de Muskingum Rivier bij fort Harmar. De raad van de Alliantie namen deel om hun positie te bepalen en stemde in met de Muskingum als grens, maar de stammen waren verdeelt. De Mohawk Joseph Brant verliet de vergadering voortijdig en keerde walgend terug naar Ontario. De Miami, Kickapoo en Shawnee trokken zich ook terug, maar de Deleware, Wyandot en de Detroit stammen besloten te blijven. Ook brachten zij een delegatie van Sauk Chiefs mee. Het verdrag van fort Harmar(1789) was het eerste verdrag dat de Sauk met de Amerikanen sloten, het was echter al waardeloos op het moment van tekenen.

Omdat de Sauk weinig belang hadden bij de uitkomst van het verdrag van Ohio, betekende hun handtekening weinig. De andere stammen die tekenden waren belangrijker. Toen in die zomer het oorlog voeren weer hervat werd, bleek het dat de militante Miami en Shawnee het voortouw namen en de Amerikanen besloten met geweld te antwoorden. De eerste veldslagen die plaatsvonden tijdens Little Turtle’s war (1790-1794) verliepen voor de Amerikanen desastreus,. Onder leiding van Chief Little Turtle, werden de Amerikanen diverse malen verslagen en liepen de Amerikanen meer schade op dan ooit eerder door de Indianen toegebracht. President George Washington besloot uit een ander vaatje te gaan tappen en stuurde “ mad” Anthony Wayne naar het gebied. Deze was echter minder gek dan men aan zijn naam zou aflezen. Hij nam 2 jaar de tijd om zijn leger te trainen en bereidde de aanvallen op de alliantie dorpen goed voor. Ondertussen eiste de voortdurende oorlog van de alliantie zijn tol. De Alliantie kon meer dan 2000 krijgers bijeen brengen maar ze konden zo’n leger niet voor langere tijd voeden. Klagend over het gebrek aan voedsel verlieten de Sauk en Fox in 1792 de alliantie en keerde terug naar de Mississippi om zich te concentreren op de strijd tegen de Osage. Tegelijkertijd waren de Wabash (Wea, Kickapoo en Piankashaw) stammen gedwongen een aparte vrede met de Amerikanen te sluiten om dat deze een groot aantal vrouwen en kinderen van hen gevangen hielden. Tegen de tijd dat de alliantie tegenover de Amerikanen kwam te staan bij Fallen Timbers in 1794, konden ze nog maar een beroep doen op 800 krijgers. De alliantie werd verslagen en sloegen op de vlucht en zagen hoe de Engelsen de deuren van hun fort sloten, om te voorkomen dat ze met de Amerikanen in oorlog zouden komen. In November tekenen de Britten het jay verdrag met de Amerikanen en loste ze het probleem van de forten op. In augustus daarna verzamelde alle Chiefs van de alliantie zich in fort Greenville en tekende ze een verdrag waarin ze afstand deden van al hun land in Ohio met uitzondering van een gedeelte in het noordwesten. Er waren geen Sauk of Fox aanwezig, zij leefden ver naar het westen bij de Mississippi op de grens van de Verenigde staten.

Een ongemakkelijke vrede streek neer over Ohio, maar de nederzettingen bleven steeds verder oprukken richting de Mississippi. Toen de Amerikanen in 1803 in het bezit van Louisiana kwamen leefden de Sauk en Fox ineens niet meer aan de rand van Amerika. Over de overname hoorden de Sauk voor het eerst toen ze een bezoek aan St. Luois brachten en de Spaanse gouverneur hen vertelde dat ze een nieuwe” vader “ hadden. Verontrust keerden ze terug naar Saukenuk( Rock Island), maar ze deden niets tot een Sauk in st. Louis gevangen werd gezet omdat hij een blanke had vermoord. De Sauk besloten een delegatie naar St. Louis te sturen om over een vrijlating te onderhandelen. De Sauk arriveerde in November 1804 en werden in de watten gelegd door de gouverneur van het indiaanse gebied William Henry Harrison. Toen alles voorbij was had de delegatie een verdrag getekend waarin ze afstand deden van 10.000.000 hectare van noordoost Missouri en west Illinois in ruil voor $2.500 aan geschenken en $1.000 annuïteiten voor een periode van 20 jaar. Een van de ondertekenaars was Quashquami, een gewone krijger(geen Chief) en geen van de anderen was bevoegd tot het verkopen van land.
Toen de Sauk en Fox erachter kwamen wat ze getekend hadden en in welke omstandigheden, weigerde ze het verdrag te erkennen. De Amerikanen dachten hier anders over en vonden dat ze het land gekocht en betaald hadden. gegeven de omstandigheden waren er maar weinig kolonisten die de Fox en Sauk durfden te trotseren, dus bleef het in gebied nog redelijk rustig. De Amerikanen maakten zich ondertussen meer zorgen over de aanwezigheid van engelse handelaren in Wisconsin en in het gebied van boven Mississippi en ze wilden hun autoriteit doen gelden. In 1805 werd er een expeditie opgezet onder leiding van Zebulon Pike die met zijn mannen naar de boven Mississippi moest gaan om daar de “ vlag te laten zien”. Pike trok met zijn mannen langs de watervallen boven de mond van de Des Moines rivier en stopte bij Saukenuk. Toen hij aan de Sauk uitlegde dat hij in naam van Amerika kwam, beval hij hen ook de Engelse vlag weg te halen en hun Engelse verdragsmedailles in te leveren. De Sauk besloten alles te houden, maar Pike gaf hen toch een Amerikaanse vlag. Hierna trok hij verder langs de rivier omhoog, richting Minnesota. Na verschillende bevelen en besprekingen slaagde Pike erin een vrede tussen de Chippewa en Dakota te stichtten en keerde hij terug naar St. Louis. De vrede was alweer verbroken voordat hij de grens met iowa bereikt had, maar toch was hij er in geslaagd de stammen bij de Mississippi wakker te schudden en of dat nou zo handig was…….

Later dat jaar stuurden de Dakota een Wampum riem rond naar de Fox, Sauk, Ottawa en Potawatomi, waarin ze vroegen hun oorlog tegen de Osage te beëindigen en samen met hen ten strijde te trekken tegen de Amerikanen. Tegelijkertijd probeerde de Shawnee Chief Blue jacket een westerse alliantie op te richten in Brownstown, en hij nodigde de Fox en Sauk uit deel te nemen. Toen de geruchten over een aanstaande oorlog in Indiana en Illinois de ronde gingen doen in 1806, stuurde de Fox en Sauk een delegatie naar Ontario om daar de hulp van de Britten te vragen. Op dat moment zaten de Britten echter niet te wachten op een confrontatie met de Amerikanen, maar dit veranderde twee jaar later met de plotselinge opkomst van Tecumseh. Boodschappen van Tecumseh en zijn broer de profeet bereikten de Fox en Sauk in 1808. In het licht van het verdrag van 1804, vonden Tecumseh en zijn volgelingen veel gehoor, bij hun roep geen land meer af te staan aan de blanken. Maar de Sauk en Fox waren verdeelt omdat de Amerikanen nog geen daadwerkelijke actie hadden ondernomen om het verdrag af te dwingen. Sommige waren ook blij met de handel afkomstig uit St. Louis en andere refereerden en het gene gebeurd was in 1794 en vroegen zich openlijk af hoe betrouwbaar de Engelsen zouden zijn bij een nieuwe oorlog tegen de Amerikanen. Sommige zagen echter ook wat er voor hen in het verschiet lag en volgden, hun leider Blackhawk op weg naar Tecumseh.
Toen de oorlog van 1812 uitbrak, besloten een aantal vredes Chiefs(waaronder een aantal die het verdrag van 1804 hadden getekend) zich af te scheidden van hun agressievere verwanten en ze verhuisden naar het zuiden, bij de Missouri rivier in centraal Missouri. Bekend als de Missouri band weigerde ze tegen de Amerikanen te vechten. Ook de Fox bleven neutraal in het conflict, maar de Sauk van Rock Island besloten met Tecumseh en de Britten mee te vechten. In het jaar 1809, had het leger zijn eerste permanente post gebouwd in het bovendeel van de Mississippi bij fort Madison in Iowa. In het fort waren 60 soldaten gelegerd. Dit was een van de belangrijkste redenen voor de invloed van Blackhawk en Tecumseh onder de Sauk. Toen de oorlog uitbrak in juni, trokken de Sauk van Blackhawk samen met de Winnebago ten strijde en voerde ze diverse aanvallen op[ het fort uit. Het fort werd in 1813 verlaten. Hierna vertrok Blackhawk met zijn mannen, om Tecumseh te gaan helpen, maar hij kwam te laat aan om hem te helpen bij de verovering van Detroit. Ze vochten mee bij de slag aan de Raison rivier en later namen ze deel aan het beleg van Fort Meigs in noord Ohio. Blackhawk was al 20 jaar een Warchief en hij had vele vijanden gedood, maar hij kon niet geloven wat dit type oorlogsvoering voor een slachting teweeg bracht.
“ In plaats van elkaar te bestelen en iedere kans te grijpen je vijand te doden en je eigen mensen te redden, marcheren deze soldaten het fort uit op klaarlichte dag en vechten ze met elkaar ongeacht het aantal krijgers dat ze zullen verliezen.”
“ na de strijd trekken de partijen zich terug en gaan ze feesten en drinken en roepen beide partijen zich tot overwinnaar uit. Er wordt een proclamatie opgesteld, waarin nog niet de helft van het aantal slachtoffers word opgeschreven”

ontmoedigd door deze vorm van oorlogsvoeren keren de Sauk terug naar Illinois. Na de dood van Tecumseh tijdens de slag om de Thames in oktober van 1813 eindigt het indiaanse verzet. De Amerikanen wilden echter nog wel de controle over het gebied in de bovenloop van Mississippi terug krijgen, die zij hadden verloren toen fort Madison verlaten werd en doordat de Engelsen het fort bij Prairie Du Chien verovert hadden. de Britten hadden tijdens de oorlog de controle over Wisconsin en ze konden de Sauk vanuit Prairie du Chien gemakkelijk voorzien van wapens, zodat de Sauk de Amerikanen op afstand konden houden. Om dit te bereiken hadden de Britten ook een kanon en 3 artilleristen beschikbaar gesteld. In de lente van 1814, ondernamen de Amerikanen een poging langs de Sauk te komen. Het resultaat was dat de Amerikanen zich terug moesten trekken en ze besloten een fort te bouwen tegenover e mond van de Des Moins rivier.(Warsaw, Illinois), Fort Edwards bleef een jaar bestaan en werd in de lente van 1815 verlaten.

Ondertussen bleven de Sauk bezig met aanvallen op nederzettingen door heel Missouri en Illinois. Zelfs de Missouri -band van de Sauk( die neutraal waren), schijnen diverse Amerikaanse scalpen op hun geweten te hebben. Toen de tijd rijp was om een vrede te sluiten eisten de Amerikanen van de Sauk en Fox dat zij het verdrag van 1804 erkenden. De Missouri band van de Sauk tekenden het verdrag in Portage des Sioux in september van 1815 en de Fox tekende een dag later. Het verdrag zou door de Sauk van Rock River pas een jaar later ondertekend worden door verzet tegen het verdrag van 1804 en de plotselinge dood van hun Chief. Zelfs Black Hawk tekende, maar pas nadat de Amerikaanse Agent beloofd had dat het land niet eerder dan nodig zou worden ingenomen. Op dat moment wisten de Amerikanen nog niet hoelang dat zou duren.
Toen de Sauk terugkeerden naar Saukunuc vonden ze daar 700 soldaten die bezig waren met de bouw van fort Armstrong.

Na 1816 breidde de nederzettingen zich uit langs de Mississippi vanuit st. Louis. Dit was voornamelijk te wijten aan het feit dat veteranen van de oorlog van 1812, voor bewezen diensten, percelen van 160 hectaren kregen, die lagen tussen de Mississippi en de Illinois rivieren. Deze percelen werden veelal doorverkocht aan landspeculanten en de nieuwe kolonisten drongen het gebied binnen. In 1818 werd Illinois een staat en Missouri volgde in 1821. De kolonisatie kwam echter tot een stop bij de grens met Iowa door de constante oorlogsvoering tussen de stammen in het Noorden. Fort Snelling(St. Paul, Minnesota) en fort Crawfort(prairi Du Chien) bleken niet voldoende om de strijdende partijen uit elkaar te houden. De strijd tussen de Chippewa en de Dakota duurde nu al meer dan een eeuw ondanks alle franse en Engelse pogingen een einde aan de strijd te maken. De Amerikanen deden het niet veel beter, hoewel door de nederzettingen langs de Missouri, de Osage en de Fox en Sauk wel van elkaar gescheiden waren. Verder naar het noorden echter werden de Fox en Sauk, samen met de Menominee, Chippewa, Iowa, Winnebago, Dakota en Potawatomi steeds verder in een klein gebied gedrukt en vochten ze met elkaar om grondgebied. Hoewel ze in de strijd tegen de Osage bondgenoot waren geweest vochten zelfs de Sauk en de Iowa in een korte oorlog tegen elkaar in 1821.(word vervolgd)

Het verdrag dat in 1815 met de Fox werd getekend was een uitzondering en de VS stonden erop dat de Sauk en Fox voortaan als één stam zouden worden behandelt.
De Sauk en Fox boycotten dit echter door ieder verdrag apart van elkaar te tekenen.
Deze situatie sloot echter perfect aan bij de ambities van een jonge Sauk, krokus genaamd. Keokuk was geen Chief van geboorte, maar hij bleek een erg goede onderhandelaar te zijn. Hierdoor was hij interessant voor de Amerikanen en werd hij opgewaardeerd tot leider.
In 1822 sloot krokus een verdrag in verband met het bouwen van een handelspost bij Saukunuc.
Tegen de zin van de Amerikanen in bleven de meeste volgelingen van Blackhawk, echter de “ Great Sauk Trail” gebruiken om te handelen met de Engelsen in Fort malden in Amherstburg, Ontario en weigerde zij met de Amerikaanse post te onderhandelen. Dit is de reden dat de band van Blackhawk ook wel de Britse band werd genoemd.
Ondertussen werd er steeds meer druk op ede Amerikaanse overheid uitgeoefend om meer gebied voor kolonisatie open te stellen. De Amerikanen besloten de opstand langs de bovenstroom van de Mississippi de kop in te drukken, door grenzen vast te leggen.
Om dit voor elkaar te krijgen organiseerde zij een bijeenkomst bij Prairie Du Chien in augustus van 1825.
Hierbij aanwezig waren de : Chippewa, Dakota, Sauk en Fox , Winnebago, Menominee, Iowa, Ottawa, en Potawatomi.
Het was al een hele prestatie dat zij de stammen bij elkaar hadden gekregen, maar om het verdrag rond te krijgen moesten de onderhandelaars, William Clark en Lewis cass, alles uit de kast halen en ze strooiden met feesten en geschenken.
Uiteindelijk lukte het ze, het verdrag te sluiten en werd de grens van de VS vastgesteld. Tevens mochten ze deze grens verplaatsen indien de situatie daarom vroeg.
Het verdrag bleek echter maar een klein succesje te zijn. De oorlog tussen de Chippewa en Dakota werd hervat en de Dakota werden richting Iowa gedrongen.
Hier raakten de Dakota slaags met de Sauk en Fox .
In 1830 tekenden de Sauk en Fox een verdrag waarin ze een strook land afstonden dat tot in noordoost Iowa liep en 20 mijlen breed was. De Dakota stonden een zelfde strook land af en zo ontstond er een bufferzone tussen beide stammen.
Het verdrag van Prairie Du Chien was dan wel weinig succesvol, toch breidde de kolonisatie zich in snel tempo naar het noorden uit. De kolonisten wilden echter niet het vruchtbare land in oost- en Noordwest Iowa, ze hadden veel meer interesse in de loodmijnen in de omgeving van Galena en Dubuque.
De Fransen wisten al in de jaren 1700 van de loodvoorraden, maar ze werden niet geëxplodeerd tot Julien Dubuque van de Fox toestemming kreeg om met mijnen te beginnen in 1788.
Dubuque kreeg in 1796 het Spaanse recht op het gebied en hij werd erg rijk. Toen hij in 1810 overleed, probeerden vele crediteuren en grond speculeerteers zijn bezittingen te claimen. De fox begroeven Dubuque echter met alle respect en vervolgens verbrandden zij al zijn bezittingen. Om onbekende redenen, ondernam er niemand een poging de mijnen te heropenen. Dit veranderde na het verdrag van Prairie Du Chien.

De federale overheid verleende de eerste mijn- vergunning in 1822 en na het verdrag van 1825 trokken vele mijnwerkers het gebied binnen. De Fox lieten het allemaal rustig gebeuren, maar aan de oostzijde van de Mississippi werden de Winnebago opgenaaid door hun Profeet (white Cloud) en hun oorlog Chief Red Bird en zij besloten de invasie te bevechten. In 1827 ontstond er hierdoor een conflict dat ook wel de Winnebago- oorlog werd genoemd. Toen de troepen uit St. Louis zich in allerijl naar het noorden spoedden, gaven Red Bird en White Cloud zich over om hun mensen te redden. Red Bird stierf uiteindelijk achter de tralies, maar White Cloud kreeg gratie van de president en werd vrij gelaten. In Augustus van het jaar 1828, werd er bij green Bay een nieuw verdrag gesloten, waarin de Winnebago( en de Chippewa, Potawatomi en Ottawa) afstand deden van hun rechten op de loodmijnen in noord Illinois en Zuid Wisconsin . Tegen het jaar 1829 waren er door de regering meer dan 4,000 mijnvergunningen afgegeven. Wordt vervolgd.boven begin

 

Reservaat

boven begin

Links

boven begin